Hoofdstuk 8: Het grote geheim - Aan de oever van het Comomeer
By Adriana Trigiani
Nadat ik met toestemming van tante Lil het thuiskantoor van oom Louie heb doorzocht, komen Joe en ik terug in de keuken van onze moeder. We hadden tante Lil geholpen zich klaar te maken voor bed en hadden een kopje thee gezet. Ze was uitgeput en ging naar boven om te slapen. Nu ben ik degene die kapot is. Ik laat de zware plunjezak bovenaan de keldertrap vallen.
Mama klapt in haar handen. ‘Jullie zijn terug! Ik ga een pot koffie zetten.’
‘Nee, dank je. Ik heb bij tante Lil al gehad,’ zegt Joe.
‘Ik wil wel een kopje,’ zegt Connie terwijl ze op het bankje gaat zitten, dicht bij papa, die op zijn stoel aan de keukentafel zit.
‘Als ik dronk, zou ik zweren dat dit een interventie was,’ grap ik.
‘We willen een debriefing,’ zegt mama vriendelijk.
‘Morgen misschien, ik moet slapen.’ Wat ik echt moet doen, is oom Louies laptop doornemen.
‘We moeten praten,’ zegt papa.
‘Waarom? We hebben elkaar zo goed ontlopen, waarom zouden we dat verpesten?’ grap ik.
Er komt geen antwoord. Iedereen ziet er nerveus uit. Joe gaat naast Connie op het bankje zitten en gebaart dat ik op de stoel met de rechte rug aan de andere kant van de tafel moet gaan zitten.
‘Mam, waarom huil je?’ vraagt Connie.
Ik draai me om en kijk naar mijn moeder. ‘Je kunt geen lekkere koffie zetten met zout water,’ breng ik haar in herinnering. Ze schudt haar hoofd. Ik begin nerveus te worden. Wat is hier aan de hand?
‘We houden van je, Jess,’ zegt mijn vader.
‘Wat is er precies om van te houden?’ Ik stap achteruit en kijk naar mijn familie.
Geen kik, terwijl mijn moeder zich stort op het afmeten van koffie uit de bus, die ze in het filter van de percolator schept.
‘Pap, wil je je uitleven op een antwoord?’ Mijn vader kijkt naar de tafel. ‘Joe? Nee? Connie? Mam? Goed. Sta me toe. Ik ben jullie stumper van een kind. De bijna vierendertigjarige zonder enig tastbaar resultaat van een derde van haar kostbare leven. Ik ben alleen. Ik heb niets. Nou ja, mijn auto. Maar zelfs toen ik de sleutels erin liet zitten met een briefje pak maar, nam niemand de moeite hem te stelen. De enige baan die ik ooit gehad heb, een onbetekenende carrière, blijkt een façade voor een tweede bedrijf op de Kaaimaneilanden, geleid door een man van wie ik hield en die ik vertrouwde en die plotseling is overleden zonder instructies achter te laten. Hij heeft mij echter zijn bedrijven nagelaten, dus laat me mijn opmerking aanvullen. Ik heb wel iets. En nu word ik óf verantwoordelijk gehouden door de FBI of de belastingdienst, óf de griezels met wie Louie Cap zich had ingelaten maken de klus wel af. De angst die ik vroeger had is niets vergeleken met hoe bang ik op dit moment ben.’
Er valt een stilte in de keuken totdat Connie zegt: ‘Je therapie heeft effect.’
Hoe kan Connie dat nou weten? Het maakt niet uit. In oefening drie leerde dokter Mohammed me over een emotionele ondersteuning die ‘een krachtige houding’ heet. Ik neem die houding aan. Ik ga aan tafel zitten en leun naar voren.
‘Laten we helder zijn voor de toekomst.’ Ik leg mijn handen op de tafel.
Mijn moeder maakt een bord met de laatste sfogliatelle. ‘Hier.’ Ze zet de lekkernijen voor me neer. ‘Eet op.’
‘Ze zijn oudbakken.’
‘Ze worden niet oudbakken,’ werpt mama tegen. ‘Ze blijven vochtig van binnenuit. De vulling wordt niet hard.’
