Hoofdstuk 24: Italiaanse wentelteefjes - Aan de oever van het Comomeer
By Adriana Trigiani
Mijn moeder dekt de eetkamertafel alsof William en Kate langskomen om een bagel te eten. Met het zilverkleurige Italiaanse kant met ajourpatroon, het Engelse porselein en het Franse kristal lijkt het wel een rommelmarkt in Bridgerton. Na een begrafenis wordt onze keuken een eethuis dat de hele nacht geopend is, waarbij klokje rond drie volledige maaltijden worden geserveerd aan gasten, mensen die toevallig langskomen en familie.
Mijn vader is in de keuken wentelteefjes aan het maken van het overgebleven brood waarvan mama geen sandwiches heeft gemaakt. Deze familie verspilt niets, ook niet de kontjes van het brood. Mama heeft het beste tafelzilver gebruikt om indruk te maken op onze gasten uit Italië. Ze heeft in het huis van tante Lil de bedden opgemaakt voor Angelo en Mauro. Conor en Gaetano logeerden bij de familie van zijn zus in Sea Girt omdat ik mijn veto uitsprak over het idee dat iemand in de kelder zou slapen.
Mama kijkt door het eetkamerraam. ‘Connie en Diego zijn er. Ze zijn vroeg,’ moppert ze. ‘Ik zou het weleens leuk vinden om de tafel af te hebben voordat de menigte er is.’
‘Ma, het zijn maar wentelteefjes. Rustig maar.’ Ik sluit mijn ogen en adem de geur van boter, kaneel en vanille in die uit de keuken komt zweven, terwijl papa het brood in de pan omdraait. In therapie heb ik geleerd hoe ik in het moment kan blijven. Ik merk dat elke keer wanneer ik dat doe, ik een herinnering maak.
‘We hebben de meisjes naar school gebracht,’ zegt Connie als ze de eetkamer binnenkomt. ‘Ik maak de tafel wel af.’ Connie pakt de stapel borden van de zijtafel en dekt de tafel. ‘Ma, Diego en ik willen je even spreken.’
‘Moet je vader er ook bij zijn?’ Mama roept hem.
Papa komt naar de eetkamer. ‘Wat is er?’
‘We zouden het huis van oma Cap willen kopen,’ zegt Diego met een blik op Connie. Ze knikt aanmoedigend.
‘Dat zou een goede investering zijn,’ zegt mama. ‘Er zijn mensen die huizen flippen in Lake Como en daar veel geld mee verdienen. Je moet het alleen niet aan iemand verkopen die een slechte buur voor ons zou zijn.’
‘We willen erin gaan wonen,’ zegt Diego.
‘Meen je dat?’ vraagt papa.
‘Wil je in Lake Como komen wonen?’ Mama kijkt naar Connie.
‘De kinderen gaan naar Saint Rose, en het zou dichterbij zijn.’
Mama glimlacht. ‘Ik zou het heerlijk vinden als jullie en de kinderen in de straat zouden wonen. Ik ben het huis nog aan het leeghalen. Aan welke termijn dachten jullie?’
‘Zodra ons huis verkocht is,’ zegt Diego.
‘Ik zal een heel goede deal met jullie sluiten. Met een ouderdomsclausule uiteraard, omdat er nog wel wat moet gebeuren aan het huis.’ Mama loopt achter papa en Diego aan de keuken in.
‘Wat is er gebeurd? Waarom gaan jullie verhuizen?’ vraag ik mijn zus.
‘Diego is ontslagen,’ zegt Connie zachtjes. ‘Het gaat heel slecht met het bedrijf waarvoor hij werkte. Hij moet op zoek naar een andere baan. We hebben al ons geld in het huis gestopt. Het is een goede tijd om te verkopen. De kinderen worden groter. We moeten voor drie studies sparen. Eerlijk? Het is te veel. We moeten bezuinigen.’
‘Ik vind het geweldig. Oma Cap zou dolgelukkig zijn dat jullie jullie kinderen in haar huis gaan opvoeden.’
