Hoofdstuk 12 - Schijnverloofd met een lord
By Mariah Stone
Twintig minuten later lag Richard zonder hemd op het bed in Jane's kamer. Wat was haar bed luxueus comfortabel en wat voelde het intiem om in deze kamer te zijn, die alleen van haar was. Een kamer die geen enkele man zou mogen betreden.
Jane had hem iets tegen de pijn gegeven, een soort bittere alcohol die naar kruiden smaakte. Hij voelde zich ontspannen, warm en een beetje suf, terwijl ze op de vloer naast het bed knielde en met haar kleine, tere handjes de snee op zijn borst schoonmaakte. Ze raakte hem zo licht aan dat het voelde als het gefladder van vlindervleugels.
Haar kamer was een perfecte weerspiegeling van haar persoonlijkheid. De houten lambrisering was in een mooi duifblauw geschilderd en in het midden van de panelen hingen botanische illustraties van bloemen: pioenrozen, tulpen, hortensia's, rozen. Natuurlijk had ze botanische illustraties; het waren de meest objectieve weergaven van bloemen. De kamer was groot en een zacht tapijt maakte de houten vloer minder hard. Witte gordijnen omlijstten twee ramen.
Er stond een grote boekenkast vol dikke boeken, wat nogal ongebruikelijk was voor een slaapkamer. Voor een van de ramen stond een bureau met stapels papier, boeken en drie inktpotten. Ganzenveren lagen over de papieren verspreid en het zag er allemaal behoorlijk rommelig uit... godzijdank. Op de een of andere manier wekte de gedachte dat ze niet perfect was zijn nieuwsgierigheid nog meer.
Kooltjes knetterden zachtjes in het zwarte, gietijzeren rooster van de haard en verspreidden een behaaglijke warmte.
'Jane...' kreunde hij. 'Ik waardeer je hulp, maar het gaat goed met me. Ik laat morgenochtend onze huisarts wel halen. Dit is niets ernstigs.'
Ze doopte een met bloed besmeurd doekje in een kom water die op het nachtkastje naast haar bed stond. Het karmozijnrode water kleurde nog roder. 'Het is niet niets. Ik moet je hechten. Het zou minstens dertig minuten duren voordat je Sumhall bereikt.'
Ze zag er een beetje bleek en bezorgd uit, dacht hij, toen ze met het natte doekje over zijn ongeschonden huid streek om het bloed te verwijderen. De snee moest zo'n twee of drie centimeter lang zijn en er sijpelde langzaam maar gestaag bloed uit.
'Ik bloed heus niet dood,' verzekerde hij haar, terwijl hij haar grote, bezorgde ogen achter haar bril observeerde. 'Bovendien raak je me aan. Dat is tegen je eigen regels.'
Haar woedende blik kruiste de zijne en ze hield stil. Even vreesde hij dat ze hem gelijk zou geven en hem zou vragen te vertrekken. Ook al bleef hij volhouden dat hij naar huis wilde, de gedachte daaraan stond hem tegen. Hij vond haar handen op zijn huid fijn. Hij vond haar kamer fijn.
En bovenal vond hij het fijn hoe ze bloosde en hoe haar ademhaling versnelde. Hij had nog nooit een vrouw ontmoet die zijn bescherming niet nodig had. In de ‘Rode Ezel’ had ze zich uitermate goed staande gehouden. Waarschijnlijk was haar zelfs zonder Richards tussenkomst niets overkomen.
En haar aanraking... Het gevoel van haar huid, haar geur, waarvan zijn bloed ging koken en hij naar zo veel meer van haar verlangde.
Ze legde het natte doekje terug in de kom met water en pakte een schoon stuk gaas. Ze vouwde het tot een rechthoekig stukje en drukte het op de wond, maar de pijn was nu nog slechts een doffe, verre trekking, ongetwijfeld dankzij de pijnstiller die ze hem had gegeven.
'Voor het volgende deel heb ik wat meer moed nodig,' zei ze.
Hij keek toe hoe ze naar het dressoir liep, waar haar medicijnmandje stond, daar brandewijn in een klein glaasje schonk en het opdronk. Daarna rilde ze.
