Hoofdstuk 7 - Schijnverloofd met een lord
By Mariah Stone
Dertien dagen tot de bruiloft...
* * *
De volgende dag zat Jane in het midden van haar klas. Met een licht gevoel in haar borst en een glimlach op haar lippen las ze verder uit The History of Little Goody Two-Shoes. Zeven paar grote, glanzende ogen waren op haar gericht terwijl de kinderen naar haar luisterden.
Het verschil met gisteren was frappant. Haar nieuwe aanpak werkte.
Dit verhaal was vermakelijk en bracht de kinderen de waarde van onderwijs veel beter bij dan Jane's eigen woorden ooit zouden kunnen. Na het eerste hoofdstuk stelde ze de kinderen vragen, en zij vertelden haar wat ze het leukst vonden. Tot haar verrassing antwoordden ze enthousiast. Ze besloot dit na elk hoofdstuk te doen.
Nadat ze klaar was met het boek, wijdde ze zich opnieuw aan het alfabet, maar ze las hen tussendoor steeds weer verhalen voor.
Op de tafel tegen de linkermuur stonden borden met sandwiches met kaas en rosbief voor de lunch. Ernaast stond een karaf limonade. Het ontbijtservies – witte borden waarvan bijna alle kruimels van de havermoutscones, toast en het gebak waren afgelikt – was opgeruimd.
Thornes kok had maar een heel klein beetje geklaagd, want hij wist wel beter dan ruzie te maken met de geliefde zus die voor de gevreesde heer het allerbelangrijkste op aarde was. En Thorne zou het niet erg vinden. Hij bezat een groot hart onder zijn koude, gietijzeren borstkas, en hij schonk gul aan de gemeenschap.
Toen ze hem haar idee voor de school had voorgelegd, had hij geen moment geaarzeld voordat hij instemde en haar beloofd dat ze alles kon krijgen wat ze ervoor nodig had.
Hercules lag naast de deur. Zijn kop rustte op zijn poten, maar hij tilde hem telkens op als zijn blik die van Jane kruiste, en dan kwispelde hij met zijn staart. Natuurlijk hielp het niet dat de kamer naar eten rook. Telkens weer wierp hij treurige, ongeduldige blikken naar de tafel met de sandwiches.
Plotseling sprong Hercules op, ging keffend bij de deur staan en kwispelde met zijn staart.
'Hercules, af!' beval Jane streng, terwijl de kinderen hun hoofd ophieven. 'Misschien heb ik er verkeerd aan gedaan om je hier te laten zijn. Misschien moet je aan een van die tafels gaan zitten en ook leren lezen en schrijven. Zit!'
Hercules stopte onmiddellijk met blaffen, ging op zitten en kwispelde vrolijk met zijn staart toen ze naar hem toe liep. Er werd op de deur geklopt.
Toen ze die opendeed, sloeg de geur van zeep, sandelhout en peper haar in het gezicht, terwijl een grote, breedgeschouderde gestalte het licht van de binnenplaats blokkeerde.
'Lord Richard,' zei ze en ze deinsde achteruit de kamer in.
Hercules maakte een zacht, waarschuwend geluid, maar bleef zitten.
'Miss Grant,' zei hij met een kort knikje. Hij keek naar de kinderen, die de elegant geklede man nieuwsgierig bekeken. 'Ik had gehoopt u te kunnen spreken.'
Jane stokte even de adem. Zijn aanwezigheid was als een tweede zon die aan de hemel verscheen: warm en toch vreemd en fascinerend.
Maar ze kon niet toestaan dat hij haar les onderbrak, zoals hij de dag ervoor had gedaan, vooral omdat de kinderen uit eigen beweging waren gekomen en de hele ochtend al zo aandachtig waren geweest.
'U moet wachten,' zei ze. 'De les is nog niet voorbij.'
Hij had net zijn mond geopend toen ze de deur voor zijn neus dichtsmeet, maar die ging niet helemaal dicht. Ze keek naar beneden en ontdekte dat zijn voet, gehuld in een elegante laars, de deur blokkeerde.
'Mijn excuses voor de onderbreking,' zei hij met een zachte lach. Zijn blik viel op Hercules. 'Ik zal wachten. Maar ik dacht, misschien kan ik ondertussen uw hond uitlaten. Zou u hem aan uw verloofde toevertrouwen?'
Uw verloofde... Haar huid tintelde bij het woord, maar of het uit wanhoop of verwachting was, kon ze niet zeggen. Hercules jankte smekend naar haar, zijn vochtige ogen hoopvol op haar gericht.
