Hoofdstuk 3: Prosciutto, vijgen en op kamers wonen - Aan de oever van het Comomeer
By Adriana Trigiani
We gaan de kerk binnen, niet als parochianen maar voor officiële zaken. Ons bedrijf onderhoudt een van de weinige kerken in Amerika die volledig uit Carrara-marmer zijn opgetrokken. Deze kerk zou weleens Italiaanser kunnen zijn dan ik.
Ik loop door de lichtbundel die op het hele middenpad tot aan het altaar valt. Op mijn trouwdag, 28 december 2019, was er geen loper van hemels licht; het stortregende, het water vroor op, waarna een sneeuwstorm volgde waardoor we de eerste elf uur van onze huwelijksreis vastzaten in Newark. Ik zag de vertraging niet als pech. Op dat moment weet ik het aan guur weer door de klimaatverandering.
De artisticiteit van deze kerk komt tot uiting in de fresco’s geschilderd door Gonippo Raggi uit Rome en Thomas O’Shaughnessy uit Chicago. Wie zegt dat de Ieren en Italianen simpatico zijn heeft het juist. De kerk is een feest van classicisme, met verguldsel ingelegde gepleisterde panelen, in een cirkel zwevende heiligen in de koepel, imposante bogen die zich vanuit het gewelfde plafond naar alle kanten uitstrekken en ramen zo hoog dat je soms alleen maar strepen goud door de wolken ziet.
Oom Louie en ik knielen in de eerste rij van de lege kerk en slaan een kruisje. In mijn familie bidden we omdat we doodsbang zijn. We hebben een onwankelbaar geloof, geworteld in de verlammende angst om voor altijd in de hel te branden. We bidden net zoveel als dat we ruziën, of lachen wat dat betreft, veel dus.
‘Moet je huilen?’ vraagt oom Louie. ‘Niet weer.’ Hij fronst.
Ik veeg snel mijn tranen weg. ‘Ik kan niet geloven dat we naar Italië gaan.’
Oom Louie geeft me zijn zakdoek. ‘Ik dacht dat je zei dat je bijna over je sombere stemming heen was.’
‘Dat ben ik ook,’ beloof ik hem. ‘Ik ben blij met het nieuws, meer niet.’
‘Italië is de grote genezer.’ Louie kijkt op zijn horloge. ‘Pastoor Belaynesh zei dat hij hier op ons zou wachten. Priesters en artsen, nooit op tijd.’
‘Papa komt hier ook naartoe.’ Ik draai me om en kijk reikhalzend naar de achterkant van de kerk als ik de deur van het biechthokje aan het zijpad krakend hoor opengaan. Mijn een meter vijfentachtig lange vader komt naar buiten, met zijn witte haar eerst komt hij gebukt het hokje uit alsof hij uit een poppenhuis kruipt. Mijn vader heeft de bouw van een linebacker maar heeft nooit American football gespeeld omdat oma B bang was dat hij een klap op zijn hoofd zou krijgen en stunod zou worden.
Papa knielt en gaat dan bij ons op de kerkbank zitten. ‘Ik was er al,’ fluistert papa terwijl hij plaatsneemt. ‘Ik ben gaan biechten.’
‘Interessant.’ Oom Louie blijft naar het gouden tabernakel achter het altaar kijken. ‘Hoe ging het?’
‘Het voelde prettig.’ Mijn vader vouwt zijn handen.
‘Vind je dat ik dat ook moet doen?’ Louie wendt zijn blik niet af van het tabernakel.
‘Het kan geen kwaad.’
‘Die arme vent zou niet weten wat hij met mijn zonden aan moet. Ik heb niet meer gebiecht sinds pastoor Fuzigamo er in 1986 vandoor ging met de opbrengst van de tweede collecte en de secretaresse van de kerk. Dat gaf me een vieze smaak in de mond. Ik had allerlei akelige dingen gebiecht bij die kerel en had het gevoel alsof hij met de collecte ook mijn zonden had gestolen. Lekker simpatico. Fuze was onze laatste priester van Italiaans-Amerikaanse afkomst,’ zegt Louie melancholiek. ‘En nieuwe maken ze niet.’
