Hoofdstuk 17 - Schijnverloofd met een lord
By Mariah Stone
Toen ze in Sumhall aankwamen, leidde Richard Jane de ruime hal binnen. De hakken van haar schoenen maakten een tikkend geluid op de marmeren vloer onder haar voeten.
‘Teanby,' richtte Richard zich tot de butler, 'wilt u mijn zus alstublieft laten weten dat haar aanwezigheid hier gewenst is? En dit is miss Grants dienstmeisje, Ruby. Wilt u er alstublieft voor zorgen dat ze in de personeelskamer thee krijgt?'
'Natuurlijk, milord.' Teanby boog, keek naar Ruby die achter Jane wachtte en verliet toen snel de kamer.
Ze wachtten in de mooi ingerichte salon waar Jane nog maar een paar dagen geleden de Seatons had ontmoet. Jane probeerde de kreukels in haar jurk glad te strijken, waarbij haar vingers een beetje trilden. Richard strekte een arm uit en nam haar hand in de zijne, alsof hij haar wilde troosten, maar de aanraking maakte haar alleen maar onzekerder. Ze was nerveus om Calliope weer te zien. Richards zus kende hem heel goed en kon met een paar slim gestelde vragen hun leugen blootleggen.
Korte tijd later kondigde het geritsel van zijde de komst van Calliope aan. Met haar crèmekleurige jurk en het kastanjebruine haar dat zacht om haar gezicht krulde, leek ze een etherische verschijning toen ze met opgeheven hoofd de salon binnenkwam. Haar lichte ogen monsterden Jane aandachtig.
'Miss Grant,' begroette Calliope haar met een beleefde glimlach. 'Richard, je hebt me laten roepen?' vroeg ze met onverholen interesse in haar stem toen ze bij hen kwam.
'Inderdaad, Calliope,' antwoordde Richard. 'We hebben je hulp nodig.'
Calliopes ogen gleden van haar broer naar Jane en vervolgens naar hun samengevouwen handen, en op haar gezicht verscheen een nauwelijks te bedwingen nieuwsgierigheid. 'En hoe kan ik jullie van dienst zijn?'
Richards greep om Jane's hand werd steviger. 'Jane heeft een jurk nodig voor de soiree van vanavond. We hadden wat... moeilijkheden met de naaister in de stad. Ik vroeg me af of jij misschien een jurk hebt die Jane vanavond zou kunnen dragen, iets wat voor haar vermaakt kan worden, uiteraard. Het is op stel en sprong, ik weet het, en je hebt het vast druk, maar...'
Een bezorgde uitdrukking gleed over Calliopes gezicht toen ze haar aandacht weer op Jane richtte. 'O, wat vreselijk! Nou, dat moeten we oplossen. Ik help u met alle plezier, miss Grant.'
Jane's hart werd warm. Ze begon lady Calliope steeds leuker te vinden, hoewel ze op haar hoede moest zijn voor de scherpe geest van de vrouw. Dat mocht ze absoluut niet vergeten. 'Nee, alstublieft, lady Calliope heeft het vast druk,' wees Jane het aanbod beleefd af.
'O, alsjeblieft, noem me Calliope,' antwoordde ze, en liet daarbij alle formaliteit varen. 'We worden tenslotte gauw zussen!'
Jane glimlachte naar haar. Nee, dat zouden ze niet. Maar dat hoefde Calliope niet te weten. 'Als dat zo is, noem mij dan alsjeblieft Jane.'
Calliope reikte Jane haar hand en kneep erin. 'Ik heb meerdere jurken die bij je mooie teint zullen passen. Je bent kleiner dan ik en hebt iets minder boezem en smallere schouders, maar dat is beter dan wanneer je groter zou zijn. Ik zal mijn modiste, mevrouw. Newman, laten komen. Voor een goede prijs zal ze vast graag helpen of een van haar meisjes sturen. Ze leveren allemaal uitstekend werk. Mevrouw Newman is misschien niet zo modieus als madame Dubois en ze komt niet uit Parijs, maar ze is snel en haar jurken zijn net zo goed. En het is een genoegen om met haar te werken. Teanby!' riep ze naar de butler.
