Hoofdstuk 13 - De handlezer
By Chris Polanen
Een of twee keer plassen ben ik gewend, maar afgelopen nacht moest ik er negen keer uit.
Waarom heb ik ze geteld? Er zijn geen vrienden die mij kunnen aanhoren en troosten. En ik ga het zeker niet aan Judy vertellen.
Het voelde telkens alsof mijn blaas vol zat, maar hoe ik ook perste, er kwamen maar twee kleine straaltjes, een naar links en een naar rechts. De laatste druppels gleden als een bijtend zuur door mijn plasbuis.
Waarschijnlijk kwam het door de seks.
De zoen op de steiger was verbeten en eindeloos, alsof we bang waren dat de dood elk moment de planken op kon sluipen om er een einde aan te maken.
In de auto zoende ik haar in haar nek en zonder de wind en de geur van het water, sleurde haar geur me terug in de tijd, voorbij de lichamen, voorbij verlangen en eenzaamheid. Ik vocht tegen de neiging om me vast te zuigen aan haar huid en trok mijn lippen met tegenzin los. Mijn hand gleed als vanzelfsprekend onder haar blouse, in haar bh, net als vroeger.
Ze legde haar hand op de mijne, glimlachte en startte de auto.
Ik verplaatste mijn hand naar haar dijbeen, liet hem langzaam naar boven gaan en tussen haar benen tot rust komen.
Ze deed haar benen wat uit elkaar en ik merkte dat mijn hand nog wist welke druk en welk tempo. Ze reed langzaam, af en toe zuchtend.
We reden Mon Plaisir in, de villa’s, pompeus en schijnbaar onbewoond, flitsten voorbij.
Als tiener raasde ik hier op Dakota, het renpaard van mijn oom, over de eindeloze zandwegen. Het geroffel van de hoeven, opstuivend zand en de geur van paardenzweet. Ik voelde het lichaam weer onder mij voortdenderen, de wind die de tranen uit mijn ogen perste.
Ik vertelde aan niemand dat ik tegen Dakota praatte en ik stopte met rijden omdat ik een zwemmer wilde worden net als Humphrey. Dakota zag ik nooit meer.
Als ik de liefde voor een paard toe had kunnen laten, was ik misschien een andere man geworden, was ik misschien niet bang geweest om van kinderen te houden en had ik ze misschien zelfs liefde voor dieren bijgebracht. Had de jarenlange hersenloze marteling in het water mijn geest afgestompt, juist op een leeftijd dat die zich vrij als een rennend paard, in alle richtingen had moeten ontwikkelen?
Veertig jaar later was Mon Plaisir volledig geasfalteerd en volgebouwd. Er was geen ruimte voor paarden of voor verloren dromen.
Terwijl mijn hand het ritme vasthield, keek ik naar Judy’s profiel. Ze had een prachtig zacht profiel dat mij bij de eerste ontmoeting al had aangetrokken. Veel mensen zouden haar een rode vrouw noemen, maar behalve de Europese en Afrikaanse afkomst waren de ogen en jukbeenderen van Chinese voorouders onmiskenbaar.
Af en toe slikte ze en wreef met een hand door haar haren.
Ze minderde vaart en stopte voor een villa die groter, maar ook stijlvoller was dan de meeste andere. Aan de lijnen die vloeiend in elkaar overgingen en het balkon dat bijna geheel rond het huis liep, kon je zien dat een echte architect het getekend had en er tijdens de bouw nergens op bespaard was.
De poort opende schijnbaar automatisch en ze reed langzaam het erf op. Ook de garagedeur opende vanzelf en binnen sprong het licht aan. Ze parkeerde de auto precies tussen een zwarte Mercedes en een witte speedboot.
Die ouwe was stinkend rijk, afkomstig uit een familie van juristen werd hij een zakenman die door de juiste politieke partijen te steunen alles gedaan kreeg. Kapitaal opgebouwd met studie en hard werken, vermenigvuldigd door opportunisme en een honger naar bezit die onverzadigbaar leek, zoals bij zoveel rijke Surinamers.
Als kind van een monteur en een onderwijzeres had ik altijd met afgunst naar zowel oud als nieuw geld gekeken en geweten dat ik moest studeren om niet van een van de twee afhankelijk te worden.
Net als veel rijkaards in de rest van de wereld had de ouwe geen genoegen genomen met een oogverblindende ordinaire schoonheid aan zijn zijde. Een mooie vrouw met klasse, zoals Judy, gaf meer aanzien.
Judy zette de motor uit, sloot haar ogen en kreunde. Een hoogtepunt, vluchtig nog, maar de weg vrijmakend voor het volgende. Ze keek mij aan en haar blik veroorzaakte een gevoel in mijn buik waarvan ik het bestaan vergeten was.