‘Ik zal er ook zijn voor papa en mama.’ Connie bijt op haar lippen. ‘Wanneer ga je terug naar Italië?’
‘Ik heb een open retourticket.’ Dat klinkt fijn. Open. Zou ik het uiteindelijk dan toch goed doen? Blijf open. Blijf in het moment.
Ik loop achter Connie aan de keuken in.
‘Ik ruik wentelteefjes.’ Joe en Katie komen vanuit de hal binnen.
‘Heb je het al aan Katie en Joe verteld?’ vraag ik aan Connie.
Ze knikt van ja. ‘Joe helpt Diego met zijn ontslagvergoeding.’
‘Is het niet geweldig?’ zegt Katie. ‘Ik denk dat jullie het geweldig zullen vinden aan het meer. Voor de kinderen zijn er het meer en het strand. Beter kan toch niet?’
‘Inderdaad,’ verzeker ik haar.
De bel gaat.
‘Ik ga wel!’ roep ik op weg door de eetkamer. Ik doe de voordeur open. Angelo en Mauro staan op de stoep. ‘Ciao! Italianen van de overkant!’ roep ik en ik breng Angelo en Mauro naar de eetkamer.
‘Zia Philomena,’ begroet Mauro mijn moeder.
‘Ik kan nog steeds niet geloven dat ik tante ben,’ zegt mama.
‘En ik kan niet geloven dat ik Amerikaanse familie van deze kant heb.’ Mauro straalt helemaal. ‘Toen Angelo zei dat hij naar New Jersey zou gaan, wist ik dat ik jullie allemaal moest ontmoeten.’
‘We zijn heel blij dat je de reis hebt gemaakt,’ zegt mijn moeder. ‘We hebben hier in de Tuinstaat allemaal mooie dingen om je te laten zien.’
‘Ga je gang,’ verzekert Mauro haar.
‘Ik vind je naam mooi,’ zegt Katie tegen Mauro.
‘Grazie. Ik ben vernoemd naar mijn moeders vader.’
‘Ik vind de naam Maura mooi voor een meisje.’ Katie kijkt naar Joe.
‘Je meent het.’ Mijn moeder legt haar vork neer.
‘Ja, baby nummer drie!’
Mijn ouders schreeuwen het uit van vreugde. Dat doen we allemaal.
‘We dachten deze keer ook aan een familienaam,’ zegt Joe. ‘Giuseppina.’
Katie glimlacht. ‘Naar jou, Jess. Naar wie anders? Een meisje heeft lef nodig in deze wereld.’
‘Ik ben vereerd, maar noem dat kind alsjeblieft niet Giuseppina.’
‘Wat is er mis met jouw naam?’ roept mijn moeder. ‘Hij is Italiaans, toch? En ben je niet in Italië beland? Daarvoor eis ik deels de eer op. Misschien ben ik wel helderziend.’
‘Josephine?’ pareert Katie.
‘Dat is de Franse vertaling. Het geboorteland van mijn heerlijke wentelteefjes,’ grapt papa.
‘Een nieuwe baby brengt geluk.’ Mauro heft zijn glas.
Angelo is vreemd stil. Ik serveer hem een wentelteefje en ga verder de tafel rond met de dienschaal.
‘Wat ga je doen, Giuseppina?’ vraagt mama.
‘Ik vrees dat ik de rondleiding door de buurt moet overslaan. Ik moet wat zaken afhandelen,’ zeg ik tegen haar.
‘Prima. Wij leiden Mauro en Angelo wel rond,’ zegt papa.
‘Fijn, dank je wel,’ zeg ik tegen hem.
‘Zullen we vanavond hier eten? Met onze gasten? En de kinderen. Is dat een goed idee?’ vraagt mama.
‘Perfetto,’ zegt Mauro.
Ik sta op om af te ruimen. Connie en Kate staan op om me te helpen.