‘Ma, als ik zeg dat iets oudbakken is, vind ik het oudbakken en daarom eet ik het niet op. Ik wil je gebakjes van drie dagen geleden niet!’ schreeuw ik. Ik schuif het bord naar mijn vader.
‘Zo heb je ze voor mij ook verpest. Ik heb geen trek meer.’ Papa duwt het bord met sfogliatelle naar het midden van de tafel.
‘Hou op,’ zegt Connie zacht.
‘Waarmee?’ Ik wend me tot mijn zus. ‘Heb je een slechte dag gehad?’ vraag ik een tikje sarcastisch.
‘Ja, ik heb een slechte dag gehad,’ zegt Connie verdedigend. ‘Ik heb knallende koppijn. Ik ben hierheen gekomen omdat papa een noodgezinsbijeenkomst heeft georganiseerd, maar ik zou liever mijn kinderen naar bed brengen.’ Connie geeft me een tikje op mijn hand. ‘Maar ik ben hier voor jou.’
Uit de percolator ontsnapt een wolk stoom, om aan te geven dat de koffie klaar is. Mijn moeder haalt bedeesd de oudbakken gebakjes van tafel alsof die de echte reden voor mijn woede zijn. Ze deelt kopjes rond en vult de opgelaten stilte op met een observatie. ‘Louie Cap was een gecompliceerd mens.’
‘Zo gecompliceerd nou ook weer niet,’ zegt papa terwijl mama koffie voor hem inschenkt.
‘O, het is heel ingewikkeld,’ verzeker ik hem. ‘De FBI heeft het me uitgelegd. Joe, onderbreek me gerust als je iets toe te voegen hebt.’ Ik wend me tot mijn ouders. ‘Oom Louie heeft op mijn naam een tweede bedrijf opgezet waarop hij de restanten aan materiaal van Cap Marmer en Steen overschreef om extra winst te maken.’
‘Deed hij aan double-dipping?’ vraagt Connie.
‘Blijkbaar. Maar waarom staat alles op mijn naam?’
‘Omdat die moeilijk te spellen is,’ zegt mijn moeder zacht. ‘En omdat het niet zíjn naam was.’
‘Wist je van de Elegante Gangster?’ Mijn stem stokt, mijn hart bonkt. ‘Wist je ook dat hij daarover geen belasting betaalde?’
Papa en mama kijken weg alsof ze ergens schuldig aan zijn maar niet precies weten waaraan, en alsof ze het, ook als ze het wel wisten, niet aan me zouden vertellen. In plaats van naar adem te snakken, roep ik: ‘Kom op, ik wil alles horen wat je weet.’ Ik heb geen papieren zak nodig, ik heb alleen de waarheid nodig.
Mama heft haar handen. ‘Meer weet ik niet.’
Dat geloof ik niet. ‘Wil je zeggen dat hij het contante geld gewoon naar de Kaaimaneilanden overmaakte?’
‘Louie zei dat hij aan het diversifiëren was. Ik ging erin mee. Wat weet ik er nou van? Ik had er geen idee van dat hij jouw gegevens voor louche zaken gebruikte. Zouden we zo wonen als we de wet hadden overtreden? Dan zou ik een zwembad hebben! En een huisschilder.’
‘Hé,’ waarschuwt mijn vader haar.
Mama praat verder. ‘Louie had je gegevens al voor de loonlijst en hij vertelde ons dat hij jou tot enig erfgenaam van de nalatenschap van hem en Lil zou maken. Dus ik zag er niets kwaads in om hem dit adres, jouw naam en gegevens op de papieren te laten zetten. Het zou ten goede komen aan jou.’
‘Waarom heb je het me niet verteld?’
‘Louie vroeg het toen je wegging bij Bobby. Je was labiel. Ik wilde het niet erger maken.’
‘Ma, jij hebt het “erger maken” uitgevonden.’
‘De FBI heeft me een oprichtingsakte laten zien waarbij oom Louie een stempel met jouw handtekening heeft gebruikt,’ zegt Joe. ‘Waar had hij die vandaan?’
‘Ik gebruik een handtekeningstempel op mijn ontwerpen,’ leg ik uit. ‘Die lag in de Impala. In het handschoenenkastje.’
‘Louie zei dat hij een trust voor je wilde oprichten,’ zegt mijn vader. ‘Ik geloofde hem.’