‘Dichter bij Italiaans dan pastoor Belaynesh krijg je ze niet,’ zegt mijn vader vrolijk. ‘Hij begrijpt de aard van ons volk. Je kunt hem daarbinnen alles vertellen en hij zal het je niet aanrekenen. Wat mij betreft is hij een cadeau van Bali.’
Pastoor Belaynesh komt het biechthokje uit en knielt naar het altaar. Hij wendt zich tot ons. Hij is tenger, jong en frisgewassen, als een katholieke olympiër op de cover van de folders van de missionarissen die tijdens de Week van de Roeping aan het einde van de kerkbanken worden neergelegd. Er zijn steeds minder Amerikaanse priesters, dus haalt de kerk postorderpriesters uit andere delen van de wereld, een beetje zoals de postorderbruiden tijdens de goudkoorts, maar dan natuurlijk zonder het huwelijkselement.
Oom Louie staat op. ‘Wat is er aan de hand, Padre?’
De brede glimlach van de priester verandert in een streepje. ‘De doopvont lekt.’
Ik haal mijn schetsblok uit mijn tas. We lopen achter de priester aan naar het zijaltaar. Oom Louie gaat op zijn knieën zitten om de vont te inspecteren terwijl ik de vorm ervan schets. Ik meet hem op terwijl oom Louie een zaklampje aanklikt. ‘Hier zit een haarscheurtje. Heb je dat, Jess? We kunnen het voor nu kitten en een nieuw bassin bestellen in Italië.’
‘Precies hetzelfde?’ De priester is bezorgd. Het laatste wat hij wil is dat hij de priester is die een detail van de kerk heeft veranderd.
‘Dat lukt wel, Padre. Wat vind jij ervan, Joe?’
Oom Louie kijkt naar mijn vader.
Mijn vader is schade-expert en regelt alle claims voor Cap Marmer en Steen. Mijn vader gaat op zijn knieën zitten en richt de zaklantaarn op de breuk. ‘Dat ziet eruit als een ongelukje. Ik ga de claim indienen, meneer pastoor.’
‘En wat de verzekering niet dekt, betaal ik,’ belooft oom Louie de priester.
Pastoor Belaynesh straalt van dankbaarheid. ‘Daar zal de bisschop blij mee zijn.’
‘Dat zien we graag, een extatische bisschop,’ zegt oom Louie.
De achterdeuren van de kerk gaan met een klap open. De middagzon die halverwege de hemel staat laat het middenpad opvlammen als een vuurbal en verlicht het altaar en de muur met het tabernakel erachter. Ik tuur in het licht. Vier mannen. Ze lopen synchroon door het licht als een boyband. Als ik aan het licht gewend ben, besef ik dat het mijn ex-man Bobby is, gevolgd door drie van zijn werknemers met een schort om van Bilancia Vleesproducten. In plaats van gitaren en microfoons slepen ze met kistjes wijn, glazen en borden. Ik vermoed dat ze de catering van een evenement verzorgen, want de laatste man, Peachy, een grappenmaker die al jaren voor hun familie werkt, sluit de rij met een grote schaal in zijn handen.
‘Excuseer,’ zegt de priester. ‘We hebben vanavond een bijeenkomst van de Columbus-ridders.’
‘Jezus van Kaasareth,’ grapt oom Louie. ‘Die drinken de wijn als water.’
De priester geeft oom Louie een flauw glimlachje. Mijn vader maakt oogcontact met Bobby, die naar oom Louie kijkt, en dan richt iedereen zijn blik op mij. O, dit is plotseling zo’n genante situatie die zich alleen voordoet in een klein stadje: ze peilen mijn reactie voordat ze aardig durven te doen tegen mijn ex-man.