‘Godzijdank zijn de kinderen nog op school,’ zei ze.
En we lachten zoals je lacht als je weet dat alles in het leven toegewerkt heeft naar dat punt waarop je allebei nog maar één ding wil en dat er niets meer tussen kan komen. Een gevoel dat bijna net zo lekker is als de seks zelf.
Het was vreemd om het huis binnen te gaan, ik voelde ontzag, maar ook een steeds sterker gevoel van triomf.
Ze ging mij voor de woonkamer in, absurd groot met een vloer van glimmende tegels, verschillende niveaus en een terras voor en achter. Toen ze zag dat ik aarzelde, pakte ze mijn hand en leidde me naar binnen.
Het was niet zoals in veel Surinaamse villa’s: buiten de illusie van grandeur en binnen een houten interieur, door amateurs in elkaar geflanst. Nee, geen tropisch hardhouten keuken en kasten, maar overal kunststof en natuursteen, alsof we in Miami of São Paulo waren.
Ik zag Judy’s hand in de schilderijen, de kleurige stenen mozaïeken aan de wand en de grote laaghangende oosterse lampen. Die ouwe had met haar een thuis geschapen waartegen het mijne afstak als een krot en ik werd overvallen door een variant van jaloezie die ik nog niet kende.
Judy keek me aan alsof ze begreep wat er in mij omging en wreef over mijn rug, niet te zacht of te hard, waardoor je je alleen maar zwakker voelt, maar precies met de juiste druk. En dat hielp.
Ik omhelsde haar en liet mijn hand achter in haar jeans onder haar slip over haar billen glijden.
Ze lachte zacht.
Ik schoof mijn andere hand ook in haar slip en zoende haar. Toen zag ik achter haar een foto van de ouwe aan de wand. Ik sloot snel mijn ogen en concentreerde me op haar mond, maar soms is een blik genoeg om waar te nemen wat je jarenlang over het hoofd gezien hebt.
Natuurlijk had ik nooit echt goed naar je gekeken, oude man. Ik had niet verder gekeken dan je ronde gezicht en je dikke nek. Je ogen die open en blij de wereld in keken en je lach, niets minder dan charismatisch, waren mij nooit opgevallen.
Sorry man, dacht ik, dit is jouw huis en jouw vrouw, want dat is ze nog steeds, jullie zijn immers niet gescheiden. Ik heb mijn handen in haar slip en dat is schaamteloos, ik weet het, maar ik kan niet meer terug. Ik weet dat je er geen boodschap aan zou hebben en mij het liefst zou neerknallen, met het wapen dat elke rijke man ergens in huis verborgen heeft, maar ik hou echt van haar en ik heb hier zo lang naar verlangd. Ik hoop dat je geest hier niet meer rondwaart, want het moet verschrikkelijk pijnlijk zijn als je je vrouw en haar ex met elkaar naar bed ziet gaan. Naar het bed waarin je zelf al die jaren met haar gelegen hebt en genoten hebt van haar lichaam. Stel je voor dat je zou zien dat Judy met mij dezelfde dingen doet als die ze met jou deed, maar met meer passie en geluid, of nog erger, heel andere dingen, waarnaar ze al die jaren misschien in het geheim heeft verlangd. Dat zou zelfs een geest tot het uiterste drijven en wie weet wat hij dan zou doen. En ik zal eerlijk zijn, ik zal mijn best doen om haar meer te geven dan jij. Ik ga alles geven, want ik weet niet of ik nog meer kansen krijg. Het is niet onmogelijk dat dit de enige en laatste keer is. Het is zelfs niet onmogelijk dat mijn hart er op het hoogtepunt mee ophoudt. Zouden we elkaar dan ontmoeten? In je eigen slaapkamer? Dat zou bizar zijn. Met een beetje geluk ben je hier niet blijven rondhangen, maar opgegaan in een dimensie waarin geen seks en jaloezie meer bestaan.
Judy glipte de badkamer in en zei: ‘Neem wat drinken uit de ijskast.’
Ik liep naar de keuken en keek om me heen. Alles in het huis was groot en glimmend.
De koelkast reikte bijna tot het plafond, zo’n luxe ding dat ijsblokjes maakt en in je glas uitspuwt. Ik deed hem open en zag een hoeveelheid eten en drinken die ik me nooit in één koelkast had kunnen voorstellen. Nederlandse kaas, melk en wijn, Braziliaanse Guaraná, Amerikaanse boter, chocoladerepen en -pudding. Vlees, vis en fruit van een kwaliteit die ik zelden zag.