‘Nee, Katie. Doe rustig aan. Connie en ik regelen het wel.’
Joe komt bij Connie en mij in de keuken staan. ‘Hebben jullie hulp nodig?’ biedt hij aan.
Connie slaat haar handen voor haar borst. ‘Ongelooflijk! Is dit echt of heb ik een hartaanval? Mijn broer heeft van zijn leven nog geen bord in handen gehad.’
‘Ja, ja, Con, zo kan-ie wel weer. Ik moet even met Jess praten.’
Connie legt de mopeen neer. ‘Goed. Roep het keukenhulpje maar terug als jullie klaar zijn.’
‘Nee. Blijf maar hier,’ zeg ik tegen haar. ‘Ik heb een beslissing genomen over de Elegante Gangster. Ik ga geen afluisterapparatuur dragen. Ik wil het geld niet.’
‘Weet je het zeker?’ vraagt Joe.
‘Ze hebben me de optie gegeven om een rechtszaak te beginnen voor het geld, of ik zou ervoor kunnen tekenen dat ik afzie van het tegoed op de rekeningen en dan nergens meer verantwoordelijk voor ben. Dat laatste heb ik gedaan. Het was een goede dag voor Caesar.’
‘Dat geld had je leven kunnen veranderen.’
‘Ik wou dat dat waar was. Maar het blijkt dat ik de enige ben die mijn leven kan veranderen.’
‘Maar geld helpt wel,’ houdt Joe vol.
Dat weet ik zo net nog niet. Volgens mij draaide het elke keer dat een familielid naar het Eiland werd gestuurd om geld. Er zijn meer families die de weg zijn kwijtgeraakt in de jacht naar een erfenis, en daarin zijn wij niet anders. Mijn hoop voor de nieuwe generatie is dat ze het adres van het Eiland helemaal kwijtraken en problemen uitpraten. De Caps en Baratta’s bewaren wel geheimen, maar geen geld. Maar ondanks alle tekortkomingen zal ik me als ik iets nodig heb als eerste tot mijn familie wenden. Hun mening is belangrijk en ik accepteer hun oordeel omdat ze alles zijn wat ik heb. Ik dacht altijd als iemand van mijn familie zei: ‘Het draait allemaal om geld,’ dat het niet klopte. Maar dat doet het wel. Het draait om voor elkaar zorgen, op alle benodigde manieren. En als we dat kunnen, dan kunnen we deze fragiele groep gestoorde mensen toch zeker wel bij elkaar houden met de liefde waardoor we om te beginnen familie zijn.
DE ELEGANTE GANGSTER
De lucht is perzikkleurig, wat betekent dat het vanaf de zee gaat regenen, een weertip van een insider van de kust van Jersey. Als kind bekeek ik voortdurend de kleuren van de lucht omdat ik op een zonnige dag hoopte. Toen ik naar Italië ging, keek ik naar de lucht om me met thuis te verbinden.
Het pad naar de ingang van de federale gevangenis in Fairton, New Jersey, bestaat uit hardstenen tegels in een keurig patroon, omzoomd door vierkante afscheidingen van zandsteen en bakstenen. Het zou mooi kunnen zijn, maar ik vermoed dat schoonheid geen prioriteit is in het federale strafsysteem. Fairton is een gevangenis met minimale beveiliging, en lijkt van buiten op een buurtcentrum. Afgezien van de bewakers, de metaaldetector en het doorzoeken van mijn tas, zou je nooit denken dat het een gevangenis was.
‘Giuseppina Baratta,’ zeg ik tegen de bewaker terwijl ik mijn rijbewijs laat zien. ‘De baliemedewerker heeft me doorgelaten. Ik kom voor Rolando Gugliotti.’
‘Familie?’
‘Een vriend. Googs is eigenlijk de vriend van mijn oom. Ik heb me online aangemeld.’
‘Wacht hier.’
