Hoofdstuk 11 - Schijnverloofd met een lord
By Mariah Stone
Nog elf dagen tot de bruiloft...
* * *
Het laatste zonlicht van de dag sijpelde door de indigoblauwe wolken en creëerde een adembenemend kleurenspel – goudoranje, marineblauw en zwart – boven de donkere, vervallen huizen, de kronkelende straten en de gebogen gestalten. Richard wachtte in het rijtuig op Jane, verontrust door de gedachte dat ze na zonsondergang alleen door de straten van Whitechapel zou rijden.
Eindelijk dook er een gedaante met een kap op uit de schaduw van het 'Elysium' en hij ving een glimp op van Jane's gezicht toen ze zich naar het rijtuig haastte. Richard hield de deur open en stak zijn hand uit om haar te helpen instappen. Haar aanraking was teer, en hoewel haar hand in een handschoen zat, voer er een warme rilling door hem heen.
'Miss Grant,' zei hij, terwijl hij haar in de schemering van het rijtuig monsterde. De hangende olielamp slingerde heen en weer toen het rijtuig vertrok en de hoeven van de paarden met een soppend geluid over de modderige straat bewogen.
Mijn hemel, wat was ze lieflijk, dacht hij, toen ze haar kap afdeed en hij haar staalgrijze ogen achter de ronde bril kon zien. Die grote ogen, de lange, gekrulde wimpers en de lippen die volgens hem hemels moesten smaken.
'Lord Richard,' antwoordde ze.
'Waar gaan we heen?' vroeg hij en rukte zijn blik van haar lippen los.
'Naar een taveerne waar Thornes mannen 's nachts graag drinken en zaken doen.'
Hij fronste. 'Hoort u daar wel te zijn?'
'Nee. Maar ik ga er toch heen. Want ik weet wie ik moet zoeken.'
Richards maag kromp ineen van zorg om haar. Hij kon zich moeilijk voorstellen dat een vrouw als zij volkomen veilig kon zijn in Whitechapel.
Maar hij zou bij haar zijn en haar kunnen beschermen.
'Uw broer wilde dat we ons samen in de ton zouden vertonen,' zei hij terwijl het rijtuig door de vochtige, smalle straten van Whitechapel reed. 'We hebben dus een aantal evenementen die we moeten bijwonen. Voor morgen heb ik uitnodigingen geregeld voor de jaarlijkse soiree van lady Brewster ter ere van haar beroemde rozen.'
Ze kauwde op haar onderlip. 'Kan dat me niet bespaard blijven?'
'Uw broer mag nergens van weten. En mijn familie ook niet. Grootmoeder, Calliope, Preston en Penelope waren gisteravond onder de indruk van u, maar nadat u was vertrokken, hebben ze opnieuw hun bedenkingen geuit. We moeten hen en de rest van de ton overtuigen. U moet zich daarop voorbereiden, miss Grant. Er zullen meer evenementen zijn waar we heen moeten. En als u de rol goed wilt spelen, zult u zich passend moeten kleden.'
'Dat wil ik allemaal niet,' zei ze uitdagend. 'Ik ben volkomen tevreden met hoe ik eruitzie. Ik hoef op niemand indruk te maken.'
Gesproken als een echte blauwkous, dacht hij en glimlachte in zichzelf. Een charmante blauwkous. Het was verfrissend om voor de verandering in het gezelschap te zijn van een dame die, hoewel mooi, niet om haar uiterlijk gaf. Lady Charity was er altijd erg op gebrand geweest om de nieuwste mode en kapsels te dragen.
'Dat hoeft ook niet,' stemde hij met haar in. 'Maar het zal overtuigender overkomen en een aangenamere ervaring voor u zijn als u het wel doet. Ik zal u helpen. Morgen breng ik u naar de modiste van mijn grootmoeder. Blijkbaar is zij een van de besten in Londen en werkt ze erg snel als ze daarvoor passend wordt beloond, wat ik maar al te graag zal doen. Zij zal u voorzien van de kleding die u nodig hebt om de komende dagen door te komen, totdat we de verloving kunnen verbreken.'
Jane keek bedroefd naar haar handen, die ze in haar schoot gevouwen hield. 'De laatste keer dat ik een echte modiste heb gezien, is meer dan vijf jaar geleden. Zij heeft de jurk voor mijn debuut gemaakt. Daarvoor droeg ik meestal de oude jurken van mijn moeder, die door naaisters voor mij werden vermaakt.'
Zijn borst trok samen. 'Uw moeder... wanneer is zij overleden?'
Haar blik uit die grote, glinsterende ogen kruiste de zijne. 'Zij stierf bij mijn geboorte.’
Richards hart kromp ineen van verdriet. Zijn eigen moeder had oneindig veel voor hem betekend. Hij had prachtige jaren gekend waarin hij werd geliefd en verzorgd, en de gedachte dat Jane haar moeder niet eens had gekend, deed hem veel pijn.