Ze zuchtte. Hercules verveelde zich dood en de charmante lord zou haar ongetwijfeld weer storen.
'Goed dan,' gaf ze zich gewonnen en maakte de riem van Hercules vast aan zijn halsband. 'Wees voorzichtig.' Ze keek hem aan. 'Er zijn hier zakkenrollers. En als er iets met mijn hond gebeurt, weet ik u te vinden.'
Richards ogen werden groot van verbazing. Ze gaf hem de riem en Hercules schoot zo snel de deur uit dat lord Richard er pardoes achteraan werd getrokken. Het witte hemd onder zijn purperrode vest was als een voorbijflitsende streep licht terwijl hij de hond haastig volgde.
Jane onderdrukte een glimlach toen ze de deur sloot.
'Wie was dat?' vroeg Lily.
Dat de vraag uitgerekend van het verlegen meisje kwam, deed Jane grinniken.
'Hij is uw liefje, nietwaar?' vroeg Alfie met een brutale grijns.
Ze kon hen niet de waarheid vertellen, voor het geval Thorne erachter zou komen. 'Nou, dat is wat hij zei, toch?'
Een gezamenlijk 'Oooh' galmde door de kamer terwijl de kinderen een veelbetekenende glimlach uitwisselden.
'Wacht eens...' zei Peter. 'Betekent dit dat als u met hem trouwt, we geen school meer hebben?'
In tegenstelling tot de chaos van gisteren was er geen geschreeuw, geen gespring, geen gegooi met papier. Alleen gemompel dat door het lokaal ging.
'Nee,' zei ze met bonzend hart. Het brak haar hart om te zien hoe die lieve gezichtjes vanochtend tijdens de les voor het eerst met hoop gevuld waren, om die hoop vervolgens weer te zien vervliegen. Als ze de school zou opgeven, zou ze alleen maar bevestigen dat er voor de kinderen geen andere toekomst was dan een pad van armoede en misdaad – een kort leven dat waarschijnlijk aan de galg zou eindigen. 'Ik zal de school niet verlaten, zelfs niet als ik trouw. Dat beloof ik jullie. Ik blijf hier, en ik hoop jullie ook.'
Alleen al de aanwezigheid van lord Richard was opnieuw een verstoring gebleken. Hoe sneller ze hem de gewenste informatie gaf, hoe sneller hij uit haar leven zou verdwijnen. De kinderen knikten en ze las verder.
Een halfuur later was de les voorbij en was het tijd voor de lunch. Lord Richard kwam binnen met een blije maar smerige Hercules en keek toe hoe de kinderen hun boterhammen aten.
'Vandaag geen kreukels in uw kleding, lord Richard?' vroeg ze. 'Wat een transformatie.'
Hij trok een wenkbrauw op. 'Ik wist niet dat u geïnteresseerd was in mijn kleding.'
Jane glimlachte spottend. 'Dat ben ik ook niet. Waarom bent u hierheen gekomen?'
'Ik zou u graag willen uitnodigen voor een wandeling.'
'Ik wist niet dat u zich verplicht voelde om tijd met mij door te brengen.'
'Ik zie me genoodzaakt uw broer tevreden te stellen. Ik moet u in het openbaar het hof maken. Het zou ons eerste publieke uitje zijn.'
Jane tuitte haar lippen. De gedachte dat deze prachtige, welgemanierde, rijke heer interesse in haar toonde, deed haar adem versnellen.
Het was niet echt, herinnerde ze zichzelf. Hij wilde alleen aan de voorwaarden van haar broer voldoen. Maar als ze zich voorstelde dat alle matrones van de ton, de dandy's die in Hyde Park reden, en de jongedames op zoek naar een echtgenoot haar zagen met iemand als hij... Hoe ze haar zouden beoordelen, in haar eenvoudige grijze en bruine jurken... Haar maag draaide zich om bij die gedachte.
'En we zouden ons plan kunnen bespreken,' voegde hij eraan toe. 'Hoe we aan de informatie komen. Ik heb trouwens de speciale licentie geregeld. Zoals uw broer wenste, is de trouwdag over dertien dagen.'
Een koude rilling liep over Jane's rug. Dertien dagen, lieve hemel...
Hij had gelijk. Ze moesten opschieten. Hoe sneller ze in het openbaar verschenen, hoe sneller Thorne tevreden zou zijn en zou ontspannen. En hoe sneller ze de informatie over de broer van lord Richard kregen, hoe sneller deze farce voorbij zou zijn en ze zich op deze kinderen kon concentreren.
