Hoofdstuk 33: Harriet - De geheimen van Parijs
By Fiona Valpy
HET IS WEER EEN KOORTSACHTIGE bijenkorf van activiteit bij Agence Guillemet. Het normaal gesproken gedempte geroezemoes wordt een crescendo van steeds koortsachtiger gesprekken terwijl de Paris Fashion Week nadert en de spanning zich opbouwt bij de accountmanagers nu ze problemen die zich op het laatste moment voordoen moeten oplossen (modellen die ongeoorloofd afwezig zijn, een scheepsvracht schoenen die is bleven steken bij de Franse douane, verzoeken om interviews op de radio en met de pers…). Simone en ik hebben het razend druk, helpen alles klaarmaken en zorgen dat iedereen genoeg koffie heeft. We werken het hele weekend door en hebben die maandag, de dag voor het officiële begin van de Fashion Week, nauwelijks tijd om even een sandwich voor de lunch te halen. Mijn stage van een jaar zit erop, maar Florence heeft me gevraagd nog een paar weken te blijven om te helpen gedurende de drukste periode van het jaar. Ik denk maar niet meer na over wat ik hierna ga doen. Ik wil vreselijk graag in Parijs blijven, maar ik heb nog geen kans gehad met Florence te praten over de mogelijkheid fulltime bij Agence Guillemet te gaan werken. Ik weet dat die kans klein is, aangezien ze er anders al wel over begonnen zou zijn. Misschien moet ik terug naar Londen en daar op zoek gaan naar een baan. Elke keer dat ik stilsta bij mijn vertrek uit Parijs brengt dat een golf van verdriet met zich mee, alsof de kwetsbare wortels die ik hier heb geplant uit de grond zullen worden gerukt als ik ergens anders weer helemaal opnieuw moet beginnen. Dat patroon in mijn leven – de constante ontwrichtingen, het in- en uitpakken, weer een verhuizing naar een plek waar ik me niet echt thuis voel – lijkt onverbiddelijk en onontkoombaar.
Maar daar probeer ik vandaag niet aan te denken. Werk is de perfecte afleiding, dus daar stort ik me op. Ik ben bijna klaar met het inpakken van de cadeautasjes met eco-cosmetica van onze klant, die we gaan uitdelen aan de gasten die naar de modeshows komen, wanneer Florence de ontvangstruimte binnen komt lopen. ‘Jij bent nog laat aan het werk, Harriet,’ zegt ze glimlachend. ‘Dank je wel, die tasjes zien er schitterend uit.’ Ze doet een greep in haar handtas (natuurlijk een klassieke Mulberry) en pakt er twee witte kaartjes uit. ‘Alsjeblieft,’ zegt ze. ‘Deze heb ik over. Simone en jij hebben ze meer dan verdiend. Ik zie jullie daar wel.’
Op weg de deur uit zwaait ze naar me en roept: ‘Bon courage!’ terwijl ze op weg naar huis gaat om zich klaar te maken voor de belangrijkste week van het jaar in de modehoofdstad van de wereld.
Ik bekijk de kaartjes. Er staat in reliëf een logo op dat ik meteen herken.
Ik ren met twee treden tegelijk de trappen naar het appartement op en ben tegen de tijd dat ik op de vijfde verdieping aankom zo buiten adem dat ik nauwelijks uit mijn woorden kom wanneer ik Simone vertel dat we kaartjes hebben voor het Vogue-feest. En het wordt gehouden in het Palais Galliera. Nu weet ik hoe Assepoester zich voelde toen ze hoorde dat ze naar het bal zou gaan.
* * *
Ik ben wanneer we tussen de glamoureus geklede beroemdheden de trap naar het museum op lopen zo opgetogen dat ik nauwelijks kan ademen. Op de achtergrond staat de Eiffeltoren te schitteren alsof hij is bedekt met zilverlamé en glinsterende pailletten. Het is groot nieuws in de kranten dat er speciaal voor de Fashion Week een lichtshow is ontworpen. Er hangt een magische sfeer in de lucht, die nog wordt versterkt door het aanzicht van het museum, dat dusdanig is verlicht dat het pure wit van de voorgevel etherisch afsteekt tegen het zwart van de nacht.
Binnen staan de hal en hoofdruimte vol mensen die gekleed zijn in een selectie van de waanzinnigste outfits, van de avant-garde van de mensen die hard hun best doen de aandacht te trekken van de mensen die wat betekenen in de modewereld tot het klassieke understatement van degenen die dat niet hoeven te doen. Camera’s flitsen en een filmploeg beweegt door de ruimte om de glinsterende verzameling gasten vast te leggen. Muziek klinkt uit verborgen speakers en de temperatuur en het volume van de gesprekken nemen toe. Simone en ik begeven ons met een glas champagne in de hand onder de mensen, elkaar aanstotend terwijl we modellen, acteurs en moderedacteurs herkennen. Florence merkt ons op en gebaart ons naar haar toe te komen. Ze is in gesprek met iemand die ze voorstelt als een van de redacteuren van de Parijse Vogue. Ze is zo vriendelijk ons bij het gesprek te betrekken, maar we zijn ons ervan bewust dat dit een zakelijke bijeenkomst voor haar is en dwalen al snel een andere kant op zodat zij verder kan met netwerken. Simone komt een klant van het agentschap tegen en ik laat hen samen achter en dwaal door de ruimte. Ik kan me nauwelijks voorstellen dat dit dezelfde plek is waar ik zo vaak mijn toevlucht heb gezocht, genietend van de rust en geruststelling van de geschiedenis die er wordt verteld. Het is natuurlijk de perfecte plek voor dit glamoureuze feest, maar een stukje van me is geïrriteerd om de inbreuk. Ik vraag me af hoeveel mensen vanavond überhaupt opmerken dat er stukken tentoongesteld staan.
