Hoofdstuk 16: De heilige Dymphna - Aan de oever van het Comomeer
By Adriana Trigiani
Ik zet mijn laptop op het klaptafeltje in het washok van signora Strazza in de kelder van nummer 19. Ik loop een ontwerp na voor Mauro LaFortezza. Ik wil het net versturen als de langzaamwasser met wringer begint te schudden. Ik zet het water uit en beweeg het wiel even zoals ik van signora Strazza heb geleerd.
Het apparaat is zo oud dat het waarschijnlijk nog door Elizabeth Barrett Browning is gebruikt tijdens de Risorgimento, maar ik wil het heel graag proberen omdat mijn hospita uitlegde dat de traditionele machine beter is voor het milieu. Terwijl ik elk kledingstuk door de rollen draai, merk ik dat het apparaat de kleren schoner krijgt, een openbaring voor iemand die in een kelder woonde met een stille, supermoderne voorlader. Ik leg net de natte kleren in een mand om ze daarna aan de waslijn binnenshuis op te hangen als signora Strazza de deur openduwt.
‘Signorina?’
‘U had gelijk over het wiel. Het ging vastzitten en toen zette ik het water uit, gaf het een zwieper en nu doet-ie het weer!’
‘Heb je een kat?’ Signora Strazza doet een stap achteruit en slaat haar armen over elkaar.
‘Ja! Perdonami, per favore!’ Aan haar woedende blik zie ik dat het te laat is om vergeving te vragen. ‘Ik wilde u nog over Smokey vertellen,’ zeg ik bedeesd.
‘Absoluut geen huisdieren in het pand.’
‘Ze liep achter me aan naar huis.’
‘Nessun gatto!’ Het gezicht van signora Strazza loopt rood aan van kwaadheid.
‘Maar ze kan nergens naartoe.’
‘Signorina. Overal in Carrara zijn katten. Ik wil ze niet in mijn pand.’
‘Maar ze is stil en klein; ze is nog maar een kitten. Ze zal geen probleem zijn. Dat beloof ik u.’
‘Doe die kat weg. Zo niet, dan moet je een andere plek zoeken om te wonen.’ Signora Strazza slaat de deur met een klap achter zich dicht.
Ik ben mijn huis uitgezet.
Smokey jaagt achter een rubberen balletje over de vloer aan. Ik sta op, pak het balletje en gooi het in de tegenovergestelde richting. Smokey rent erachteraan, grijpt het met haar klauwen, rolt op haar rug en worstelt ermee.
Ik stuur Conor een bericht dat ik mijn huis ben uitgezet. Hoe dol ik ook ben op het appartement en het uitzicht, en hoezeer de lucht en het licht me ook hebben geholpen te helen, ik hou meer van de kitten dan van het appartement. Als ik hierdoor gestoord klink, dan zoek ik wel een dokter van Thera-Me om die zelfdiagnose te bevestigen. Ik sta op van de vloer en ga naar de keuken om een pot koffie te zetten. Ik heb net voordat mijn werkvisum voor twee jaar werd toegekend geen huis meer. En als een ware Baratta is ook mijn salarischeque nog niet overgeschreven. Blijkbaar heb ik de slechte financiële timing van mijn vader geërfd, net als zijn ontembare haar.
Er wordt dringend aangeklopt. Ik hoor dat Angelo mijn naam roept. Ik gooi de mopeen over mijn schouder en doe de deur open.
Angelo’s gezicht is even wit als de muur achter hem. ‘Kun je naar beneden komen? Het is mama.’
Ik loop op een holletje achter hem aan de trap af. Als we bij het appartement van zijn moeder zijn, zie ik dat signora Strazza aan haar eetkamertafel zit en moeite heeft met ademen.
‘Heb je een papieren zak?’ vraag ik Angelo.
‘Wat?’
‘Een papieren zak. Je weet wel. Van de apotheek. Kleine papieren zak.’ Ik maak een rechthoekige vorm met mijn handen.
Maar Angelo verstijft, dus ik zeg dat hij bij zijn moeder moet blijven. Ik ga de keuken in en doorzoek de laden. Sinds de plundering van Rome door de Toscanen bewaart elke Italiaanse vrouw zakken, dus ik weet dat signora Strazza een voorraadje moet hebben. Ik kijk in het gootsteenkastje. Gevonden! Ik blaas in een papieren zak om hem op te blazen.
‘Qui. Soffia nel borso.’ Ik doe voor hoe ze in en uit de papieren zak moet blazen, door hem op te blazen als ik uitadem en hem weer leeg te laten lopen als ik inadem. ‘Te.’
Ik geef signora Strazza de zak. Ze ademt in en uit, met angst in haar ogen. Na een paar tellen wordt haar ademhaling rustiger.
‘Beter?’ Ik ga naast haar zitten.
Ze knikt.
‘Een paniekaanval is niet meer dan de angst die het van je wint,’ leg ik uit. ‘Kunt u samen met mij ademen?’
