Hoofdstuk 19 - Schijnverloofd met een lord
By Mariah Stone
Bij de laatste maten van de muziek maakte Jane een reverence en Richard een buiging. Tijdens de quadrille had hij geen moment zijn brandende blik van haar afgewend. En halverwege, toen ze voor de derde keer op zijn voet was gaan staan en een verontschuldiging had gemompeld, was de intensiteit van zijn blik zo toegenomen dat ze dacht eronder te verbranden.
Ongetwijfeld had hij er spijt van dat hij haar ooit ten dans had gevraagd. Ze was zich er pijnlijk van bewust dat ze hem in verlegenheid had gebracht ten overstaan van al die zelfverzekerde, mooie, meer verfijnde mensen.
Toen de paren het midden van de zaal verlieten, raakte hij onopgemerkt haar elleboog aan. 'Volg me, Jane. Ik moet met je praten.'
Hij stond op het punt hun nepverhouding te beëindigen. Haar gebrek aan sociale en dansvaardigheden was te groot voor hem om het te verdragen met haar in het openbaar gezien te worden. 'Waarover?' vroeg ze.
Hij antwoordde niet, maar loodste haar door de drukke zaal en de duisternis van de tuin in, achter de openslaande deuren.
Het was nu wat koeler, maar Jane had het zo warm van het springen en bewegen dat ze de frisse lucht verwelkomde. Toen ze van het licht de duisternis in stapte, kon ze even niets zien. Het enige licht in de tuin kwam van de door kaarsen verlichte ramen van de salon.
Hier was het rustiger; het gelach, de muziek en de gesprekken werden gedempt door de muren van het huis. Ze hoorde de bladeren zachtjes ritselen in de wind en de geur van rozen was intens, maar buiten minder overweldigend. Ze was weer alleen met hem, hoewel ze had geprobeerd afstand te bewaren. Waarom kon ze hem toch niet weerstaan?
En toch wilde ze nergens anders zijn.
Haar ademhaling was zwaar, de jurk voelde plotseling veel te strak aan en het korset drukte in haar zij en onder haar borsten.
Ze keek hem in het gezicht. Hij had donkere, glinsterende ogen en zijn brede borstkas rees en daalde snel.
'In hemelsnaam, Jane,' mompelde hij. 'Waarom kijk je me zo aan? Alsof je me smeekt je te kussen...'
Ze kon nauwelijks geloven dat hij dat zei, nadat ze zo stuntelig had gedanst en zo onhandig had gepraat met zijn familie en vrienden. De andere aanwezige dames hadden haar zoveel boosaardige, veroordelende blikken toegeworpen.
'Richard...'
'Je bent geweldig,' zei hij. 'Dat wilde ik je alleen even zeggen. Laat niemand je vertellen wie je moet zijn en waar je thuishoort. Je hoort daar thuis.' Hij wees naar het licht achter de deuren. 'Maar alleen als je dat wilt.'
Hij zette een stap dichterbij en hulde haar in zijn bedwelmende, mannelijke geur. Toen drukte hij haar met haar rug tegen de muur van het huis.
'Wat doe je?' Haar polsslag bonkte luid in haar oren. 'We waren het erover eens... geen aanrakingen...'
Hij knikte, zijn ogen stonden onheilspellend wild. 'En niet kussen.' Hij boog zijn hoofd en zijn lippen kwamen steeds dichter bij de hare. 'Zeg me dat je dit niet wilt. Eén woord van jou is genoeg en ik stop...'
Ze ademde in en nam zijn frisse geur in zich op. Zeg nee. Hij is een rokkenjager... Dit is wat hij altijd doet. Dit alles betekent niets voor hem...
Maar haar lippen konden geen nee vormen. Alles wat ze wilden zeggen, was ja.
'Laatste kans, Jane...' Hij kwam zo dichtbij dat ze de warmte van zijn adem op haar lippen kon voelen.
'Oh, verdorie...' mompelde ze.