Voordat Jane kon protesteren dat het niet nodig was om zo'n ophef over haar te maken, kwam Teanby de kamer binnen. Calliope vroeg hem om een van de lakeien met het rijtuig op pad te sturen met een bericht en de instructie om niet zonder mevrouw Newman of een van haar dames terug te keren.
Daarna vroeg ze hem haar kamenierster naar haar kamer te sturen, samen met alle andere dienstmeisjes die gemist konden worden, en een dienblad met thee, limonade, koekjes en sandwiches te brengen. Genoeg te eten en te drinken om hen allemaal urenlang bezig te houden.
'En na de soiree maak ik een afspraak met mevrouw Newman, en zij zal je voorzien van alle jurken die je nodig hebt.'
De spanning in Jane's borst ebde weg. Het was hartverwarmend dat niet alleen Richard om haar gaf, maar Calliope ook. Ze werd tenminste niet afgewezen door de hele ton. Deze twee – en ook de hertogin-weduwe – leken haar met open armen te ontvangen. De hertog voor zich winnen zou wat langer duren. Zijn probleem met Jane lag echter niet aan haar afkomst. Dat had meer te maken met het feit dat Thorne betrokken was bij de verdwijning van Spencer.
Ze gingen naar boven naar Calliopes slaapvertrek en Jane voelde zich er meteen op haar gemak. Het was een grote en mooie kamer, ingericht in heel lichte oranje- en groentinten die pasten bij Calliopes blauwe ogen en kastanjebruine haar. En net als in Jane's kamer stonden er planken vol boeken. Ze had altijd geweten dat een boekenkast in haar slaapkamer iets ongebruikelijks was, maar Thorne stond het toe omdat hij wilde dat Jane zich welkom en thuis voelde.
Jane bekeek de boekruggen. Er waren verschillende boeken over schaakstrategie, maar ook misdaadromans en verhalen over privédetectives. Jane trok haar wenkbrauwen op toen haar blik op Calliope viel, die er slim en scherpzinnig, maar ook lief en vriendelijk uitzag. 'Hou je van detectiveverhalen?'
Een dienstmeisje en een lakei kwamen binnen met twee grote dienbladen vol theekopjes, een theepot en schalen met koekjes, macarons, scones en sandwiches. Terwijl ze alles op een ronde theetafel in het midden van de kamer zetten, zei Calliope: 'O ja. Ik lees al sinds ik een kind was alles over moorden, overvallen, inbraken en de verdwijning van mensen.'
'Een kind?' giechelde Jane. 'Liet je moeder je die lezen?'
'Nee.' Calliope haalde haar schouders op. 'Maar sinds ik kan lezen, heb ik de gewoonte om de bibliotheek in te sluipen en dingen te lezen die ik niet zou mogen lezen.'
Jane lachte. 'Ik was niet zo moedig als jij, maar ik las alles wat ik te pakken kon krijgen.'
'Je mag alle boeken lenen die je wilt,' zei ze. 'Mijn favoriet is De kronieken van het detectivebureau.'
'Dank je!' zei Jane. Ze zocht het boek op de plank en sloeg het open. 'Dat zal ik doen.'
De bediende verliet de kamer en het dienstmeisje en Calliope legden drie jurken klaar waarvan ze dachten dat die het beste bij Jane's huidskleur zouden passen. De eerste was een zilverachtig witte jurk met ragfijn gaas op de rok. De tweede was lichtblauw, met een dunne, soepelvallende stof, korte pofmouwtjes en een diep decolleté. De derde jurk was crèmekleurig, met parels en kant boven het decolleté.
'Welke vind je mooi, Jane?' vroeg Calliope, terwijl ze de uitgekozen jurken bekeek.
'Deze,' zei Jane en ze wees naar de zilveren jurk.
'Een goede keuze,' zei Calliope. Ze pakte hem op, hield hem voor Jane's lichaam en nam haar uitgebreid in zich op. 'O ja, een heel goede keuze. Hij laat je ogen zo stralen en maakt ze zo... levendig! Trek hem aan, dan kunnen we beginnen met het verstellen. Ik heb handschoenen die er perfect bij passen.'
Toen Jane in Calliopes jurk uit de kleedkamer kwam en zichzelf in de spiegel bekeek, onderdrukte ze een zachte snak naar adem. Het zilver liet haar ogen inderdaad beter uitkomen, zelfs met haar bril, en het flatteerde haar huidskleur, waardoor die er gezonder uitzag en de kleur op haar wangen geaccentueerd werden. Haar lippen leken er zelfs levendiger en roder door.
