Hoofdstuk 12: 1941 - De geheimen van Parijs
By Fiona Valpy
ALLE HOOFDEN DRAAIDEN TOEN mademoiselle Vannier met het nieuwe meisje binnenkwam. De naaimachines vielen stil en de naaisters stopten met kletsen, en in de stilte die volgde liet Mireille een stalen speld vallen waarmee ze een blouse in elkaar aan het zetten was. Hij viel met een zachte tik op de vloer. Ze boog zich snel voorover om hem op te rapen voordat hij in een kier tussen de houten vloerplanken zou vallen en verloren zou gaan: materiaal was schaars en duur nu al het metaal naar de munitiefabrieken in Duitsland ging.
Toen ze zich weer oprichtte was mademoiselle Vannier de nieuwe naaister aan het voorstellen. ‘Meisjes, dit is Vivienne Giscard. Ze komt van een atelier in Lille, waar ze waardevolle ervaring heeft opgedaan met werken met chiffon. Ze zal bovendien Claire gaan helpen met boordsel en kralen. Ze verblijft boven in het appartement. Zorg allemaal dat ze zich welkom voelt.’ Mireille legde haar werk opzij om plaats voor Vivienne aan tafel te maken, en iemand schoof een stoel aan. Vivienne glimlachte naar haar nieuwe collega’s, zette haar naaimand neer en trok een keurig gesteven witte werkjas aan.
Mireille was direct ingenomen met de nieuwste aanwinst in het team. Ze had grote, lichtbruine ogen en lang, koperkleurig haar dat ze in een dikke vlecht droeg om het van haar werk weg te houden. Het zou leuk zijn om een nieuwe huisgenoot te hebben, helemaal nu de andere meisjes waren vertrokken en ze er alleen met Claire woonde. Hun pad leek hen steeds meer een andere richting op te sturen en de afstand tussen hen voelde groter dan ooit. Misschien dat de aanwezigheid van een nieuw meisje zou helpen de sfeer wat lichter te maken.
Die avond aten de drie meiden samen, en Vivienne toverde als afsluiting van de maaltijd van soep met brood een reep chocolade tevoorschijn. ‘Een van de voordelen van het feit dat Lille tegenwoordig bij België hoort!’ zei ze terwijl ze de verpakking met daarop de Côte d’Or-palmboom en -olifant opende. ‘Ze maken echt heerlijke chocolade, als ze aan ingrediënten kunnen komen.’
Het water liep Mireille in de mond in afwachting van de lekkernij, en ze slaakte een zucht van genot terwijl ze een blokje in haar mond stak en het op haar tong liet smelten. ‘Ik kan me niet heugen wanneer ik zoiets lekkers heb geproefd. Hoe ben je eraan gekomen?’
Vivienne glimlachte, en haar grote ogen leken haar hele gezicht te verlichten. ‘Het was een afscheidscadeautje van mijn familie. Volgens mij dachten ze dat er niets te eten is in de grote boze stad.’
‘Nou, daar hebben ze wel gelijk in,’ lachte Mireille, gebarend naar de lege soepkommen en resterende kruimels op de broodplank, alles wat er over was van hun karige avondmaal. ‘Is je familie nog in Lille?’
‘Mijn ouders wonen er ten noorden van.’ Vivienne maakte een vaag handgebaar en gaf de reep chocolade nogmaals door.
‘Heb je broers en zussen?’ vroeg Claire, die nog een blokje in haar mond stak.
‘Alleen een broer. En jullie?’
Mireille had terwijl de meiden zaten te kletsen niet alleen genoten van de chocolade, maar ook van hoe er die avond een nieuwe vriendschap werd gedeeld, en die smaakte beter dan wat de beste Belgische chocolatier ooit zou kunnen fabriceren. Claire zag er ook gelukkiger en ontspannener uit nu er een nieuwe huisgenoot was om de gespannen stilte te doorbreken, ongrijpbaar en kil als de mist die boven een rivier hangt en die het appartement de voorgaande weken was binnengedrongen.
Behalve dat ze de kloof tussen Mireille en Claire dichtte, bracht Vivienne ook nieuws met zich mee over het compleet andere Frankrijk dat achter de stadsgrenzen lag.
‘Toen Hitlers leger oprukte is Lille belegerd. Het waren angstaanjagende dagen. Het Franse garnizoen heeft dapper gevochten en heeft lang genoeg stand weten te houden om de troepen uit Duinkerken de kans te geven te evacueren. Maar uiteindelijk was de macht van de nazi’s te overweldigend. Ze reden met hun tanks naar het centrum van de stad en onze troepen konden niet anders dan zich overgeven. Duizenden soldaten werden als krijgsgevangenen over de Grand’Place gedirigeerd. Het was een stoet van uren.’ Vivienne schudde haar hoofd bij de herinnering aan het tafereel. ‘En toen werden al die duizenden mannen weggevoerd. En toen was het ineens niet langer onze Franse stad. De Duitsers trokken een streep op hun landkaart en besloten dat Lille nu onder Belgisch bewind viel. We hebben een aantal verbijsterende jaren achter de rug.’