'Goed,' zei ze. 'Ik ga met u mee zodra de kinderen klaar zijn met eten. Ik zal Thorne zeggen dat hij ons moet vergezellen.'
'Ik heb al een chaperonne,' zei hij. 'Mijn grootmoeder. En dat is het probleem. U moet voorzichtig met haar zijn... Mijn familie is erg achterdochtig, dus er zal heel wat acteerwerk nodig zijn om hen ervan te overtuigen dat we verliefd zijn.'
'Inderdaad,' zei Jane, en ze rechtte haar rug. 'Wat een beproeving.'
Ongeveer een uur later liepen Richard en Jane over Rotten Row in Hyde Park, terwijl Hercules vrolijk voor hen uit draafde en Richards grootmoeder achter hen liep. De lucht was gevuld met een mengeling van bloemen en versgemaaid gras, de geur van paardenmest en af en toe een vleugje dure parfum of eau de cologne. Vogels tjilpten, bijen zoemden en de mensen om hen heen praatten en lachten. Af en toe klonk het langzame geklepper van paardenhoeven wanneer er ruiters voorbijreden. Hyde Park was dé plek waar alle elegante dames en heren gezien wilden worden.
Thorne had met een strenge, maar goedkeurende blik afscheid van haar genomen. Omdat Richards grootmoeder had geweigerd om naar Whitechapel te komen, had Ruby Jane naar het park vergezeld, waar de douairière haar had opgepikt. Ruby was in het rijtuig gebleven.
De oudere dame was erg vriendelijk, maar ze nam Jane met een sceptische blik op. Ze had haar een paar vragen gesteld over Thorne en haar. En ze had gevraagd hoe het met haar ging. Richard had haar toen voor verdere vragen behoed door naar een of andere boom te wijzen en erop te staan dat ze die onmiddellijk moesten gaan bekijken, omdat hij er zo prachtig uitzag in het zonlicht.
Terwijl Richard en Jane wandelden en zijn grootmoeder hen als een blok aan het been volgde, had Jane zich niet meer misplaatst kunnen voelen. Ruby had geen idee hoe ze een van die modieuze kapsels met perfect golvende lokken rond het gezicht moest creëren, noch hoe ze een oude hoed kon opknappen en er iets moois aan kon toevoegen, zoals een veer of een roos, zoals veel dames droegen. En het leek wel alsof Jane de enige hier was die in saaie kleuren was gekleed. De stof van haar jurk was eerder dik en praktisch dan licht en luchtig.
Haar lage hakken veroorzaakten een zacht gekraak op het grindpad en lord Richard bleef maar glimlachen en knikken naar de vele mensen die hen passeerden. De hoofden van de vrouwen leken zich bijzonder vaak naar hem om te draaien.
'Mijn familie zal u uitnodigen voor de thee,' zei hij. 'En ik heb hen verteld dat we elkaar al eerder hebben ontmoet, dus we moeten een verklaring bedenken hoe dat is gebeurd.'
'Inderdaad,' zei Jane. 'Maar dat is lastig, want niemand in de ton zou mij als gast op een diner accepteren.'
'Zelfs uw oude kennissen niet, die u via uw vader hebt leren kennen?'
'Nee. Zelfs die niet. Maar we zouden desondanks kunnen zeggen dat we elkaar op een van hun soirees hebben ontmoet. Die leugen zou wel standhouden tot we weer uit elkaar gaan, nietwaar? Uw grootmoeder zou toch niet naar... laten we zeggen... lady Elizabeth Fitzroy snellen om die informatie bevestigd te krijgen?'
Richard glimlachte. 'Dat hoop ik niet. We hoeven de leugen alleen maar lang genoeg vol te houden om te voorkomen dat ze het kantoor van uw broer binnenstormen en alles verpesten.'
'Heel goed,' zei ze. 'Dan zeggen we dat we elkaar hebben ontmoet op de muzikale soiree van lady Fitzroy.'
'En wees erop voorbereid te doen alsof u verliefd bent wanneer u mijn zus en broer ontmoet,' waarschuwde hij.
'Natuurlijk,' zei Jane en haar rug spande zich. Hoe moest ze dat ooit voor elkaar krijgen? Ze had geen idee hoe ze moest laten zien dat ze verliefd was. Maar ze veronderstelde dat ze zich alleen maar hoefde over te geven aan de zwakte en warmte in haar ledematen wanneer ze in de buurt van deze man was...
'We moeten dit toneelstuk zo snel mogelijk beëindigen,' zei Jane en dwong zichzelf weer logisch te denken. 'Ik kan niet toestaan dat u mijn leven nog meer overhoop haalt dan u al hebt gedaan.'
