Hoofdstuk 13: Harriet - De geheimen van Parijs
By Fiona Valpy
NADAT IK DIT HOOFDSTUK UIT Claires verhaal heb gehoord plan ik een bezoekje aan het Louvre. Het is moeilijk om de tijd te vinden om te gaan sightseeën, aangezien het jaarritme bij Agence Guillemet wordt gedicteerd door de Shows – met een hoofdletter S. Hoewel het januari is en er een klam, grijs deksel over de stad ligt, zijn we ons aan het voorbereiden op de haute couture voorjaar/zomershows, die later deze maand worden gehouden. Ik ben er al helemaal zenuwachtig voor en ben vastberaden goed werk te leveren, in de hoop meer betrokken te worden bij de komende Fashion Week. Ik weet dat het een uitputtingsslag gaat worden, maar tevens een opwindende, en ik kan niet wachten er deel van uit te maken.
Het is eindelijk even rustig. Het is een grijze zondag en het voelt kil en zelfs een beetje claustrofobisch in het appartement, een perfecte dag voor een bezoekje aan het Louvre. Thierry heeft wel zin om mee te gaan en we spreken af bij de glazen piramide die de gestroomlijnde, moderne ingang aan de Place du Carrousel markeert. Hij staat al op me te wachten als ik er aankom, zijn handen diep in de zakken van zijn parka en zijn haar in de war geblazen door de wind die over het open plein giert. We omhelzen elkaar, kort en een beetje ongemakkelijk, beseffend dat dit ons eerste uitje is, met zijn tweetjes dan, zonder vriendengroep of concertgangers om eventuele stiltes tussen ons te compenseren.
Maar er blijken helemaal geen stiltes te vallen, behalve dan heel aangename, als we de middag dwalend door de zalen van het museum doorbrengen. Het hangt nu veel voller dan in de oorlog het geval zal zijn geweest, toen de Fransen een aantal van hun belangrijkste kunstschatten hadden verstopt voor de Duitsers en die zich een heleboel andere hadden toegeëigend. De collecties zijn weer teruggebracht en het Louvre is natuurlijk een heel andere plek geworden, met de moderne glazen piramides buiten en de nieuwe toevoegingen aan de lay-out.
In een van de zalen dwaalt Thierry voor me uit, en ik stop bij een albasten beeld van een rustende vrouw in een gewaad dat zo soepel valt dat je nauwelijks gelooft dat het uit solide steen is gehouwen. Is dit het beeld dat mijn grootmoeder bewonderde toen ze al die jaren geleden Ernst en zijn gezin tegen het lijf liep?
Sinds ik het verhaal over Claires vernedering en gebroken hart in het Louvre heb gehoord verlang ik meer dan ooit naar een tastbare verbintenis met haar. Ik heb haar foto bestudeerd en mijn hart heeft gebloed toen ik stilstond bij de dag waarop hij is genomen: een dag die zo mooi begon, vol vreugde en optimisme terwijl ze haar mooiste kleren aantrok en op weg ging met haar vriendinnen. Een dag met zo’n vreselijk nare afloop.
Ik merk dat mijn gevoelens van schaamte om de naïviteit en vreselijke partnerkeuze van mijn grootmoeder zijn vervangen door medeleven met haar en een kille woede jegens Ernst. Wat dacht hij wel niet, haar zo slecht te behandelen, met haar emoties te spelen, misbruik makend van haar jeugd en onschuld voor zijn eigen plezier? Was de schade die werd aangericht tijdens die verwoestende ontmoeting in het Louvre een van de dingen die hebben bijgedragen aan de kwetsbaarheid van haar hart? Was ze sterk genoeg om ervan te kunnen herstellen, of is er iets in haar die dag gebroken? Heeft de impact van die vluchtige ontmoeting haar zo hard onderuitgehaald dat ze er nooit van is hersteld? Kun je letterlijk je hart breken?
En als dat zo is, is het dan ook een van de gebeurtenissen die tevens het lot van mijn eigen moeder hebben bezegeld, het moment dat mijn grootmoeder zo heeft verwond?
Verdriet overweldigt me nu ik sterker dan ooit het verlies van mijn moeder en grootmoeder voel. En ik ben ook bang. Omdat ik me afvraag of het mijn onontkoombare lot is het gevoel te hebben dat ze me hebben verlaten… En te weten dat mijn verbintenis met het leven ook zo fragiel en ragfijn kan zijn.
Ik probeer die morbide gedachten uit mijn hoofd te bannen, haast me weg uit de beeldengalerij en ga op zoek naar Thierry; ik snak naar zijn geruststellende aanwezigheid. Kon ik Mireille en Vivienne ook maar naast me hebben op momenten als dit, wat van hun kracht en joie de vivre opzuigen.