‘Jij ook al?’ Ik wend me tot mijn vader, die ik mijn hele leven heb vertrouwd. Misschien gaf hij me niet altijd het antwoord dat ik wilde, maar hij vertelde me wel de waarheid. Ik ben stomverbaasd. ‘Ben jij er ook bij betrokken?’
Mijn vader zwaait met zijn armen alsof hij aan het verdrinken is en een strandwacht op het Como-strand alarmeert. ‘Ik ben zijn verzekeringsagent. Hij was een zakenpartner! Wat had ik moeten doen?’
‘Hem tegenhouden?’
‘Het opzetten van een trust voor de toekomst van zijn nichtje is toch geen misdrijf?’ Papa schudt zijn hoofd.
‘Er staat nog niet vast of de wet is overtreden,’ brengt Joe ons in herinnering, alsof dit een gratis adviesgesprek is op zijn advocatenkantoor. Waarom heb ik het gevoel dat ik precies krijg waarvoor ik betaal?
‘We vonden Louie heel gul. Hij en Lil waren altijd al op je gesteld,’ zegt mam.
‘Jess was hun lievelingetje,’ zegt Connie. ‘De dochter die ze nooit hadden gekregen.’
‘En op het eerste gezicht leek het een goed idee,’ argumenteert mijn vader. ‘Je moeder en ik waren bang dat je in de toekomst geld nodig had. We zorgden voor je. Voor je toekomst.’
‘Vooral na de scheiding. Je verliet Bobby zonder iets mee te nemen,’ brengt mijn moeder me in herinnering.
‘Ik had niets nodig! Ik was geen echtgenote meer en de rol van ouwe vrijster lag hier bij jullie thuis op me te wachten. Ik begon met koken, schoonmaken en jullie wonden verbinden. Elke familie heeft een ouwe vrijster nodig die haar leven opgeeft om haar familie een beter leven te geven.’ Ik pak de sfogliatelle op en gooi ze in de afvalbak.
‘Die waren nog lekker!’ schreeuwt mama.
‘Niet meer!’ roep ik.
‘Alsjeblieft, Jess. We weten dat je je eigen leven hebt, dat respecteren we,’ zegt Connie kalm.
‘Echt? Waar was je toen ik tranen met tuiten huilde in de kelder?’ Ik draai me om en kijk mijn ouders aan. ‘Connie en Joe maken zich minder zorgen over jullie welzijn omdat ze weten dat ik hier ben om voor jullie te zorgen, en dat ik doe wat er nodig is. Zoals met mama’s nieuwe knie en dat gedoe met papa’s schouder.’
‘We zitten nog niet in een rolstoel!’ brult mijn vader.
‘Ik zorg voor iedereen behalve voor mezelf.’ Ik ga zachter praten. ‘Ik geloof jullie niet als jullie zeggen dat jullie mijn belang voor ogen hebben. Jullie gebruiken me en verwachten dat ik dankbaar ben voor dat voorrecht.’
‘Zo klinken we als vreselijke mensen,’ zegt mijn moeder. ‘Ik wijt dit allemaal aan Louie. Hij heeft ons in emotionele verwarring achtergelaten! Als hij nog leefde, zou ik hem naar het Eiland sturen.’
‘Natuurlijk, ma. Hij wist precies wie je was.’
‘Ik was zijn zus!’
‘Zijn labiele zus,’ licht ik toe.
‘Labiel? Ik ben getrouwd met een ijsveegmachine,’ zegt pap zachtjes. ‘Op het werk noemen ze me Gladde Joe.’
‘Daar hebben we het. Het enige wat we in deze familie goed kunnen is het omschrijven van rollen. Zeg het dus maar gewoon: ik ben de ouwe vrijster. Ik ben zia Giuseppina geworden.’
‘Zo zou ik het niet willen zeggen,’ zegt papa.
‘Is dat niet het plan?’ Ik kijk naar mijn broer en zus. ‘Dat ik zo verbitterd en kwaad word over mijn eenzaamheid en me er zo comfortabel bij ga voelen dat ik als een zeepok verkalk op de cementen muren in de kelder en nooit meer wegga?’
‘Ik heb ze gestuukt,’ zegt papa onbeholpen.
‘Rustig maar, Jess. We zijn van plan om later ook te helpen met de zorg voor onze ouders,’ zegt Joe kalmpjes.
