Hoofdstuk 8 - Schijnverloofd met een lord
By Mariah Stone
Richard zag hoe Jane's spanning met elke stap toenam. Haar wenkbrauwen boven haar bril waren gefronst, haar lippen vormden een dunne streep en haar wangen waren zo bleek als het kant van haar kapje. Hercules draafde trouw naast Jane en keek om de paar seconden op naar zijn meesteres, alsof hij voelde dat ze ongelukkig was.
De gravin, lady Isabella en zijn grootmoeder liepen een paar meter voor hen uit en waren in een levendig gesprek verwikkeld. Hij haatte al die indringende vragen die lady Whitemouth had gesteld. Ze had er altijd al van gehouden haar neus in andermans zaken te steken. Hij herinnerde zich de problemen die ze Sebastian, de hertog van Loxchester en Prestons beste vriend had bezorgd, toen ze de roddelbladen had verteld dat zijn vrouw Emma een boerendochter was.
Richard was er zeker van dat het slechts een kwestie van tijd was voordat de gravin al haar kennissen in de ton over zijn verloving zou vertellen. Dat zou hun schertsvertoning nog geloofwaardiger maken. Hij wenste alleen dat ze de link met Blackmore niet had gelegd. Nu zouden de roddels alleen nog maar gaan over de zus van de misdadiger met wie Richard was verloofd. Hij was niet bang voor zichzelf, maar hij maakte zich zorgen om Jane.
Hij kon de gekwelde, terneergeslagen uitdrukking op haar gezicht niet verdragen. Ze was misschien een beetje schijnheilig overgekomen toen ze elkaar leerden kennen, maar ze was ook zelfverzekerd en moedig. Hij wilde niet dat ze de minachtende opmerkingen van de gravin ter harte nam of nog een vernedering moest ondergaan die ze niet verdiende.
'Gaat het goed met u, miss Grant?' vroeg hij.
Jane's wimpers fladderden en voor het eerst zag hij hoe haar ogen zich met tranen vulden. Ze keek even naar het grindpad dat onder de zoom van haar rok verdween. Toen keek ze hem aan, zonder een spoor van kwetsbaarheid.
'Het gaat prima met me,' zei ze kordaat. 'Maakt u zich geen zorgen om mij, milord. Of wilt u een wrede grap uithalen?'
Was ze boos op hem? Waarom trilden haar neusvleugels? En waarom steeg de kleur naar haar wangen?
'Als u erbij wilt horen...' zei hij.
'Moet ik me kleden om indruk te maken. Dat hebt u al eerder gezegd.'
'Miss Grant...'
'Denkt u niet dat ik dat al heb geprobeerd?' vroeg ze.
Hij fronste. 'Daar ben ik zeker van. U bent opgegroeid in Mayfair, in het huis van uw vader.'
'Papa is zo onverwacht overleden,' zei ze, en haar stem beefde, waardoor Richards borstkas zich samentrok. 'Ik was pas zestien toen ik mijn enige ouder verloor.'
Richard knikte kort. Het verlies van zijn ouders stond hem nog even helder voor de geest als zes jaar geleden. De herinnering aan zijn verloren broer stak als een mes tussen zijn ribben. Hij kon bijna de echo van Spencers stem horen, die hem iets toeriep boven het lawaai van de mensen in 'Portside,' waar ze op maandag, woensdag en vrijdag samen trainden.
Richard schudde zijn hoofd en verdrong de herinneringen aan het verleden. Zijn ogen werden vochtig van de tranen.
De zware last van Spencers afwezigheid had zich diep in hem genesteld – een constante pijn die nooit zou verdwijnen.
'Het spijt me, miss Grant,' zei hij met een schorre stem. 'Ik ken ook zo’n verlies. Geen enkele jongedame zou zoiets moeten meemaken. Dat moet heel zwaar voor u zijn geweest.'
Ze keken elkaar in de ogen en hij kon zijn blik niet meer afwenden. Hij stond als aan de grond genageld, alsof zijn voeten plotseling wortel hadden geschoten. De wereld leek te vervagen – het getjilp van de roodborstjes verstomde, het verre geblaf van de honden werd zachter en het getrappel van paardenhoeven hing niet langer in de lucht.
