Hoofdstuk 20 - Schijnverloofd met een lord
By Mariah Stone
Nog acht dagen tot de bruiloft...
* * *
Zoals ze hadden afgesproken, kwam Richard de volgende dag naar het 'Elysium' om Jane op te halen en Reuben te zoeken. Hij klom uit het rijtuig en zijn laarzen raakten de droge, harde grond.
Twee van Thornes mannen stonden bij de hoofdingang van de club en hielden hem in de gaten.
Omdat hij wist dat hij een reden nodig had om Jane te kunnen zien, liep Richard naar het bruisende marktplein. Er waren kooplieden die afdongen, klanten die onderhandelden en spelende kinderen. Een groep bedelaars zat ineengedoken bij de marktkramen; in hun ogen zag hij zowel argwaan als hoop. Richard gooide bij ieder van hen een paar munten in hun beker en hun gezichten werden zacht van verbazing en dankbaarheid. De geur van gepofte kastanjes en de zachte klanken van een fluit en een trommel, die wat verderop werden bespeeld, vulden de lucht.
Richard slenterde langs de eerste rij van de markt en kocht een bos veldbloemen voor Jane en twee dozijn verleidelijk geurende cakejes voor de kinderen. De mollige verkoopster, die hem haar hele voorraad had verkocht, pakte de cakejes voor hem in met stralende ogen.
De aanblik van het marktplein wekte een warm gevoel van empathie in Richard op. Hij begreep waarom Jane deze mensen zo graag wilde helpen. En ze had gelijk: hij had zowel de financiële middelen als het maatschappelijk aanzien om daadwerkelijk verandering teweeg te brengen. Zelfs Thorne Blackmore, een crimineel, had meer voor deze mensen gedaan dan Richard. Zijn gedachten sloegen op hol toen zijn blik gleed over de vervallen huizen, de mensen in opgelapte en vieze kleding en de bedelaars, die nauwelijks meer dan lompen droegen. Grond in dit gebied moest goedkoop zijn, en het leek erop dat er een overvloed aan gewillige arbeiders was.
Zou hij hier iets kunnen doen wat de gemeenschap ten goede kwam en tegelijkertijd een bedrijf vestigen?
Peinzend keerde Richard terug naar het 'Elysium'. De twee bewakers versperden hem de weg en keken hem aan met wantrouwige, toegeknepen ogen. Bij zijn laatste twee bezoeken waren ze hier niet geweest. Misschien had hij toen gewoon geluk gehad en hadden ze een pauze, want elke keer als hij als gast naar het 'Elysium' was gekomen, hadden bewakers de lidmaatschappen gecontroleerd en de orde gehandhaafd. Het leek erop dat zijn geluk op was. Maar misschien had Thorne daar ook wel voor gezorgd.
'Lord Richard,' begroette een van de mannen hem. 'Wilt u zo vriendelijk zijn uw reden van komst te noemen?'
'Ik zou graag miss Grant en de kinderen op school willen bezoeken. Hier zijn wat cakejes voor de kleintjes en bloemen voor miss Grant.'
De uitdrukking in de ogen van de twee bewakers werd zachter. Een van hen knikte. 'Ik geloof niet dat meneer Blackmore daar bezwaar tegen zou hebben. Maar ik zal navragen wat ik moet doen. Janie is sowieso nog niet klaar met school. Wacht u hier.'
De man verdween, en toen hij een paar minuten later weer tevoorschijn kwam, knikte hij naar Richard. 'Meneer Blackmore ziet er geen kwaad in. Maar miss Grant mag niet met u meegaan.'
Dat was een complicatie. Richard vroeg zich af of Thorne hem was gaan wantrouwen, omdat hij hem eerder zo vroeg in de ochtend met Jane had betrapt.
Jane had hem verteld dat Reuben rond deze tijd thuis zou moeten zijn en dat ze hoopte hem onder vier ogen te kunnen spreken. Maar hoe konden ze naar buiten sluipen als die twee hen in de gaten hielden?
'Prima,' antwoordde Richard.
'Ik zal de poort voor u openen,' zei de man en hij liep naar de poort van de achterplaats. Richard volgde hem op de hielen.
