Hoofdstuk 31 - Schijnverloofd met een lord
By Mariah Stone
Ze struikelde niet en trapte hem niet op zijn tenen terwijl ze dansten. Ze zweefden gewoon. Een paar keer keek ze in de richting van Calliope, omdat ze haar met haar danspartner wilde zien. Ze waren een prachtig stel, Calliope en Kelford. Zij in haar goudgele jurk en hij in zijn donkerblauwe geklede jas, waarvan de kraag en revers met een goudgalon en de manchetten met gouden knopen waren versierd. Zijn blonde haar was op zijn achterhoofd in een staart bijeen gebonden. Als een leeuw en een lam keken ze elkaar onophoudelijk aan. Calliopes gezicht was rood en gloeide. Zo had Jane de anders zo rustige en beheerste Calliope nog nooit gezien.
Toen de dans voorbij was, begeleidde Richard Jane door de menigte naar de groep die ondertussen bijna als een tweede familie voor haar voelde. Sebastian en Emma, Preston en Penelope, allemaal lachten ze haar hartelijk toe, alsof ze een oude vriendin of zelfs hun zus was.
Bij Penelope stond een mooie vrouw van in de vijftig, die een saffierkleurige jurk droeg en naast een lange, kalende man stond. Hij was zeer edel gekleed en zijn donkere vest sloot goed aan om zijn nog immer atletische lichaam. Zijn opvallend blauwe, dicht bij elkaar staande ogen onder zijn strenge wenkbrauwen keken met een kille intensiteit.
'Miss Grant,' sprak Penelope haar formeel en passend voor de gelegenheid aan, en wees met een gebaar naar de dame en de heer. 'Staat u mij toe u de hertog en hertogin van Ashton voor te stellen.'
'Het is mij een genoegen u te ontmoeten,' zei Jane. Ze voelde zich niet meer zo onbeholpen en verlegen als voorheen. Weer een hertog en een hertogin, en toch had ze niet de behoefte om weg te rennen en weg te duiken.
'Het genoegen is geheel aan onze kant,' antwoordde de hertogin met een bevallige glimlach.
'De hertogin is een mecenas van mijn kunst,' zei Penelope. 'Een zeer welwillende begunstiger.'
'Neemt u mij niet kwalijk,' zei de hertog van Ashton en verliet de groep.
Toen Jane hem met haar blik volgde en zich over zijn abrupte vertrek verbaasde, zag ze dat hij zich bij een man met overgewicht en een dikke buik voegde, die een zwarte fluwelen jas droeg die met goudgalon geborduurd was. Toen Ashton iets tegen hem zei, gooide de man zijn hoofd naar achteren en lachte, waarbij hij zijn lange, spitse neus in de lucht stak.
'De prins-regent...' mompelde ze.
Richard volgde haar blik. 'Ja, het is Zijne Hoogheid.'
Bij de hertog van Ashton en de prins van Wales voegde zich een man van in de vijftig in een marine-uniform met gouden epauletten die met sterren waren geborduurd. Hij glimlachte vriendelijk naar de prins en de hertog en maakte een buiging. Drie gouden strepen op de mouwen van zijn uniform schitterden toen hij zijn hand achter zijn rug legde. Ze gaven aan dat het hier om een admiraal ging.
Jane vroeg zich even af of hij misschien kon helpen bij de zoektocht naar Spencer. Maar voordat ze iets tegen Richard kon zeggen, verschenen er een gele jurk en kastanjebruin haar in haar ooghoeken, en Calliope pakte Jane bij haar gehandschoende hand. 'Kan ik je even spreken?' vroeg ze met brandende ogen en rode wangen.
Jane keek naar Penelope en Emma, die Calliope al langer kenden, maar het leek alsof ze beiden in gesprek waren. Ze keek naar Richard, die een bezorgde blik over de menigte wierp, waarschijnlijk op zoek naar Kelford.
'Natuurlijk kan dat,' zei Jane. 'Neem me niet kwalijk, Richard.'
Hij knikte kort. 'Is alles in orde, zus? Heeft die schurk iets uitgehaald?'
'Alles is in orde, broer,' zei ze. 'Het is slechts een gesprek tussen dames. Je zou je alleen maar doodvervelen.'
Ze trok Jane opzij en zocht een verlaten plekje bij een raam dat versierd was met elegante gouden gordijnen. De tuin erachter was prachtig en het blauwe maanlicht verlichtte de bloeiende pioenrozen, hortensia's en riddersporen die langs de paden tussen de bomen groeiden. Drie matrones zaten op een bank, dronken wijn en roddelden waarschijnlijk, maar ze waren buiten gehoorsafstand.
'Waar gaat het over?' vroeg Jane.
Calliope boog zich voorover, haar ogen fonkelden als twee diamanten. 'Die heer... de hertog van Kelford...'
Jane giechelde geamuseerd. 'Ik zie wat voor een indruk hij op je heeft gemaakt.'