Ze knikt van ja, met de opening van de papieren zak voor haar mond.
‘Doe uw ogen dicht. Adem een beetje in. Adem in. Dat is het. Niet te veel. Adem uit. Hou uw ogen maar dicht. Haal weer wat adem, ietsje dieper dan daarnet.’
Dat doet signora Strazza.
‘Adem uit. Rustig. Uw longen zijn zacht, als sponzen. Ze worden gevuld door uw ademhaling. Langzaam. Langzaam. Adem in. Adem nu langzaam uit, blaas al uw angst weg naar de zee. Zo, ja. Stel voor dat u op de bergtop staat. Adem uit over de boomtoppen, helemaal naar de kust van de Ligurische Zee. Laat uw adem u meevoeren over de golven, naar open zee.’
Het voorhoofd van signora Strazza ontspant terwijl ze in- en uitademt.
‘Sluit uw ogen. Herhaal… ripetti: Bobby Bilancia adem. Bobby Bilancia adem.’ Grappig hoe mijn verleden mijn heden inhaalt door middel van de zilveren pijl Bobby Bilancia.
‘Chi è Bobby Bilancia?’
‘Non è importante,’ zeg ik tegen haar. ‘Fidati di me.’ Ik vraag een vrouw die heel wantrouwig tegenover me staat om me te vertrouwen. En mijn kat.
Signora Strazza fronst haar wenkbrauwen en concentreert zich op het in- en uitademen, en vult de papieren zak met stormachtige kracht. Langzaamaan keert haar kleur terug. Ze transformeert voor onze ogen.
Angelo staat tegen de muur geleund met zijn handen op zijn heupen. ‘Zal ik haar naar de dokter brengen?’
‘Dat hoeft niet. Het was alleen maar een paniekaanval. Gewoon angst.’ Ik leg mijn handen zachtjes op die van signora Strazza. ‘Hebt u dit vaak?’
‘Zo af en toe.’
‘Angstaanjagend, hè?’
Ze knikt.
‘Ik heb ze ook. Het komt wel goed. Nu moet u even rusten. Leg uw voeten maar omhoog.’ Ik geef een klopje op haar hand en wend me tot Angelo. ‘Breng je mama maar naar de tuin en laat haar in de zon rusten. Voordat het weer gaat regenen.’
Het regent al een paar dagen af en aan in Carrara. Misschien heeft signora Strazza het daardoor moeilijker gekregen. Ze zit meer binnen dan normaal, ook al zie ik haar af en toe heen en weer lopen onder de loggia langs de piazza, als lichaamsbeweging. Angelo helpt zijn moeder opstaan.
‘Neem deze maar mee.’ Ik geef hem de papieren zak. ‘Voor het geval dat.’
Angelo slaat zijn arm om het middel van zijn moeder en begeleidt haar naar de tuin. Daar draait hij zich om. ‘Grazie, Giuseppina.’
Ik pak de deken van de bank en breng die naar signora in de tuin terwijl ik in stilte een gebed opzeg dat ik van zuster Eugenie, een non op de Saint Rose-school, heb geleerd.
* * *
Heilige Dymphna,
Vul mijn longen en heel mijn adem,
Kalmeer me en help me tot rust komen.
* * *
De nonnen hadden overal een gebed voor. Ik kreeg mijn eerste paniekaanval op de kleuterschool, of misschien is dat de eerste die ik me herinner. De nonnen hadden een voorraadje papieren zakken voor kinderen die moesten overgeven, of voor kinderen zoals ik die zo angstig werden dat ze hun adem inhielden tot ze zo blauw waren als de mantel van de maagd Maria. Een angstig persoon herkent een medebangerik vaak wel, maar bij signora Strazza had ik de tekenen niet gezien. Ik was eerder bang voor haar. Dat is iets om verder uit te zoeken in Thera-Me. Ben ik bang voor mensen die op me lijken of alleen voor mensen die macht over me hebben?
Ik zie signora Strazza hoe ze echt is, op haar kwetsbaarst. Hoewel ik meevoel met haar angst, heb ik mijn eigen angsten, waarvan zij iets heeft getriggerd. Ik moet een andere woonplek zoeken en toch heb ik geen papieren zak voor mezelf hoeven pakken. Ben ik me aan het ontwikkelen? Ben ik beter? Is dit het moment waarop mijn emotionele netwerk oplicht als erkenning voor het harde werk dat ik in therapie heb gedaan? Is dit wat ‘helen’ inhoudt? Ik ga naar boven om wat appartementen in Carrara na te bellen. Ik ben voor niemand meer bang, zelfs niet voor signora Strazza. Ik verkies de troost van mijn geredde kitten boven het uitzicht op de piazza. Prioriteiten! Bedankt, dokter Jean, waar u ook bent.
