Hoofdstuk 4 - Schijnverloofd met een lord
By Mariah Stone
Toen de deur achter lord Richard dichtging, wierp Jane haar broer een woedende blik toe, terwijl haar hart zo hard klopte dat het haar ribben leek te breken. Thorne liep naar zijn stoel, ging zitten en leunde achterover. Een grijns speelde om zijn lippen, terwijl hij haar met koele tevredenheid aankeek.
'Gefeliciteerd, zus,' zei Thorne. 'Je bent verloofd.'
Ze schudde haar hoofd en had moeite haar snelle ademhaling onder controle te krijgen. In haar hele leven was ze nog nooit zo woedend op iemand geweest.
'Je hebt rare ideeën over mij, broer. Alsof ik gelukkig zou zijn met een huwelijk.'
Thorne fronste zijn wenkbrauwen en zijn zelfvoldaanheid maakte plaats voor een vleugje bezorgdheid, een uitdrukking die ze in dagen niet bij hem had gezien.
'Jane…'
Ze negeerde Thornes protest en snelde de deur uit, terwijl haar ogen de schemerige gang afzochten naar de gestalte van lord Richard.
Haar woede dreef haar voort. Deze bonvivant had niet alleen de eerste dag van de school verstoord, aan de oprichting waarvan ze maanden had gewerkt… hij had haar hele leven overhoopgehaald!
Twee weken…
Thorne hielp haar met de school, maar dat zou deze man nooit doen. Geen adellijke dame ter wereld – geen schoonzus van een hertog – hoorde te werken, en al helemaal niet onder criminelen en hun kinderen. Een vrouw was het eigendom van haar man. Ze kon de gedachte niet verdragen om iemands bezit te zijn, om haar dromen en doelen te verliezen in de schaduw van een man die elke stap van haar zou controleren. Welk lid van de ton zou willen dat zijn vrouw in Whitechapel lesgaf en een school runde?
Nee. Als ze met lord Richard zou trouwen, zou dat het einde van haar droom betekenen. Het enige wat haar het gevoel gaf dat ze er echt toe deed.
Ze had haar toekomst net in handen, en nu werd die haar gewelddadig ontnomen. Jane kon het trillen van haar handen niet stoppen.
Ze haastte zich door de schemerige, doolhofachtige gangen en zwoer dat ze lord Richard Seaton niet zou toestaan haar toekomst te verpesten door met haar te trouwen.
Binnen enkele ogenblikken ontdekte ze zijn breedgeschouderde gestalte voor zich en haastte ze zich achter hem aan. Met een snelle blik achter zich pakte ze hem bij de mouw van zijn gilet – God, wat een stevige, krachtige spieren voelde ze onder de stof – en trok ze hem een donkere nis in, voorbij de gaslampen en uit het zicht van iedereen die eventueel voorbijkwam.
Hij torende boven haar uit. Omdat er in de krappe nis geen ruimte was, werden ze dicht tegen elkaar aangedrukt, en Jane besefte onmiddellijk haar fout. Hij was zo lang dat ze zich niet kon bewegen zonder zijn harde lichaam aan te raken, dat zo ongelooflijk lekker rook. De scherpe geur van whisky, zijn parfum, iets zo fris als een door de maan verlicht bos en zo peperachtig en zoet als sandelhout.
Achter hen klonken voetstappen, die steeds luider werden.
Richard opende zijn brede, knappe mond om iets te zeggen, maar ze drukte haar vingers tegen zijn lippen. Ze voelde de lichte, schurende baardstoppels die zijn zijdezachte huid bedekten, de verrassend zachte, volle lippen, de warmte van zijn adem die uit zijn neus stroomde.
Een bedwelmende tinteling stroomde door haar heen. Ze raakte de mond van een vreemde man aan!
Een donkere schaduw bewoog langs hen heen – een zwart gilet, donker, door de wind verward haar, de onmiskenbare brede schouders en de smalle taille van de lange gestalte van haar broer. Zijn voetstappen verdwenen in de verte, totdat hij door een deur ging.
En toen... was Jane alleen met de bonvivant. Dit was gevaarlijk en schandalig.
Toen haar blik op de blauwe ogen van lord Richard viel, kon ze duidelijk het geluid van haar eigen ademhaling horen, die haar lichaam in en uit stroomde. Haar hartslag bonkte zo luid in haar oren dat ze haar eigen gedachten niet meer kon horen. Haar tepels tintelden en werden hard, pijnlijk. Ze voelde zich alsof ze een fles wijn had gedronken, beneveld, en haar voeten raakten de grond nauwelijks meer.
'Lord Richard,' fluisterde ze met een vreemd hese stem. 'Wilt u met mij trouwen?'
Er verschenen lachrimpeltjes bij zijn ooghoeken toen hij glimlachte. 'Ik weet niet hoe ik deze vraag moet beantwoorden zonder u te beledigen, miss Grant.'
Ze snoof. 'Alstublieft, lord Richard. Doe niet alsof een man als u zich bekommert om de eer van een vrouw.'