'Normaal gesproken drink ik niet,' zei ze, terwijl ze met de mand in haar hand naar hem terugliep. Ze liet zich naast het bed op haar knieën zakken en haalde een hechtnaald en een draad tevoorschijn, die van kattendarm gemaakt moest zijn. Dat had hij tenminste gehoord.
Met een zekere fascinatie keek hij toe hoe ze de naald door beide kanten van de snijwond prikte, wat een stekende pijn in hem veroorzaakte die hem sissend deed inademen. Daarna volgde er een trekkende pijn toen Jane de draad erdoorheen haalde.
'Waar heb je dat geleerd?' vroeg hij met een schorre stem, terwijl haar vlugge vingers de naald opnieuw door zijn vlees staken.
'Thorne,' antwoordde ze, terwijl ze de draad aantrok. 'Hij komt soms terug met snijwonden en blauwe plekken. Zijn mannen ook. Atticus, Reuben en anderen. Dan moeten er gebroken armen, opengespleten lippen, eigenlijk allerlei mogelijke verwondingen worden verzorgd. Brace, een van de beste vrienden van mijn broer, is een goede arts. Hij heeft me lesgegeven omdat ik wilde helpen. Dankzij hem weet ik hoe ik wonden moet schoonmaken, hechten en verbinden. Natuurlijk niet zo goed als hij...'
Terwijl ze doorwerkte, zweeg Richard. Hij ademde door de pijn heen en zijn gedachten dwarrelden als as in de wind. Bij elke steek vroeg hij zich af welke dame van de ton de aanblik van bloed zou kunnen verdragen zonder met haar ogen te knipperen. Laat staan het hechten van een wond.
Dat kwam doordat ze geen dame van de ton was.
Ze was zo, zo veel meer.
'Je zou die draken van matrones van de ton moeten verslaan, net zoals je zojuist de man in de "Rode Ezel" hebt verslagen.' Er ontsnapte een zachte lach aan zijn lippen voordat hij eraan toevoegde: 'Figuurlijk dan, natuurlijk.'
Jane zei niets, maar haar mondhoeken verstrakten terwijl ze een glimlach onderdrukte, en er danste een ondeugende twinkeling in haar ogen. Ze had al vijf steken gezet en was ongeveer halverwege.
'Je had me helemaal niet nodig,' voegde Richard eraan toe, en hij kromp ineen toen de volgende stekende pijn kwam.
'Ik zei toch dat je je geen zorgen om me hoefde te maken.'
'Inderdaad, dat zei je.'
Om zichzelf van de pijn af te leiden, keek hij de kamer rond, en zijn blik bleef haken aan de stapels boeken op haar bureau.
'Duurt het lang om een les voor te bereiden?' vroeg hij.
Ze volgde kort zijn blik, en richtte zich toen weer op de wond, die ze met een kwellende nauwkeurigheid hechtte. 'Dat hangt ervan af. Omdat mij nooit is geleerd hoe ik anderen moet onderwijzen, maak ik steeds weer fouten. Maar ik leer bij en het gaat steeds beter. Dit is de laatste, Richard. Je hebt het goed gedaan.'
Ze stak hem een laatste keer met de hechtnaald, legde een knoop en knipte de draad af met een schaar.
Opgelucht ademde hij uit. 'Je drankje heeft geholpen.' Hij glimlachte. 'Is dat een recept van de dokter?'
'Klopt,' zei ze. 'Ga alsjeblieft rechtop zitten.'
Richard kwam overeind en ging zitten. Haar blik gleed langs zijn naakte borst omlaag voordat die terugkeerde naar zijn ogen, en er steeg hitte naar haar wangen. Het beviel hem dat hij haar niet onberoerd liet, want zij liet hem absoluut niet koud.
Ze bedekte de wond met een dik opgevouwen stuk gaas en verbond hem door een langere gaasstrook over zijn schouder naast zijn nek te wikkelen.
En toen was het klaar.
'Wat heeft je ertoe aangezet om les te geven?' vroeg hij.