Toen de bewaker de deur openduwde, voelde Richard een tinteling van verwachting die zijn polsslag versnelde. Hij stapte naar binnen en de geur van paarden, versgebakken brood en heet, gesmeed ijzer was ongewoon uitnodigend. Hij kon niet anders dan zich haasten, ook al wist hij dat de les van Jane pas over een uur afgelopen zou zijn. Zijn ongeduld verraste hem, hij gedroeg zich als een onstuimige jongen.
Op de binnenplaats was het een drukte van jewelste. Een vrouw was bezig in het kippenhok en haar bewegingen zorgden ervoor dat de kippen luidkeels begonnen te kakelen. In de stallen hinnikte een paard zachtjes, terwijl het door een stalknecht werd geborsteld. En vanuit de smederij klonk een ritmisch, metalig getik.
Hij naderde het kleine, stenen schoolgebouw in een hoek van de binnenplaats en opende de deur op een kiertje. Maar zijn voorzichtigheid was tevergeefs, want het enthousiaste geblaf van Hercules verraadde hem. De deur zwaaide open en onthulde de stralende glimlach van Jane, terwijl zeven kinderen hem met grote ogen aanstaarden.
Hercules sprong op en neer, jankte en gaf met zijn poot een duwtje tegen zijn hand, maar Richard had alleen oog voor Jane. Ze was vandaag anders gekleed dan anders, niet meer in de gebruikelijke grijze en bruine tinten. Ze droeg een lichtblauwe jurk die eenvoudig maar elegant was en haar figuur flatteerde. Geborduurde patronen versierden de zoom van haar rok, en de spencer in een diepe, donkere blauwtint die ze eroverheen droeg, leek levendiger door de ingeweven gouden draden.
Ook Jane's haar zag eruit alsof ze er meer tijd en moeite in had gestoken, want haar gebruikelijke knot had plaatsgemaakt voor zachte krullen die haar gezicht prachtig omlijstten. Haar houding sprak boekdelen: haar schouders en rug recht, een serene gezichtsuitdrukking en een nieuwe schittering in haar ogen. Er verspreidde zich een warmte in hem toen hij zag dat ze zich zo op haar gemak voelde, zo zelfverzekerd was.
'Mijn excuses,' stamelde hij, terwijl zijn ogen nog steeds op haar gericht waren. 'Het was niet mijn bedoeling de les te storen. Ik hoopte dat ik… kon toekijken.'
'Je bent vroeg,' merkte ze op, en een lieve glimlach speelde om haar lippen. Een glimlach die hij het liefst zou willen kussen.
'Ik kon niet wachten om je te zien,' gaf hij toe, zijn stem niet meer dan een fluistering. Zijn eerdere pijnlijke associaties met de tuin van lady Brewster waren nu vervangen door zoete herinneringen aan Jane. Het was nu de plek waar een prachtige vrouw, aan wie hij constant moest denken, hem nieuwe hoop had gegeven en de barsten in zijn hart was begonnen te helen.
Jane bloosde. Een zachtroze kleur verscheen op haar wangen en haar ademhaling stokte.
De toespeling hing zwaar in de lucht en werd nog eens onderstreept door haar zachte antwoord. 'O, nou, dan zul je toch nog even moeten wachten.'
'Natuurlijk,' antwoordde hij en reikte haar de bos bloemen aan. Ze nam hem uit zijn hand en haar lippen openden zich een beetje toen ze de geur opsnoof. 'En deze,’ ging hij verder en toonde het pakketje met cakejes dat in krantenpapier was gewikkeld, ‘zijn voor de kleintjes.'
Ze nam de cakejes met een dankbare glimlach aan. 'Dank je, voor allebei.'
Toen de geur van het verse gebak zich door de kamer verspreidde, barstten de kinderen uit in opgewonden gekwebbel. Een van de meisjes sprong op om Jane met de cakejes te helpen, terwijl Hercules met grote interesse naar het pakje staarde.
'Ik wacht tot je klaar bent,' kondigde Richard aan en hij draaide zich om om weg te gaan. 'Kom, Hercules, tijd voor een wandeling.'