Richards kaken spanden zich aan. 'Hoe wilt u dat doen?'
'Ik ken alle belangrijke mannen van Thorne. Je hebt Atticus, zijn rechterhand, hij is zo trouw als een hond. Maar hij heeft een zwak voor me. Ik ga eerst proberen om met hem te praten.'
Drie dames, een oudere en twee jongere, in dure, zijden jurken en mooie spencers, wier kaphoeden zo hoog waren versierd met bloemen en vogels dat ze wel een voet langer leken, liepen hen voorbij. Ze knikten naar Richard, die beleefd terugknikte. Net als iedere andere kennis die hij had gegroet, wierpen ook deze drie haar vreemde blikken toe.
'Weet u zeker dat het een goed idee is om met de mannen van uw broer te praten?' vroeg hij. 'Zijn dat niet allemaal dieven, rovers en dergelijke?'
'Die mannen zouden mijn leven met het hunne beschermen,' zei ze. 'Ze zijn gevaarlijk, maar in de grond van hun hart zijn het goede mensen. En omdat ik Thornes zus ben, zouden ze nooit toelaten dat iemand me iets aandoet.'
'Maar u moet niet denken dat u alleen met hen zult spreken.'
Toen er nog meer deftige dames voorbijliepen, wierp een van hen Richard een zeer verleidelijke blik toe, waarop hij langzaam naar haar knikte. Jane mocht die dame totaal niet; ze was gratieus en had een glad, brilloos gezicht. Jane moest toegeven dat de dame er veel beter uitzag dan zij, en woede brandde in haar als zuur.
Ze snoof geïrriteerd. 'Lord Richard, moet ik u eraan herinneren u te concentreren?'
Fronsend keek hij haar aan. 'Waar woonde u voor Whitechapel, miss Grant?' vroeg hij.
'Eaglestone House,' zei ze. 'Dat was onze residentie in Londen en de herfst en winter brachten we door in Rosewood Hall, ons landgoed in Wiltshire. Het deel van papa's bezit dat aan zijn titel verbonden was, is teruggevallen aan de kroon, aangezien hij geen mannelijke erfgenamen had. Het is hem echter gelukt om me een deel van het landgoed in het noorden na te laten, dat me een klein inkomen oplevert.'
Richard bekeek haar aandachtig. 'Miss Grant, u bent duidelijk een welopgevoede en ontwikkelde vrouw die weet wat ze wil. Als u de indruk wilt wekken dat u terugkeert in de society, moet u zich kleden om indruk te maken.'
Jane's knieën werden week. Zich kleden om indruk te maken? In de ton ging het alleen maar om bals, soirees, de glinsterende, verfijnde, overdadige wereld waarin je floreerde door de aandacht te trekken – de juiste soort aandacht. Dat alles had ze lang geleden al opgegeven. Ze was er niet goed in om in het middelpunt van de belangstelling te staan en wilde dit koste wat het kost vermijden.
'Ah, lady Whitemouth,' zei de voormalige hertogin van Grandhampton achter hen. Richard draaide zich om en bleef staan.
Jane draaide zich ook om. Twee vrouwen waren gestopt om met de douairière te praten. Lady Whitemouth, een statige vrouw van in de vijftig, had opvallende ijsblauwe ogen die door fijne lijntjes omrand waren. Haar vervagende blonde haar, dat nu zilveren strengen had, was smaakvol opgestoken onder een voortreffelijke kaphoed, versierd met delicate witte zijden linten. Ze was gekleed in een luxueuze, dieppaarse jurk van glanzend mousseline. Over de jurk droeg ze een bijpassende spencer, geborduurd met gouddraad, die haar gracieuze figuur vakkundig accentueerde.
'Lady Isabella,' begroette Richard een jonge dame die naast lady Whitemouth stond en op haar leek, maar meer van Jane's leeftijd was. Gekruld, glanzend blond haar zat netjes onder een charmante kaphoed, versierd met een arrangement van kunstmatige witte bloemen. Haar opvallende blauwe ogen, die op die van haar moeder leken, zaten vol leven en nieuwsgierigheid. Haar onberispelijke witte jurk van het fijnste mousseline vlijde zich gracieus om haar slanke, vrouwelijke gestalte. Een delicate, lichtblauwe spencer, versierd met kant, was over haar schouders gedrapeerd.
Terwijl de weduwe met de dames sprak, boog Richard zich dichter naar Jane's oor. Zijn adem verwarmde haar huid toen hij zei: 'Lady Whitemouth is misschien wel de grootste roddeltante in de hele ton. Dit is de perfecte gelegenheid om het nieuws van onze verloving te verspreiden.'
