Hoofdstuk 23: Harriet - De geheimen van Parijs
By Fiona Valpy
GESCHOKT DOOR DE WETENSCHAP dat Claire is gearresteerd en naar het Gestapo-hoofdkwartier is gebracht voor ondervraging ben ik online artikelen gaan lezen over intergenerationeel trauma. Mijn grootmoeder moet doodsbang zijn geweest dat ze gevangen was genomen en moet zich vreselijk schuldig hebben gevoeld dat Vivi ook was meegenomen, en dat terwijl het erop lijkt dat ze in haar zolderkamer bezig was met een kortegolfontvanger.
Ik lees een artikel waarin wordt gezegd dat recent genetisch onderzoek aantoont dat de kans op depressie kan worden overgedragen. Trauma kan tot wijzigingen in het DNA leiden, zo staat er, en die wijzigingen kunnen generatie op generatie worden doorgegeven.
Ik begin in te zien hoezeer het lot mijn moeder ongunstig was gezind. Was er sprake van een genetische kwetsbaarheid – wijzigingen in haar DNA die ze doorgegeven heeft gekregen via het trauma dat Claire heeft opgelopen – waardoor zij is geknapt toen ze in haar eigen leven te maken kreeg met ingrijpende gebeurtenissen? In haar geval volgden die elkaar in rap tempo op, als krachtige golven die haar omverbliezen. Verlating, scheiding, de uitdagingen waar je voor wordt gesteld wanneer je alleen een kind moet opvoeden… Elke keer dat ze probeerde op te staan, sloeg een volgende golf haar weer neer. Een deel van de woede en pijn die ik jarenlang jegens mijn moeder heb ervaren begint anders te voelen nu ik haar leven in dit nieuwe licht beschouw.
Het kost me een paar dagen om de moed te verzamelen, maar nadat Simone me heeft verteld over de arrestatie van Claire heb ik het gevoel dat ik naar de plek moet waar ze heen is gebracht. Ik moet zo dapper zijn om de angstaanjagende reis te traceren die zij onder het bladerdak door de straten van een arrondissement aan de westkant van de stad heeft gemaakt. Ik vraag Thierry ter morele ondersteuning met me mee te gaan naar de Avenue Foch.
Het voormalige hoofdkwartier van de Gestapo is nu een prestigieus appartementencomplex in een van de populairste delen van de stad. Maar in 1943 stond de elegante straat onder de Fransen bekend als ‘de Straat der Gruwelen’. We staan in stilte voor de crèmekleurige stenen voorgevels van de panden. Een duif landt op het grijze leistenen dak van nummer 84, zachtjes in zichzelf koerend terwijl hij door de dakgoot slentert.
‘Gaat het een beetje?’ vraagt Thierry.
Pas dan dringt het tot me door dat ik sta te huilen. Ik word erdoor overvallen. Ik huil vrijwel nooit. Maar hij zal wel denken dat ik niet anders doe, na ons reisje naar Bretagne.
Hij pakt mijn hand en trekt me tegen zich aan, kust me op mijn haar terwijl ik mijn gezicht in de vouwen van zijn jasje begraaf en snik.
Ik huil om alle mensen die hierheen zijn gebracht, om hun doodsangst en hun pijn.
Ik huil om Claire.
Ik huil om de mensheid, om een wereld die zo gemakkelijk kan worden vernietigd.
Ik huil om mijn moeder.
En ik huil – eindelijk – om mezelf.