Ik zie dat Angelo het zijn moeder makkelijk maakt op de chaise longue. Hij trekt een houten kruk bij en gaat naast haar zitten. Een moeder en haar zoon in een privémoment van begrip kan even inspirerend zijn als een schilderij van Tiepolo of net zo verfijnd als een standbeeld van Brunelleschi. Hoe kan er schoonheid schuilen in lijden en waarom zie ik het zo duidelijk? De liefde van een goede moeder zou weleens de hoogste kunstvorm kunnen zijn omdat daarin lijn, vorm en openbaring zit. En nu het wolkendek over de Piazza Alberica is opgetrokken en het patroon van lavendelblauwe slierten is weggedreven, is er licht. Ik glip stilletjes de deur uit. Moeders houden ons bij elkaar of vallen zelf uiteen. Ik noteer een paar gedachten over signora Strazza in de notitie-app en denk dan terug aan een dag die ik graag wil begrijpen.
* * *
Mama had me haar boodschappenlijstje geappt. Ik moest nog langs één winkel en dan had ik elk ingrediënt voor de zondagse maaltijd. De belletjes aan de deur rinkelden vrolijk toen ik Croce’s binnenging. Ik stelde me voor dat de geur van boterachtig deeg en scherpe kaas de geur van Italië was en stond te popelen om dat zelf te ontdekken. Oom Louie en ik zouden binnenkort in ons land van herkomst zijn. Ik liep door de smalle paden en vulde mijn mandje. Ik ging me te buiten aan exotische blikjes tapenade, zongedroogde tomaten en groene olijvenpasta op weg naar de kassa. Crostini per tutti!
‘Jess? Ik herkende je bijna niet.’
De moed zonk me in de schoenen. ‘Mevrouw Bilancia.’
‘Je kunt me gewoon mama noemen. Altijd. Of anders Babe, als je mama te veel vindt.’ Ze nam me van top tot teen op. ‘Wat ben je dun geworden,’ verbaasde ze zich.
Meneer Croce had een schaal focaccia bij de kassa gezet zodat je Olio della Donna kon proberen voordat je het kocht. Mevrouw B maakte er geen geheim van dat ze het grootste deel van haar zevenenzestig jaren op dieet was geweest, maar net als ik kon ze koolhydraten niet weerstaan. We doopten het zachte brood in de olijfolie, waarvoor ik God dankte omdat ik niet kon praten met volle mond.
Ik kon me geen enkel gesprek met Babe Bilancia voor de geest halen waarin het niet over gewicht ging. Haar gewicht. Dat van mij. Van wie dan ook. Ze had Lisa Natalizio, Debi Martinelli en mij tijdens de kroning van de meikoningin op de basisschool in een hoekje gedreven en ons ervan verzekerd dat we slanker zouden worden zodra we in de puberteit raakten.
Ze pakte een servetje van de stapel naast het brood en veegde bevallig haar handen af. ‘Ik ben blij dat ik je tegen het lijf loop. Je weet dat toeval niet bestaat. Dit was voorbestemd.’
‘Mevrouw Bilancia, we wonen twee straten bij elkaar vandaan in een kleine stad.’
‘Jess, mijn zoon is een geweldige jongeman. Maar Bobby is gebroken. Toen je bij hem wegging, heb je een stukje van hem meegenomen. Ik weet niet wat er met jullie twee is gebeurd en ik vraag het ook niet, want hij heeft een zonnig karakter en heeft veel verantwoordelijkheden in de winkel nu mijn man met pensioen is, en die wil ik niet zwaarder maken. Maar ik zou willen dat jullie eruit zouden komen. Een echtscheidingsvonnis staat niet voor niets op papier. Dat kan verscheurd, verbrand of doorgespoeld worden, je kunt het zelfs versnipperen en in de vogelkooi leggen. Jullie gaan weer samenwonen en we doen allemaal alsof het niet is gebeurd.’
‘Ik vind het heel naar dat ik u zo’n verdriet heb gedaan. U was een fantastische schoonmoeder.’
‘Ik heb mijn best gedaan.’ Toen de tranen in haar blauwe ogen sprongen, leek het net alsof ze onder water zwom. ‘Wat aardig van je om dat te zeggen. Je moeder en ik zitten vreselijk met jullie twee in onze maag. We bidden. We verzinnen van alles. We proberen te bedenken wat we kunnen doen om jullie uit de sloot te halen en weer op het juiste pad te krijgen.’
Ik leunde tegen de toonbank omdat mijn benen het anders misschien hadden begeven en ik in de ton augurken naast de kassa was gevallen. ‘Mijn moeder?’
‘Ik ben zo blij dat we elkaar hebben om ons te beklagen. Om onze pijn te delen. We rouwen. Ik heb haar een podcast aangeraden om haar te helpen met de verwerking. Die van Anderson Cooper. Dat was een godsgeschenk.’
Ik voel me aangerand – ik luisterde naar dezelfde podcast als mijn moeder en ex-schoonmoeder.
‘Was dit alles?’ zei de caissière tegen me.
‘Ja, ja. Dit is het. En de ravioli. Onder Baratta.’
De caissière verdween naar de achterkamer.