De bezoekersruimte doet me denken aan een schoolkantine. Er zijn ronde spaanplaten tafeltjes met eromheen net zulke oranje en turquoise kuipstoeltjes als in de kantine van de middelbare school. Er was zeker een lading namaak Eames-stoelen van de vrachtwagen gevallen. Het lijkt wel alsof elke school, elke vestibule van een kerk en elke vrijwilligersclub dezelfde kuipstoelen heeft.
Googs komt de ruimte binnen. Ik zwaai. Hij recht zijn rug als hij naar me toe loopt. Zijn kaki broek is op maat gemaakt, behalve de pijpen, die opgerold zijn om over zijn schoenen te vallen. Hij draagt zwarte Merrell-loafers en een blauw button-down overhemd dat hij niet heeft ingestopt. Hij nodigt me uit om aan het tafeltje bij het raam te gaan zitten.
‘Je ziet er goed uit, Googs.’
Zijn dikke witte haar is kortgeknipt, zijn wenkbrauwen zijn zo zwart als drop. ‘Wat fijn dat je op bezoek komt. Dank je wel.’
‘Ik wil jou bedanken voor de bloemen die je stuurde toen oom Louie overleed. We wisten niet waar we het bedankje naartoe moesten sturen. Je bent niet makkelijk te vinden.’
‘Laat maar zitten. Ik heb ze uit liefde gestuurd. Daar hoef je me niet voor te bedanken.’
‘Googs is een originele naam. Is dat een afkorting van Gugliotti?’
‘Eigenlijk heb ik de naam van je oom gekregen. Hij zei dat Rolando niet bij me paste. Ik was geen acteur of filmster. En hij zei dat ik gekke ogen had. Van die plakoogjes, ofwel googly eyes. Dat komt door mijn schildklier. Die werkt te hard. Dan krijg je al dat wit rond de iris. Net een golfballetje dat in een gootsteen dobbert. Ik neem al sinds mijn zeventiende medicijnen. Daarvan gaan je ogen uitpuilen. Zie je?’ Hij spert zijn ogen open. ‘Ik was Googly, totdat hij het afkortte tot Googs. Had hij ook een bijnaam voor jou?’
‘Mijn broer wel. Hij kon Giuseppina niet uitspreken, dus toen zorgde oom Louie ervoor dat iedereen me Jess noemde. Hij vond blijkbaar dat er maar één Giuseppina op de wereld was die die naam kon dragen, en dat was zijn tante. Soms noemde hij me gewoon J.’
‘Je oom maakte de dingen niet moeilijker dan nodig. Hij was luchthartig.’
‘Inderdaad.’
‘Daar zitten we dan. Je zei dat je wat vragen voor me had. Je mag me alles vragen. Ik ben een open boek. Je oom en ik waren zo hecht als maar kan. Heel hecht. Ik was vooral zijn reismaatje, op trips naar Vegas, Atlantic City, Miami. En we deden samen zaken.’
‘Mijn oom leidde een dubbelleven.’
‘Doet niet iedereen dat?’
Ik begrijp waarom Louie en Googs zo’n hechte band hadden. Ze denken hetzelfde. Simpatico. ‘Hoelang moet je zitten?’
‘Twee jaar.’
‘Hoe oud ben je?’
‘Achtenzeventig. Een paar weken nadat ik hier uitkom, word ik tachtig. Ik kijk ernaar uit. Een schone lei. Verjaardagen met een nul zijn net een startpistool.’
‘Je ziet er goed uit.’
‘Dat komt door mijn genen. Goede genen kun je niet echt verpesten. Roken, drinken, ze worden nergens door aangetast. Het is net alsof je cellen een kevlarschild hebben. Ondoordringbaar.’ Hij kijkt door het raam naar het veld en knijpt zijn ogen half dicht. ‘Ik vermoed dat je alles wilt weten over mijn zaken met Louie.’
‘Ik ben blij met wat je me kunt vertellen.’ Nu ik al mijn pecunia aan de Amerikaanse regering heb gegeven, wil ik helderheid. Aangezien het geld al weg is, zou ik de reputatie van oom Louie willen herstellen en een manier vinden om door te gaan met Cap Marmer en Steen.