Hij grinnikte zachtjes en schonk haar een zachte, tevreden, mannelijke glimlach. En toen deed hij precies datgene wat ze zichzelf en hem had beloofd nooit meer te zullen doen. Precies datgene waarvoor Thorne hem zou vermoorden. Precies datgene wat haar zou ruïneren als iemand hen zou zien, zelfs al was hij haar verloofde.
Hij sloeg zijn prachtige, sterke armen om haar lichaam en kuste haar.
Zijn lippen waren warm en zacht, en ze raakten de hare met zo'n heerlijke druk dat ze wegsmolt. Het voelde zo goed hoe zijn lichaam zich tegen het hare drukte dat ze aan niets anders kon denken. Alleen al het gevoel van zijn lippen was genoeg om een gloeiende hittegolf door haar heen te laten stromen.
Het lichte schuren van zijn korte stoppelbaard die over haar huid streek, zijn sterke armen die haar als een schat tegen zich aan hielden, en zijn geur - wellustig en mannelijk - lieten haar alles vergeten...
Ze wilde meer.
Ook al zou ze dat niet moeten willen.
Denk eraan, dit is precies wat je wilde vermijden!
'Richard...' mompelde ze tegen zijn mond, terwijl ze probeerde te vechten tegen de gevoelens die hij in haar opwekte.
'Hmm?' antwoordde hij, zonder zijn lippen van de hare te halen.
'We kunnen dit niet doen, Richard,' zei ze. 'Ik zei je toch...'
'Maar je wilt het wel.' Hij streek met zijn knokkels over haar huid. 'Verloofde...'
Achter de openslaande deuren klonk muziek. Maar een paar stappen bij hen vandaan, en iemand zou naar buiten kunnen komen. En dan zou ze echt met hem moeten trouwen, en dat zou elke kans op het bouwen van een echte school in Whitechapel teniet doen.
'Dat is het nu juist. Ik ben je verloofde niet. We doen alleen maar alsof. We liegen tegen de hele wereld en we weten allebei dat we niet gaan trouwen.'
Zijn ogen bekeken haar met een intensiteit die haar een rilling over de rug bezorgde. Zijn blik viel op haar lippen en dwaalde toen lager. 'Dat hoeft ons er niet van te weerhouden om van elkaars gezelschap te genieten.'
Ze schudde haar hoofd en maakte zich los uit zijn omhelzing, stapte bij hem vandaan de duisternis van de tuin in. Het vuur van de tuinfakkel verlichtte zijn grote, gespierde gestalte in de kleding van een heer.
'Ik wil niet voor je charmes vallen. Als er iemand door die deur komt...' Ze wees naar de deuren waarachter dames en heren dansten en zich onder gelijkgestemden begaven. ‘... zul je gedwongen worden iets te doen wat je niet wilt... met mij trouwen.'
Hij verstijfde, kneep zijn ogen lichtjes dicht en in zijn blik verscheen een pijnlijke uitdrukking. Zijn lippen openden zich, maar er kwam geen geluid uit.
Geschrokken hield Jane haar adem in. Er moest daar iemand zijn!
Ze keek over haar schouder, maar ontdekte alleen een leeg bankje met aan weerszijden een rozenstruik. Ze tuurde in de duisternis en probeerde te ontdekken of zich iemand in de schaduwen bevond. Toen ze Richard weer aankeek, waren zijn ogen gevuld met pijn en spijt.
'Wat is er?' wilde ze weten en stapte dichterbij.
Een zachte lach ontsnapte aan zijn lippen, toen schudde hij langzaam zijn hoofd, liep langs haar heen en bleef een paar passen van het bankje staan. 'Je hebt gelijk. We hadden niet de tuin in moeten komen. Ik heb niet nagedacht... Het is precies op deze plek gebeurd.'
'Wat is er gebeurd?' vroeg ze, terwijl ze naar zijn brede rug keek.
'Lady Charity.'
Jane's blik gleed over het verweerde bankje en het besef trof haar als een mokerslag.
'Je bedoelt dat je haar daar met haar minnaar hebt gezien?'