Ik ging op mijn tenen staan en keek haar na. Kom terug. Niet weggaan. Ik word hier levend opgevreten.
‘Je moeder en ik probeerden ons niet met jullie te bemoeien. We zijn geen bemoeizuchtige schoonmoeders, weet je. We houden gewoon van jullie en willen het beste voor jullie. Je moeder zei dat de kelder je niet bevalt en dat ze doodsbang is dat je uit huis gaat, helemaal alleen een appartement zult huren en zult eindigen als zo’n vrouw die bij te veel boekenclubs gaat en op alle mogelijke en onmogelijke uren van de nacht video’s deelt op TikTok.’
‘Ik heb geen kat.’ Mijn hart bonkte. Was ze uitgepraat?
Babe ging verder. ‘Als Philly haar zin kreeg, zou je je weer verzoenen met Bobby en ophouden met al deze nonsens.’
De caissière kwam terug met de raviolivellen en deed die in een papieren zak.
‘Heb je genoeg besteld? Ik kom niet weg met minder dan tien vellen.’ Babe staarde voor zich uit. ‘De zondagse maaltijd is niet hetzelfde. We willen je terug, liefje. Zonder jou is Bobby net een zoekgeraakte bal in hoog onkruid.’ Ze stak haar handen omhoog alsof ze gearresteerd werd. ‘Je bent altijd weer welkom bij ons. Zonder vragen.’
‘Ik heb geen vragen,’ fluisterde ik.
‘Goed,’ zei Babe. ‘Ik heb gezegd wat ik wilde, en nu weet je hoe ik me voel. Je moeder is zo aardig voor Bobby. Ze maakt kipschnitzels voor hem en stopt ze bij hem in de vriezer. We bidden allemaal om een verzoening.’
Ik knikte, want als ik iets zei, zou ik gaan overgeven. Ik gaf de caissière mijn creditcard.
‘Bedankt,’ fluisterde ik. Ik pakte mijn zakken op en haastte me de winkel uit, alsof hij in brand stond. Eenmaal buiten stapte ik in mijn auto en zette de vellen deeg voor de ravioli op de voorstoelen. Ik legde twee vingers op mijn halsslagader. Zo voelde een beroerte blijkbaar. Mijn aderen explodeerden in mijn lijf. Ik keek uit het raampje en probeerde me te herinneren waar de nieuwe spoedeisende hulp van Lake Como was. Ik haalde mijn vingers van mijn hals om de telefoon op te nemen.
‘Heb je de ravioli opgehaald?’ vroeg mama vriendelijk.
Ik kon nauwelijks praten. ‘Ja.’
‘Ik versta je niet. Gaat het wel?’
‘Nee! Mama, hoe kon je?’
‘Wat heb ik nou weer gedaan?’
‘Heb je kipschnitzels naar Bobby Bilancia gebracht?’
Mijn moeders stem brak. ‘Hij vindt ze lekker.’ Ze klonk bang. ‘Hij stal je lunch vroeger altijd en nu snijd ik hem de pas af.’ Ze dwong zich tot een lachje.
‘Ik ben het zat,’ zei ik tegen haar. ‘Hoor je me? Zat!’
* * *
Het is tijd voor mijn afspraak bij Thera-Me. Ik doe wat lippenstift op en open Zoom.
‘Aangenaam, dokter Nora.’ Ik zet de laptop iets hoger om de dokter beter te kunnen zien. Ze is ongeveer van mijn leeftijd.
‘Ik heb me ingelezen in je dossier, laten we meteen beginnen. Hoe gaat het met je in je nieuwe huis?’
‘Het ging best goed.’
‘Totdat?’
‘Ik heb agita. Weet u wat dat is?’
‘Een soort indigestie?’
‘Dat kan. Ik krijg het als ik aan mijn familie denk, ook al communiceer ik niet met ze. Maar dat zou weleens de reden kunnen zijn. Ik voel me schuldig omdat ik niet met ze praat. Misschien word ik daar wel misselijk van.’
‘Soms moeten we relaties die ons niets brengen loslaten.’
‘Bedoelt u dat ik ze naar het Eiland moet sturen?’ Ik ga rechtop zitten.
‘Ik weet niet wat je bedoelt.’
‘Dat betekent dat ik ze wegstop op een denkbeeldig Eiland en niet met ze communiceer.’
‘Dat is precies wat ik voorstel. Soms is het maar beter om niet om te gaan met de mensen die weten hoe ze ons kunnen kwetsen. Die moeten we uit ons leven snijden.’
‘Ik kan ze niet voor altijd verbannen. Ik wil leren hoe ik kan omgaan met deze gevoelens en deel kan uitmaken van mijn familie.’
‘Misschien moet je eerst kracht opbouwen en zien waar het proces je brengt.’
‘Dat is te vaag, dokter. Ik zou van u graag de tools krijgen om de situatie te verbeteren.’
‘Het is aan jou,’ antwoordt ze.
