Hoofdstuk 5 - De handlezer
By Chris Polanen
Ik word wakker van de pijn. Een zweepslag die mijn rug openscheurt. Tranen springen in mijn ogen. Bij de kleinste beweging scheurt mijn rug verder open.
Ik kreun en probeer zo stil mogelijk te blijven liggen. Ik kan niets anders.
Dokter, arrogante idioot in je witte jas. Je zei dat de uitzaaiingen in mijn rug zouden leiden tot pijnklachten. Waarom zei je niet dat de pijn in één klap alle menselijkheid uit mij zou halen? Naast paracetamol en ibuprofen kun je ook morfinetabletten nemen, zei je. Je zei godverdomme niet dat de kanker zomaar in mijn slaap kon toeslaan. Je zei niet dat ik dan niet eens een pijnstiller zou kunnen pakken.
Om de paar minuten verzamel ik de moed om te bewegen, maar onder in mijn rug wroet een mes.
Op den duur houdt het wroeten op, maar het mes zit er nog. Vlijmscherp en meedogenloos vastgepriemd, ergens tussen spier en bot.
Centimeter voor centimeter schuif ik naar de rand van het bed en rol er zo voorzichtig mogelijk uit. Op het moment dat mijn voeten de vloer raken stoot het mes door naar mijn ruggenmerg. Ik zak met een kreet in elkaar en blijf doodstil op mijn rug liggen. Langzaam ebt de pijn weer weg en voorzichtig draai ik op mijn buik. Ik steun op ellebogen en knieën. Langzaam, heel langzaam, kruip ik naar de keuken. Om de pijn te beperken beweeg ik mijn benen zo weinig mogelijk, ik sleep ze achter me aan alsof ik verlamd ben. Mijn knieën schuren over de houten vloer. De keuken is ver weg en de twee drempels die ik over moet lijken onoverbrugbaar. Kreunend trek ik eerst mijn linkerbeen en dan mijn rechter eroverheen.
Ik roep Rowan, maar herinner me dat hij uit is met een van de zonen van Ralph.
In de keuken draai ik me op mijn rug en ik voel iets warms over mijn benen stromen. Ik plas en kan het niet tegenhouden.
Jezus Christus… wordt dit mijn leven? Kruipen over de vloer? Liggen in mijn eigen urine? En dit is nog maar het begin. Een alleenstaande man met prostaatkanker staat nog veel ergers te wachten.
Als jij er nog was zou ik hier niet liggen, Judy. Je zou uit bed gesprongen zijn en de pijnstillers gepakt hebben. Je zou de pillen in mijn mond gestopt hebben en nadat ze opgelost waren een glas water aan mijn lippen gezet hebben. Daarna zou je me geruststellend toespreken en mijn hand vasthouden, tot de pijn weg was.
Je gaf mij alles wat ik wilde, maar wat jij meer dan alles wilde, weigerde ik je te geven. Ik was bang dat een kind me zou beperken in mijn vrijheid. De vrijheid om erop uit te gaan met mijn vrienden. Het bos in om te hengelen en te jagen. De stad in en zuipen tot diep in de nacht, af en toe een affaire, niks serieus, gewoon, wat alle mannen deden.
Ik was verbijsterd toen je op een dag weg was, al je spullen gepakt, zonder waarschuwing. Nou ja, zonder waarschuwing die tot mij doorgedrongen was. Het deed veel meer pijn dan ik had verwacht.
Ik heb je gevraagd om terug te komen, geprobeerd je te overtuigen dat we een goed leven zouden kunnen hebben en je zelfs toegezegd dat het kind mocht komen, maar je wilde mij niet eens meer zien.
Je was de tweede vrouw die mij onverwachts verliet. De eerste was naar Nederland vertrokken, maar jij was er nog en dat maakte het op een bepaalde manier erger.
Ik reed langs het huis van je ouders, hing rond op Dolfijn en andere plekken waar je vaak kwam, maar ik zag je nooit.