‘Ik heb alles al verteld tijdens de rechtszaak. Ik heb alles bekend.’
‘Ik heb de afschriften gelezen.’
‘Dan weet je dus wat ik heb gedaan. Ik schoof wat met geld en heb geen aangifte gedaan, maar het was niet onze bedoeling om geen belastingen te betalen. We wilden de pot in het buitenland spekken en als we dat geld hier zouden gaan gebruiken, zouden we het opgeven. We maakten gebruik van een bank die bekend was in de zakenwereld, maar die bleek niet betrouwbaar. En natuurlijk wilde de overheid de centen nu, dus begon ze die operatie, de bank gaf toe en toen kwam ze achter je oom en mij aan.’
‘Je hebt ze geholpen.’
‘Dat was een ruil. Ik bekende en kreeg een minimale straf en zij kregen het maximum aan informatie. Ik meende wat ik tegen de rechter zei. Het spijt me echt. Als ik het over mocht doen, zou ik de winst aangeven. Natuurlijk. Ik zou de overheid geven wat van haar is. Caesar kan de pot op. Sorry.’
‘Maar de winst zelf, waarover je geen belasting hebt betaald, was om te beginnen al illegaal. Die kwam van de doorverkoop van marmer die al was betaald, toch?’
‘Die vraag is nog niet beantwoord en ik wil er niet op ingaan. Dit is wat ik weet: als je iets verkoopt, bepaal je de prijs, toch? Je hebt het voor x gekocht, je hebt het aan y verkocht en z wordt er kwaad over. Z is niet mijn probleem, tot hij me komt lastigvallen. Als een klant instemt met de prijs, is dat toch niet illegaal?’
‘Daar zit wat in. Tenzij de spullen gestolen zijn.’
Googs maakt het ma che vuoi-gebaar. ‘Ik heb nooit wat gestolen. We schoven met marmer. Rots en steen. Dat is het. Meer niet.’
‘Waar had oom Louie de naam de Elegante Gangster vandaan?’
‘Dat is een grappig verhaal.’ Googs grinnikt. ‘Dat was ik. Ik ben de elegante gangster. Ik zou mezelf niet zo omschrijven, maar we vonden het grappig. Er bestonden Johnny Carson-pakken, die zo heetten omdat hij er reclame voor maakte. Je bent te jong om je hem of zijn pakken te herinneren, maar het waren strijkvrije polyester broeken en jasjes, waarbij ik een Qiana-overhemd droeg. Ook strijkvrij. Die overhemden hadden woeste printjes. Heel chic. Geen stropdas. Ik liet de kraag open. In die tijd had ik een borstkas als die van James Caan en dus schiep ik er genoegen in om mijn strakke hals en Adonis-borstkas te laten zien. Je had me toen moeten zien. Ik had weinig opsmuk nodig, geloof me. Op een dag haalt je oom me op in Hackensack op weg naar Atlantic City en ik sta voor een restaurant op hem te wachten in een aquamarijn vrijetijdspak met een button-down Qiana-overhemd met een bezopen print van hortensia’s of zoiets, en je oom stopt, buigt zich door het raampje en zegt: “Eén elegante gangster om mee te nemen, alstublieft.” En we lachten ons ziek, ik stapte in de auto en dat was het. We noemden het bedrijf de Elegante Gangster omdat we, geef toe, dachten dat we het bedrijf door die naam in het volle zicht konden verstoppen. We dachten dat als de belastingdienst ons onder de loep legde, we genoeg geld opzij zouden hebben gezet om de achterstand te betalen. Onze houding was: “Oeps, we hebben niets aangegeven, we schrijven direct een cheque uit.” Dat was onze strategie voor als we gepakt zouden worden. Maar we rekenden er niet op dat we gepakt zouden worden, omdat we elk jaar op tijd belasting betaalden. Ze wilden gewoon meer van ons.’