Ze pakte de kom, bracht hem naar haar kaptafel en zette hem daar neer. 'Het was een combinatie van meerdere dingen. Ik denk dat je zou kunnen zeggen dat een nobel verlangen een rol speelde. Die kinderen… ze krijgen wel een opleiding, maar eentje zonder boeken en getallen. Velen van hen worden opgeleid tot zakkenrollers en inbrekers. En weet je wat er gebeurt als ze gepakt worden?'
Richard hapte naar adem. 'Ze worden opgehangen,' concludeerde hij.
Ze knikte terwijl ze het bloederige water in de po goot, daarna de kom met een doek schoonmaakte en hem vulde met schoon water. 'Precies. Ik heb ooit een galg gezien waar het lijkje van een kind in de wind bungelde,' zei ze met trillende stem. Ook Richard voelde een rilling over zijn rug lopen. 'Ik wil niet dat er nog een kind wordt gestraft voor iets waarin het is geboren en waar het geen invloed op heeft.'
Richard kon zijn ogen niet van haar afhouden. Hij was geboren in een leven vol privileges en luxe. Zijn grootste dagelijkse probleem was meestal het vinden van de volgende soiree, de volgende gewillige dame met wie hij voor een paar uur kon ontsnappen aan liefdesverdriet en droefenis. Hij maakte zich geen zorgen over waar zijn volgende maaltijd vandaan zou komen.
Deze vrouw ook niet, en toch had ze besloten iets van zichzelf te maken, van nut te zijn. In tegenstelling tot hem. Hij had zichzelf vrij nutteloos gevonden… totdat hij het zijn missie had gemaakt om uit te vinden wat er met zijn broer was gebeurd. En het was nog steeds Jane die het eigenlijke onderzoek deed.
'Heb je daarom de school opgericht?' vroeg hij.
'Ik wou dat het de enige reden was,' antwoordde ze, terwijl ze een stuk zeep pakte en haar handen insopte. Het schuim kleurde roze van zijn bloed. 'Maar er is nog een andere, nogal egoïstische reden.'
Hij betwijfelde of ze ook maar één egoïstisch bot in haar lichaam had. 'Nu ben ik nieuwsgierig.'
Ze spoelde haar handen af in de waskom en droogde ze toen af met een handdoek. 'Het bouwen van deze school… een verschil maken voor deze kinderen – en hopelijk voor nog meer kinderen in Whitechapel – het verdrijft mijn eenzaamheid. Het geeft me het gevoel dat ik nuttig ben. Alsof ik een verschil maak.'
'Dat is niet egoïstisch, Jane,' fluisterde hij. 'Ik wou dat ik zoiets had om mijn leven zin te geven.'
Ze fronste, liep naar het bed en ging op de rand zitten, waarbij haar been het zijne raakte toen ze zich naar hem toedraaide. 'Jouw leven is belangrijk, Richard,' zei ze. 'Elk leven is belangrijk. Je hebt een geweldige familie die duidelijk heel veel van je houdt.'
Hij knikte en staarde in de leegte. 'Ik neem aan van wel. Toch...' Hij pauzeerde en keek naar zijn handen. 'Weet je, ik heb me altijd een niemand gevoeld. Spencer, hij zou altijd de hertog worden, de erfgenaam... Ik heb hem altijd bewonderd. Ik heb nooit de kans gehad om de dingen te leren die hem interesseerden, zoals politiek en het beheer van het landgoed. Hij was ieders lieveling. Preston was de reserve, dus hij werd ook onderwezen, opgeleid en kreeg aandacht. Calliope, zij was het enige meisje, het prinsesje van onze ouders. En ik... ik wist dat ze van me hielden. Maar ik... ik heb nooit het gevoel gehad dat ik een plek had. Alsof ik ertoe deed.'
Haar hand bewoog en bleef slechts een haarbreedte van de zijne verwijderd op het bed liggen. Hij kon haar warmte voelen. 'Je doet ertoe, Richard. Waar je wel controle over hebt, is wat je met je leven doet, met je privilege.'
