Hoofdstuk 21 - De handlezer
By Chris Polanen
De plof waarmee het opgevouwen pak papier het balkon raakt, verdrijft de slaap effectiever dan welke wekker, hond of haan ook. De bezorger weet de krant altijd precies op dezelfde plek te doen belanden. Ik heb hem het ooit zien doen: nonchalant, maar beheerst, als een professionele basketballer die van afstand scoort.
De krant is veel dunner dan vroeger, verschijnt nog maar drie keer per week en het gewone nieuws staat altijd eerder op het internet, maar nergens wordt een schandaal, geld-, seks- of drugsgerelateerd, beter uitgediept dan in de Stem.
De journalisten hebben zich erin gespecialiseerd, en de paparazzi sluipen rond en verschuilen zich om die ene foto van een publiek figuur in het gezelschap van een drugsbaas, prostituee, buitenvrouw of -kinderen te schieten. Ze ontdekken van iedereen de meest onsmakelijke details. Hun nachtelijke escapades, seksuele voorkeuren, dronken arrestaties, huiselijk geweld, belastingontduiking, fraude en gokschulden. De stroom schandalen is eindeloos, want uiteindelijk zwicht iedereen voor een verleiding. En hoe machtiger en rijker, hoe groter de klap waarmee alles instort.
De betrapten ontkennen in eerste instantie altijd. Zelfs als ze duidelijk herkenbaar op de foto vastgelegd zijn, beweren ze dat er een dubbelganger rondloopt die zich tegen betaling heeft laten fotograferen. Daarnaast is tijdelijk verdwijnen een veel beproefde strategie. In het vliegtuig stappen naar Nederland, Miami of Brazilië en daar wachten tot de storm overwaait. Maar juist degenen met het grootste zakenimperium of de hoogste functie, kunnen niet maandenlang onderduiken.
Voor een enkeling is het schandaal het einde van het huwelijk of de positie, maar de meesten behouden zowel hun echtgenote als hun baan, omdat Suriname er weliswaar schande van spreekt, maar haar zondaars koestert. We zijn een land waarin de processen van zondigen en vergeven vrijwel onbewust doorlopen worden, gevolgd door een vergeten dat snel en volledig is.
Ik betrap mezelf erop dat ik de lat voor politici en machthebbers steeds lager leg. Om buitenvrouwen, ongeacht hoeveel, en prostitueebezoek, hoe excessief ook, kan ik mij niet druk maken. Leef je uit, slik een pil om die overwerkte toli te harden, de hoogste dosis als je je hart meer vertrouwt dan je soldaatje, naai, zonder condoom als je dat lekkerder vindt, neem alle risico’s, zolang je je maar op tijd kunt losrukken van die lichamen, het bed uit rolt en op tijd frisgewassen, gekamd en gestreken, in de assemblee of op het ministerie verschijnt en niet meer aan poenies denkt.
Ik zal grinniken en mijn hoofd schudden als ik je op een foto zie met je dikke dronken kop en je arm om een jonge vrouw in bikini. Ik zal met grote nauwkeurigheid haar leeftijd schatten en jouw levensverwachting.
Alcohol en drugs, ook harddrugs, vind ik geen enkel probleem, zolang jullie hersentjes, toch al niet tot veel bijzonders in staat, niet te veel aangetast raken. Corruptie op kleine schaal is nauwelijks te voorkomen, je moet wat uitdelen en wat ontvangen, een duizendje hier, een vijfgangendiner daar, een avondje in een luxe hoerentent, dat begrijp ik allemaal wel en hoeft geen probleem te zijn.
Maar installeer geen hersenloze broer, zoon of echtgenote op posities waar ze schade aan kunnen richten, ga niet met een hele entourage naar het buitenland, logeer daar niet in hotels waar een overnachting net zo duur is als een respectabel Surinaams maandsalaris, onderhoud geen banden met Colombiaanse drugsbazen die liquidaties laten uitvoeren op drukke terrassen, sluis geen miljoenen naar Europese bankrekeningen en sta buitenlandse bedrijven niet toe olie, goud of hout weg te roven. Er zijn veel manieren om een land te vernietigen.
Vandaag is het Rowans foto, groot op de voorpagina met als onderschrift: Handlezer geeft workshops. Hij kijkt met een brede glimlach de camera in en wijst naar een lijn in zijn handpalm.
Ik zie mijn jonge zelf in hem.