Bobby Bilancia heeft een strak lichaam met brede schouders doordat hij halve koeien van haken tilt en ze in lucratieve puzzelstukjes snijdt die hij met een aardige winst verkoopt. Bobby is gespierd en lang, net als het robuuste standbeeld van Sint Michiel in de alkoof van het zijaltaar. Hij heeft zich niet laten gaan sinds onze scheiding, integendeel. De mouwen van zijn T-shirt staan onder spanning door zijn gespierde biceps, alsof hij ze met een fietspomp heeft opgepompt. Zijn gezicht is net zo imposant als zijn lichaam. Bobby heeft felblauwe ogen en zwart haar, een rechte Ierse neus en sensuele Italiaanse lippen.
‘Ha, Jess.’ Als Bobby niet op zijn gemak is, maakt hij zich lang en zet hij zijn borstkas op, als de bovenste helft van een ballonpoedel wanneer die in vorm wordt gedraaid.
‘Hoi, Bobby. Dat is een flinke schaal.’
‘Twee, zelfs. Met vleeswaren. Woon je nog bij je ouders?’
‘Ja.’
‘Ik heb een huis.’ Hij gaat zachter praten alsof hij aan het biechten is. ‘Aan het appartement kleefden te veel herinneringen.’
Ik vind het fascinerend dat mijn ex-man in zijn eentje van ons grote tweekamerappartement naar een huis is verhuisd. Toen we trouwden, wilde hij huren. Hij zei: ‘Laten we wat opzijzetten om voor een huis te sparen.’ Wat hij toen opzij heeft gezet, was voldoende voor een aanbetaling nu.
‘Prosciutto-roosjes met vijgen en capocollo.’ Peachy glimlacht naar me. ‘Jouw favorieten.’ Hij wendt zich tot de priester. ‘Waar wilt u de schalen met vlees, Padre?’
‘Kom maar mee,’ zegt de priester.
Ik zwaai zwak ten afscheid naar Bobby terwijl hij achter de priester aanloopt en de rest van de mannen in een rijtje achter hem aan gaat door de sacristie naar de hal van de kerk.
Oom Louie draait zich om en kijkt me aan. ‘Dat was niet gepland.’
‘Ik móést hem een keer tegen het lijf lopen.’
‘Maar op de plaats delict?’ Oom Louie kijkt op zijn telefoon. ‘Ik heb een dodenwake in Cape May. Sorry, meid. Neem de rest van de dag maar vrij om alles wat je nog moet doen af te handelen. Joe, kun je Jess een lift geven?’
‘Natuurlijk. Maar moet jij niet naar huis om je om te kleden?’ vraagt papa.
‘Nee, de smoking en het zwaard van de Columbus-ridders liggen in de achterbak. Op mijn leeftijd kan het elk moment gebeurd zijn. Binnen niet al te lange tijd is er nog maar één Columbus-ridder op een wit paard over. Hopelijk ben ik dat.’ Louie grinnikt en vertrekt.
‘Gaat het, Jess?’ Papa start de auto terwijl ik instap.
‘Ja hoor.’ De ontmoeting met Bobby Bilancia was onverwacht, maar doordat ik in een klein stadje ben opgegroeid was ik erop voorbereid. ‘Bedankt voor de lift, papa.’
‘We moeten toch naar dezelfde plek.’ Papa haalt zijn schouders op.
Mijn vader is een praktische man, maar zodra hij ergens van houdt, adoreert hij het. Hij is de ouder naar wie we in een crisis toe gaan. Toen ik besloot weg te gaan bij Bobby, ging ik als eerste naar mijn vader, voor advies hoe ik het mijn moeder moest vertellen.
‘Ga je je auto ooit laten repareren?’ vraagt papa.
‘Ik vind het fijn om met oom Louie mee te rijden. Tijdens de ritjes krijgen we al het werk af. En die lunches!’