‘Nee, dat is niet zo. Het is aan u om me te vertellen hoe ik met ze moet omgaan. Ik wil mijn weg leren vinden in die moeilijke relaties, niet ze bedanken. Ik wil in dezelfde kamer kunnen zijn met mijn familie en geen wrok voelen. Ik wil zonder woede van ze houden.’
Mijn telefoon op het nachtkastje trilt.
‘Ik moet gaan, dokter Nora.’
‘Maar je sessie duurt nog elf minuten.’
‘Ik word gebeld door de FBI. Stuur mijn dossier maar naar de volgende therapeut en dan zie ik die later.’
‘Wordt vervolgd.’ Dokter Nora logt uit.
Ik neem de telefoon op. ‘Meneer Campovilla?’
‘Juffrouw Baratta, ik heb een paar vragen over Rulando Gugliotti.’
‘Googs?’
‘Ja. Komt het uit?’
Ik loop met de telefoon naar het balkon. De piazza is sereen. De Apuaanse Alpen zijn in schaduwen gehuld. De witte toppen aan de horizon flakkeren terwijl de nachtelijke wolken voor de heldere maan langs trekken. ‘Waarmee kan ik u van dienst zijn?’
‘Het lukt ons niet goed een papieren spoor van de Elegante Gangster te vinden en vroegen ons af of u ons kon vertellen waar meneer Gugliotti zich bevindt.’
Ik scrol door mijn contactpersonen. ‘Ik stuur u zijn telefoonnummer. Maar sinds de dood van oom Louie heeft hij nog geen oproep van mij beantwoord. Het is altijd moeilijk te zeggen waar Googs mee bezig is. Hij is mysterieus.’
‘Begrepen,’ zegt Campovilla. ‘Wanneer heb je hem voor het laatst gezien?’
‘Op een pier in Perth Amboy, ergens in de lente. Met mijn oom Louie.’
‘We hebben de telefoongegevens van meneer Capodimonte, maar blijkbaar neemt meneer Gugliotti vaak een ander telefoonnummer. Heeft je oom ooit iets over hem verteld?’
‘Oom Louie zei dat Googs uiteenlopende zakelijke belangen had. In de loop der jaren was hij de tussenpersoon voor allerlei soorten geïmporteerde producten. Marmer, natuurlijk. Olijfolie. Wijn. Kitsch. Schorten. Vuurwerk. O ja, Timberland-schoenen. Je kunt het zo gek niet bedenken. Ik heb ooit een ketting voor mijn moeder gekocht uit de kofferbak van zijn auto.’
‘Laat je het ons weten als je iets van hem hoort?’
‘Absoluut.’
‘En als je plannen hebt om terug te keren naar de Verenigde Staten, laat je dat ons dan ook weten?’
Aan de FBI valt niet te ontkomen. Ze weten waar je woont en bellen aan. Zelfs als je in Italië bent. Ik moet eerlijk zijn tegen de FBI omdat dat hoort, maar word ik daardoor vrijgepleit? Oom Louie, door wie ik in deze puinzooi ben beland, zei immers: ‘Je wordt alleen in de boeien geslagen als je een verhaal verzint.’
Als oom Louie nog leefde, had ik hem er misschien van kunnen overtuigen dat het zakelijk verstandig was om de Elegante Gangster in de boeken te vermelden. Ik ben er niet zeker van, maar ik fantaseer graag dat mijn oom me hoog genoeg achtte om naar rede te luisteren. Zestien jaar is een lange tijd om hetzelfde werk voor één baas te doen, en ik heb opgelet. Ik kende mijn oom net zo goed als iedereen, behalve als tante Lil. Zijn compagnons? Die kende ik bijna niet. Misschien omdat ik zijn nichtje was, of omdat ik als vrouw geen toegang had tot hun jongensclub. Ik zal het nooit weten. Ik had niet het gevoel dat mijn oom een goede band had met deze mannen, maar hij was altijd hartelijk. Hij kreeg altijd dingen van hen gedaan, op tijd en na niet meer dan een handdruk. Blijkbaar leverde die handdruk alle partijen voordeel op.
Mijn broer, Joe, neemt na een keer overgaan zijn telefoon op.
‘Jess!’ roept hij door achtergrondgeluid heen. ‘Ik ga even naar buiten. Hoe gaat het?’
‘Goed.’ Ik voel me beter nu ik de stem van mijn broer hoor. ‘Joe, waarom belt de FBI me over Googs?’
‘Als ik moet gokken, denk ik dat ze het geld niet zo goed van de buitenlandse rekeningen af kunnen krijgen.’
‘Ik weet niet eens wat daar op staat!’ roep ik.
‘Ze kunnen alles zien.’
‘Waarom vragen ze het mij dan?’
‘Ze willen weten of ze iets over het hoofd zien.’
‘Joe, hoeveel staat er op die rekeningen op de Kaaimaneilanden? Als je moet gokken?’
‘Ik weet het niet. Een paar miljoen.’