Vivienne vertelde hoe ze was gedwongen in de garenfabriek te werken, waar ze garen voor de oorlogsinspanningen van de nazi’s moest fabriceren. ‘Maar het lukte me wat extra geld te verdienen met het verstellen van kleding. Er waren geen nieuwe kleren verkrijgbaar en ik kon mijn buren en vrienden ermee helpen. Ik kan ondertussen als geen ander jurken van jassen en rokken van jurken maken. Ik heb zelfs een pakje voor de Comtesse de Rivault gemaakt uit een stel gordijnen dat ze uit haar huis had weten te redden voordat het werd gerekwireerd voor Duitse officiers. Zij heeft me aan mijn werk hier bij Delavigne Couture geholpen. Ze was voor de oorlog een goede klant.’
Toen Mireille die avond in bed lag en wachtte tot de slaap zou komen dacht ze aan haar nieuwe vriendin. Vivi, zoals ze haar nu al waren gaan noemen. Ze voelde als een ware zielsverwant, en Mireille was blij haar in het appartement te hebben. Toch drong het terwijl ze werd gegrepen door steken van honger – die hadden die paar blokjes chocolade niet kunnen verhelpen – tot haar door dat Vivi nauwelijks iets over zichzelf had verteld. Ze had honderduit gekletst over haar werk in een plaatselijk atelier waar ze jurken had gemaakt voordat de oorlog Lille had overweldigd, waar ze zich had gespecialiseerd in de ingewikkelde vaardigheid van het naaien van avondjurken van chiffon voor welgestelde dames; ze had verteld hoe zwaar het werk in de fabriek was geweest, onder het toeziend oog van een Duitse voorman aan machines die duizenden meters garen per uur hadden gesponnen; en ze had verteld over de slapeloze nachten waarin ze naar de bombardementen van de Britse luchtmacht op nabijgelegen metaalfabrieken en remises had geluisterd. Maar, zo drong het tot Mireille door nu haar oogleden zwaar begonnen te worden, alles wat ze had verteld had op de een of andere manier onpersoonlijk gevoeld, alsof het een nieuwsbericht in de bioscoop was. Ze had nauwelijks iets over haar familie gezegd, over de ouders en broer die ze tussen neus en lippen door had genoemd.
Ach, dat maakte ook niet uit, dacht ze. Er zouden nog genoeg vergelijkbare avonden volgen waarin ze hun rantsoenen en verhalen met elkaar zouden delen. Haar lippen waren in een glimlach van tevredenheid gekruld toen ze eindelijk in slaap viel, zoals ze dat altijd deden, ondanks de honger en de kou en de continu aanwezige angst dat ze zou worden betrapt of verraden als résistante. Uiteindelijk lukte het haar om de last die ze in haar wakende uren droeg van zich af te zetten en in slaap te vallen.
* * *
Claire genoot ook van Vivi’s gezelschap. Het voelde alsof er een frisse wind door het appartement waaide en het was heerlijk iemand te hebben die ze in vertrouwen kon nemen over Ernst. Vivi stelde vragen en leek de relatie te begrijpen. Ze had het gevoel dat Mireille dat niet kon, of weigerde. Hoewel Claire wel moest toegeven dat zelfs Mireille minder gespannen was nu Vivi er was. Vivi had een besmettelijke ontspannen- en lichtheid, en de vriendschap verbeterde wat Claire betreft de sfeer in zowel de naaikamer als het appartement.
Op een avond nam Ernst Claire mee uit eten in Brasserie Lipp, een levendig restaurant aan de Boulevard Saint-Germain dat bekendstond om de degelijke Duitse kost die er werd geserveerd. Claire kon zich niet herinneren wanneer ze zo’n stevige maaltijd had gegeten toen ze haar bestek pakte en een stuk van haar grote portie varkensvlees met calvados en slagroom sneed. Ernst at die van hem met smaak, maar zij legde al snel haar bestek weer neer toen ze merkte dat de rijke maaltijd meer was dan haar maag gewend was of nog aankon. Ze keek om zich heen in de ruimte en bewonderde de betegelde muren met patronen van bloemen en planten en de grote, hoge spiegels. Toen werd haar blik getrokken door een bekend gezicht. In een van de spiegels werd het profiel gereflecteerd van een jonge vrouw met haar dat in een dikke rode vlecht over haar rug hing. Het was Vivi! Claire strekte haar nek een beetje om te kunnen zien met wie ze er was. Aan haar tafeltje zaten nog twee mensen. Een van hen was een man met zandkleurig haar, in een fris wit overhemd met een das met paisleypatroon; hij zag er gedistingeerd uit en was zo te zien helemaal op zijn gemak in de exclusieve sfeer in het restaurant. Hij pakte een fles witte wijn uit een ijsemmer die naast de tafel stond en schonk het glas van de derde persoon aan tafel bij, een kleine, gezette vrouw in een grijs uniform. Nou, dacht Claire, dus ik ben niet de enige die geniet van het gezelschap van onze Duitse buren. Ze overwoog even hallo te gaan zeggen tegen Vivi, haar voor te stellen aan Ernst. Dan konden ze er misschien een echt feestje van maken en gezamenlijk ergens gaan dansen.