Ik zet mijn lege glas weg en loop een belendende ruimte in, die vrijwel leeg is. iedereen wil boven op het nieuws staan, hopend op een foto terecht te komen die in de Vogue van New York en Londen tot Delhi en Sydney wordt gepubliceerd. Dus is het eenvoudig om een rustig plekje te vinden, weg van de drukte, in een zaal waar een serie avondjurken uit de belle époque in glazen vitrines wordt tentoongesteld.
Als ik naar een schitterende, met kristallen bedekte satijnen creatie sta te kijken die alle outfits van de gasten in de ruimte hiernaast zou doen verbleken, zegt een stem: ‘Hallo.’
Ik draai me om en zie de vrouw met het zilverwitte haar. Ze draagt vanavond in plaats van haar getailleerde jasje een zwarte jurk die prachtig om haar slanke figuur valt. Hij ziet er verraderlijk eenvoudig uit, maar ik denk dat Mireille en Claire de technische complexiteit van het ontwerp zouden hebben gewaardeerd, ontworpen om te flatteren en vloeien in een balans tussen monotone strengheid en een reeks plooitjes die de jurk zijn structuur geven.
‘Goedenavond,’ antwoord ik.
‘Wat een drukte, hè?’ De vrouw gebaart glimlachend met haar hoofd naar de grote zaal.
‘Nou. Maar wat een geweldig feest. Ik was even op zoek naar wat frisse lucht.’
‘Dat kan ik me voorstellen.’ Ze draait zich om naar de vitrine. ‘Schitterend, vind je niet? Jij weet de geschiedenis van de mode wel te waarderen, hè? Ik heb je hier al eerder gezien, n’est-ce pas? Je zit meestal in een schrift te schrijven. Ben je modejournalist?’
Ik vertel haar over mijn stage bij Agence Guillemet, die bijna ten einde komt, en dat ik het levensverhaal van mijn grootmoeder heb gereconstrueerd, die grootmoeder over wie ik haar heb verteld op die dag dat we elkaar voor het eerst zagen, op de Lanvin-tentoonstelling, die grootmoeder die in de oorlog couture naaide.
Ze knikt. ‘Wat goed dat je die opschrijft. Wat kunnen de strengen van de geschiedenis warrig en complex zijn, hè? We proberen hier in het museum een aantal van die strengen te ontwarren en de kleding haar verhaal te laten vertellen. En verhalen zijn zo belangrijk, vind je ook niet? Ik heb altijd het gevoel dat we ze vertellen om de chaos in ons leven te ordenen.’
‘Werkt u hier? In het Palais Galliera?’
Ze vist een visitekaartje uit haar handtasje en biedt het me aan. Het is Sophie Rousseau, curator van de vroegtwintigste-eeuwse collectie.
‘Dank u, madame Rousseau. Ik ben Harriet. Harriet Shaw.’
Ze schudt me formeel de hand. ‘Leuk je te leren kennen, Harriet. Ik geniet erg van onze gesprekjes. Kom me de volgende keer dat je er bent even opzoeken. Dan laat ik je als ik tijd heb wat jurken uit de jaren veertig zien die in de kelder zijn opgeslagen.’
‘Dat lijkt me geweldig. Dank u.’
Ze neemt me met haar warme groengrijze ogen in zich op. Dan zegt ze: ‘Ik weet niet of het je interesseert, maar er staat een reusachtig ontwikkelplan voor het museum op stapel. We gaan in een deel van de kelder een nieuwe expositieruimte creëren. We gaan er binnenkort extra personeel voor aannemen. Het museum moet een tijdje dicht, maar daarna kunnen we veel meer laten zien van wat er nu allemaal ligt opgeslagen. Als je geïnteresseerd bent, stuur me dan je cv maar, dan geef ik het door. Als je klaar bent met het verhaal van je grootmoeder liggen er hier nog een hele hoop verhalen die verteld moeten worden.’
‘Een baan? In het Palais Galliera? Dat is mijn grootste droom!’ roep ik. ‘Ik zal u zo snel mogelijk mijn cv sturen.’ Ik steek haar visitekaartje in mijn handtas.
‘Nou, dan moesten we maar weer eens teruggaan naar de mêlée, vind je ook niet? Allons-y! Ik kijk ernaar uit je binnenkort weer eens te zien, Harriet. Geniet van je avond.’
Ik zweef de rest van de avond door de ruimtes in een – mislukte – poging met beide benen op de grond te blijven staan terwijl ik me voorstel dat ik hier werk. Misschien is het de champagne die me moed geeft, maar ik begin te durven dromen over een leven in Parijs.