'Dank u, lord Richard,' zei ze, zonder haar blik af te wenden. 'Maar het was niet alleen dat verlies. Toen het huis waarin ik ben opgegroeid, samen met de andere bezittingen van mijn vader, aan de kroon verviel, verloor ik mijn thuis. Ik verloor de enige wereld die ik kende. Ik verloor ook mijn eerste seizoen. Mijn jurk was al klaar. Het was de mooiste jurk die ik ooit had gezien. Papa zou me naar mijn eerste bal in Almack's begeleiden.'
Jane strekte haar hand uit naar de rij struiken waar ze langs liepen en streek gedachteloos met haar handschoen over de groene bladeren.
'Thorne zei destijds dat hij me het volgende jaar naar Almack's zou brengen, als de rouwperiode voorbij was. Hij was vastbesloten om me terug te brengen in de kringen waartoe ik behoorde, waar ik altijd had moeten zijn. En de sleutel daartoe was het vinden van een echtgenoot voor mij.'
Richard knikte. 'Dat is waar.'
'Na een jaar in Whitechapel voelde ik me eenzaam. Geen van mijn vroegere vrienden of kennissen wilde nog iets met me te maken hebben. Ik ging nog niet uit en kon door al mijn verdriet niet veel ondernemen. De enige mensen die ik kende, waren mijn broer en zijn mannen.'
Ze keek omlaag naar Hercules en aaide hem over zijn kop.
'Toen gaf Thorne me dit kleine vriendje.'
Ze zuchtte en keek in de verte. 'Een jaar lang had ik van mijn eerste bal gedroomd, omdat ik dacht dat dit na de rouwperiode de avond zou zijn waarop ik terug zou keren naar waar ik thuishoorde.' Ze lachte bitter. 'Ik herinner het me nog zo levendig. Mijn hart klopte als een razende, ik droeg die prachtige jurk en Ruby had het beste kapsel in mijn haren gemaakt dat ze kon. Thorne en ik stapten uit de koets voor de Assembly Rooms in King Street. Het toegangskaartje had Thorne in zijn hand. Toen we Lady Jersey, een van de gastvrouwen, begroetten, monsterde ze ons kritisch en bleef haar blik een kort moment goedkeurend op mij rusten. Toen hoorde ze Thornes naam en verstrakte haar gezicht tot een ijskoud masker. Ze zei dat het een vergissing was en dat er helaas geen plaats voor me was. Ze wachtte niet eens op ons antwoord, maar keerde ons de rug toe en liep weg.'
De spieren in Richards kaak spanden zich aan toen hij dacht aan de reputatie van lady Jersey, gravin Lieven en lady Castlereagh, die erom bekendstonden hooghartig te zijn en zelfs hertogen de deur wezen als hun kleding niet voldeed aan de strenge kledingvoorschriften van Almack’s.
'Ik werd zo eenvoudig afgewezen,' zei Jane. 'Met een enkele blik werd ik verworpen. Waarom zou ik dan in een milieu willen passen dat mij onwaardig acht? Dat is wat u niet begrijpt. De kinderen die ik lesgeef, zijn hongerig en hulpbehoevend, maar in plaats van te helpen, dragen de leden van de ton elke dag nieuwe kleren of houden ze zich bezig met andere frivoliteiten. Ik overleef het wel als ze me aankijken alsof ik het vuil onder hun schoenen ben. Wat ik niet kan verdragen, is dat zij zo veel hebben, terwijl anderen zo weinig hebben. En niet omdat ze het verdiend hebben, maar puur op basis van hun geboorte. Daar wil ik geen deel van uitmaken.'
Richard slikte zwaar. Beschaamd stelde hij vast dat hij daar allemaal niet aan had gedacht. Hij vermoedde dat hij net zo schuldig was als lady Whitemouth en de rest van hen.
Maar miss Grant was nog niet klaar. ‘Ik wil niet dat iemand me zo aankijkt zoals die vrouw deed. Want de enige familie die ik in dit leven nog heb, het enige familielid dat van me houdt, de man die me heeft opgevangen, gevoed en beschermd, is iemand die door de gegoede kringen wordt gemeden. Waarom zou ik in zo'n wereld willen passen?’