Toen ik je maanden later zag, was je met hem. Ik kende hem van Dolfijn. Stinkend rijk, dik, ruim twintig jaar ouder dan jij en volwassen kinderen van jouw leeftijd. Jullie liepen hand in hand en ik zag hoe je naar hem keek. Het idee dat jij seks met hem had, maakte me ziek. Dat ouwe dikke lijf op jouw prachtige lichaam.
Hij moet geen moment getwijfeld hebben over kinderen, zo snel was de eerste er. Was het onderdeel van de deal die je hem al bij jullie eerste date voorlegde? Was hij zo verliefd op je dat hij het ongemak op de koop toe nam? Twee meisjes. Door de jaren heen heb ik je met ze gezien bij het zwembad. Het zijn leuke meisjes, goede zwemmers ook. Vroeger probeerde ik me voor te stellen hoe ze eruit hadden gezien als ik hun vader was en niet die ouwe. Inmiddels zijn ze al bijna volwassen en jullie zullen ze over een paar jaar naar het buitenland sturen om te studeren. Ze groeten altijd vriendelijk als ze mij zien, alsof ik een oom ben en niet de man die bijna hun bestaan heeft voorkomen.
De ouwe is nu al in de zeventig, nog dikker, loopt kreupel en hijgt, maar hij pronkt nog steeds met jou.
Jij bent met de jaren steeds mooier geworden, misschien omdat je gelukkig bent, misschien omdat ik je schoonheid pas veel later echt ben gaan zien. Nu pas zie ik hoe verschillend vrouwen ouder worden en dat niets de veroudering zo lang tegenhoudt als een mooie ziel. Maar hoe moet je dat soort dingen weten als je jong bent, Judy? Ouder worden is spijt krijgen van alles wat je niet wist toen je jong was.
Ik probeer je te ontlopen, maar als bestuurslid ben je bijna dagelijks op Dolfijn en als je mij daar ziet, loop je met haastige passen op me af alsof je me iets heel belangrijks moet zeggen. Dan raak je even mijn arm aan en vraag je hoe het met me gaat. Hoe is het mogelijk dat ik nog steeds bezorgdheid in je stem hoor? En kennelijk weet je precies wanneer ik vrijgezel ben en wanneer niet, want als ik alleen ben vraag je of ik goed eet en als ik een vriendin heb, vraag je of we een keer wat komen drinken met jou en de ouwe. Je denkt dat ik dat zou kunnen, omdat jij van mensen houdt en kan vergeven en vergeten.
Maar zo ben ik niet. Ik vergeet nooit en ik zou niet eens weten hoe ik moet vergeven. Als ik die ouwe van je zie hijgen, hoop ik nog altijd dat hij voor mijn ogen dood neervalt. Niet omdat ik denk dat ik je dan terug zou krijgen, maar gewoon omdat hij mijn plaats ingenomen heeft.
En dat is slechts een van de vele redenen waarom ik me schuldig voel als ik in je ogen kijk. Tegenover jou, tegenover mijzelf, tegenover je man, zelfs tegenover je dochters. En misschien is dit een van de dingen waarvoor ik nu moet boeten: het verpesten van een leven vol geluk en liefde dat wij hadden kunnen hebben. Degene die daar verantwoordelijk voor is, moet ooit de prijs betalen, dat is toch niet meer dan logisch?
Misschien weet je dat en kijk je daarom altijd zo naar mij. Heb je altijd geweten dat ik ooit zo zou eindigen, midden in de nacht creperend op de vloer?
De pijn wordt minder en ik trek me voorzichtig aan de laden van de kastjes onder het aanrecht omhoog. Mijn rug heeft me dan wel in de steek gelaten, maar mijn armen en schouders zijn nog sterk. Buiten adem leun ik tegen het aanrecht en open het kastje erboven.