Net als Jane was ook zijn moeder niet met open armen ontvangen in de ton. Zijn vader had zich achter de schermen onvermoeibaar ingezet om zijn Spaanse vrouw geaccepteerd te krijgen door de Engelse high society. Geld en macht konden weliswaar een zekere mate van respect kopen, maar het was niet genoeg om het stigma van haar buitenlandse bloedlijn uit te wissen, ook al stamde ze uit het beroemde Huis Habsburg. Hoezeer zijn vader ook zijn best had gedaan, ze was nooit goed genoeg geweest voor de stijve Britse society.
'Het spijt me zo,' mompelde hij.
Hij had bijna haar hand gepakt, ondanks hun regel om elkaar niet aan te raken. Maar het rijtuig kwam tot stilstand en hij wist dat ze hun bestemming hadden bereikt.
Ze keek hem een ogenblik aan, haar ogen groot en vragend op hem gericht. Toen keek ze snel weg en hij voelde een stekende pijn in zijn borst toen de onzichtbare draad die hen leek te verbinden, brak.
Richard klom uit het rijtuig en hielp Jane eveneens met uitstappen. Ook hier was de straat modderig en zaten er bedelaars op de grond. Sommige ramen waren dichtgetimmerd met planken en het rook er naar uitwerpselen. Een man aan de overkant van de straat lachte hysterisch. Een vrouw stond een huis verder, tegen een muur geleund, te wachten. Het enige licht kwam van de opkomende maan en de enkele kaarsen in de ramen van de vervallen, oude huizen.
Iemand stond met één hand tegen de muur van een taveerne gedrukt over te geven, vlak bij een open deur waarboven een bord met 'Rode Ezel' erop prijkte. De stank van verschaald bier en braaksel waaide naar buiten. Richard kwam normaal gesproken niet op zulke plaatsen.
Terwijl ze zich een weg baanden tussen de dicht op elkaar staande, ronde tafels, ontwaakte zijn beschermingsinstinct. Mannen in sjofele kleren, met ongewassen en ongekamd haar, zaten te praten, dronken te lachen en te kaarten. Het waren vechtersbazen, struikrovers, dieven en hoogstwaarschijnlijk ook moordenaars. Hij kon messen en pistolen onder hun riemen zien. Toen een barmeisje met een pul bier in haar hand langs een van de tafels liep, gaf een van de gasten, een kale man, haar een tik op haar achterwerk en zei iets schunnigs tegen haar. Ze rolde met haar ogen en zei hem dat als hij dat nog eens zou proberen, ze hem zou neersteken.
Hij pakte Jane bij haar elleboog en boog zich dicht naar haar oor. 'Dames zoals u horen hier niet te komen. Blijf achter me.'
Ze glimlachte alleen maar naar hem en schudde haar hoofd. Tot zijn verbazing glimlachte ze naar de mensen en groette ze hen terwijl ze naar de bar liepen. En tot zijn nog grotere verbazing onderging Jane hier een transformatie. In plaats van de stijve, houterige uitdrukking die ze gisteren in Sumhall en de dag ervoor in Hyde Park had gehad, bloeide ze op. Haar glimlach werd breder, haar ogen fonkelden en de spanning in haar schouders en rug verdween. En anders dan in Mayfair en Hyde Park, waar ze als een verlegen muisje was overgekomen, straalde ze hier zelfvertrouwen uit.
Ze was geen jonkvrouw in nood. Hier was ze een prinses onder de dieven.
Jane bereikte de bar en boog zich over de toog naar het barmeisje dat bier in een pul schonk.
'Alles goed, Georgia?' vroeg ze terwijl ze ging zitten.
Richard deed hetzelfde. Het barmeisje zette de pul op het dienblad en begon een volgende te vullen. 'Met mij alles goed, Jane,' zei ze en wierp Richard een wantrouwende blik toe. 'Heeft meneer Blackmore je gestuurd? Is alles in orde met het bier?'
'Ja, ja natuurlijk,' zei Jane. 'Je bier is uitstekend. Ik ben op zoek naar Atticus. Heb je hem gezien?'
'Nee. Vandaag heb ik hem nog niet gezien. Hij was hier gisteravond. Jullie kunnen het beste op hem wachten. Hij komt vast wel, vroeg of laat. Er is bijna geen avond dat hij niet opduikt.'
'Dank je,' zei Jane, terwijl ze aan de sluiting van haar mantel friemelde. 'Dat zullen we doen.'
'Kan ik jullie iets brengen?' vroeg ze.
'Heeft u port?' vroeg Richard.
Georgia snoof spottend toen ze de laatste pul op het dienblad zette en het optilde. 'Bier of gin, beste man.'
'Georgia brouwt uitstekend bier,' zei Jane, toen Georgia de pullen naar een van de tafels bracht. 'Ik heb gehoord dat het tot van de besten van Londen hoort. Daarom bestelt mijn broer ook bij haar. Georgia komt uit een familie van bierbrouwsters. De traditie gaat driehonderd jaar terug, heeft ze me verteld.'
'Maar hoe heeft u haar leren kennen?' vroeg Richard. Hij kon zich niet voorstellen dat Jane met deze vechtersbazen bier dronk. 'Komt u hier regelmatig?'