‘Echt? Jullie konden het niet van me overnemen toen Lisa Natalizio me uitnodigde voor een meidenweekendje op de Bahama’s.’ Ik wend me tot Connie. ‘Jij had turnen.’ Ik kijk naar mijn broer. ‘Jij had kaartjes voor een basketbalwedstrijd. Ik ben niet gegaan omdat er niemand kon komen helpen.’
‘Je had best kunnen gaan,’ zegt mama.
‘Om terug te komen en jullie in je eigen viezigheid aan te treffen?’
‘We zijn nu weer helemaal hersteld,’ zegt papa.
‘Laten we deze situatie eens eerlijk bekijken,’ begin ik. ‘Jullie wonen allebei op een uur rijden afstand, langer als het druk is op de weg. Over tien jaar, als mama bijna tachtig is en papa nog ouder, zitten jullie kinderen op de middelbare school of ze studeren. Dan hebben jullie helemaal niet de tijd om voor ze te zorgen.’
‘Gooi het bijltje er dan maar bij neer en stop ons gewoon in een tehuis!’ roept mijn moeder.
‘Dat gaan we niet doen, ma,’ beloof ik haar.
Connie kijkt naar me. Joe kijkt naar Connie. Ondanks onze verschillen zijn we bij dezelfde ouders opgegroeid. Ik weet hoe ze zich voelen. In veel opzichten zijn we drie onbekenden die getuige waren van hetzelfde auto-ongeluk en tot dezelfde conclusie zijn gekomen over wie er schuldig aan was. We mogen dan ruziën, maar we hebben nog nooit een van ons naar het Eiland gestuurd. We kunnen vrij goed problemen oplossen en houden ons hoofd koel, een eigenschap die onze babyboomer-ouders heeft overgeslagen.
‘Daar heb je een punt, Jess.’ Connie zucht. ‘We hebben niet vooruitgedacht.’
‘We denken helemaal niet,’ houd ik vol. ‘We zijn niet voorbereid op de toekomst. En ik weet niet wat er overblijft van oom Louies geld als de FBI en de belastingdienst de rekening hebben opgemaakt, dus misschien kan ik helemaal niet helpen. Ik heb het gevoel dat ik uiteindelijk met minder zal eindigen dan waarmee ik begon.’ Ik zou willen huilen, maar dat zou te veel energie kosten. Mijn leven is nooit van mij geweest, en op dit moment is het dat nog minder. Mevrouw Cartegna wacht op mijn aanbetaling voor het appartement in Hoboken, maar nu het bedrijf onder de loep van de FBI ligt, kan ik misschien geen appartement meer kopen. In plaats van dit toe te geven aan mijn familie, ga ik verder. ‘Ik heb wat geld gespaard, maar ik zou de kelder nog niet gaan verhuren als ik jullie was.’
‘Je hebt je gevoel voor humor nog steeds.’ Papa schudt verdrietig zijn hoofd.
‘Dat verdwijnt vast ook nog wel,’ verzeker ik hen. ‘Weet je, ik wist voordat oom Louie overleed dat ik de enige erfgenaam ben van tante Lil en hem –’
‘Waarom straf je ons dan omdat wij het wisten?’ onderbreekt mama me verbijsterd.
‘Omdat jullie dingen voor me geheimhielden en beslissingen namen zonder mijn inbreng. Jullie behandelen me als een kind of als een volwassene die tegen zichzelf beschermd moet worden. Joe? Connie? Heb ik gelijk of niet?’
Ze knikken.
‘Dat is het fundamentele probleem. Jullie zien me niet.’
‘Ik kijk je aan, Jess.’ Mijn vader klinkt zielig. ‘Waar heb je het over?’
Ik wend me tot Connie en Joe. ‘Jullie ouders hebben jullie privégegevens niet doorgegeven in ruil voor een niet nader genoemd bedrag, en zonder dat jullie ervan wisten.’
‘Zestien jaar werken bij Cap Marmer? Dat verdiende wel een beloning.’
‘Ik zou me prima hebben gered, papa.’
‘Vertel haar alles maar, Philly.’ Mijn vader is gelaten. ‘Ze komt het toch wel te weten. Ze heeft een tas vol informatie bij Louie vandaan gehaald. Ze komt er wel achter wat we hebben gedaan.’