'Lord Richard.' De gravin richtte haar aandacht op hem en Jane verkrampte. De ogen van de dame waren als scherpe klauwen. 'Ik hoop dat het goed met u gaat?' Haar blik gleed naar Jane en ze monsterde haar van top tot teen. 'Hoe gaat het met Zijne Genade en uw lieve zuster?'
'Het gaat iedereen goed,' zei hij en wendde zich tot Jane, waarbij zijn blik als warm licht op haar viel. 'Mag ik u mijn verloofde voorstellen, miss Jane Grant.'
Lady Whitemouths mond viel open en dicht van schrik. 'Kijk aan, kijk aan,' zei ze toen ze eindelijk van het verrassende nieuws was bekomen. 'U bent dus de volgende Seaton die gaat trouwen. Gefeliciteerd.'
'De aankondiging in de kranten volgt spoedig,' voegde hij eraan toe.
'Natuurlijk zal die volgen. Miss Grant…' zei ze nadenkend en kneep haar ogen samen. 'Bent u familie van wijlen baron Lord Grant?'
Jane knikte. 'Hij was mijn vader.'
Het gezicht van de gravin werd bleek en ze deed een kleine stap achteruit, waarbij haar hand naar lady Isabella schoot alsof ze haar wilde beschermen.
'Gaat het wel?' vroeg de voormalige hertogin van Grandhampton. 'U ziet er plotseling onwel uit.'
Lady Whitemouth schraapte haar keel en rechtte haar schouders. 'Het gaat prima met me. Mag ik vragen hoe uw verbintenis überhaupt tot stand is gekomen? Miss Grant is al jaren niet meer in de society gezien. U bent niet eens debutante geweest, is het niet, miss Grant? Heel spijtig natuurlijk, nog los van het overlijden van uw vader.'
Jane werd koud vanbinnen. Zo zou het dus voor haar zijn in de ton. Iedereen zou naar haar kijken alsof ze een besmettelijke ziekte had. Alsof elke verbintenis met haar hen zou bezoedelen.
'Ik ben niet gedebuteerd.'
'We zijn aan elkaar voorgesteld op een kleine soirée ten huize van lady Fitzroy,' legde Richard uit.
'De Fitzroys,' zei Jane, ‘waren zo vriendelijk om contact met mij te houden nadat papa was overleden.'
Ze wilde zo snel mogelijk uit deze snobistische wereld verdwijnen. Weg van veroordelende ogen en monden die zich vertrokken van afschuw bij het horen van alleen al haar naam.
Richard weerstond de blik van zijn grootmoeder. Fronsend keek ze hem doordringend aan met haar blauwe ogen.
Toen glimlachte hij stralend. 'Ik was volkomen gecharmeerd door de aangename eigenschappen en de talenten van miss Grant.'
'Ah,' zei de gravin. 'Dat is geweldig. Bent u dat ook van mening over de broer van miss Grant? Is hij eveneens zo bekwaam en aangenaam?'
Iedereen leek de adem in te houden. De gravin wist precies wat ze deed.
Richard schokte zelfs Jane met zijn antwoord. 'Meneer Blackmore is zeer aangenaam, dat verzeker ik u.'
Lady Whitemouths ogen werden groot. 'Juffrouw Grant, woont u nog steeds in het prachtige huis van uw papa? Ik herinner me dat ik hem daar een of twee keer heb bezocht.'
'Nee,' antwoordde Jane. 'Ik woon bij mijn broer, die voor me zorgt en ervoor zorgt dat ik veilig ben.'
'En waar is dat?'
'Whitechapel.'
De gravin slikte zichtbaar. 'Ik kan me voorstellen dat u daar de nodige bescherming nodig heeft,' zei ze.
Jane had daar niets op te zeggen. Ja, ze woonde tussen dieven, criminelen en prostituees, op een plek waar het uitschot van Londen zich verzamelde in vuile, vervallen huizen.
De plek waar Jane nodig was en echt een verschil kon maken.
Hoe meer tijd ze in Hyde Park met deze mensen doorbracht, hoe meer ze zich misplaatst en afgewezen voelde. Niets aan haar paste bij de Mayfairgemeenschap. Ze wilde er niets mee te maken hebben. Ook al dacht ze met plezier terug aan de beleefde visites en soirees in haar huis, toen haar vader die nog gaf. Jaren geleden had ze tot deze wereld behoord.
Nu niet meer.
En geen enkel toneelstukje zou daar iets aan veranderen.