Mevrouw Newman arriveerde, een knappe vrouw van in de vijftig met vriendelijke ogen en een onberispelijke smaak.
'Dank u wel dat u gekomen bent, mevrouw Newman,' zei Calliope.
'Uiteraard ben ik gekomen, ik doe immers alles voor mijn favoriete klant,' zei mevrouw Newman. 'En natuurlijk voor een gepaste vergoeding, die u op mijn rekening zult terugvinden,' voegde ze er lachend aan toe.
'U bent elk pond waard,' zei Calliope. 'Goed, dit is mijn aanstaande schoonzus Jane. Zoals ik in mijn brief heb uitgelegd, is het dringend. Ze heeft nooit de kans gehad om deel te nemen aan sociale evenementen omdat haar vader overleed, en vanavond is haar eerste echte introductie in de ton. Ze moet er dus op haar best uitzien, absoluut adembenemend en prachtig, zoals ze verdient.'
Mevrouw Newman bekeek Jane met een zakelijke glinstering in haar ogen. Ze zette haar koffertje neer, opende het en ging aan het werk. Ze nam maten, stak spelden in de jurk, bracht markeringen aan met een stukje kleermakerskrijt en gaf Calliopes dienstmeisje opdracht haar meer spelden te brengen. Af en toe vroeg ze Jane om zich om te draaien en haar armen op te tillen, en ondertussen praatten Calliope en Jane verder.
Het gesprek verliep moeiteloos, en Jane vertelde Calliope over haar school, over de kinderen en over de situatie in Whitechapel. En Calliope beloofde dat ze ook haar steentje zou bijdragen.
'Ben je van plan om na je huwelijk te blijven lesgeven?' wilde Calliope weten. 'Ik kan me niet voorstellen dat je zo'n belangrijke taak wilt opgeven.'
'Ik ben inderdaad van plan om te blijven lesgeven,' antwoordde Jane, terwijl ze een arm optilde en Mevrouw. Newman de jurk onder haar oksel afspeldde. 'Eigenlijk zou ik de school zelfs graag willen uitbreiden, meer leraren aannemen – echte leraren met ervaring – en meerdere klassen hebben.'
'Dat is geweldig. Richard kennende, zou hij je daar zeker in steunen.'
'Dat kan hij maar beter doen, inderdaad,’ mompelde Jane, hoewel ze wist dat dat waarschijnlijk niet het geval was. Geen enkele echtgenoot zou dat doen.
Calliope pakte een scone en nam er een klein hapje van. 'Ik begrijp je ambitie,' zei ze peinzend. 'Ik heb er zelf ook een.'
'O ja?' vroeg Jane. Ze geloofde niet dat de dames van de ton andere ambities koesterden dan met de beste partij te trouwen die ze konden vinden. 'En wat is dat dan?'
Calliope zuchtte. 'Mevrouw Newman, Abigail, geen woord hierover tegen wie dan ook.'
Beiden knikten.
'Mijn lippen zijn verzegeld. Daarop geef ik u het woord van een naaister,' zei mevrouw Newman.
'Ik zou graag detective willen worden. Ik wil mijn eigen bureau openen.'
Jane was even met stomheid geslagen. 'Een detective?' vroeg ze uiteindelijk.
'Ja. En zeg me nu alsjeblieft niet dat ik te veel misdaadromans lees, zoals mijn broers constant doen.'
'Is dat niet gevaarlijk?' vroeg Jane. 'En... is dat niet iets wat normaal gesproken alleen mannen doen?'
Calliopes ogen schitterden van opwinding. 'Precies! Denk er maar eens over na... Niemand gelooft dat een vrouw zoiets kan. Maar Spencer heeft me leren boksen. Richard en Preston hebben me leren schermen. Ik kan mezelf verdedigen als het moet. Wat echter nog veel belangrijker is, is het vermogen om schurken te slim af te zijn. Iedereen onderschat vrouwen. Criminelen zullen me niet opmerken omdat ze me onbelangrijk vinden, wat in hun nadeel zal werken.'