Ik ga zitten. Ik had geen idee dat oom Louie de beschikking had over zo veel geld. ‘In Cap Marmer ging nooit zo veel geld om! Nooit.’
‘Omdat oom Louie belastingen, salarissen en andere kosten betaalde.’
‘Maar bij de Elegante Gangster niet?’ Mijn hart bonkt. ‘Wat bedoel je? Ben ik aansprakelijk?’
‘Helaas heb jij alle activa geërfd en dus ook alle schulden en lasten van Cap Marmer. Jij bent de enige erfgenaam en daardoor ben jij aansprakelijk voor alles wat oom Louie heeft nagelaten. De FBI en de belastingdienst behandelen de Elegante Gangster als een legitiem bedrijf. Zolang ze dat doen, kunnen ze informatie krijgen van de bank. En kunnen ze belastingen in rekening brengen. Daar hopen ze op.’
‘Ze willen hun geld.’ Ik veeg mijn voorhoofd af met de mouw van mijn pyjama. ‘Ik had het moeten weten. Joe, alsjeblieft. Ik heb je hulp nodig. Ik probeer…’ Ik probeer niet te huilen. ‘Ik wil hier gewoon mee klaar zijn.’
‘Ik snap het. We kunnen betogen dat oom Louie van plan was om uiteindelijk belasting te betalen, dat hij het geld daar gewoon bewaarde.’
‘Kun je dat doen?’
‘Ik zal het proberen.’ Joe zucht. ‘Kun jij iets voor mij doen?’
‘Alles.’
‘Papa en mama missen je. Ze maken zich zorgen.’
Hoe langer ik in Italië ben, hoe makkelijker het is geworden om Lake Como achter te laten.
‘Kun je papa en mama een berichtje sturen, een briefje? Iets?’ vraagt Joe.
‘Ik zal erover nadenken.’
Ik bedank mijn broer en hang op. De koude lucht doet me denken aan de herfst van een jaar geleden in New Jersey. Ik open de notitie-app om op te schrijven wat ik me ervan herinner toen ik bij oom Louie en mama was.
* * *
Oom Louie, mama en ik stonden op de natte grond voor het graf van de Capodimontes op de begraafplaats van de Saint Catharine-kerk. De familiesteen was van hoogglanzend Calacatta Nero, voorzien van vergulde reliëfletters. De steen zelf had de vorm van een deur, die, zoals mij in mijn jeugd werd verteld, naar de hemel leidde.
‘Als je het juiste doet, dan is het paradijs van jou,’ zei oma Cap altijd.
Mijn Capodimonte-voorouders, Philomena, Luigi, Maria Luisa en zia Giuseppina, liggen achter de gedenksteen. De grafstenen van oom Louie en tante Lil stonden al in de grond. Ons stukje van deze gewijde grond was zo onberispelijk als de back nine van de Upper Montclair Country Club.
‘Zelfs in de dood is de indruk die je maakt belangrijk,’ zei oom Louie terwijl hij en mijn moeder aan de voet van de zojuist geplaatste grafsteen van hun moeder stonden, die was gemaakt van bijpassend zwart onyx marmer met matgouden letters. Oom Louie veegde een paar gevallen blaadjes van de grafsteen. ‘Wat vind je ervan?’
‘Prachtig, oom Louie,’ verzekerde ik hem.
‘Philly? Vind jij het ook mooi?’ vroeg Louie vriendelijk.
‘Ze was een heilige.’ Mama bette haar ogen.
Als een familielid uit de familie Cap of Baratta overleed, maakten we van diegene zodra de requiemmis voorbij was een heilige. We gooiden alle feiten op tafel en herschreven de levensgeschiedenis. Schurken werden helden, helden werden heiligen, en zodra je een heilige was, baden we tot jou om voorspraak in de hemel. Je kreeg een rol aan gene zijde, net zo zeker als je er hier een had gehad.
Oom Louie deed een stapje achteruit en tuurde door zijn wimpers naar de nieuwe grafsteen. ‘Ik denk dat ma hem mooi zou vinden.’ Bij die gedachte sprongen de tranen hem in de ogen, en er stak een briesje op. De droge blaadjes op de grond vlogen op als winnende loterijbriefjes in een trommel. Mijn machoachtige oom Louie kon zijn tranen toeschrijven aan de koude wind. Ik had geen excuus nodig. Binnenkort was het Thanksgiving, een herinnering aan alles wat we hadden verloren, waaronder mijn grootouders. Of het nou een Baratta of een Cap was, we vonden het moeilijk om degenen van wie we hielden los te laten, bijna net zo moeilijk als onze woede te laten varen.
‘Ik wil dat jullie het bijleggen,’ kondigde oom Louie uit het niets aan, alsof het idee als een papieren ster uit de lavendelblauwe hemel was gevallen. ‘Ik ben het geruzie zat. Het leven is te kort. Het is hoog tijd. Gewoon hier, in de openlucht, op deze gewijde plek waar niemand luistert behalve ma. Ga jullie gang.’