Ik ga zitten, bang dat mijn benen me niet zullen houden.
‘We hebben ons testament veranderd,’ begint mama. ‘Eerst kregen jullie alle drie even veel.’ Mijn moeder pakt mijn handen. ‘Maar je vader en ik zijn naar je broer en zus gegaan om te vragen of we jou het huis konden nalaten.’
Ik wend me tot mijn moeder. ‘Waarom zouden jullie me het huis geven?’
‘Omdat we met het geld uit jouw studiefonds de rechtenstudie van Joe hebben betaald,’ flapt mama eruit.
Ik word gevoelloos. Joe staat op.
‘Wat?!’ schreeuwt mijn broer, die nooit zijn stem verheft. ‘Ik dacht dat jullie me jullie spaargeld hadden uitgeleend. Ik heb jullie terugbetaald! Waar is dat geld?’
‘Dat zit in het dak. In de materialen voor de verbouwing van de kelder. Philly’s auto hield ermee op. De begrafenissen van onze ouders. Vier. Connies bruiloft. Jess’ bruiloft. Wat moet ik zeggen? Het telde snel op. Ineens kregen we allemaal onverwachte rekeningen, toen werd ik vijfenzestig en in plaats van een loonsverhoging boden ze me dezelfde baan voor de helft van het geld. Ik heb die slechte deal aangenomen.’ Papa is rood aangelopen van schaamte, maar hij vertelt verder. ‘We wilden Jess haar spaargeld geven toen ze eindexamen had gedaan, zodat ze naar Rutgers kon. Dat was het plan. Maar toen ging jij rechten studeren, Joe, en moesten we kiezen.’
Ik geloof mijn oren niet, maar ik concentreer me, omdat ik wil begrijpen hoe ze me dit konden aandoen.
‘Maar er was een lichtpuntje.’ Mama kijkt omhoog. ‘Toen ging je naar Montclair State en je leek gelukkig. En al snel kreeg je wat met Bobby Bilancia en toen dachten we: ze wil dicht bij huis blijven om tijd met Bobby door te brengen, dus het was een win-winsituatie.’
Ik druk mijn hand tegen mijn mond om niet te gaan gillen.
‘Het is een familiepot; zo zien we het. Wat er is, delen we. Het is van ons allemaal.’ Mijn vader schraapt zijn keel.
‘Toen bedachten we die regeling met het huis in ons testament.’ Mama kijkt naar mijn vader. ‘Dus in plaats van je het geld te geven toen je ging scheiden, betaalden we de hypotheek af met wat er over was van wat Joe ons had terugbetaald voor zijn studie en ons gedeelte van de verkoop van oma B’s huis aan neef Carmine. Toen besloten we Connie en Joe te vragen of we jou het huis konden nalaten. Op een dag zul je dit allemaal bezitten, vrij en onbezwaard. Tenzij we te lang leven en de overwaarde moeten verzilveren.’
‘Dat gaan we nooit doen, Phil. Hou op.’
‘Ik wílde de kans en de ervaring om ver weg te gaan studeren. Dat had ik nódig.’ Ik laat mijn ongeloof los, dat plaatsmaakt voor mijn woede.
‘In die gemengde studentenhuizen van een universiteit gebeurt er van alles. En daar was je niet tegen opgewassen,’ houdt mama vol. ‘Je had paniekaanvallen! Hoeveel papieren zakken zijn er in dit huis niet doorheen gegaan?’
‘Misschien zouden mijn paniekaanvallen zijn genezen als ik op eigen benen had gestaan. Ik had alleen dit kleine hoekje van de wereld gezien en ik wilde meer. Ik zou niet met Bobby zijn getrouwd als ik was blootgesteld aan de wereld.’
‘Dat moet je niet zeggen. Je was dol op hem.’
‘We gaan het niet over iets anders hebben, ma. Dat was míjn geld! Ik heb zomers lang gewerkt. Op afschuwelijke kinderen gepast. Eentje heeft me gebeten, ik heb er nog een litteken van. Ik heb sinds mijn twaalfde gras gemaaid. Elke keer dat ik contant geld kreeg, op mijn verjaardag, voor mijn vormsel, wat dan ook, rukte je het uit mijn handen en ging het naar mijn studierekening. Je zei dat mijn geld veilig was. Toen jullie het dak en de oven moesten vervangen, zei je dat papa mijn geld op jullie rekening moest storten om een extra hypotheek te kunnen afsluiten met mijn spaargeld als onderpand.’