Maar na al die jaren, eindelijk zo dicht bij haar bed, zo dicht bij het moment waarnaar ik zo lang had verlangd, had ik honger noch dorst.
Toen verscheen er een bericht op mijn telefoon. Gloria. Ik had een kwartier geleden bij haar moeten zijn.
‘Alles goed, Henri?’
Na jaren vrouwen bij mij weg te houden, stuurde het lot er, misschien uit medelijden, misschien uit leedvermaak, twee tegelijk.
‘Gloria, sorry! Ik wilde je net een bericht sturen. Ik was op weg naar jou, maar ik werd misselijk. Ik moest terug naar huis. Overgeven. Iets verkeerds gegeten, denk ik. Zodra ik me beter voel, spreken we af, oké? Het spijt me.’
Ik walgde van mijzelf.
‘Dat is heel jammer. Beterschap.’
Ik weet dat je liegt, had ze er net zo goed bij kunnen schrijven.
Op dat moment kwam Judy uit de badkamer met een badlaken om zich heen geslagen.
Ze glimlachte en hield de deur van de badkamer voor mij open.
Terwijl ik op haar af liep verminderde mijn schuldgevoel met elke stap. Zo heeft de natuur de man kennelijk gemaakt. Ik zoende haar op haar schouder en beet er zachtjes in.
Het badlaken zakte af en ze duwde me de badkamer in, de andere arm preuts voor haar borsten.
Ik besteedde geen aandacht aan de marmeren tegels en het glimmend staal. De douche had de kracht van een harde regenbui, maar het water was verrassend warm. Ik spoelde zo snel mogelijk het chloor en zweet van me af, droogde me af en stapte naakt de badkamer uit.
Ze lag op haar rug in bed onder een wit laken en keek mij aan met een blik van vijftien jaar geleden.
Ik trok het laken weg. Haar borsten waren voller en de tepels groter dan in mijn herinnering. Haar aanblik benam mij de adem. Ik ging op de rand van het bed zitten en sloot mijn ogen. Hoe kon ik, zonder enige inspanning, lucht tekortkomen? Ik probeerde diep in te ademen, maar het deed pijn. Een nieuwe pijn. Schroeiend. Hels.
Judy streek met haar hand over mijn rug. ‘Gaat het, Henri?’
Ik wilde haar zeggen dat ze mijn naam niet moest noemen, omdat het me week maakte vanbinnen en ik al mijn kracht nodig had, maar voor al die woorden was lucht nodig die ik niet had.
Ik haalde oppervlakkig adem om de pijn te ontwijken. ‘Ik weet niet…’
‘Probeer te ontspannen…’
Het was ook te mooi om waar te zijn. Kankerpatiënten hoorden geen seks te hebben met weduwen. Waarom zou ik dit mogen doen, terwijl anderen wegkwijnen in bed, vastgeklonken aan infusen, kermend van de pijn? Ik voelde alleen nog wanhoop.
Judy sprong op, ging naast me zitten en wreef over mijn rug. ‘Rustig,’ zei ze. ‘Het komt goed.’
‘Nee. Ik ga dood, Judy.’
‘Je gaat niet dood. Niet nu.’ Haar hand wreef met kracht over mijn rug, alsof ze mijn longen wilde masseren. ‘Je gaat niet dood voor je van mij gehouden hebt. Als mijn man.’ Haar blik was zacht, maar vastberaden. ‘Ik meen het, Henri. We hebben hier jaren naar verlangd. En we gaan het doen.’
Op dat moment werd de pijn plotseling minder en kreeg ik weer lucht. De benauwdheid verdween net zo snel als ze was opgekomen.
Judy liet zich op het bed vallen en glimlachte vermoeid, alsof ze een deel van haar levenskracht had ingeleverd om mij in leven te houden.
Ik legde mijn hoofd op haar dij. Mijn erectie was weg, maar daar maakte ik me niet druk over. Ik wist nog waarvan ze het meeste hield en in de loop der jaren had ik geleerd wat vrouwen lekker vinden. Ik begon voorzichtig met mijn tong van opzij en een vinger naar binnen. Langzaam voerde ik het tempo en de druk op.
Ze zei hoe ze mij gemist had en dat niemand het zo lekker deed als ik.
Ook mijn jonge ik niet, dacht ik.
Toen ze klaarkwam was mijn erectie terug.
We deden wat we vroeger deden, gulziger en haastiger, alsof we zo vijftien jaar in een middag konden inhalen, en we deden dingen die we nog nooit hadden gedaan. We praatten, terwijl we vroeger zwegen. Ik vroeg of ik het niet te hard deed, maar ze moedigde mij alleen maar aan. Dat zou elke man, jong, oud of bijna dood, de kracht geven om door te gaan.