Zijn ogen vernauwden zich, en als ze niet beter wist, zou ze zweren dat er een zweem van pijn in te zien was. Ze zuchtte. 'Laten we de beleefdheden achterwege laten. Onze toekomst staat op het spel. Alstublieft, wees eerlijk.'
'Ik weet niet zeker of ik dat kan, miss Grant.' Die lippen die deze woorden uitspraken, waarvan elk woord voelde als een streling op haar huid...
Ze moest deze sufheid van zich afschudden, deze vreemde betovering die zijn aanwezigheid over haar uitsprak. 'Goed, als u de waarheid niet wilt vertellen, dan doe ik het wel,' zei ze. Haar keel was plotseling droog. 'Ik wil niet met u trouwen.'
Toen zijn glimlach vervaagde en er iets gevaarlijks over zijn knappe gezicht gleed, schudde ze haar hoofd. 'Alstublieft. Alsof u te popelen staat om te trouwen. Zou een vrouw niet betekenen dat u zou moeten stoppen met drinken en het bezoeken van bepaalde etablissementen die in fatsoenlijk gezelschap niet genoemd mogen worden?'
Dat had ze niet moeten zeggen. Ze had niet alleen met hem moeten zijn. Zijn borst raakte haar borsten, zijn geur was zo heerlijk dat ze zich afvroeg of zijn huid op haar tong net zo goed zou smaken als dat hij rook. Ze dronk niet veel, zelfs niet tijdens de diners met Thorne, maar ze kende dit bedwelmende gevoel dat ze in het verleden een paar keer had ervaren na een glas port. Het gevoel van zwakte en warmte – van vrijheid.
Wat hij in haar teweegbracht, was vergelijkbaar. Sterker. Zo veel heerlijker. Een deel van haar, ergens diep tussen haar benen, brandde en smachtte van verlangen.
'U hoeft met mij geen rekening te houden,' zei hij langzaam met een fluweelzachte stem. Zijn adem was warm. 'Het gaat alleen om uw terugkeer in de society, nietwaar? Dat is wat uw broer voor u wil. Zodat u tussen de fatsoenlijke dames van de ton kunt zitten en elke handeling van anderen kunt beoordelen, op zoek naar tekenen van zwakte, van onfatsoenlijkheid. En dan zult u die mensen om de kleinste misstap veroordelen.'
Zag hij haar zo? Hij had er geen idee van dat diezelfde society waarin ze was opgegroeid, haar na de dood van haar vader wreed had verstoten.
Ze moest aan zijn gevaarlijke nabijheid ontsnappen, voordat die langzame hitte, die brandde op het punt waar haar dijen samenkwamen, haar volledig verteerde. 'U vergist zich. Ik wil niet terugkeren naar de society. Mijn wensen liggen elders. Heeft mijn broer nog iets over deze overeenkomst gezegd?'
Zijn blik gleed langzaam over haar gezicht en daalde toen af langs haar hals en decolleté, wat een merkbare golf van hitte in haar borst en nek teweegbracht. 'Nee,' zei hij. 'Alleen wat hij ons beiden heeft verteld. Ik moet u openlijk het hof maken. Zodra we getrouwd zijn, geeft hij me wat ik wil. Informatie.'
Dat was het deel dat ze niet wist. 'Welke informatie?'
'Uw broer weet wat er met mijn oudste broer Spencer is gebeurd. Afgelopen september dachten we dat hij door de mannen van uw broer was doodgeslagen, en we hebben hem begraven. Onlangs hebben we echter ontdekt dat het niet zijn lichaam was dat we begraven hebben, en we hopen dat hij nog leeft. We hopen hem te vinden en terug te brengen. Uw broer heeft beloofd me te vertellen wat hij weet als… nou ja, als ik met u trouw.'
Jane's huid tintelde van schrik. Thorne was meedogenloos, ja. Maar potentieel levensreddende informatie achterhouden en lord Richard daarmee dwingen om met haar te trouwen? Ze veronderstelde dat ze nogal naïef was en afgeschermd werd van de ware activiteiten van haar broer. Hij had zijn eigen morele en ethische code, die ze niet altijd begreep. Maar ze hield van haar broer. Ondanks alles wat hij deed, zorgde hij voor haar, voor de mensen in Whitechapel, en hij had haar zonder een moment van aarzeling geholpen haar school op te zetten. Hij hield zo veel van haar dat hij zelfs ouders betaalde om hun kinderen naar de school te laten gaan, zodat zij leerlingen had om les te geven.
Jane's gedachten sloegen op hol terwijl ze mogelijkheden en consequenties afwoog. Als ze lord Richard kon helpen zonder haar broer of haar toekomst in gevaar te brengen, konden ze misschien beiden aan dit ongewenste lot ontsnappen.
'Hmm…' Ze tikte met haar vinger tegen haar onderlip, en hij observeerde die vinger met de fascinatie van een kat die een muis besluipt. 'Misschien hoeft het niet zo ver te komen dat we trouwen.'
'Dat hoopte ik al.'
'Wat zou u met Thorne doen als u hebt wat u zoekt? Zou u hem gerechtelijk vervolgen?'