Hij knikte. Ze ging naast hem staan en keek naar hem op. Zijn profiel was in schaduwen gehuld en zijn ogen waren groot, alsof hij een geest had gezien.
Ze beet op haar lip. 'Ze verdiende je niet. Iemand zoals jij bedriegen... Ik kan me niet voorstellen hoe een vrouw zoiets kan doen.'
Hij draaide zich naar haar om en richtte zijn verbaasde, grote ogen op haar. 'Ze verdiende me niet...?' herhaalde hij met een breekbare stem. 'Jane, je hebt geen idee hoeveel dat voor me betekent...'
Jane kon de pijn en de gekwetstheid in Richards blik zien. Ze wilde hem troosten, zijn pijn wegnemen, maar ze wist niet hoe.
‘Alleen,' zei hij, 'ik geloofde niet dat ik haar verdiende. Ik gaf mezelf de schuld. Ik dacht dat ik te meegaand was geweest. Dat ze me daarom saai vond. Mannen zoals mijn broers – mysterieus, dominant, altijd klaar voor een gevecht – waren interessanter. Mijn hele leven had ik het gevoel dat ik in de schaduw stond van mijn twee knappe oudere broers, over wie iedereen het altijd had. Zij stonden voortdurend in het middelpunt van de belangstelling. Spencer – briljant en charmant. Preston – peinzend en mysterieus. Ik was altijd degene met een schouder om op uit te huilen. Als mijn broers niet beschikbaar waren voor een dans, dan was ik dat wel.'
Jane's hart brak toen ze zich deze jongere versie van Richard voorstelde. Verlegener. Stiller. Lieflijker. Iemand die ze onmiddellijk in haar hart kon sluiten.
'Ze was perfect.' Hij zette drie langzame stappen naar het bankje en ging zitten. 'Een engel over wie de hele ton sprak. De diamant van het seizoen, de puurste van de puursten. En ze koos mij. Mij, terwijl ik nooit zo elegant was als mijn oudere broers. Ik was altijd de vredestichter in de familie was geweest. De verantwoordelijke, de slimme, de saaie.'
En Jane zou deze versie van hem net zo leuk hebben gevonden. De verantwoordelijke, de slimme, de saaie... hoewel dat laatste niet waar was. Maar de eerste twee kwamen overeen met wie hij diep vanbinnen was.
Ze kon zichzelf op precies dezelfde manier beschrijven.
Slim. Verantwoordelijk. Saai.
'En toen kwam zij,' zei hij, terwijl hij toekeek hoe ze het bankje naderde en naast hem ging zitten. 'De debutante over wie iedereen het had, met haar perfecte huid, grote ogen en dikke, aardbeiblonde haar. Iedereen wilde haar. Ze zou voor elke vrijgezel een uiterst geschikte partij zijn geweest. Maar ze koos voor mij.'
Hij slaakte een vreugdeloze lach. 'Ik kon het niet geloven. Ik droomde van haar. Alles waar ik aan kon denken, was zij. Alles waar ik over kon praten, was zij. Ik vroeg haar ten huwelijk en ze zei ja. Haar vader was er ook erg blij mee. De bruiloft zou twee maanden later plaatsvinden. Ze was mijn eerste en enige liefde. Het voelde alsof ik op wolken liep.'
Jane haatte het. Ze haatte het om te horen dat hij van een ander had gehouden. En dat terwijl ze had gedacht dat de rokkenjager die hij nu was, niet in staat was om lief te hebben. Dat hij alleen maar veroveringen nastreefde.
Ze slikte zwaar. 'Denk je dat ze ook van jou hield?'
Hij beantwoordde haar blik en knipperde met zijn ogen. 'Destijds dacht ik van wel, ja. Maar nu besef ik dat ze waarschijnlijk helemaal niet van me hield. Het had me moeten opvallen dat onze gesprekken geforceerd waren. Dat ze op dezelfde manier naar andere mannen lachte en in hun ogen keek als in de mijne... en naar één man in het bijzonder.'