Vroeger was het meestal binnen tien minuten gebeurd, nu kon ik het net zo lang volhouden als ik wilde. Een van de weinige voordelen van ouder worden.
Er was veel zweet, het meeste afkomstig van mij, maar gaandeweg waren we allebei even nat. Ik ging door tot ze fluisterde dat ze niet meer kon en toen liet ik het gebeuren.
Er was een korte pijnscheut en ik voelde hoe het leven uit mij vloeide. Ik wist dat het mijn laatste seconden waren. Er was geen angst of spijt, het was puur en vanzelfsprekend. De ontlading van een heel bestaan. Elke man zou zo willen sterven, dacht ik voordat het zwart werd voor mijn ogen. Mijn laatste gedachte was bij Judy, ik wilde niet in haar sterven, maar ik kon niets meer.
Ik verliet mijn lichaam in een zucht van bevrijding.
Ik was niets, maar ik was meer dan ik ooit geweest was.
Dit was mooier dan het leven.
Niemand hoefde hier bang voor te zijn.
Weer was Judy’s gezicht het eerste wat ik zag.
En weer wist ik niet of ik leefde.
Ik zag de sporen van tranen op haar gezicht.
Ik voelde haar hand tegen mijn wang en het leven in haar warmte.
Ze keek naar me alsof ik een pasgeboren baby was en net als vroeger legde ze haar hoofd op mijn borst.
Haar krullen spreidden zich over mijn huid.
Het voelde alsof ik toegedekt werd met liefde, maar misschien wilde ze zich er alleen maar van verzekeren dat mijn hart bleef kloppen.
Ze begon te vertellen over de oude man en pas toen kon ik echt luisteren.
De laatste jaren was hij zo zwak dat ze voor hem moest zorgen. Hij was thuis niet de harde zakenman die hij voor de buitenwereld was, maar iemand die alles voor haar en hun dochters over had. Hij had tegen haar gezegd dat ze een man mocht zoeken voor seks, als ze daar behoefte aan had, als ze het maar discreet deed. Hij had zelfs mij voorgesteld, omdat hij wist dat ik nog van haar hield. Ze had het overwogen, getwijfeld, vele keren op het punt gestaan mij te bellen, maar zich er op het laatst niet toe kunnen zetten. Ze vertelde hoe het was om te leven met het besef van de naderende dood. Al lang voor haar man doodging had ze afscheid van hem genomen.
Ik voelde haar tranen op mijn borst druppelen en vertelde haar dat ik even dood was geweest.
Hoelang we zo gelegen hebben weet ik niet, want ik viel in een slaap die mij meevoerde naar een plek diep onder water. Ik kwam lucht tekort en zwom omhoog, maar realiseerde me dat ik het wateroppervlak niet op tijd zou kunnen bereiken. Toen verscheen Judy’s man. Hij steeg samen met mij naar boven, plaatste zijn mond op de mijne en blies lucht bij mij naar binnen. Ik ging alleen verder en bereikte het oppervlak.
Judy sprong op en riep: ‘Zo laat al! De meisjes komen zo thuis. Blijf eten, Henri. Ze kennen je. Ze zullen het leuk vinden.’
Ze kwamen lachend en druk pratend binnen zoals dertien-, veertienjarigen doen. Ik zat, weer gedoucht, schijnbaar onschuldig en platonisch, aan de keukentafel met een glas gemberbier voor me, maar met een lichaam dat voelde alsof ik het pas een kwartier geleden tot mijn beschikking had gekregen. Judy zei dat ik was komen kijken of de hydrofoor schoongemaakt moest worden en de meisjes leken niet verbaasd over mijn aanwezigheid.
Ze leken op Judy, maar hadden de lach van de ouwe en tot mijn verbazing voelde ik iets wat leek op de liefde die ik voor Judy voelde.
Ze hadden gehoord over Rowan en vroegen of ze een workshop konden bezoeken. Ik verzekerde ze dat ik een ontmoeting met Rowan voor ze zou regelen en vroeg me af of ze zo leuk geworden waren als ze van mij waren geweest.
Toen ze naar zwemtraining vertrokken, zei Judy: ‘Zo. Nu kunnen wij weer naar bed.’
Ze moet de schrik op mijn gezicht gezien hebben en voegde eraan toe: ‘Maak je geen zorgen, gewoon een beetje knuffelen.’
‘Volgens mij weet ik wat je wil,’ zei ik.
Ze lachte.
De hele nacht plassen is een kleine prijs om te betalen voor zulke seks, maar ik hoop wel dat het stopt. Als het overdag zo doorgaat, kan ik nergens meer naartoe.