Hoofdstuk 23 - De handlezer
By Chris Polanen
Vraag aan oude mensen, hoe ouder hoe beter, of toeval bestaat en terugkijkend zullen ze, op de verwarden, verbitterden of verzuurden na, hun hoofd schudden en vertellen over schijnbaar toevallige gebeurtenissen die resulteerden in huwelijken, ongelukken, kinderen, ziekten, succes, catastrofes of een dood die niemand verwacht had. Alleen de jeugd en degenen die het met de jaren verdommen om wijzer te worden, geloven in het toeval.
Humphrey komt op de dag aan dat Mirna vertrekt, een paar uur eerder. Alsof er geen dag van mijn snel aflopende leven voorbij mag gaan zonder gedoe.
Rowan heeft zich de afgelopen dagen teruggetrokken in zijn kamer. Af en toe zie ik hem achter op het erf lopen, op blote voeten, slechts een korte broek aan, de grond afspeurend, uiteindelijk als een oude man neerzijgend op de stoep voor het huisje.
Hoopt hij op contact met de ouwe? Zouden de dwazen zo gelouterd worden door de dood, dat we bij hen kunnen aankloppen voor verlossing?
Het doet me pijn om hem zo te zien. Ik kook nog steeds voor hem en plaats het eten op een tafel voor zijn kamer. Als hij er klaar voor is zal hij met mij praten.
Hij praat wel met Mirna en ze vertelt mij over hun gesprekken: ‘Hij heeft me een keer bij mijn arm vastgepakt, zo hard dat het pijn deed. Ik kon niks meer zeggen, alleen maar huilen. Ik denk niet dat het ooit weer wordt als vroeger.’
Natuurlijk zeg ik het niet, maar ik denk dat ze gelijk heeft. De pijn zal slijten, maar zelfs al kan hij het haar vergeven, en als iemand dat kan is hij het, zelfs dan zal het nooit meer hetzelfde zijn.
Ik probeer me voor te bereiden op mijn gesprek met hem, maar ik besef dat de belangrijkste vraag niet beantwoord kan worden en dat gelijkenis niks zegt, omdat die kan berusten op de genen die ik deel met die vervloekte klootzak van een broer.
Na drie dagen komt hij weer naar boven en zitten we een beetje onwennig naast elkaar op het balkon.
‘Ik had Humphrey sinds mijn vijfde niet meer gezien,’ zegt hij. ‘Mijn moeder vertelde niks over hem. Als ik iets vroeg, zei ze dat ze niet over hem wilde praten. Soms, als ze boos was, zei ze: doe niet als je vader. Toch idealiseerde ik hem. Toen ik hem na dertig jaar eindelijk zag, was dat een verschrikkelijke teleurstelling. Toen hij mij zag, barstte hij in tranen uit. Ik had nog nooit een Surinaamse man zien huilen… Hij zei dat het hem speet dat hij geen echte vader was geweest en dat hij zich schaamde. Ik geloofde hem, maar ik kon niet begrijpen dat je je kind dertig jaar niet opzoekt. Ik zag dat ik op hem leek, maar ik zag vooral verschillen. Uiteindelijk was hij niet de bijzondere man die ik mij altijd had voorgesteld, maar een gewone Surinaamse man. Slecht gekleed, met een dikke buik. Een crimineel. Het deed pijn dat ik uit zo iemand voort was gekomen. Ik had zoveel vragen, maar ik kreeg geen antwoorden.’
Ik knik. Wat kan ik zeggen?
Hij knijpt zijn ogen tot spleetjes alsof hij tegen de zon in kijkt. ‘Ik had de kans moeten krijgen om jou te leren kennen. En het uit te zoeken.’
‘Het was moeilijk voor je moeder. En het was niet alsof ik een betere vader zou zijn.’
Hij kijkt naar de straat. ‘Dat maakt niets uit.’
‘Iemand van wie je houdt vergeven is heel moeilijk.’
‘Heb jij haar vergeven? Alles?’