‘Dit hoor ik voor het eerst.’ Mijn broer kijkt naar mijn ouders. Joe is net zo geschokt door hun verraad als ik.
‘Jullie wilden me hier in de kelder houden zoals nicht Marina Bustagrande op zolder wordt vastgehouden!’ schreeuw ik.
‘Marina is ziekelijk verlegen,’ legt mama uit. ‘Dat is een totaal andere pathologie dan jouw problemen.’
‘Jullie behandelden me alsof ik beschermd moest worden, terwijl ik juist avontuur nodig had. Waarom dachten jullie dat ik het niet zou redden op Rutgers terwijl ik magna cum laude ben afgestudeerd aan Montclair State en tegelijkertijd fulltime werkte? Ik ben getalenteerd!’ Ik kan niet ademen. Mijn moeder springt op en haalt een bruine papieren lunchzak die ze in de la bewaart. Ze geeft hem aan me.
‘Adem in de zak!’ beveelt mama.
Ik sluit mijn ogen en houd de zak vast. Ik maak hem niet open. In plaats daarvan adem ik zelfstandig in. Ik mag op dit moment geen zwakte tonen.
‘Vergeef ons. We wisten dat het niet ideaal was’ – mijn moeder steunt haar hoofd in haar handen – ‘maar we wilden de familienaam beschermen.’
‘Welke naam?’ Ik hou mijn woedende gevoel vast. ‘Stop met die aanstellerij! De naam Capodimonte staat alleen op de zijkant van een grindvrachtwagen. Hij stond niet op de Magna Charta. Saint Patrick’s Cathedral is niet gefinancierd met jouw meisjesnaam als onderpand. Jullie familie heeft de Verrazzano-Narrows Bridge niet gebouwd. Onze familie heeft geen naam die iemand zich herinnert, laat staan kan spellen, tenzij ze in een tweedehandswinkel een lamp zoeken gedecoreerd met keramische bloemen! De Capodimontes hebben generaties lang in een Italiaanse groeve in de rotsen gehakt, waarna ze hierheen kwamen om in leisteen te hakken, tot we erachter kwamen hoe we het marmer konden verkopen. We zijn hardwerkende Italiaanse Amerikanen die alles goed hebben gedaan. Er was een tijd waarin goed goed genoeg was omdat we elkaar hadden. Ik dacht niet dat we bijeen werden gehouden door onze bankrekeningen, of ons verlangen om ze vol te storten. Ik dacht dat we een missie hadden. Om… om van elkaar te houden.’ Ik kijk naar mijn familieleden. Hun gezichtsuitdrukkingen zijn als verstijfd, tot mijn moeder besluit om tegen me te schreeuwen.
‘Mijn god! Goed dan! We besloten je broer te helpen.’ Mijn moeder gaat harder praten, heftiger. Meer in de verdediging. ‘We zagen een kans om het beter te doen. Om eindelijk een professional in de familie te krijgen. En was dat niet handig toen de FBI bij ons op de stoep stond?’
‘Ik wil het goed begrijpen. Het excuus van de economische crisis was verzonnen! Mijn geld zat in de kapitaalmarkt. Die herstelde zich weer! Het geld was niet verdwenen, jullie hebben het gestolen.’
‘Jess, je krijgt al je geld terug en nog meer, wanneer wij dood zijn en jij het huis verkoopt,’ probeert papa.
‘Wat van mij was, was nooit van mij. Jullie hebben me mijn toekomst afgenomen en haar aan jullie zoon gegeven omdat hij belangrijker is dan ik. Jullie zijn vrouwenhaters!’
‘Hé,’ zegt mijn vader op waarschuwende toon.
‘Jullie helpen je zoon, niet je dochters.’
‘Ze hebben mijn bruiloft betaald,’ zegt Connie zacht. ‘Daar ben ik dankbaar voor.’