Haar verontwaardiging bracht meer kleur op haar wangen en liet haar ogen oplichten en fonkelen. Een paar lokken van haar mooie, donkere haar piepten onder haar kapje vandaan en wapperden in de wind. Hij slikte zwaar. Ondanks haar muisgrijze kleding, het slecht zittende kapje en de bril was ze geen muurbloempje.
Ze was een vrouw die haar lot in eigen handen nam en anderen hielp.
Ze was een leeuwin.
‘Omdat uw broer dat wil,’ zei hij.
Haar schouders zakten. ‘Ik voel me hier zo misplaatst. Zo verkeerd.’
Hij nam aan dat zelfs een leeuwin een zwakke plek had.
Ze benam hem de adem – alweer.
Richard had net zijn mond geopend om haar dat te vertellen, toen Hercules luid begon te keffen en aan zijn lijn trok in de richting van een kleine vijver die zich onder enkele wilgen bevond. Een andere hond antwoordde met een blaf en met een ruk trok Hercules zich los. Terwijl hij de lijn achter zich aan sleepte, rende hij over het groene grasveld in de richting van het geblaf.
‘Hercules!’ riep Jane en ze rende hem achterna.
Richard vloekte. ‘Miss Grant!’ riep hij, en hij rende haar achterna over het zachte gras.
‘Richard, waar ga je naartoe?’ hoorde hij zijn grootmoeder roepen.
‘De hond!’ riep hij terug.
Zijn hart bonsde in zijn borst terwijl hij door het park sprintte. Jane bewoog zich maar langzaam over het ongelijke terrein, omdat haar rokken als een zeil werkten en haar vertraagden. Met zijn aanzienlijk langere passen haalde Richard haar al snel in.
‘Blijft u hier, miss Grant. Ik haal hem,’ riep hij, voordat hij versnelde.
Zijn benen overbrugden de afstand met gemak. Maar Hercules was nog sneller dan hij en verdween in het struikgewas bij de vijver. De andere hond, een veel grotere mastiff, volgde hem. Er was een moment van stilte, daarna volgde speels geblaf.
Richards hart bonsde nog harder terwijl hij rende en angst greep hem bij de keel. Hij bereikte het struikgewas, stormde erin en riep de naam van Hercules. Er was geritsel, toen schoot Hercules eruit. Haastig greep Richard naar de lijn toen de hond langs hem heen probeerde te flitsen. De mastiff verscheen als volgende, maar toen hij Richard zag, stopte hij, trok zijn staart in en verdween in het kreupelhout.
Opgelucht ademde Richard uit. Hij hield de lijn stevig vast en aaide de warme kop van de zeer gelukkige hond, die ongetwijfeld net zo eenzaam was als zijn baasje zojuist had toegegeven te zijn, en te weinig beweging kreeg.
‘Brave hond,’ zei hij tegen Hercules. Plotseling galmden Jane's woorden in zijn oren – de enige familie die van me houdt... Thorne gaf me dit vriendje... ‘Maar doe dat niet nog een keer. Je baasje heeft je nodig. Ze mag je niet kwijtraken.’
Achter zich hoorde hij het geritsel van rokken en een gehaaste ademhaling, wat hem verraadde dat Jane zijn bevel had genegeerd en hem was gevolgd. Hij draaide zich om en Hercules stormde op haar af, vrolijk jankend.
'O, Hercules!' Jane haastte zich naar de hond en zakte op haar knieën om hem te omhelzen. 'Jij stoute hond. Je hebt me zo laten schrikken!'
Richard bekeek het weerzien van een afstandje en zijn ademhaling werd langzaam weer normaal. Hij bewonderde haar vechtlust, haar veerkracht en de grote liefde die ze voor haar hond koesterde.
Hij reikte haar de riem aan en hun handen raakten elkaar aan. Haar blik hield de zijne vast en er zwommen een miljoen onuitgesproken woorden in die heldere grijze ogen.
Onder de koepel van afhangende wilgentakken stonden ze samen. Ze hijgden zwaar en hun borstkassen rezen en daalden in hetzelfde ritme. Hercules zat aan Jane's voeten en keek vol bewondering naar haar gezicht. Zijn staart kwispelde in een razend tempo, blijkbaar volkomen onberoerd door de dramatische gebeurtenissen.