Maar toen ze dat voorstelde aan Ernst, nam die het stel in zich op en leek de vrouw in uniform te herkennen. ‘Nee,’ zei hij terwijl hij met een linnen servet het vet van zijn mond veegde. ‘Daar heb ik niet zo’n zin in. Ik ken die vrouw van kantoor en ze is dodelijk saai. Ik geniet veel liever van jouw gezelschap zonder je met anderen te moeten delen. Maar misschien kun je me een andere keer aan je vriendin voorstellen. Ze lijkt me erg aardig.’
‘Dat is ze ook,’ zei Claire. ‘Ik heb het fijn met haar. En ze kan vreselijk goed naaien.’
* * *
De volgende dag vroeg Claire toen de andere meiden druk met elkaar zaten te kletsen zacht aan Vivi of ze had genoten van haar maaltijd de avond ervoor. Verbeeldde ze het zich, of schrok Vivi van haar vraag?
‘Ik heb je helemaal niet gezien,’ zei ze. ‘Wat jammer dat je ons niet even bent komen begroeten.’
Claire glimlachte. ‘Er komt vast nog wel een gelegenheid waarop je me aan je vrienden kunt voorstellen,’ zei ze. ‘En ik zal het niet tegen Mireille zeggen. We weten allebei hoe saai die kan zijn!’
Vivi knikte en richtte zich snel weer op haar werk toen het getik van de hakken van mademoiselle Vannier een einde aan het geklets van de naaisters maakte.
* * *
Eén dingetje zat Claire in haar ontluikende vriendschap met Vivi echter wel dwars. Het bleef bij die glimp die ze van haar sociale leven had opgevangen en haar daaropvolgende uitnodigingen mee te gaan naar restaurants of nachtclubs werden beleefd geweigerd. Claire vond Vivi bovendien opmerkelijk plichtsgetrouw in haar werk. Vivi bleef regelmatig als iedereen al naar huis was alleen achter in de naaikamer, over een ingewikkeld kralenpatroon gebogen, of nauwkeurig de met de hand gerolde zoom van een chiffonjapon afwerkend, met haar naald onder het lamplicht de steekjes een voor een in het delicate materiaal op haar schoot zettend.
‘Je werkt veel te hard!’ zei Claire toen ze lang nadat de deken van duisternis door de avondklok over de stad was gevallen het appartement binnenkwam.
Vivi glimlachte, maar haar gezicht stond vermoeid. ‘Dat cocktailjurkje is veel meer werk dan ik dacht. Maar morgen is het zaterdag, dus dan kan ik lekker uitslapen.’
‘Zullen we wat leuks gaan doen? Je hebt nog nauwelijks iets van Parijs gezien. Ernst en ik zouden morgen naar het Louvre gaan, maar hij moet werken. Zullen wij met zijn tweetjes gaan? Of met Mireille, als die ook zin heeft?’
Dus liepen de drie meiden de volgende dag in hun beste rok en jasje samen de straat op. Vivi pakte een fototoestel uit haar tas en zei: ‘Als we de stad gaan bezichtigen, wil ik een paar foto’s maken.’ Ze gebaarde Claire en Mireille om voor de etalage van Delavigne te gaan staan.
‘Wacht even!’ riep Claire. Ze rende naar waar een man net van zijn fiets stapte. ‘Monsieur, zou u misschien een foto van ons drieën willen maken?’ vroeg ze.
‘Bien sûr.’ De man begon te grijnzen bij het aanzicht van de meisjes, mooi aangekleed voor hun uitje, en maakte de foto. ‘Bonne continuation, mesdames.’ Hij gaf glimlachend het fototoestel terug aan Vivi en vervolgde zijn pad, fluitend met zijn fiets aan de hand zijn weg over de boulevard voortzettend.
Claire, Mireille en Vivi liepen kletsend en lachend naar de rivier, waar ze overstaken naar de rechteroever en Vivi foto’s maakte van de Notre-Dame en het Île de la Cité.