Mama sprak als eerste. ‘Ik begrijp niet dat je nog steeds boos op me kunt zijn terwijl ik rouw om het verlies van mijn moeder.’
‘Ik rouw ook, om het verlies van mijn oma.’
‘Ik vind het akelig voor ons allemaal,’ zei mama zachtjes.
‘Maar oma Cap ging niet achter je rug om naar oma B toen je problemen had met papa. Ze bleef trouw aan jou. Haar dochter.’
Mama wendde zich tot mij. ‘Je vader en ik hadden onze problemen, dat ontken ik niet. Toen we net getrouwd waren, kreeg ik een zenuwinzinking.’
‘Wat?’ Ik was er niet blij mee om te horen dat er psychische ziektes voorkwamen in mijn familie, hoewel het me niet had moeten verbazen.
Oom Louie maakte een gebaar alsof hij deeg kneedde, om aan te geven dat ik moest kalmeren en moest luisteren.
Mama knikte en haalde een nieuw papieren zakdoekje onder haar behabandje vandaan. ‘Ik ging naar pastoor Rausch en die zei dat hij mijn huwelijk nietig zou laten verklaren.’ Mama keek me met haar zwarte ogen aan. ‘Heb je al een aanvraag gedaan voor jouw huwelijk?’
‘Ik ga geen vijfduizend dollar uitgeven aan een nietigverklaring terwijl ik een auto heb die niet start.’
‘Uiteindelijk bleven je vader en ik bij elkaar. Dat is wel gebleken. We worstelden ons door een heel zware tijd heen en uiteindelijk hielden we na mijn inzinking nog meer van elkaar. Ik kreeg Joe en Connie en toen jou, de verrassing.’
‘Ik dacht dat je er altijd van droomde om drie kinderen te hebben.’
‘Ik wilde je het gevoel geven dat je deel uitmaakte van het masterplan, maar eerlijk gezegd hadden we je niet verwacht. Maar daar was je, en je bracht ons alleen maar vreugde – zodra je van de intensive care was en zelfstandig kon ademen.’
‘De intensive care?’ Ik keek oom Louie kwaad aan, die naar de grond keek. ‘Heb ik in een couveuse gelegen?’
‘Een maand lang,’ herinnerde mama zich.
‘Zeven weken, Phil.’
‘Je was er elke dag, Lou. Dat moet ik je nageven.’
‘Elke dag?’ Ik wendde me tot oom Louie. ‘Waarom heb je me dat nooit verteld?’
‘Dat was niet aan mij.’
‘Ma. Waarom heb jíj het me niet verteld?’
‘Omdat ze zeiden dat ik het niet moest doen. Die maanden in die plastic bubbel hebben er misschien voor gezorgd dat je zo veel angsten hebt, maar dat is maar een theorie,’ zei mama.
‘Waarom vertel je het me nu?’
‘Omdat we nu alles opengooien!’ Mijn moeder zwaaide ongeduldig met haar handen. ‘Ik heb me altijd zorgen om je gemaakt, oké? Voordat je me verwijt dat ik het je niet heb verteld: dat had ik willen doen, maar na je eerste paniekaanval adviseerde de kinderarts me om je niets over de couveuse te vertellen. Hij zei dat je daardoor alleen maar angstiger zou worden. Ik ben ook naar artsen geweest! Heel veel. Geloof me. Ik heb de deur platgelopen bij ze. Wat wist ik nou van angst? En destijds was het niet makkelijk. Eén dokter zei dat ik het moest negeren en dat je eroverheen zou groeien. Dat gebeurde niet. Waar moest ik naartoe?’
‘Het spijt me.’ Waarom verontschuldigde ik me? Dat kwam niet door zwakte. Ik verontschuldigde me vanuit opluchting. Door deze onthulling begreep ik waarom ze me altijd tegenhield, me geen risico liet lopen en me ontmoedigde om ver weg te gaan studeren. Ze was bang dat ik dood zou gaan.
‘Ik wil dat je gelukkig bent,’ zei mama.
‘Echt? Hou dan op met pushen dat ik me met Bobby Bilancia moet verzoenen.’
Mama haalde diep adem. ‘Het gaat me niets aan, maar de dingen die me niets aangaan zijn de dingen die ik als moeder het belangrijkst vind.’
‘Mama, alsjeblieft. Hou op met roddelen met Babe Bilancia.’
Oom Louie maakte het gebaar voor ‘oké’ achter mijn moeders rug, omdat hij vond dat ik het op de juiste toon zei.
‘Ik weet niet wat je met roddelen bedoelt. Toen je getrouwd was met Bobby, werden we één familie.’
‘We waren niet één familie. Ze waren aangetrouwd. Bij míj.’
‘Wat wil je nou zeggen?’ Mama maakt gefrustreerd jazzhands in de lucht. ‘Wat wil je dat ik doe? Hoe moet ik verdergaan? Zeg me wat je wilt dat ik doe, en dan doe ik het.’