Jane haalde haar schouders op. 'Thorne heeft me meegenomen naar alle belangrijke plekken in Whitechapel. Voornamelijk zodat iedereen me met hem zag en wist dat ze van me af moesten blijven. Maar ik heb zijn mannen ook geregeld eten gebracht. Het zijn goede mannen, ook al weet ik dat de dingen die ze doen soms niet helemaal legaal zijn.'
Richard knipperde met zijn ogen naar haar. Ze kon niet mooier zijn dan op dit moment – in het flakkerende kaarslicht, haar gezicht ontspannen en stralend, zo vol leven. Zijn keel zat dicht.
Helaas was hij niet de enige die haar opmerkte. Aan de tafel naast hen zat een veertiger die beter gekleed was dan al die vechtersbazen. Hij monsterde haar eveneens terwijl hij van zijn bier dronk. Zijn gezicht was rood en gezwollen, zijn oogleden hingen zwaar en hij wiegde lichtjes op zijn stoel.
'U daar!' Hij wees naar Jane en stond op. Ze draaide zich naar hem om en haar ogen werden groot van angst. Richard sprong voor haar en schermde haar af van de man. 'U... u zei dat ik het moest laten rusten. Maar gisteren ben ik door iemand anders bestolen.'
Jane stond op. 'Het spijt me zeer, meneer, maar...'
Hij kwam wankelend dichterbij. 'Uw dwaze opvoedingspogingen zijn zinloos. En aangezien u me de vorige keer schadeloos hebt gesteld, moet u me nu weer schadeloos stellen.'
'Wat?' kaatste Jane terug. 'Nee.'
'Jawel.' Hij stormde op haar af en had het gemunt op haar réticule, die aan haar pols hing. 'Geef me mijn vergoeding! Ik heb die kleine rotzak tenslotte ook niet naar de galg gestuurd.'
Maar voordat de man bij Jane kon komen, haalde Richard met zijn vuist uit en sloeg de man in het gezicht. Een pijn die hij kende van het boksen met Spencer, schoot door zijn knokkels. Hoorbaar gehijg en enthousiast geroep klonken uit de menigte om hen heen. De man wankelde achteruit, maar tot Richards verbazing viel hij niet om. Hij griste in plaats daarvan een eetmes van een van de tafels en stormde luid brullend op hem af. Richard kon niet achteruitdeinzen, omdat de man Jane dan zou raken, dus hij had geen andere keus dan hem op de een of andere manier terug te dringen. Maar hij stond veel te dicht bij Jane, en hij had niet genoeg ruimte om uit te halen. Toen de man hem bereikte en het met het mes zwaaide dat glinsterde in het schemerige kaarslicht, stootte Richard met zijn vuist in de ronde buik van de man. En in zijn borst vlamde een scherpe pijn op.
De man kromp ineen. Jane hief haar armen en sloeg hem met een fles op zijn hoofd. Met een doffe klap ging hij tegen de grond. Het mes viel rinkelend op de vloer en Jane hurkte haastig neer en raapte het op.
'Jij dwaas,' zei Georgia koeltjes, terwijl ze langs de man liep. 'Je zoekt beter geen ruzie met de zus van Thorne Blackmore.'
De man hief zijn hoofd op, zijn ogen werden groot van schrik, waarna hij opkrabbelde en ervandoor rende. De taveerne vulde zich met vrolijk gejoel en geklets.
'Goed gedaan, meid!' en 'Goede zwaai, Janie! Zo iemand als jij kunnen we wel gebruiken!' klonk het door de ruimte.
Daarna volgde er gelach. En nog meer applaus.
Jane straalde naar de mensen om haar heen.
'Ben je in orde, Jane?' vroeg Richard zwaar ademend en keek haar aan. Ze leek bezorgd, maar ongedeerd. Toen viel het hem op dat hij haar niet meer formeel had aangesproken en haar ook niet miss Grant had genoemd. Haar naam was echter ook te mooi en voelde zo goed op zijn tong.
Iets brandde en deed hevig pijn. Hij keek naar beneden en ontdekte een scheur in zijn pandjesjas en vest. Bloed had de randen van zijn witte hemd doorweekt, en de warme vloeistof stroomde over zijn borst. Vurige, hete pijn straalde uit vanaf de snijwond.
'Je bloedt!' hijgde Jane, en ging eveneens over op de informele aanspreekvorm. Of dat onbewust was gebeurd omdat ze geschrokken was, of bewust omdat hij het eerst had gedaan, wist hij niet. Maar hij vond het ontzettend fijn. 'Heb je een schone doek?' vroeg ze, zich tot Georgia richtend.
'Ja, liefje.' De vrouw bukte zich achter de toog en kwam even later weer overeind met een schone, witte doek in haar hand. Jane drukte het linnen stevig tegen zijn borst, waardoor hij ineenkromp.
'Het gaat goed met me,' zei Richard. 'Maak alsjeblieft niet zo'n ophef over mij. We moeten op Atticus wachten.'
'Geen sprake van. Kom mee. Je moet behandeld worden.'