De lindebomen in de tuinen langs de Seine stonden uitgedost met frisse, groene bladeren en knikten en zwaaiden naar de meisjes toen ze op die heldere en winderige zaterdag in mei over de quai liepen.
Ondanks de teleurstelling dat Ernst had afgezegd werd Claire tijdens de wandeling steeds opgewekter. Ze zou nog genoeg kansen krijgen om er met hem heen te gaan in de zomer die in aantocht was. Dan zou ze met hem door deze zelfde straten dwalen, hand in hand, plannen makend voor hun gezamenlijke toekomst. Ze durfde zelfs te dromen over andere zomers die in het verschiet lagen, wanneer ze hier ook zou lopen, met een trouwring om haar vinger, een wandelwagen duwend met daarin een bolle, blonde baby die zou lachen en terug zou zwaaien naar de takken van de lindebomen die boven zijn hoofdje zwiepten. Maar vandaag compenseerden haar vriendinnen het gemis aan Ernst helemaal, zo drong het tot haar door.
Ze voelde zich lichter dan in maanden. Ze had zich zo geïsoleerd gevoeld sinds ze naar Parijs was gekomen, en het bezoekje van Jean-Paul had haar doen beseffen hoezeer ze was afgesneden van haar familie en haar wortels in Bretagne. Ze had ondertussen een kaart naar haar vader en Marc in Port Meilhon gestuurd, en hoewel de officiële ansichtkaarten maar een paar regels toestonden had ze er ruimte in kunnen maken om te vertellen dat ze gelukkig was in Parijs, dat het goed met haar ging, dat ze hen miste en hun al haar liefs zond. Ze had zich opgelucht gevoeld nadat ze de kaart op het postkantoor had afgegeven, de band met haar familie sterker voelen worden, pas nu beseffend hoezeer ze de geschreven woorden meende. Ze koesterde de kaart die ze terug had gekregen van haar vader, met die paar regels waaruit bleek hoeveel hij om haar gaf.
Ze waren alle drie nog nooit in het Louvre geweest, dus ze liepen vol ontzag de grote entreehal van het museum binnen, langs een stel bewakers die als schildwachters bij de deur stonden.
Ze dwaalden door zalen waar sommige muren helemaal kaal waren, aangezien een deel van de kunst op mysterieuze wijze was verdwenen, en sommige zalen waren zelfs gesloten. Maar er was nog genoeg kunst om van te genieten. De meiden gingen elk hun eigen weg terwijl ze langzaam door de zalen bewogen en zich verloren in de tijdloze landschappen en gezichten van de portretten, die hen van eeuwen eerder aanstaarden.
Claire liep een hoek om en een zaal in waar enorme albasten beeldhouwwerken uit de Italiaanse renaissance stonden. Ze was zich er vaag van bewust dat Mireille en Vivi achter haar aan de ruimte binnenkwamen toen ze naar een rustende vrouw liep, veiliggesteld achter een roodfluwelen koord, en bewonderde hoe haar gewaad zo vloeiend kon zijn terwijl het van steen was, fluïde en fragiel als de zijde waarmee de naaisters elke dag werkten.
Toen werd haar blik ineens getrokken door het profiel van een jongeman die rond een reusachtig beeld van een Romeinse keizer liep. Ze herkende hem niet meteen in zijn burgerkleding, maar toen sloeg haar hart over van vreugde. Hij was toch gekomen.
‘Ernst!’ riep ze, en ze liep naar hem toe, haar gezicht stralend omdat ze hem hier onverwachts aantrof.
Toen hij zijn naam hoorde, draaide hij zich naar haar om. Maar in plaats van haar vreugde te beantwoorden betrok zijn gezicht en deinsde hij terug, van haar weg, een hand opstekend alsof hij haar wilde afweren.
Claire aarzelde, verward, en haar glimlach gleed van haar gezicht. Toen stond ze als aan de grond genageld. Achter de sokkel van het beeld vandaan kwam een vrouw, gekleed in een chic tweedpakje. Ze had een jongetje aan de hand met haar dat bijna net zo witblond was als dat van zijn moeder. Claire keek geschokt toe terwijl de vrouw met haar vrije hand Ernsts rug streelde en in het Duits iets tegen hem zei. Het jongetje strekte zijn armpjes uit om te worden opgetild door de man die hij Vati noemde.
Toen ze de zaal uit liep zakte Claire bijna door haar benen. Ze greep het roodfluwelen koord – precies zo een als het koord dat de tafeltjes in die nachtclub met oud en nieuw van de rest van de ruimte had gescheiden – terwijl ze probeerde haar balans terug te vinden.
Toen stonden Mireille en Vivi ineens naast haar, ondersteunden haar, voorkwamen dat ze zou vallen. Ze leidden haar weg terwijl haar hart in duizend stukjes brak.