‘Ik wil dat je geen kipschnitzels meer maakt voor Bobby.’
Mama keek naar de hemel, haar blik bewoog over de wolken alsof ze de boodschap op een zeppelin las. ‘Ik zal geen kipschnitzels meer maken voor Bobby.’
‘Dank je wel.’
‘Oké, maar ik moet in dit stadje wonen. Hoe moet ik dat doen? Babe en ik zijn al vriendinnen sinds de kleuterschool. We dachten dat we ons heel volwassen opstelden ten aanzien van je scheiding. We lieten jullie problemen niet tussen ons komen. Een levenslange vriendschap is geen kraan die ik kan dichtdraaien.’
‘Doe maar wat je wil met je tweerichtingsstroom aan informatie; hou mij alleen buiten het gesprek. Ma, kijk me aan. Ik wil niet dat de Bilancia’s het verkeerde idee krijgen. Ik wil Bobby niet kwetsen. Ik heb geen twijfels. Ik ga niet terug. Ik pak mijn leven weer op. Je enige boodschap aan iemand buiten onze familie zou moeten zijn: ik steun mijn dochter.’
‘Dat is redelijk, Phil,’ zei oom Louie, die met de neus van zijn bruine suède Gucci-loafer tegen het stro op de grond tikte.
‘Ik steun je ook. Je schuilt in ons huis!’ riep mijn moeder uit. Haar stem weerklonk luid over de begraafplaats. ‘Maar waar is de steun voor mij? Ik kan ook niets goed doen. Ik wil niet zo zijn!’
Ik herinnerde me een post op Instagram die ik had gedeeld. Als je de wervelwind van chaos wordt ingezogen, blijf dan kalm en denk aan wie je bent en aan het resultaat dat je beoogt. Ik deed een poging. ‘Ma, vraag je of ik je wil vergeven?’
Mijn moeder stampte de met stro bedekte modder. ‘Met mijn hele hart.’
‘Ik vergeef je,’ zei ik tegen haar. En dat was echt zo.
‘Geef elkaar maar een knuffel, meiden. Een dikke knuffel,’ zei oom Louie met zijn armen gespreid alsof hij de hele wereld omhelsde.
Ik knuffelde mijn moeder. Ik wilde geen ruzie met haar. Ik begroef mijn gezicht in haar hals alsof ik vijf jaar was en ik niet wist waar de Shalimar-parfum eindigde en zij begon. Maar deze keer was ik degene die haar troostte. We stonden op de plek die dient als herinnering dat ze haar moeder in dit leven nooit meer zou zien. Welke vragen ze ook had verzuimd aan oma Cap te stellen, welke geheimen die bevatten, wat ze ongezegd hadden gelaten, zal nooit bekend worden. Het is voorbij. Maar ik heb mijn moeder nog en zolang dat zo is, is er een kans dat we kunnen leren communiceren.
* * *
Ik sluit de notitie-app en ga mijn appartement weer in. Ik sluit de balkondeuren af en doe de gordijnen dicht. Ik ga weer in bed liggen en trek de dekens over me heen. Smokey springt op het dekbed en stampt over de dikke vouwen van de donzen vierkantjes heen tot ze bij mijn gezicht is, zoals ze altijd doet.
Uitgeput slaap ik al bijna als mijn telefoon oplicht in het donker. Het is een berichtje van Angelo.
Ik hoop dat het niet te laat is om je te bedanken. Mijn moeder is niet makkelijk.
* * *
Ik glimlach en stuur een berichtje terug.
Dan heb je Philly Baratta nog nooit ontmoet.
* * *
Ik maak al mijn hele leven mijn verontschuldigingen voor mijn moeder, dus ik weet hoe Angelo zich voelt. Maar ik had altijd oom Louie, om de dingen te verzachten.
Ik ben jaloers op Angelo’s kleine familie. Dat moet makkelijker zijn om mee om te gaan. Is mijn familie te intiem met elkaar? Is dat het probleem? Bemoeien we ons zonder uitnodiging met elkaars zaken? Dachten we dat een geheim altijd geheim zou blijven, en niemand schade zou berokkenen, ook al was je eigen kind ooit het meisje in de plastic bubbel en had je dat haar nooit verteld? Is het überhaupt een probleem als je ouders je niet vertellen dat je bij je geboorte bijna was doodgegaan? Wat heb je daar nu nog aan?
Misschien kom ik hier nooit uit en blijkbaar geldt dat ook voor mijn hospita en haar zoon. De therapeute moedigde me aan alle banden door te snijden, in elk geval totdat ik antwoorden had. Als ik een gokje moest wagen, zou ik zeggen dat dokter Nora geen Italiaanse is. Ze snapt niet dat ik van deze mensen kan houden en af en toe een hekel aan ze kan hebben. In mijn volgende sessie zal ik uitleggen dat de Caps en Baratta’s altijd op elkaars lip zaten, maar dat die lippen naar mijn mening heel liefdevol waren.