Hoe voelt het als je iemand vergeeft? Heb je een vrouw vergeven als je seks met haar hebt? Als je voelt dat je van haar houdt? Als je gezegd hebt dat je van haar houdt? De pijn van vroeger is er nog, maar is niet belangrijk meer. ‘Ik denk het.’
Hij buigt zijn hoofd en zucht.
‘Ik heb er vijfendertig jaar over gedaan…’ zeg ik. ‘Geef het tijd.’
‘Ik weet dat we nog een test moeten doen, maar het voelt alsof jij mijn vader bent. Ik hoop het.’
Ik glimlach. ‘Ik ook.’
Voor nu zijn we vader en zoon. Voor nu kiezen we ervoor, ongeacht wat een test zal zeggen, ongeacht de tijd die mij nog rest.
Plotseling schiet hij overeind in zijn stoel. ‘Humphrey komt met het vliegtuig aan waarmee Ma vertrekt. Als we haar wegbrengen kunnen we hem direct ophalen, toch? Het zou toch raar zijn om dat niet te doen? Of zou dat moeilijk voor je zijn?’
Moeilijk? Ik kan een ontmoeting met Humphrey niet eens visualiseren, laat staan dat hij naast mij in een auto zou zitten, op weg naar Paramaribo.
Rowan wacht niet op mijn antwoord. ‘We zouden een foto kunnen maken met z’n vieren. Een selfie. Er komt nooit meer zo’n gelegenheid.’ Zijn glimlach heeft iets manisch.
‘Een selfie?’
De gedachte dat Humphrey op de luchthaven op mij af zou lopen doet iets in mijn buik samenknijpen, maar ik glimlach. Zoon of geen zoon, ik wil hem geven wat hij vraagt, ook als het onmogelijk lijkt.
‘Echt? Een selfie?’
‘Ja, een selfie.’
Zijn glimlach verdwijnt en wat overblijft is de blik van een therapeut die mijn emotionele stabiliteit peilt.
‘Oké…’ zeg ik en ik probeer de misselijkheid die opkomt te verbergen.
‘Geweldig! Het betekent veel voor mij, Henri.’
Na die eerste keer, heb ik bijna elke nacht bij Mirna in het guesthouse geslapen. Na de bijna-doodervaring besloten we dat seks te gevaarlijk was. We namen ons voor alleen samen te slapen, tegen elkaar aan te liggen, omhelzen, strelen, kussen. Natuurlijk, vele mannen en vrouwen voor ons hadden het al geprobeerd en gefaald. Ook wij, zelfs met de dood als dreiging, hielden het niet vol.
‘Je hoeft toch niet klaar te komen?’ fluisterde ze.
Ik wist dat er genoeg theorieën over waren. Seks hebben zonder klaar te komen en zo geen levensenergie verliezen. Ik had het altijd onzin gevonden, volkomen onnatuurlijk ook, maar als je bang bent voor de dood, ben je bereid alles te proberen. We deden het langzaam, veel langzamer dan ik ooit had gedaan. Terwijl ik boven op haar lag, zoende ik haar mond, haar hals, haar borsten en alles telkens opnieuw, maar langzaam nam mijn lichaam de controle over. ‘O god, ik weet niet of ik kan stoppen,’ zei ik.
Ze duwde me van zich af. ‘Je windt je te veel op. Laat mij maar.’
Door het aan haar over te laten, door zelf zo stil mogelijk te liggen, lukte het zonder dood te gaan.
Ik vertel Mirna Rowans idee.
‘Een selfie? Is hij gek geworden?’
‘Misschien… misschien juist niet. Misschien zijn we volwassen genoeg om dat te doen.’
‘Dat mag hij niet van je vragen.’
‘Hij wil ons allemaal samen op een foto. Dit is misschien de laatste kans. Ik begrijp het wel.’
Hij kan die foto later aan zijn kinderen laten zien, misschien aan zijn kleinkinderen.
Moeder, vader, oom.