‘En die van mij, voor de helft. Mama is gezwicht en heeft hem samen met de Bilancia’s betaald, dus ik sta tot het einde der tijden bij hen in het krijt voor dat ijssculptuur van een gigantisch hart boven de tafel met schaaldieren, die we niet nodig hadden en nauwelijks konden betalen.’
‘Ik dacht dat ik die schaaldieren had betaald.’ Papa kijkt mama kwaad aan. ‘Ik wist hier niets van.’ Mijn vader leunt achterover.
‘Wat voor oplichterij er ook nog achteraankwam! Het gaat om het volgende: jullie hebben míjn geld besteed aan júllie zoon, terwijl het helemaal niet van jullie was! En dan te bedenken dat ik zonder klagen in dat hol onder het huis heb gewoond.’
‘Gratis,’ fluistert mama. ‘Je betaalde geen cent huur.’
‘Ga jij er maar wonen, ma. Je zou het nog geen nacht volhouden. Je zou me moeten betalen om er te wonen. Oma Cap ging dood om niet naar dat appartement te hoeven verhuizen.’
‘Zeg dat niet!’ De tranen stromen over mijn moeders wangen.
‘Ik heb geprobeerd de kelder mooi te maken voor haar, en daarna voor jou,’ zegt mijn vader verdrietig.
Mijn hart begint te breken. Ik schud mijn hoofd. Zo pakken ze je, Jess. Op je medelijden. ‘Pap, je hebt het inderdaad geprobeerd. Ma, jij niet echt. Jullie zeggen heel makkelijk wat jullie voor me doen, maar jullie erkennen niet wat ik voor jullie doe. Vriendelijkheid is wederkerig.’
‘Ik voel het mes heel goed,’ zegt mama. ‘Je kunt het net zo goed direct in mijn kloppende hart steken.’
‘Wist tante Lillian het?’ vraagt Connie. ‘Van oom Louie?’
‘Het maakte Lil niet uit wat Louie deed zolang hij zijn schoenen maar uittrok als hij het huis binnenkwam,’ zegt mama vermoeid. ‘Dat hoogpolige tapijt uit 1986 is nog net zo nieuw als toen het werd gelegd.’
‘Tante Lil heeft haar eigen geld,’ bevestigt Joe. ‘Ze vertelde me dat ze Louies “stijl van zakendoen” zoals ze het noemde niet vertrouwde. Ze heeft jarenlang geld opzijgezet en ze zit er warmpjes bij.’
‘Ze was in 1977 topverkoopster van Avon in New Jersey,’ zegt mama. ‘Lil is zelfstandig. Dat moet ik haar nageven. Mijn broer had zijn eigenaardigheden, dus ik deed wat ik moest om met hem om te kunnen gaan. Het was niet makkelijk. Ik ben het zat om bekritiseerd te worden om het feit dat ik Louie af en toe een paar weken naar het Eiland stuurde.’
‘Ma, het was vijfenhalf jaar,’ verbeter ik haar.
‘Kijk naar de feiten. Louie zorgde voor je.’ Mijn vader maakt het smalende ma che vuoi-gebaar. ‘Jess. Je hebt Italiaans gestudeerd. Wat wil je daarmee gaan doen?’
‘Italiaanse cultúúr, pap. Marmer! Ontwerp! Antiek! Kunst! Het familiebedrijf! Door mijn studie kon ik ontwerpen voor klanten maken. Ik werk hard.’
‘Daar twijfel ik niet aan. Maar toen je je huwelijk opblies, heeft Louie je gered,’ houdt mama vol. ‘Vergeet dat niet. Je scheiding was de oorzaak van dit allemaal. Je gaf je leven op, maar waarvoor?’
‘Ik heb mijn leven niet opgegeven, ik ben opnieuw begonnen. Volgens dokter Sharon was de scheiding juist positief – het was de enige beslissing die ik kon nemen om mezelf te redden. En het was de juiste beslissing. Ik werd niet gestoord van het einde aan mijn huwelijk. Dit!’ Ik beweeg mijn handen door de lucht net als mijn vader zojuist deed. ‘Hier word ik gestoord van!’
Ik sta op, ga naar de kelder en sleep de plunjezak mee. Ik heb geen idee hoelang ik al op bed lig als ik mijn ogen opendoe en zie dat Joe en Connie zich over me heen buigen.