Hij nam haar woorden in zich op, zijn hart klopte in zijn borst. Ze had niet helemaal ongelijk, dacht hij. Hij had het privilege en de middelen om een verschil te maken. Hij had er alleen nog nooit over nagedacht. Richard voelde de hoop in zich opvlammen. Ja, dat kon hij doen. Hij kon op zijn eigen manier een verschil maken. Jane's passie voor haar school was aanstekelijk en hij voelde dat hij haar enthousiasme deelde.
'Ik heb zakelijke ideeën altijd al fascinerend gevonden. Elke keer als ik mijn vader en Spencer over investeringen en ondernemingen hoorde praten, was ik nieuwsgierig en wilde ik meer weten.'
Ze glimlachte warm, zonder het oogcontact met hem te verbreken. 'Misschien kun je je eigen onderneming starten.'
Zijn gedachten sloegen op hol, hongerig naar alle mogelijkheden. Voor het eerst in jaren voelde hij zich licht en levendig door een oprechte inspiratie. 'Ja, dat zou ik kunnen,' zei hij, zijn stem vol vastberadenheid. 'Dank je, Jane. Je hebt me iets gegeven om over na te denken, iets om naar te streven.'
Haar hand bewoog langzaam naar de zijne. 'Ik ben blij dat ik kon helpen,' zei ze zacht.
Hij hield zijn adem in. Hun blikken kruisten elkaar. Haar ogen waren groot, grijs en sprankelend en zo prachtig. Haar hand overbrugde eindelijk de rest van de kleine afstand tussen hen, en haar vingers raakten de zijne aan.
Een hete schok ging door hem heen als een bliksemschicht die door een stormachtige nachthemel schoot. Hij draaide zijn hand en verstrengelde zijn vingers met de hare, terwijl zijn duim kleine cirkels op de rug van haar hand tekende. Ze trok zich niet terug, maar sloot haar vingers juist om zijn hand.
'Je overtreedt je eigen regels alweer, Jane,' fluisterde hij, zonder zijn blik van haar af te wenden. Zijn hart bonkte in zijn borst als een wilde trom.
'Ik weet het,' zei ze met een nauwelijks hoorbare stem. Haar ogen brandden met een intensiteit die hem de adem benam. Haar andere hand kwam langzaam omhoog en tekende een lijn van zijn schouder over zijn borst, tot ze op het verband rustte dat zijn wond bedekte.
'Ik heb mijn hele leven regels gevolgd, Richard. De regels van mijn vader. De regels van de maatschappij. Mijn eigen regels. Voor één keer wil ik...' Ze aarzelde en haar wangen kregen een lichte blos, maar ze sloeg haar ogen niet neer en deinsde ook niet terug. In plaats daarvan haalde ze diep adem en maakte haar zin af. ‘… wil ik ze breken.'
Voordat hij kon reageren, boog ze zich voorover en haar lippen raakten de zijne, zacht en aarzelend. Zijn hart bonkte in zijn borst. Het bloed suisde in zijn oren. Zijn hand gleed omhoog om haar achterhoofd vast te houden, zijn vingers verstrengeld in haar haar. Hij verdiepte de kus, proefde haar, trok haar dichter naar zich toe.
Haar vingers bewogen over zijn borst en lieten golven van lust door zijn aderen stromen. Hij had het gevoel in haar te verdrinken en wilde niet gered worden. De wereld daarbuiten, met haar verwachtingen en conventies, verdween en werd vervangen door het bedwelmende gevoel van haar lippen op de zijne en haar lichaam dat zich tegen hem aandrukte.
Ze was zo klein, zo licht. Haar lippen waren nog zachter, nog voller dan hij zich had voorgesteld. Hij streek heel lichtjes met zijn tong eroverheen, en haar mond opende zich en nam hem op. Een streling van zijn tong over de hare, en een vuur laaide in hem op, een verlangen, een tintelende pijn.
Hoeveel vrouwen had hij sinds lady Charity in zijn armen gehouden? Hoe vaak had dat ertoe geleid dat hij uiteindelijk in het bed van een vrouw belandde en haar had genomen met maar één gedachte in zijn hoofd: de vrouw vergeten die hem had gekwetst als geen ander.