'Dank u,' zei Jane. Haar stem was nauwelijks meer dan een fluistering. Haar blik was vervuld van dankbaarheid en nog iets anders: de gedeelde wetenschap dat ze dit samen deden. 'Dank u wel, lord Richard.'
De uitdrukking in haar ogen benam hem de adem. Ja, dit was een wereld die allesbehalve perfect was, vol onrecht en bedrog. Maar op dit moment, onder de beschutting van de boom en met Jane zo dichtbij, kon Richard zich niet voorstellen dat hij ergens anders wilde zijn.
Hij kon de verleiding niet weerstaan om dichter naar haar toe te stappen en met zijn knokkels over haar wang te strijken. Ze hield haar adem in. En hij deed dat ook. Hij kon zijn blik niet van de hare afwenden, die nu warm en grijs was, donker en glinsterend als smeltend ijs op een meer. Het gevoel van haar huid tegen de zijne joeg een heet verlangen door zijn lichaam.
Een heer raakte een dame niet op die manier aan. Maar het beviel hem. Hij kon zijn vingers niet van haar afhouden. De hele wereld ging ervan uit dat ze zijn verloofde was.
Ze slikte toen hij nog iets dichterbij kwam. Hij ving een losse haarlok op en streek die achter haar oor.
'Voelt dit goed?' vroeg hij. 'Vertel me de waarheid.'
'Ja,' fluisterde ze.
'Weet u' zei hij, ‘u loopt hier behoorlijk wat gevaar. Ik heb een slechte reputatie.'
Hemel, wat was haar huid glad, wat voelde die warm en aangenaam aan onder zijn aanraking. Hij zette nog een stap dichterbij en drukte zijn lichaam tegen het hare. De stam van de wilg was vlak achter haar. Ze was kleiner dan hij en keek hem aan met haar grote, onschuldige en glinsterende ogen.
'Bent u al eens gekust?' vroeg hij.
Hij kon zijn ogen niet van haar ronde, roze mond afhouden. Haar lippen zagen er zo vol uit. Zouden ze net zo heerlijk smaken en voelen als ze eruitzagen?
Haar lippen gingen iets open, ze leek verrast. 'Nee.'
Natuurlijk was ze dat niet. Het idee dat haar eerste kus van hem zou zijn, beviel hem. Dat al haar eerste keren van hem zouden zijn.
'Nog nooit gekust?' peinsde hij hardop. 'We doen alsof we verliefd zijn. Dan moet u weten hoe het is om te zoenen, Jane.'
Jane… haar naam voelde zoet en juist op zijn tong. Haar blik viel op zijn mond en haar pupillen werden groter. Dit beviel haar ook.
Ze wilde dat hij haar kuste.
Hij boog zich naar haar toe...
Alleen maar om lucht te grijpen.
Ze deed een stap opzij en ontweek zijn greep.
'Wat doet u daar, lord Richard?' riep de kleine verleidster woedend uit.
Hij knipperde met zijn ogen. 'Waar leek het op?'
'We waren het erover eens: niet aanraken, niet kussen. Helemaal niets.'
Hij schraapte zijn keel en rechtte zijn schouders. 'Dat waren we. En mocht ik u zojuist aanraken.'
'Nou...' Ze trok een wenkbrauw op. 'Dat had ik niet moeten doen. Ik vergat even dat ik in het gezelschap van een rokkenjager ben. Natuurlijk interesseert mijn reputatie u niet, alleen uw eigen egoïstische plezier.'
Hij schudde langzaam zijn hoofd. 'Jane... wat kunt u nu weten over plezier?'
De hitte schoot zo snel naar haar wangen dat het leek alsof een stuk papier door vuur werd verzwolgen.
'Laten we gaan, Hercules,' zei ze, terwijl ze Richard een laatste, woedende blik toewierp.
Toen ze zich omdraaide om weg te lopen, riep hij haar na: 'Vergeet niet dat u bent uitgenodigd voor de thee om mijn familie te ontmoeten.'
Ze knikte kort en verdween met Hercules door het struikgewas.
Richard leunde met zijn arm tegen de boom en schudde zijn hoofd. Hij had geen idee hoe een klein muurbloempje hem zo kon bedwelmen.
Maar plotseling wilde hij niet alleen een kus van haar.
Hij wilde alles.