'Wie was hij?'
‘Burggraaf Simpson. Hij was net zo elegant als mijn broers. Het was tijdens de soiree van lady Brewster, precies hier. Ik ging de tuin in om haar te zoeken en ik vond haar. Ze zat op dit bankje, in zijn armen...' Zijn door pijn getekende ogen vonden de hare; ze leken zo diep en bodemloos als een put. '... en kuste hem. Zijn hand lag op haar borst, iets wat ik nooit had durven doen uit angst de vrouw van wie ik hield te onteren.'
Hij schraapte zijn keel. Het deed haar pijn om te horen dat hij zo gekwetst was. Als Jane hem met een andere vrouw had gezien... Die gedachte voelde als een glasscherf die diep in haar hart stak.
'Ik was geschokt toen ik zag dat een andere man mijn verloofde in zijn armen hield,' vervolgde Richard. 'Toen ze me zagen, zei ze niets. Ze ontkende het ook niet. Smeekte niet. Ze keek niet eens schuldbewust. "Ik ga met haar trouwen, lord Richard", zei Simpson. "De verloving tussen ons is verbroken", kwam er meteen achteraan van lady Charity. Misschien was ik alleen maar iemand die ze gebruikte om Simpson te krijgen. Ik ben er nooit achter gekomen. Ik heb het ook nooit gewild. Ik was gewoon niet goed genoeg voor haar.'
Hij slikte en Jane legde haar hand op de zijne, die groot en warm was. Hij draaide zijn handpalm naar boven en ze verstrengelden hun vingers. De aanraking voelde goed en was troostrijk. Vriendelijk.
Ze zag het in zijn ogen. Dat was de aanleiding voor de beslissing die hij toen moet hebben genomen. 'Is dat de reden waarom je besloot nooit te trouwen?'
'Klopt. Om lady Charity, mijn broers en alle anderen te laten zien – maar vooral om het aan mezelf te bewijzen – dat ik geen deurmat was waar je zomaar overheen loopt, werd ik precies zoals Simpson. Zoals mijn broers. Ik leerde de jongeman die verlegen, vriendelijk en eervol was, uit te schakelen. Ik deed mijn broers na, deed wat zij deden, praatte zoals zij praatten, kleedde me zoals zij zich kleedden. En al snel was ik de volgende verleider. Een onverantwoorde levensgenieter. Ik nam minnaressen – verveelde, onbeminde echtgenotes, weduwen die snakten naar mannelijke aandacht, oude vrijsters die wisten waar ze aan begonnen. Ik ging naar bordelen. Alles alleen maar om mezelf te verdrinken in vrouwelijke aandacht en te vergeten dat mijn hart nog steeds bloedde en pijn deed.'
De gedachte aan hem in de armen van zoveel vrouwen maakte haar misselijk.
Alsof hij haar gedachten had gelezen, fronste hij. Hij legde een vinger onder haar kin en tilde die zachtjes op. Zodat ze hem aankeek. 'Vergeef me. Misschien moet ik hier niet over praten. Maar ik beloof je, sinds ik op je school kwam en mijn kleren met modder besmeurd raakten, is er niemand anders meer geweest. Ik heb naar niemand anders meer gekeken dan naar jou.'
Warmte stroomde als zonneschijn door haar aderen. Ze schudde haar hoofd en verborg een glimlach. 'Het is jouw verleden. Ik wil je leren kennen. Alles van je. Wat jou tot... jou heeft gemaakt. Zoals ik het zie, was de grootste fout van lady Charity dat ze je heeft laten gaan.'
Een lach ontsnapte hem en hij schudde langzaam zijn hoofd. 'Miss Jane Grant, wat moet ik toch met je aan?'
Jane beet op haar lip, haar hart klopte als een bezetene. 'En voor alle duidelijkheid, er is niets saais aan je. Je bent nogal... fascinerend.'
'Fascinerend' was niet eens het juiste woord. Ja, hij maakte haar soms woedend. Ja, hij gaf haar het gevoel dat hij haar begreep, om haar vervolgens weer te verraden.