‘Je had de belasting over het buitenlandse geld ook moeten betalen.’
‘Je hebt mijn bekentenis gelezen. Ik heb mijn verontschuldigingen aangeboden en nu zit ik mijn straf uit,’ zegt Googs verdedigend. ‘Hoe vaak moet ik me verontschuldigen? Ik verveel me hier nu al.’
Ik leun achterover. ‘Krijg je veel bezoekers?’
‘Mijn dochter. Mijn zoon, niet zo vaak. Hij zit in de farmaceutische industrie en mag niet omgaan met misdadigers, zegt hij. Niet voor niets zei ik: “Gio, je verkoopt Ozempic voor vijfhonderd nog wat per injectie, wie is hier nou de gangster, jij of ik?”’
‘Wat vervelend voor je.’
‘Kinderen. Dat is weer zoiets gestoords. Ik zou er voor kunnen kiezen om me naar te voelen, nu ik elke ochtend wakker word op een schuimmatrasje zo dun als een wafel, maar ik zeg tegen mezelf: “Googs, zoek iets.” Zoek iets waardoor het de moeite waard wordt om ’s ochtends uit bed te stappen.’
‘Is dat gelukt?’
Googs knikt. ‘Ik ga vroeg naar de kantine, voordat er iemand anders is. Ik pak zo’n witte standaardbeker van de stapel. Ik haal verse, warme koffie uit de thermoskan. Ik doe er melk in. Twee klontjes suiker. Ik roer. Ik ga aan een tafeltje bij het raam zitten en neem een slok. Tegen de tijd dat ik die kop koffie op heb, geloof ik bijna dat ik alles onder ogen kan zien, elke vijand kan overwinnen, elk onrecht kan herstellen. Ik geloof weer in mezelf. Die eerste kop koffie maakt het leven de moeite waard.’
Googs neemt afscheid, zijn dienst in de snoepwinkel van de gevangenis begint zo. Als hij wegloopt lijkt hij op Frankie Valli tijdens zijn reünietournee in Las Vegas. Hij loopt niet helemaal soepel, zijn knie of heup speelt op, of misschien allebei. Maar zelfs nu hij mank loopt, heeft hij het nog steeds. Italiaanse mannen raken misschien hier en daar wat kwijt, ze maken fouten en nemen verkeerde beslissingen, maar ze behouden hoe dan ook hun air.
Als ik eenmaal buiten ben, besef ik dat ik mijn adem heb ingehouden. Ik bekijk de lichtgroene velden om de gevangenis heen. De wereld ziet er verbleekt uit, vervaagd aan het begin van de lente in plaats van op het punt tot leven te komen. Ik heb na oom Louies overlijden veel tijd besteed aan pogingen om hem en zijn manier van zakendoen te begrijpen. Mijn oom was geen oplichter of dief, hij wilde zo veel mogelijk geld verdienen in de tijd die hij had.
Misschien vond Googs het fijn dat hij zich belangrijk voelde door dat geld, of misschien had hij het wanhopig hard nodig. Hij had heel veel verplichtingen: ex-vrouwen om voor te zorgen en kinderen om te onderhouden. Stel je voor hoeveel energie het kostte om alle baten en lasten met elkaar in evenwicht te brengen. Stel je voor hoeveel energie het kostte om degenen die belangstelling hadden voor zijn financiën bij zich vandaan te houden. Dat kan niet makkelijk zijn geweest. Hij veranderde voortdurend van telefoonnummer, want hij had nauwelijks contact gemaakt met iemand of hij moest diegene alweer ontglippen. Ik heb nog steeds hetzelfde nummer als bij mijn eerste telefoon.
Maar dat verklaart niet waarom oom Louie het deed. Hij verdiende genoeg met Cap Marmer en Steen om Lil en zichzelf een goed leven te geven. Waarom had hij dat tweede bedrijf nodig? Wat voegde dat toe aan zijn leven? Ik zoek in mijn zakken naar de sleutels van oom Louie. Ik ben hier vandaag met de Impala naartoe gekomen. Het was anders dan vroeger omdat hij dood is, maar ergens wilde ik dat oom Louie bij me was.