De journalist die het artikel geschreven heeft, was een deelnemer van de eerste workshop. Ze is lovend over Rowan, die volgens haar een geheel nieuwe wereld aan kennis opent voor de deelnemers van zijn workshop. Een charismatische leraar noemt ze hem.
Glimlachend leg ik de krant neer. Nu zal het storm lopen. In Paramaribo zijn niet veel van dit soort activiteiten en onder een deel van de bevolking is er een honger naar kennis over zulke onderwerpen.
Een bericht van Judy.
‘Hoe gaat het met je?’
‘Goed. Met jou?’
Ik ben niet veel beter dan een hond. We waren van plan om te genieten van de tijd die we nog hadden en nu heb ik seks gehad met een andere vrouw. Door Mirna ben ik je vergeten en dat is verschrikkelijk.
‘Ik mis je.’
Ik zoek naar woorden. Naar leugens. Naar snelle, creatieve, briljante leugens, als ze je maar geen pijn doen.
‘Ik heb veel nagedacht over waarom het mis ging tussen ons, Henri. En waarom je op jouw leeftijd nog steeds alleen bent. Niet boos worden als ik dit zeg. Ik denk dat je bindingsangst hebt.’
Vrouwen zoeken altijd een verklaring voor mannelijk gedrag. Als je al die domme geilheid kunt verklaren met een goed onderbouwde theorie, is het allemaal minder erg. Natuurlijk zijn wij bang om ons te binden. Daar heb je geen ingewikkelde psychologie voor nodig.
‘Je moet het mij niet kwalijk nemen, hoor. Ik heb er veel over gelezen. Het komt heel veel voor.’
‘Misschien heb je gelijk.’
Het is voor vrouwen gewoon te pijnlijk om te accepteren dat het maar een paar stellen lukt om een heel leven een goede relatie met elkaar te onderhouden. En ik begrijp dat je je dan liever vastklampt aan dit soort psychologische begrippen. Anders zou je de moed verliezen en geen enkele man meer een kans geven.
Ik voel zowel liefde voor jou als voor Mirna, maar hoe zou ik dat uit moeten leggen?
‘Zelfs als je het begrijpt, zal het moeilijk zijn om te veranderen. Waarschijnlijk onmogelijk. We zullen er nog over praten.’
‘Oké.’
‘Als het niet goed met je gaat, zeg je het, toch?’
Nee, absoluut niet. ‘Ja.’
‘Mooi.’
‘Je bent een schat.’
Er stopt een busje waarvan de witte kleur bedekt is door rood stof van de bauxietwegen in het binnenland.
Rowan stapt uit en zwaait naar de inzittenden in de bus, terwijl deze met moeite optrekt. Hij kijkt naar boven. Zijn haar heeft een rode gloed. ‘Even mijn gezicht wassen, dan kom ik naar boven.’
Zijn manier van lopen lijkt noch op die van mij noch op die van Humphrey. Hij loopt als een Nederlandse man, mist het ritme van de Surinamer dat we als kleine jongens onbewust overnemen van de mannen die in alles onze voorbeelden zijn.
Tien minuten later hoor ik hem de trap op komen. Zijn stappen zijn traag. Hij is moe.
In de deuropening bekijk ik hem alsof ik hem voor het eerst zie.
Hoeveel langer dan ik is hij? Vijf centimeter? Dat is niet vreemd als je in Nederland opgroeit met zoveel zuivel en extra vitaminen. Ja, hij is gespierder dan ik, maar als je die sportschoolspieren wegdenkt is zijn lichaamsbouw identiek aan de mijne.
Zijn glimlach lijkt op die van mij, maar het is lang geleden dat de mijne zo breed en onbevangen was. Kleinere tanden. De tanden van zijn moeder. Ik bekijk zijn neus terwijl hij dichterbij komt. Is het echt de neus van Humphrey en de ouwe? Nee. Hij is spitser en de neusvleugels zijn minder breed. Zijn dat Mirna’s genen of de mijne? Als hij vlak voor me staat, realiseer ik me dat ik op het oog nooit zal kunnen zeggen of hij mijn zoon is of van die schoft.
Hij omhelst mij alsof hij me lang niet gezien heeft in plaats van de vijf dagen die hij weg was.
Ik heb nog nooit de geur van een man opgesnoven zoals ik dat bij een vrouw doe, maar nu doe ik het. Ik ruik alleen de douchegel die ik zelf in de badkamer beneden voor hem neergezet heb. Ocean breeze.
‘Hoe was je trip?’