Jane knikte en schonk hem een bijzondere glimlach die zijn hart tegen zijn ribbenkast deed slaan. 'Nogmaals hartelijk dank, Richard.'
De manier waarop ze zijn voornaam uitsprak, voelde als een geheime belofte tussen hen. Hij pakte de lijn van Hercules en zei: 'Het is me een genoegen, Jane.'
Daarna maakten hij en Hercules een korte wandeling, wachtend op het juiste moment om de binnenplaats weer op te gaan. Toen hij terugkeerde, werd hij begroet door de aanblik van de schoolkinderen die het kleine klaslokaal uitkwamen. Hun gezichten zagen er vrolijk en ontspannen uit, heel anders dan de sombere blikken die hij bij zijn eerste bezoek hier had gezien. Dat was ongetwijfeld aan Jane's invloed te danken. Ze had gelijk. Haar school was belangrijk.
Hij keek hen na terwijl ze door de poort liepen en wendde zich toen tot Jane.
'Je broer wil niet dat je vandaag met me mee gaat,' zei Richard, terwijl hij zag hoe Jane's gezicht ernstig werd. 'Hij had er niets op tegen dat ik je bezocht, maar we kunnen niet samen weggaan.'
'Ik begrijp het,' antwoordde Jane. 'Ik heb gehoord dat Reuben vanavond vertrekt om een boodschap voor Thorne te doen. Dat betekent dat we moeten opschieten als we hem willen zien. Het is nog maar acht dagen tot de bruiloft en ik weet niet wanneer hij terugkomt.'
Richard had verwacht dat er een rilling over zijn rug zou lopen bij het horen dat de bruiloft misschien onvermijdelijk was, dat ze het moesten doorzetten. Maar in plaats daarvan zorgde de gedachte om met haar te trouwen ervoor dat er zich een hemelse warmte in zijn binnenste verspreidde.
'We moeten ergens anders afspreken,' zei hij. 'Ik ga alleen weg en zorg ervoor dat die mannen mij en mijn rijtuig zien vertrekken. Ik stop ongeveer een straat verderop. Jij wacht even en zegt dan dat je naar een winkel gaat of een boodschap moet doen. Is dat mogelijk?'
Ze knikte. 'Ja. Dat zou kunnen werken. Ik zal zeggen dat ik op de markt iets voor de kinderen moet kopen. Misschien wil een van hen meekomen, maar ik weet zeker dat ik hem op de markt wel kan afschudden, met zoveel mensen die daar rondlopen. Parkeer je rijtuig in Bristle Street, dan vind ik je wel.'
‘Jane,' zei hij met een glimlach, 'je zou het tegen Calliope kunnen opnemen.' Richard genoot van het enthousiasme dat in haar ogen fonkelde, hoewel hij zich bewust was van de gevaren van hun plan. 'Maar doe dat alsjeblieft niet.'
'Dat is goed.' Jane liet een zacht lachje horen.
'We zien elkaar snel,' zei hij, zich verheugend op de gedachte dat hij vandaag nog meer tijd met haar zou doorbrengen.
Daarop schonk ze hem een van haar prachtige glimlachen. Hij knikte haar toe en ging weg. Toen hij door de poort liep, wierp hij een blik op de twee bewakers, die, zoals hij had gehoopt, zijn vertrek opmerkten. Hij stak de straat over en vertelde zijn koetsier waar hij heen moest, waarna hij in het rijtuig stapte.
Ze reden weg en hij zag tot zijn voldoening hoe de bewakers het rijtuig met hun blikken volgden. Goed.
Na een paar minuten sloeg de koetsier linksaf en stopte kort daarna. Het was een rustige straat met veel vervallen, scheve huizen met gaten in de daken en dichtgetimmerde ramen. Hij keek telkens weer naar buiten, in de hoop elk moment Jane's slanke gestalte te zien, maar de tijd kroop voorbij als kleverige honing.
Er moest een heel uur verstreken zijn toen hij haar eindelijk op zich af zag snellen, met een mand in haar hand en Hercules op haar hielen. Ze noemde het adres aan de koetsier, stapte in en zette de mand op de zitting naast zich. De trouwe hond sprong haar achterna.
En ze waren hemels alleen.