Ik denk net aan mijn oom als de zon door de wolken breekt. Ik zie oom Louie op de bestuurdersstoel in de auto. Hij zit op me te wachten. Ik blijf voor het embleem op de motorkap staan alsof het de voorsteven van een schip is. Ik ben bang en toch heb ik zo veel vragen voor hem.
‘Waarom, oom Louie? Waarom de Elegante Gangster?’ vraag ik.
Op de parkeerplaats steekt een bries op. Wolken komen aangedreven en reflecteren op de voorruit, waardoor ze hem aan het oog onttrekken. Oom Louie haalt zijn handen van het stuur en praat tegen me door het glas. Hij draagt de sjerp van de vierde graad over zijn smoking van de Columbus-ridders. De Napoleon-hoed met de witte maraboeveer rust als een vogel op zijn hoofd.
‘Ah, Jess, dwing me niet het te zeggen,’ zegt hij.
‘Wat te zeggen?’
‘Ik was aan het hamsteren. De poet. Je weet wel, het geld. Ik maakte me zorgen om jullie, de kinderen. Philly en Joe kwamen altijd tekort. Ze konden met moeite het huis behouden. Er ging daar altijd iets kapot. Jullie groeiden op en jullie waren slim, en hoe zouden ze een opleiding voor jullie kunnen betalen? Hoe zouden ze jullie de noodzakelijke dingen kunnen geven? Je vader was een slimme vent, maar het gaat nooit om hersens. Dat gaat het gewoon niet. Hij nam nooit risico’s, omdat hij het gevoel had dat hij dat niet kon. Hij bleef zijn hele leven in de verzekeringen omdat dat een stabiele baan was. Hij streek nooit iemand tegen de haren in, en in dit leven kom je nergens als je geen opschudding veroorzaakt. Joe senior moest wilskracht tonen, maar hij had er de moed niet voor. Hij was bang dat hij alles zou verliezen als hij eisen stelde. Het was je vaders droom om een gezin te hebben, en dat heeft hij gekregen. Verdere aspiraties had Joe Baratta senior niet. Mijn zus is een goede vrouw, maar ze kan niet goed met mensen overweg. Vanaf haar geboorte werd er gebruik van haar gemaakt en ze geeft haar roze wieg overal de schuld van. Ze was een Italiaans-Amerikaans meisje en hoewel ze een prinses had kunnen zijn, geloofde ze dat ze een tweederangsburger was. Er is niets ergers dan iemand van koninklijken bloede die geen vertrouwen heeft in de kroon. Mijn zus ging als een stekelvarken door het leven, speurend naar grote of kleine redenen om mensen te prikken. Desondanks gaf ze me nichten en een neef, dus ik heb haar alles vergeven. Ik hield van jullie alsof jullie mijn eigen kinderen waren en ik kreeg een inkijkje in hoe het geweest zou zijn als ik vader was geweest. Een vader doet alles wat hij moet doen om voor zijn kinderen te zorgen. Jullie motiveerden me om hard te werken. Jullie gaven me een levensdoel. Ik ben jullie alles verschuldigd.’
Ik haast me naar de bestuurderskant en smijt het portier open. Ik kijk naar de voorstoel, ik controleer de bank achterin, maar oom Louie is weg.
Ik ga naar de achterbak en maak hem open. Zijn galakostuum en onderscheidingstekenen van de Columbus-ridders zijn verdwenen. Geen sjerp, geen hoed, geen smoking. Geen zwaard. Hij heeft ze meegenomen naar de eeuwigheid. Ik doe de achterbak dicht.
Ik stap in en start de auto. Ik grijp het stuur. De geur van Woodhue zweeft door de auto. ‘Het gaat me lukken, oom Louie,’ zeg ik hardop.
Maar is dat echt zo?