‘Ik wist niet dat het jouw geld was, Jess,’ zegt mijn broer zachtjes.
‘Ik geloof je.’
‘Je hebt ook nooit geluk,’ zegt mijn zus.
‘Connie, jouw naam werd vanavond niet eens genoemd. Ze schenken ons niet dezelfde aandacht als Joe.’
‘Joe is de eerstgeboren zoon. Ik wilde in een winkel werken en een gezin stichten,’ zegt Connie. ‘Mijn droom is uitgekomen. Dat zou jou ook moeten gebeuren. Kunnen we iets voor je doen?’
De treden kraken als mijn ouders de smalle keldertrap afkomen. Papa stoot bijna zijn hoofd tegen het lage plafond, ook al heeft hij het er zelf in gezet. Ze houden afstand en wachten tot ze bij het gesprek betrokken worden. Mijn vader is tweeënzeventig en mijn moeder negenenzestig, maar in het felle licht lijken ze nog ouder.
‘Mogen we erbij komen?’ vraagt mama.
Papa kijkt naar de linoleumvloer. ‘Sorry, Jess. Ik snap dat je jouw zaken – uit het verleden, de huidige en toekomstige – op eigen houtje had kunnen regelen zonder onze bemoeienis. We hadden naar je toe moeten komen voor dat studiefonds, maar op dat moment waren we de behoeften van onze kinderen aan het knippen en plakken. Zo’n beetje zoals dat moodboard dat je hebt gemaakt. Een stukje hier. Een stukje daar. Soms hielden we dit gezin bij elkaar met gebeden en lijm. Soms doe je dat als ouder: je doet iets voor de een wat ten koste gaat van de ander, het is net jongleren. Maar terwijl we dat deden, hebben we je onderschat. En eerlijk gezegd is dat onvergeeflijk gedrag van je vader, die zijn geld verdient met het vaststellen van de waarde van dingen.’
‘Pap, ik houd je verantwoordelijk. Mam, ik houd jou ook verantwoordelijk.’
‘Ik vind het zo naar voor je,’ zegt Connie huilend. ‘Je bent niet met respect behandeld.’
‘Ik voel me vreselijk.’ Mama heeft haar armen om haar buik geslagen.
Wat kan de energie in een gezin toch veranderen door de waarheid. Ik voel dat mijn longen zich openen. ‘Als je respect hebt voor iemand, neem je aan dat die de best mogelijke beslissingen voor zichzelf kan nemen op basis van de informatie die diegene op dat moment heeft. Toen het mijn beurt was om te gaan studeren, hadden jullie het geld nodig voor Joes rechtenstudie. Als jullie me hadden gekend, hadden jullie geweten dat als jullie me de situatie hadden uitgelegd en me om het geld hadden gevraagd, ik jullie mijn laatste cent zou hebben gegeven. Zonder verdere vragen. Maar jullie vonden me niet competent genoeg om het te vragen. Al die jaren dacht ik dat ik geen recht had op mijn eigen dromen, omdat die nooit leken uit te komen. Nu weet ik waarom dat zo was.’
We blijven zwijgend zitten totdat mama zegt: ‘Giuseppina, ik wil dat je boven slaapt.’
‘Het gaat prima.’
‘Maar niet lang meer.’ Ze wendt zich tot papa. ‘Ze heeft gelijk. Dit is een krot en ik ruik uitlaatgassen.’
Papa ademt in. ‘Ik heb de motor van de grasmaaier in de voorraadkast gezet. Het is gewoon motorolie. Daar ga je niet dood aan.’
Papa en mama lopen de trap op, naar de keuken.
Terwijl ik ze nakijk, komt in me op wat ik moet gaan doen.
Ik kijk naar Connie en Joe. ‘Laat ze het souterrain niet verhuren. Het is hier vreselijk. Soms moet een kelder gewoon een kelder blijven.’
Joe zit op het voeteneind van het bed. Hij kijkt naar Connie, die op de tuinstoel zit en hem naar het bed schuift. Ze kijken me aan.
‘Waar ga je naartoe?’ vraagt Joe.
‘Ik laat het jullie weten als ik er ben.’ Ik leun tegen de kussens en adem de vage geur van motorolie in, die me de kelder uit en mijn nieuwe leven in zal jagen.