‘Louie is inderdaad dol op eten.’ Papa glimlacht. ‘Hij heeft me een keer helemaal naar Pennsylvania meegenomen voor een hotdog bij Potts in Nazareth. Wist ik veel dat het twee uur rijden was. Chicago was nog dichterbij. Je moeder verwijt het me nog steeds.’
Mijn hele leven al hebben papa en ik onze diepgaande gesprekken in de auto. Nu ik in therapie ben, is het hoog tijd om mijn vader een paar moeilijke vragen te stellen. ‘Zijn mama en jij gelukkig?’
‘Ik heb een bepaalde opvatting wat je moeder betreft, en daarom zijn we nog bij elkaar. Het is mijn taak de dingen niet erger te maken.’
‘Je past je aan haar aan.’
‘Ja. En soms hou je het touw zo stevig vast dat je een blaar krijgt. Of je gaat bloeden. Niet elk huwelijk kan zo perfect zijn als dat van Chuck en June Piola, dat zijn gewoon heiligen. Ze hebben in zesendertig jaar nooit ruzie gehad. Dat vond ik altijd vreemd, maar nu zou ik mijn rechterbeen geven om zo vredig te leven.’
Mijn telefoon trilt. Een bericht.
BOBBY: Sorry, Jess. Dat was vreemd.
JESS: Maakt niet uit. Die schalen zagen er fantastisch uit.
* * *
Dat was het. Ik stop de telefoon in mijn zak.
‘Je lijkt erg op mijn moeder, Jess. Je bent een denker. Daarom koos ze jou als gezelschap toen ze stierf. Jullie begrijpen elkaar.’
Ik leun achterover en denk terug aan Bobby’s aanzoek. Toen heb ik misschien bepaalde voortekens genegeerd. Ik ging eerst naar oma Cap om mijn ring te laten zien, omdat de Caps opzichtiger zijn dan de Baratta’s en ze de grootte van de diamant belangrijk vond. Toen zij haar goedkeuring had gegeven, liep ik naar oma B om de ring te laten zien.
‘Oma B, ik heb nieuws!’ zong ik bijna toen ik de keuken binnenkwam. De oranje-avocadogroene kastjes glinsterden. Haar vloer was net geboend, de geur van citroenolie hing in de lucht. Oma B zat in haar stoel te slapen. Na de dood van opa B had ze zijn schommelstoel naar de keuken gebracht. Ze kocht een kleinere keukentafel en toverde de ruimte om tot een bakkershemel. Tijdens het rouwen bleef ze bezig. Als ze geen taarten, cakes of koekjes bakte, rolde ze gnocchi of kneedde ze het deeg voor pasta. Dat maakte ze altijd in de kelder, maar toen ze last kreeg van haar knieën, maakte ze alles in de keuken boven. Ik stond te popelen om mijn nieuws te vertellen. Ik ging tegenover haar aan tafel zitten wachten, tot het tot me doordrong dat ze niet sliep. Ik raakte in paniek, daarna wordt het vager. Ik herinner me dat ik niet kon ademen.
Papa’s stem onderbreekt mijn gedachten. ‘Je kwam me ophalen in de garage,’ zegt papa. ‘Je hoefde niets te zeggen. Ik wist het gewoon.’
‘Ze was zo wijs.’
‘Ze was niet dol op de Bilancia’s.’
‘En dat vertel je me nu pas?’
‘Had het wat uitgemaakt? Je had je zinnen op hem gezet.’
‘Vond jij hem aardig?’
‘Het is een aardige vent.’
‘Dat klopt. Maar vond je hem leuk voor mij?’
‘Je hebt een eenvoudige smaak. Je bent geen streber, je houdt van boeken en musea. Wat zal ik ervan zeggen? Dit is het probleem met de Bilancia’s: ze zouden nog geen kunst herkennen als je de Mona Lisa op hun hoofd kapotsloeg. Ze houden van geld. Ze hebben de eerste dollar nog die ze verdiend hebben met de slagerij.’