Voor het eerst in zijn leven had Richard het gevoel dat hij zijn bestemming zou kunnen vinden. Deze prachtige, buitengewone vrouw, die dapper genoeg was om alle regels te breken, had hem dat laten inzien. Hij zou haar trots maken, besloot hij. Hij zou een manier vinden om iets te betekenen, om van betekenis te zijn.
Maar op dit moment was hij er tevreden mee zich in haar armen te verliezen en samen met haar alle regels te breken.
Zwaar ademend trok ze zich terug en stond op, waardoor hij alleen nog maar lege, koude lucht om zich heen voelde.
‘We kunnen dit niet doen, Richard,’ zei ze en hield haar handen voor haar mond.
Richard... Het beviel hem meer dan hij wilde toegeven om zijn voornaam uit haar mond te horen.
‘Waarom niet?’ Hij streek met zijn knokkels over haar huid. ‘Mijn verloofde. Je wilde alle regels breken, toch? Ik ben precies de juiste man om dat mee te doen.’
Haar gezicht was rood, haar borstkas rees en daalde snel. Dit liet haar net zomin koud als hem. Ze beet op haar lip, haar vingers raakten licht zijn wang aan, en in haar ogen was een vonk die hij nog nooit had gezien.
‘Ik…’ begon ze en haar stem trilde een beetje. Hij bracht haar zachtjes tot zwijgen door zijn vingers op haar lippen te leggen. Hij wilde niet dat ze sprak, niet nu. Hij wilde niet dat ze iets zei dat dit moment zou kunnen bederven.
‘Jane…’ zei hij. Zijn stem was zacht, bijna niet meer dan een fluistering.
Ze keek hem aan, haar ogen waren groot en er lag een uitdrukking in die hij niet kon ontcijferen. Hij liet zijn hand van haar lippen glijden en verstrengelde zijn vingers opnieuw met de hare. Toen kneep hij zachtjes in haar hand, en de intieme aanraking stuurde nog een golf van warmte door hem heen.
Een deel van hem maakte zich zorgen over wat er hierna zou gebeuren, over wat hij misschien op het punt stond te beginnen. Maar een ander, groter deel was opgetogen over de mogelijkheden, over de toekomst die hij met Jane kon opbouwen, over het verschil dat hij met haar aan zijn zijde kon maken.
‘Kom bij me liggen,’ zei hij met een schorre stem tegen haar, terwijl hij plaats voor haar maakte. Hij wilde niet dat ze wegging, terug naar de wereld daarbuiten, waar hun status en verschillen weer een rol zouden spelen. Hier, in haar kamer, waren ze gewoon Jane en Richard.
Ze knikte, met een kleine glimlach om haar lippen. Toen klom ze op het bed en strekte zich naast hem uit. Hij hield ervan haar naast zich te voelen, hield van haar geur, van de contouren van haar lichaam onder de eenvoudige grijze jurk. Hemel, ze hoorde thuis in de fijnste stoffen en de beste mode, hoewel hij haar in elke vorm zou nemen.
Hij strekte zijn hand uit, legde een arm om haar lichaam en trok haar dichter naar zich toe. Ze legde haar hoofd op zijn borst, haar hand rustend op zijn blote huid, en de aanraking deed hem door het verband heen branden. Hij keek neer op haar gezicht. Het gewicht van haar hoofd en haar geur in zijn neusgaten hadden iets geruststellends, en het deed iets wonderbaarlijks met zijn borst.
Een poosje lagen ze stil en genoot hij er gewoon van hoe haar lichaam tegen hem aanvoelde – warm en licht. Zijn wond deed pijn en voelde heet aan, maar hij zou nog veel meer wonden voor lief nemen als hij haar daarvoor nog een nacht zo kon vasthouden.
Het moest de uitwerking zijn van het drankje dat hij had ingenomen en van de brandewijn die zij had gedronken, want al snel begon ze regelmatig te ademen en zonk hij weg in de sussende warmte van de slaap.