'Hij is zo... zo... Richard heeft gelijk. Hij is een rokkenjager! Ik weet nu waarom mijn broer me ervan probeerde te weerhouden met hem te dansen. Maar... waarom zou een man als Kelford met een muurbloempje als ik willen dansen? Niemand vraagt me ooit ten dans. Zeker niet voor een wals!'
Jane glimlachte. 'Ik ben niet de juiste persoon om die vraag aan te stellen, lieve, want ik heb in mijn leven slechts twee keer gedanst, beide keren met je broer. Maar de hertog... hij mag van geluk spreken als hij jou krijgt!'
Calliope zuchtte, legde een hand op haar buik en haalde diep adem.
'Het lijkt erop dat je het erg naar je zin had,' zei Jane met een zacht lachje.
'O ja. Ik heb er meer van genoten dan zou moeten.' Ze giechelde. 'Als Kelford hetzelfde effect op mij heeft als Richard op jou...'
Calliope kon haar zin niet afmaken, want vanaf de toegangsdeur klonk gehijg en het geschuifel van voeten. De muziek stopte en de ruimte vulde zich met verontwaardigde kreten en een algemeen ontevreden gemompel.
Toen Jane haar nek uitstak om te zien wat er aan de hand was, merkte ze een groep mannen op die door de grote open deuren de zaal binnendrongen. Koninklijke lakeien haastten zich om hen tegen te houden, maar slaagden daar niet in.
Jane's voeten werden koud en ze had het gevoel dat ze door de vloer zakte. Ze kende elk van deze mannen...
Haar broer, lang en breedgeschouderd, marcheerde door de menigte. Achter hem liepen Brace, Morgan en Tristan met dezelfde vastberadenheid. Het viertal was zoals altijd onberispelijk gekleed, alsof ze als gasten op het bal waren gekomen, met spierwitte dassen, perfect passende jacquets en door de wind verwarde kapsels. De vier, knap als duivels, trokken ieders aandacht. Achter hen volgden Atticus, Reuben en nog zo'n tien van Thornes mannen.
IJskoude rillingen gleden door Jane's buik en verspreidden zich door haar hele lichaam.
Thorne keek met gefronste wenkbrauwen om zich heen. De scherpe trekken van zijn gezicht, zo streng en onverzettelijk, deden haar denken aan een adelaar die op zijn prooi jaagt. Ze had er geen goed gevoel over. Waarom zou Thorne een koninklijke balzaal binnenstormen met een klein leger mannen in zijn gevolg?
Met een woeste blik speurde hij de menigte af en hij begon zich een weg door de mensenmassa te banen. Zijn blik bleef op haar haken. 'Daar ben je. Jane, kom onmiddellijk hier.'
'Mijnheer, wat doet u in vredesnaam? En waar zijn mijn bewakers?' riep de prins-regent. Zijn pafferige gezicht was rood aangelopen terwijl hij dichterbij kwam. Maar tot Jane's verbazing zag hij er niet verontwaardigd uit.
Hij zag er... geamuseerd uit.
Jane wist dat de prins, door te beweren dat hij niet wist wie Thorne was, zijn eigen reputatie beschermde... en voorkwam dat iedereen wist dat hij het 'Elysium' bezocht.
Ashton ging beschermend voor hem staan. 'Uwe Hoogheid, ik smeek u, probeer deze gek niet te benaderen,' mompelde hij.
Maar de prins-regent hief zijn hand op om Ashton tegen te houden.
Thorne maakte een galante buiging voor de prins. 'Ik ben Thorne Blackmore, Uwe Koninklijke Hoogheid. Uw bewakers wilden me niet doorlaten.'
Thorne verraste ongetwijfeld iedereen met zijn goede manieren, nadat hij het bal op zo’n manier had verstoord.
'Ik wil u geen kwaad doen, Uwe Hoogheid,' ging Thorne verder. 'Ik ben hier om mijn zus te vinden en de schurk die haar voor de gek heeft gehouden.'
Jane hapte naar adem. Er begon gemompel door de zaal te gaan. De menigte deinsde uiteen toen Richard naar voren stapte en naast Jane ging staan.
'Blackmore...' zei Richard, terwijl hij sussend zijn armen ophief, 'ik verzeker u, dit is niet nodig. Ik ben volledig van plan met uw zus te trouwen.'
'Ja, dat bent u,' gromde Thorne, en hij stapte naar voren met gebalde vuisten. 'Om bepaalde informatie van me te krijgen. Informatie die u, naar ik heb vernomen, zonder mijn medeweten en tegen onze afspraak in hebt getracht te verkrijgen.'
Jane's blik schoot naar Atticus, die haar met een schuldige uitdrukking aankeek en vervolgens naar de grond staarde. Haar maag draaide zich om. Thorne zweeg, zijn blik dodelijk op Richard gericht, net als die keer dat hij een gast van het 'Elysium' had betrapt die een van de hoeren sloeg.
'Is het waar dat u van plan was de verloving te verbreken?' Thornes stem was kalm.