‘Het doel van zakendoen is winst maken,’ breng ik mijn vader in herinnering.
‘En dat doet Bilancia Vleesproducten ruimschoots, geloof me. Ik erger me aan hun houding. Ze hebben een paar keer laten doorschemeren dat wij misschien jouw grote bruiloft niet konden betalen en dat ze wilden helpen. Ik heb geen geld van ze aangenomen. Ik wilde dat ze wisten dat ze met jou een onschatbaar sieraad kregen en dat we niet omgekocht konden worden.’
‘Het was gewoon niet voorbestemd, papa.’
‘Dat was jouw keus.’ Papa rijdt onze oprit op.
Door het raam zie ik mama achter het fornuis staan. We lopen de keuken binnen, waar het naar boter, citroen en knoflook ruikt. Mama haalt kipfilet door broodkruimels en legt de schnitzel in de pan. Die sist in de olijfolie. ‘Bobby Bilancia heeft een huis gekocht,’ zegt mama zonder op te kijken.
‘Dat hoorden we,’ zegt papa. ‘We kwamen hem tegen in de kerk.’ Mijn vader kust mama op haar wang.
‘Jullie hadden hem moeten uitnodigen voor het eten. Ik maak zijn lievelingskostje.’ Ze zwaait met de spatel in de lucht alsof het een toverstaf is. ‘Dat waren nog eens tijden. Bobby vond mijn schnitzels zo lekker dat hij onze dochter haar lunch afpakte. Weet je nog?’
‘Philly,’ waarschuwt papa haar.
‘Is het te vroeg voor grapjes? We moeten lachen, anders sterven we van spijt. Wat vind je ervan dat Bobby een huis heeft, Giuseppina?’
‘Ik ben blij voor hem.’ Echt? Volgens mij wel.
‘Waarom heeft hij pas na de scheiding een huis gekocht? Ik snap het niet. Zijn eigen moeder is verbijsterd.’ Mama schudt haar hoofd. ‘Een splitlevel aan Ocean Avenue in Bilancialand is niet goedkoop. Moet je nagaan.’
‘De boulevardkant is leuker.’ Papa knipoogt naar me. ‘Wij hebben het meer.’
‘Ja, en muggen in de zomer,’ zegt mama. ‘Bilancialand is vooral beton.’
Papa kijkt me aan en drukt zijn vinger tegen zijn lippen als herinnering om niet te happen. Hij heeft net zo’n hekel aan ruzie als ik.
Zich nergens van bewust zegt mama: ‘Bobby zei tegen Babe dat hij de hele tijd al een huis voor Giuseppina wilde kopen.’ Ze zegt dit alsof ik er niet bij ben. ‘Nu zit hij in zijn eentje in een huis met het peperdure servies dat we je voor je huwelijk hadden gegeven. Wat moet Bobby met een twaalfdelig servies?’
‘Philly, kappen.’ Mijn vader maakt een cocktail van bourbon en ice tea. ‘Het zijn maar borden.’
‘In de hele geschiedenis van het instituut huwelijk is er nog nooit een vrouw vertrokken met alleen maar een koffer en haar telefoon.’ Ze draait zich af van de koekenpan en kijkt me aan. ‘Je hebt je huwelijkscadeaus achtergelaten alsof het oorlogswezen zijn. Schilderijlijsten van Michael Aram. Een Shark-stofzuiger. Ík heb niet eens het luxe model! De Kitchen Aid-mixer. Topklasse!’
‘Laat nou, Phil,’ zegt mijn vader zacht. ‘Daar hebben we het allemaal al over gehad.’
Ik loop de keuken uit voordat deze situatie een sneeuwbaleffect heeft en escaleert tot een lawine waaronder ik zal worden begraven. In mijn moeders versie word ik niet onder Alpensneeuw begraven, ik ga dood nadat ik door gekruide broodkruimels ben gehaald en gebakken als een kipschnitzel.