Maar hij liet haar zich ook gezien voelen. Hij liet haar zich levend voelen.
En wat hij ook deed, hij gaf haar nooit het gevoel alleen te zijn.
Ze wilde hem ontcijferen, hem begrijpen, elk klein detail over hem te weten komen. Hij was tegenstrijdig. Hij was zo onweerstaanbaar dat hij elke vrouw kon krijgen die hij wilde, en toch was hij diep vanbinnen verlegen. Hij was een rokkenjager, en toch had hij met heel zijn hart liefgehad. Hij had zo'n warmhartige familie die om hem gaf, en toch voelde hij zich eenzaam omdat hij dacht dat hij anders was. Hij had het geld, de invloed en de tijd om alles op de wereld te doen, en toch voelde hij zich nutteloos.
Als hij zichzelf maar kon zien zoals zij hem zag...
'Fascinerend?' Met een schalkse glimlach streek hij met zijn knokkels over haar wang. 'Ik ben totaal niet fascinerend, lief meisje, maar bedankt dat je dat zegt.'
'Dat ben je wel... voor mij.'
Zijn blik werd nog warmer.
'Ik bedoel alleen,’ legde ze uit, 'laat een vrouw die jou niet verdiende niet de rest van je leven verpesten. Niet dat ik iets van liefde afweet...'
En toch zei iets haar dat ze er misschien meer van afwist dan ze dacht...
Zijn gezicht ontspande, werd plotseling zacht. De pijn waarover hij haar had verteld, was eruit verdwenen. 'Ik heb nooit iemand de details verteld van wat er met lady Charity is gebeurd, of welke invloed het op me had,' zei hij. 'Calliope wist wel het een en ander, maar ze was te jong en ik kon er niet met haar over praten. Mijn broers zagen mijn verdriet, maar hun manier om me te helpen was me meenemen naar bordelen en me te laten vergeten. Maar dit...' Hij tilde hun verstrengelde handen op en drukte een kus op de rug van haar hand, wat haar een rilling over haar ruggengraat bezorgde. 'Gewoon met iemand praten die luistert. Die het begrijpt... Die denkt dat het niet mijn schuld was... Dat liefde...'
Hij stopte met praten, een vleugje angst vertroebelde plotseling zijn blik.
'Dat liefde wat?' vroeg ze zachtjes.
Hij keek naar de donkere grond. 'Niets.'
'Wat is er?' Ze reikte met haar hand naar zijn gezicht, legde die tegen zijn kin en draaide hem naar haar toe. 'Zeg het me, alsjeblieft.'
Zijn donkere blik ontmoette de hare, en er waren geen schilden, geen muren en geen barrières. Recht voor haar stond een jonge man, hoopvol en kwetsbaar, misschien precies zoals hij was toen lady Charity hem had ontmoet.
'Mijn ouders hielden van elkaar. Ze waren zo gelukkig, Jane. Als kind dacht ik dat alle gezinnen zo moesten zijn. Ik was er zeker van dat mijn eigen gezin op een dag ook zo zou zijn.'
Ze verdronk in zijn mooie ogen. Haar hart fladderde in haar keel als een vogeltje. En in dat fladderende vogelhartje werd een vraag geboren... een vraag die ze absoluut wilde stellen, maar waar ze bang voor was.
En toch kwamen de woorden over haar lippen, alsof ze niet uit haar eigen mond kwamen. 'Denk je dat je ooit weer zou kunnen liefhebben?'
Lange tijd antwoordde hij niet, zodat het haar voorkwam alsof er een eeuwigheid voorbij was gegaan.
Met een schorre stem zei hij uiteindelijk: 'Ik begin te geloven van wel.'
Jane knikte. Ze trilde – maar niet van de kou.
Het fladderende vogelhartje in haar keel bad, hoopte, zong de melodie van een prachtige maar onmogelijke toekomstvisie, waarin zij de persoon was die hij aan zijn zijde zag.