Jane bewonderde hoe zelfverzekerd Calliope was, hoe bereid ze was haar dromen na te jagen en te doen wat ze leuk vond, ongeacht de maatschappelijke verwachtingen.
'Ik ben onder de indruk,' zei ze. 'Maar hoe zit het met de Bow Street Runners? Doen die dat niet al?'
'Ze zijn vaak ongeorganiseerd en lossen zelden een zaak op. Er worden voortdurend eigendommen gestolen, mensen verdwijnen... sommigen worden zelfs gedood. En niemand, behalve de slachtoffers en degenen die dicht bij hen staan, kan helpen. Dat is wat ik graag zou willen doen.'
Jane voelde een vlaag van sympathie voor Calliope. Ze leken meer op elkaar dan ze had gedacht. Als ze geestverwanten kon vinden in de ton, dan was deze wereld misschien toch niet zo hard en afwijzend als ze had gedacht.
'Dat is buitengewoon opmerkelijk, Calliope,' zei ze toen mevrouw Newman haar vroeg zich om te draaien, zodat ze aan de achterkant van de jurk kon werken. 'Ik vind je heel moedig, en je weet wat je doet.'
'Eerst moeten we Spencer vinden,' zei Calliope, terwijl ze met een bezorgde uitdrukking uit het raam keek. 'Dan kan ik mijn bureau openen en anderen helpen.' Ze wendde zich weer tot Jane en haar gefronste voorhoofd werd weer glad. 'Ik ben zo blij dat je mijn zus wordt,' zei ze. 'En ik kan zien hoe leuk Richard je vindt.'
Jane's wangen voelden alsof ze in brand stonden. 'Kun je dat zien?'
'Ja. Hij zei dat hij verliefd was, en eerst geloofde ik hem niet.' Ze kneep haar ogen samen en Jane had het gevoel dat ze onder een vergrootglas werd bekeken. 'Maar ik zie hoe hij zich opricht en hoe zijn ogen oplichten telkens als je in de buurt bent.'
'U kunt zich nu uitkleden,' zei Mevrouw Newman. 'Ik zal ongeveer een uur aan uw jurk werken, dan zou hij klaar moeten zijn.'
Jane's vingers frunnikten aan de haakjes van de jurk, en Abigail stapte naar voren om haar te helpen. Jane’s hart bonkte in haar borst als een wild dier dat uit een kooi wilde breken. Sinds ze Richard had ontmoet, cirkelden haar gedachten constant om hem heen – hoewel aanvankelijk alleen maar geïrriteerd. En hoewel ze het niet wilde toegeven, wenste ze toch dat de zaken voor hen beiden anders lagen.
Hij voelde vast niet hetzelfde, zei ze tegen zichzelf, terwijl Abigail met de jurk bezig was.
Maar hij had haar beschermd tegen de modiste, hij had haar Reubens briefje laten zien, en nu had hij Calliope om hulp gevraagd. Bewees dat niet dat hij om haar gaf?
Ja, hij had haar vertrouwen geschaad toen hij Thornes werkkamer was binnengeslopen. Maar als ze eerlijk tegen zichzelf was, had ze in zijn plaats waarschijnlijk hetzelfde gedaan om haar broer te beschermen. Het was niet zo dat Richard haar met opzet had gekwetst.
Ze voelde zich bloot en kwetsbaar, maar ook levendig en opgetogen. Jane's hart bonsde in haar borst. Was het slechts haar verbeelding dat ze zich levendiger voelde als hij in de kamer was? Hij ging niet meer uit haar hoofd, maar voelde hij hetzelfde voor haar?
'Breek alsjeblieft zijn hart niet,' zei Calliope. 'Niet na wat lady Charity heeft gedaan. Niet nog eens.'
'Ik zal voorzichtig zijn,' beloofde ze. Haar stem was nauwelijks meer dan een fluistering, terwijl ze worstelde met haar verraderlijke gedachten. Ze voelde zo veel meer voor hem dan ze wilde. De manier waarop haar hart opzwol als hij haar aankeek... De manier waarop zijn lippen smaakten als ze hem kuste... De gedachte hem te kwetsen, het vertrouwen dat hij in haar stelde te beschamen... het was ondraaglijk. Alleen leek het erop dat zij minstens net zo veel risico liep om met een gebroken hart achter te blijven zodra dit schouwspel voorbij was.