Nadat ik met veel moeite het doosje met morfinetabletjes geopend heb en het minuscule tabletje uit de strip druk, leg ik het met trillende vingers onder mijn tong. Het smaakt bitter. Jezus Christus, was het te veel moeite om een beetje suiker in dat pilletje te verwerken? Ik blijf met mijn voorhoofd tegen het keukenkastje staan, wachtend tot de pil gaat werken.
De Braziliaanse muziek dreunt door de nacht. Het idee dat er in de straat mensen, zelfs de armste sloebers, lachen, zuipen, vreten, dansen, flirten en het allerergste: seks hebben, terwijl ik niet kan bewegen, maakt me kwaad en verdrietig.
De tijd kruipt verder. Mijn benen beginnen te trillen, ik steun op het aanrecht, mijn armen hebben nog net genoeg kracht om me staande te houden. Wat als de morfinepil niet werkt? Ik durf er niet aan te denken.
Na tien minuten neem ik nog een pil. Nu wordt de pijn snel doffer, alleen de punt van het mes zit er nog. Ik kan voorzichtig het aanrecht loslaten en tot mijn eigen verbazing neurie ik mee met de muziek. Omdat de pijn niet helemaal verdwijnt, neem ik een derde pil.
Dan is het mes er eindelijk uit. Met moeite loop ik naar het achterraam en pak de vensterbank vast. Ik duw het raam open en kijk naar het houten huisje achter op het erf, slechts verlicht door het licht onder het grote huis.
Samen met de muziek dringt de geur van geroosterd varkensvlees mijn kamer binnen. Het ruikt precies zoals wanneer jij het roosterde, Pa, kruidig en zoet. In een reflex kijk ik naar de plek achter op het erf waar jij altijd naast het vat stond en verwacht je daar te zien. Met ontbloot bovenlijf, je schonkige schouders en je dikke buik, prikkend in het vlees, in die walm van geroosterd vet, in gedachten verzonken of gedachteloos, daar ben ik nooit achter gekomen. Het leken de enige momenten waarop je echt rust had. Ik heb deze geur hier in geen jaren geroken.
Ik sluit het raam weer en loop naar de keuken.
Voorzichtig, op mijn hurken, maak ik de plek schoon waar de urine in het hout is getrokken.
Daarna douche ik en ga ik weer naar bed.
De geur van geroosterd varkensvlees wordt alleen maar sterker en het is alsof het vat niet een paar erven verder staat, maar in de slaapkamer.
De slaap komt direct nadat ik mijn hoofd op het kussen leg.
Ik droom dat ik op het erf naast je zit, Pa, en je mij een bord met varkensvlees geeft. Zo lekker heb ik het na jouw overlijden nooit meer gegeten. ‘Ik heb je geleerd hoe het moet,’ zeg je. ‘Je kan het precies zo klaarmaken. Waarom doe je dat nooit?’
Ik wil zeggen dat ik niets van jou wil laten voortleven, ook geen recept, hoe goed het ook is. Maar ik zie de woede van vroeger niet meer in je ogen en dat stemt mij mild. ‘Bij een speciale gelegenheid zal ik het doen, Pa,’ zeg ik. Je knikt, maar ik zie dat je niet overtuigd bent.
Wat is de juiste gelegenheid voor een man die niet van mensen houdt en nog minder van eten voor hen bereiden?
De volgende ochtend is het alsof de pijn er nooit geweest is. Ik betast de plek waar het mes heeft gezeten, druk en masseer, maar ik voel niets. Alleen de donkere plek op de houten vloer en het geopende medicijndoosje zijn het bewijs dat het geen droom geweest is.
In al die jaren heb ik nog nooit van je gedroomd, Pa, en nu is de herinnering van de droom zo helder dat het lijkt alsof ik je echt gesproken heb.
Ik leg alle pijnstillers in het nachtkastje naast mijn bed. Voortaan zal ik altijd een glas water en een strip pillen op het nachtkastje klaarzetten voor ik naar bed ga.
De nacht is gevaarlijk.