Ik glip de keldertrap af naar mijn appartement onder de keuken. Met elke stap op de smalle trap daalt de temperatuur. Het is hier zo koud dat ze me op een dag in mijn slaap zullen vinden, opgekruld als een rookworst. Dit appartement was gebouwd voor oma Cap, die twee weken voordat ze ernaartoe zou verhuizen overleed. Ze had me in vertrouwen verteld dat ze liever doodging dan in onze kelder te gaan wonen, en dat deed ze dus.
Ik haast me door de vochtige kelder en zet overal schakelaars om zodat er warmte wordt geproduceerd. Ik zet elke lamp aan om het hier te verlichten, ook de tl-balk uit de garage. Het maakt niet uit dat hij voor buitengebruik is en zo fel dat ik een blindedarmoperatie op mezelf zou kunnen uitvoeren in het licht ervan. Hij geeft koud blauw ledlicht, als in de parkeergarage van een winkelcentrum. Als ik mijn spiegelbeeld zie, heeft mijn huid een vreemde blauwgroene gloed die lijkt op de kleur van spataderen.
Onze kelders hebben twee functies. Als we er geen oud of onlangs gescheiden mens onderbrengen, gebruiken we ze als extra keukens en opslagruimtes. Geen enkele Italiaanse Amerikaan huurt opslagruimte. Dat vinden we zonde van het geld omdat we de spullen altijd ondergronds kunnen opslaan. Onze familie bewaart alles en gooit niks weg, want op een dag heb je precies dat nodig, of het nou vershoudpapier is, het plastic zakken zijn (er ligt een oneindige zak vol plastic zakken onder het aanrecht) of stukken aluminiumfolie (we hebben sinds 2009 geen nieuwe rol meer gekocht). Italiaanse Amerikanen geloven niet in recycling, omdat we nooit iets weggooien. Daarom kan mijn moeder de hoop niet opgeven dat ik naar Bobby terug zal gaan. Blijkbaar gooien we mensen ook niet weg.
Ik ga op het bed zitten en leg mijn laptop op een kussen. Ik klap hem open en log in op mijn Thera-Me-account. Ik wil dokter Sharon heel graag alles vertellen over vandaag. Voordat ik mijn wachtwoord intyp, denk ik even na. Ik sta op het punt om aan een volslagen onbekende die zich op een mij onbekende plek bevindt te vertellen dat ik naar Italië ga terwijl ik het mijn ouders nog niet eens heb verteld. Waarom?
Dat is een vraag voor de dokter, ook al weet ik het antwoord al. Ik ben bang dat mijn ouders me zouden overhalen om niet te gaan. Ze zouden zich zorgen maken als ik in een vreemd land zou zijn. Ze zouden zich al zorgen maken als ik me in een buurland bevond. In hun gedachten zou ik al dood zijn voordat ik bij het vliegveld was. En toch ga ik in hun kelder elke dag een beetje meer dood. Ik moet het aan iemand vertellen zodat Italië echt wordt, want ik ben al heel lang niet zo blij geweest. Dus typ ik mijn wachtwoord in. Een onbekende met een medische opleiding is een betere vertrouweling dan helemaal niemand.
Ik druk op ENTER.
Een berichtje, in een striptekening van het brein, meldt: dokter Sharon is niet beschikbaar. Klik hier om een afspraak te maken met dokter Raymond. Vul alsjeblieft oefening twee in.
Ik klap de laptop dicht. Dokter Sharon had niet gezegd dat ik afgescheept zou worden met dokter Raymond! Ik voel me verraden en pak mijn telefoon om me slechter te gaan voelen. Op Instagram zoek ik Bobby op. Ik heb zijn account gedempt toen onze scheiding definitief was. Onze trouwfoto’s staan nog op zijn profiel. Ik ga naar BERICHTEN en stuur er een.
Het was fijn om je te zien, Bobby.
* * *
Ik bekijk het bericht onderzoekend alsof het een diamant is en ik het aantal karaat wil schatten. Ik typ:
Ik mis je.