Lord Richard haalde diep adem en schudde toen kort zijn hoofd. 'Iemand als uw broer moet gestraft worden voor het leed dat hij onschuldige mensen aandoet.'
Daarmee doofde elke aantrekkingskracht die hij op Jane had uitgeoefend. 'Mijn broer is zijn rechtmatige plaats ontzegd vanwege de dwaze regels van de society. Wat hij ook verkeerd doet, hij heeft ook veel goeds gedaan. Ik kan niet toestaan dat u hem kwaad doet.'
'Maar, miss Grant…'
‘Ik zal u helpen uit te zoeken wat er met uw broer is gebeurd, voordat de twee weken voorbij zijn,’ zei ze, terwijl een schuldgevoel aan haar knaagde. Ze zou tegen de belangen van haar broer ingaan, maar hij was net zo goed tegen die van haar ingegaan door dit huwelijk te arrangeren. Bovendien was Thorne, door de feiten achter te houden, nogal oneerlijk tegenover de broer van lord Richard, die misschien gevaar liep. ‘En dan kunnen we de verloving verbreken. Maar u moet beloven dat u Thorne geen schade zult berokkenen. Dat u hem niet gerechtelijk vervolgt en de Bow Street Runners niet op hem afstuurt. Als ik u help uit te vinden welk lot Spencer heeft getroffen. Kunt u me dat beloven?’
Lord Richards blik rustte een hele tijd op haar. Toen knikte hij langzaam. ‘Ik beloof dat ik Blackmore niet zal vervolgen. Ik heb er geen belang bij om iemand schade toe te brengen.’
‘En beloof me alstublieft dat niemand behalve wij tweeën te weten komt dat we niet echt verloofd zijn. Ik ben namelijk bang dat Thorne er anders achter komt. Hij lijkt altijd alles te weten.’
‘Dat is slim van u, miss Grant. Ik beloof het.’
Zijn belofte deed Jane opgelucht ademhalen. Als ze nu ook maar helder kon nadenken in zijn nabijheid.
‘Mag ik voorstellen,’ zei hij, ‘dat u zich gedraagt alsof u echt verliefd op me bent. Tegenover de ton en vooral tegenover mijn familie.’
Ze slaakte een ademloze lach. ‘Pardon?’
Hij lachte zachtjes. ‘Ik weet het. Het is vreemd om hierover te praten, maar ik weet zeker dat het absoluut noodzakelijk is. We moeten iedereen ervan overtuigen dat onze verloving echt is. Mijn familie zal een harde noot zijn om te kraken.’
Ze fronste haar wenkbrauwen. ‘Waarom?’
‘Het verstand van mijn zus is zo scherp als een mes. Het vertrouwen van mijn broer is net zo moeilijk te winnen als een sleutel tot de schatkamer van het Britse Rijk. En mijn grootmoeder is niet dom. Maar samen kunnen we ze misschien te slim af zijn. Ik zal mijn best doen om te laten zien hoe ingenomen ik met u ben. Ook al wordt dat een hele opgave.’
De woorden hadden haar op geen enkele manier mogen kwetsen. Zij was degene die hem had gevraagd eerlijk te zijn. Maar ze moest toegeven dat het een beetje stak. Ze slikte zwaar, maar zijn brandende blik, waarmee hij haar rustig opnam, bezorgde haar overal kippenvel.
‘Dat lukt u vast wel,’ zei ze. ‘U doet vast wel vaker alsof u door een vrouw gecharmeerd bent.’
Dit spelletje beviel haar helemaal niet. Veinzen dat ze iets voelde wat ze niet voelde... nee. Dat paste totaal niet bij haar. Ze zou haar tijd veel liever op haar school doorbrengen en ervoor zorgen dat de leerlingen goed onderwijs kregen om hen van de best mogelijke toekomst te verzekeren. Haar eerste les was misschien een ramp geweest, maar ze had er vertrouwen in dat ze na verloop van tijd een verschil kon maken, terwijl zij en lord Richard alleen maar psychologische spelletjes speelden.
Maar ze moest het doen om Thorne van het lijf te houden, om haar school draaiende te houden. Voor de kinderen en hun toekomst.
En het zou maar voor twee weken zijn.
‘In orde,’ zei ze. ‘Ik ga ermee akkoord. Maar geen aanrakingen of kussen. Niet in het openbaar. Niet privé. Ik weet zeker dat u maar al te goed weet hoe u vrouwen moet verleiden, en ik ben niet van plan een van uw veroveringen te zijn.’
Hij lachte zachtjes. 'Zoals u wenst,' zei hij. Hij nam haar hand in de zijne en schudde die langzaam. Zijn aanraking voelde warm en droog aan en joeg behaaglijke rillingen door haar heen.
Ze rukte haar hand uit de zijne. 'Wat heb ik u zojuist gezegd? Niet aankomen.'
Een lome grijns speelde om zijn lippen. 'O, miss Grant. Dit zou weleens veel aangenamer kunnen worden dan ik ooit had verwacht.'