Hij glimlacht en wrijft over zijn achterhoofd. ‘Ik weet dat ik als toerist uit Nederland hoor te zeggen dat ik het oerwoud fantastisch vind, maar…’
Zijn stem is die van Humphrey. De stem van de ouwe, schor en een beetje krakend als hij de nadruk op een woord legt.
‘Je vond er niet veel aan?’
Hij kijkt schuldig. ‘Ik heb wat vogels gezien, een paar aapjes, maar vooral veel insecten. Torren, mieren, muskieten… En die muskieten waren verschrikkelijk. Ik ben nog nooit zoveel gestoken.’ Hij laat me de bulten op zijn armen zien. ‘Ik had het gevoel dat ik die hele reis gemaakt had om daar lek geprikt te worden.’
Ik grinnik. ‘Het is mij altijd een raadsel geweest waarom mensen zo nodig het binnenland in moesten. Het is een saaie boel, toch? De grote dieren vertonen zich niet.’
‘Saai en pijnlijk,’ zegt hij.
We gaan op het balkon zitten.
‘Hoe was het hier?’ vraagt hij. ‘Mijn moeder zegt dat het gezellig was.’
Ik probeer zo neutraal mogelijk te kijken. ‘Ja hoor.’
Hij kijkt mij onderzoekend aan: ‘Hebben jullie kunnen praten?’
Ik knik. ‘Ja hoor.’
‘Voel je je wat beter… over alles?’
‘Zeker.’
Hij kijkt afwachtend en zijn glimlach heeft iets spottends.
Wat heeft ze hem precies verteld? In Nederland vertellen moeders en zonen elkaar veel meer.
‘Ik zag wel hoe jullie naar elkaar keken.’
‘Hoe?’ Natuurlijk. Degene die echt kijkt, de enkeling die niet alleen met zichzelf bezig is, ziet het direct.
‘Alsof jullie nog verliefd zijn op elkaar.’ Zijn glimlach is niet van Humphrey en niet van Mirna. Het is de mijne. Hij is een jonge Nederlandse versie van mij, zonder alle Surinaamse barrières, vrijer en scherper. Hij kijkt dwars door maskers en pantsers heen.
‘Hou op…’
‘Is het niet waar dan?’ Nu is het niet alleen de glimlach, het is ook de manier waarop hij zijn wenkbrauwen licht fronst, zodat zijn blik iets vaderlijks krijgt, een laatste aanmoediging om de waarheid te vertellen.
‘Nou ja… verliefd.’ Tegenstribbelen heeft geen zin.
‘Je mag het ook anders noemen.’
‘Het is een beetje vreemd om er met jou over te praten.’
‘Waarom is dat vreemd? Je bent mijn oom. Je bent familie.’
‘Je weet wat ik bedoel.’
‘De oude liefde is er nog, toch?’
‘Nou ja… eigenlijk wel, ja.’
Hij legt een hand op mijn schouder en ik voel mijn laatste beetje weerstand afbrokkelen. ‘Dat is toch prachtig? Mijn moeder is heel blij dat jullie weer tot elkaar gekomen zijn.’
Tot elkaar gekomen? Ze heeft hem toch niet alles verteld?
Hij buigt zich naar mij toe.
O nee, hij gaat me weer omhelzen. Waarom ben ik zo dicht naast hem gaan zitten?
Hij drukt zijn hoofd tegen me aan. Ik voel zijn huid tegen de mijne, zijn adem in mijn nek, ruik zijn geur door de Ocean breeze heen. Dit is een gevoel dat ik nooit gevoeld heb. Het is zacht, maar heel sterk. Is dit wat ouders voelen voor hun kind?
Rowan kijkt me aan en glimlacht.
Die avond bespreek ik met Mirna hoe we Rowan het nieuws kunnen vertellen. Volgens mij is Rowan door zijn handleeskunde en God weet wat hij allemaal gestudeerd heeft veel volwassener dan de meeste mannen van zijn leeftijd. Ik zie voor me hoe hij na de eerste verbazing bedachtzaam glimlacht en mij omhelst.
Maar Mirna is doodsbang dat Rowan zo teleurgesteld zal zijn in haar dat het hun band onherstelbaar zal beschadigen. Ze heeft het een heel leven uitgesteld, maar het kan nu niet meer. Mijn tijd is beperkt. Ze vraagt mij om tijdens het gesprek terughoudend te zijn en ik begrijp het. Zoals zo vaak in Suriname creëerden moeder en kind hun wereld en was de vader de grote afwezige.