Maar Jane wist maar al te goed welke dodelijke dreiging erachter schuilging. Die kalmte stond gelijk aan een doodvonnis. Ze had hem op die manier horen spreken tegen een man die had geprobeerd kinderen aan hem te verkopen om in het bordeel te werken. Ruby had haar later verteld dat er nooit meer iets van de man was vernomen. Zijn huis was platgebrand en alle kinderen waren naar een weeshuis gebracht, dat Thorne sindsdien ondersteunde.
Tientallen mensen hapten verbaasd naar adem, het geluid ging als een golf door de balzaal.
Hoe was hij achter de schijnverloving gekomen? Niemand behalve Richard en zij wist ervan.
Jane's wangen gloeiden toen honderden ogenparen zich op haar richtten. Het zou schandalig zijn voor de reputatie van een dame als een verloving werd verbroken. Hoewel ze het vanaf het begin precies zo had gepland, bedekte een dun laagje zweet nu haar huid en keerde haar maag zich om van misselijkheid.
Maar er was een veel dringendere kwestie. En die kwestie was Richards leven.
‘Thorne,' zei Jane, 'het is zijn schuld niet.'
'Hou je erbuiten, Jane,' waarschuwde Thorne en richtte zijn woedende, donkere blik op haar. 'Probeer hem niet te beschermen. Ik weet wat hij heeft gedaan. Ik weet alles.'
Het woord 'alles' hing veelbetekenend tussen hen in en haar wereld stortte in. Hij zou niet zo woedend zijn als het er alleen maar om ging dat Richard de informatie had gekregen. Het moest meer zijn. Hij moest te weten zijn gekomen dat ze samen waren geweest.
'U heeft haar onteerd en daarmee uw eigen doodvonnis getekend.' Thornes woorden van een paar dagen geleden klonken in haar hoofd.
'Jane is veel te aardig,' zei Richard. 'Het was allemaal mijn schuld. Maar ik verzeker u dat ik niet van plan ben de verloving te verbreken.'
De prins-regent tikte met zijn wijsvinger tegen zijn lip en kwam langzaam en met een nieuwsgierige blik dichter bij Richard. 'Hoe komt deze man erbij dat u niet van plan bent met miss Grant te trouwen?'
'Het was mijn idee!' zei Jane. 'Hij wilde vanaf het begin met me trouwen. Ik was degene die niet met hem wilde trouwen.'
Er ging opnieuw gemompel door de kamer.
'U schoft,' gromde Thorne. 'U stond voor mijn studeerkamer, keek me in de ogen en deed een belofte. En toen deed u dit. Ik heb mijn zuster aan u toevertrouwd. U zult boeten voor uw verraad.'
Jane's hele wereld tolde om haar heen. Ja, dit was de bevestiging. Thorne wist dat Richard haar had geruïneerd. Thorne kon het niet openlijk verkondigen aan de ton, maar ze wist waar hij op doelde.
Hij had Richard beloofd hem te doden als Richard niet met haar zou trouwen. Nu zou hij niet meer geloven dat hij met haar wilde trouwen, wat Richard ook zei. En misschien deed het huwelijk er voor hem ook niet meer toe; nu ging het om eer. Richard had haar geruïneerd en nu moest hij sterven. Een diepe afschuw doorstroomde Jane en ze kreeg het koud, zo ontzettend koud. Thorne was van plan Richard te doden. Als zij niet ingreep, zou hij de man van wie ze hield om het leven brengen.
'Dus het was allemaal een list?' vroeg Calliope achter haar. Toen Jane zich naar haar omdraaide, stond er teleurstelling op Calliopes gezicht. 'Je was niet echt van plan om te trouwen?'
'Nee, Calliope, het spijt me, maar dat waren we niet.' Jane slikte zwaar. Haar keel voelde plotseling ongelooflijk droog aan. 'Vergeef me, Calliope…'
Met voeten zo zwaar alsof ze van lood waren, liep ze naar Thorne. Waar was de lichtheid in haar borst gebleven? De opwinding die in haar buik had gekriebeld? Het gevoel dat ze mooi was en dat ze hier thuishoorde? Dat ze het verdiende om hier te zijn?
De blikken van de mensen om haar heen voelden als een oordeel. Ze staarden haar aan alsof ze uitschot was. Net zoals madame Dubois had gedaan. Net zoals lady Jersey had gedaan toen ze haar de toegang tot Almack's weigerde.
Wie hield ze voor de gek? Uiteindelijk hoorde ze hier niet thuis. En Thorne – en ook zijzelf – had dat zojuist bewezen.
Jane legde haar hand op zijn arm. 'Broer, je bent gekomen om me op te halen. Laten we gaan.'
Thorne knikte naar haar, zonder zijn blik van Richard af te wenden. 'Ja, laten we gaan, zuster. Lord Richard…' zei Thorne met een stem zo koud als ijs, 'ik verlang uw aanwezigheid buiten.'