Epiloog: 2017 - De geheimen van Parijs
By Fiona Valpy
DE TENTOONSTELLING IS EINDELIJK klaar. Als ik de zaal verlaat om naar mijn collega’s in de bar om de hoek te lopen voor een drankje om het te vieren, doe ik de lichten uit. Bij het laatste knopje aarzel ik.
In het midden van de donkere zaal is de vitrine nog verlicht, het licht valt op de piepkleine zilveren kraaltjes langs de halslijn van de nachtblauwe jurk. Op afstand zou je denken dat hij uit één stuk stof is gemaakt. Pas als je van heel dichtbij kijkt, zie je de waarheid.
Ik begrijp haar nu een beetje beter: de waarheid over mijn grootmoeder en oudtante; de waarheid over mijn eigen moeder; de waarheid over mezelf.
Deze buitengewone jurk – dit deel van de levende geschiedenis – heeft me geholpen het verhaal van Claire en mijn oudtante Harriet te vertellen. Het waren gewone mensen, maar de buitengewone tijd waarin ze leefden maakte dat zij ook buitengewoon werden. Hoe moeilijk het ook werd, hoe donker het ook werd, ze hebben nooit opgegeven.
En hun verhalen hebben geholpen licht op de waarheid van mijn moeder te werpen. De mist die al die jaren om mijn gevoelens voor haar heeft gehangen is eindelijk opgetrokken en heeft ruimte gemaakt voor medeleven. Zij was de dochter die Claire en Larry kregen, laat in het leven, nadat Claires lichaam eindelijk genoeg was hersteld om een kind te kunnen baren.
Ze noemden haar Felicity, naar de vreugde die ze hun bracht, en ze projecteerden al hun hoop op haar. Maar misschien droeg ze tevens de last van hun schuldgevoel en verdriet. Was dat iets wat via haar genen was overgedragen? Of werd het doorgegeven op andere manieren, subtiel ingrijpend, op manieren die Claire niet kon voorkomen? De nachtmerries, het trauma, de kennis dat mensen in staat zijn tot dergelijke onmenselijkheden? Lagen ze er allemaal nog, onder Claires huid vol littekens, die diepere littekens die nooit konden helen? En heeft mijn moeder die opgepikt, op een onbewust niveau?
Ik besef ook dat ondanks al het andere dat ze hebben meegemaakt, mijn grootmoeder en oudtante nooit hebben hoeven ervaren wat het is om in hun donkerste dagen en nachten in de steek gelaten te worden: ze waren er om elkaar te steunen en troosten, wat er ook gebeurde. Misschien dat dat daarom het sterkste gevoel van allemaal is: het gevoel dat je niet alleen op de wereld bent. En misschien had mijn moeder daarom toen ze in de steek werd gelaten, eerst door haar ouders die stierven en toen door de echtgenoot die vertrok en haar alleen liet met de dochter die hen samen had moeten brengen, de veerkracht niet om door te gaan. Verlating heeft haar hart gebroken.
Ik weet zeker dat Claire enkel probeerde haar eigen kind te beschermen, mijn moeder, door haar niet te vertellen wat er in de oorlog was gebeurd. Het enige wat mijn moeder wist was dat het op de een of andere manier iets vreselijks, schaamtevols was, iets waar nooit naar werd verwezen door haar ouders voor het geval de helende littekens dan zouden worden opengescheurd. En ze wist de naam van haar tante Harriet. Ik vraag me af of ze Harriets verhaal kende. Heeft Claire ooit over het schuldgevoel gesproken? Was Felicity zich ervan bewust dat haar beide ouders zich verantwoordelijk voelden voor het lijden en de dood van de vriendin en zus van wie ze zo veel hielden? Was mij de naam van mijn oudtante geven een poging van mijn moeder om het verleden recht te zetten?
Had mijn moeder het hele verhaal maar gekend. Misschien zou ze het dan hebben begrepen. Misschien zou ze zich dan niet zo alleen hebben gevoeld. Dan zou ze hebben gevoeld, zoals ik dat doe, dat hoe donker de nacht ook zou worden, ze erdoorheen zou komen. Omdat ze zou hebben geweten dat Harriet en Claire deel van haar waren, net zoals ze deel zijn van mij.
Ik denk aan de drie jonge vrouwen op de foto die me hierheen hebben gebracht om hun verhaal te vertellen. Hun gezichten komen me nog bekender voor nu ik weet dat ze verder leven. Mireilles ogen sprankelen van dezelfde humor en vriendelijkheid die ik in de ogen van mijn vriendin Simone zie, de vriendin die nog in leven is omdat haar grootmoeder mijn grootmoeder al die jaren geleden het leven heeft gered.
Ik zie in mijn grootmoeder Claire de liefdevolle vriendelijkheid die ook te zien is op de foto van mijn moeder waarop ze mij als kleine baby in haar armen heeft.
En dan is er mijn oudtante, naar wie ik ben vernoemd. Harriet, die de naam Vivienne aannam omdat ze zo vol leven was. Ik weet dat ik een beetje van haar moed heb. Ik weet dat ik als het nodig is zal opstaan en het gevaar onder ogen zal zien. Ik zal niet op de vlucht slaan. Ik zal vechten voor wat het belangrijkst is. Voor het leven.
Ik maak het medaillon dat ik om mijn hals heb open en kijk naar de foto’s van mijn grootmoeder Claire en mijn oudtante Harriet die er veilig zijn opgeborgen.
Het licht in hun ogen glinstert, zelfs in de duisternis van de schaduwen die hun gezichten op de kleine zwart-witfoto’s deels verduisteren. Net zoals de zilveren kralen nog glinsteren op de halslijn van de jurk wanneer ik het laatste licht in de zaal uitdoe en de vitrine donker wordt.
En als ik dan de deuren van de tentoonstelling achter me sluit, voel ik dat ze bij me zijn, Claire en Vivi, door al die jaren heen reiken ze een hand naar me uit om de mijne te pakken en fluisteren: ‘Stil maar. We zijn samen. Het komt allemaal goed.’