Hoofdstuk 3: Harriet - De geheimen van Parijs
By Fiona Valpy
ALS IK IN DE NOG ONWENNIGE duisternis van mijn nieuwe slaapkamer lig te luisteren naar de geluiden van nachtelijk Parijs die omhoogkomen van de straat, denk ik na over wat Simone me tot nu toe over mijn grootmoeder heeft verteld. Het voelt belangrijk om haar woorden vast te leggen, dus ik ben begonnen ze op te schrijven in het schrift dat ik heb meegenomen. Ik was van plan er een dagboek over mijn werk in Parijs in bij te houden, maar het verhaal van Claire en Mireille lijkt zo verbonden met dat van mij, zo’n essentieel onderdeel te zijn van wie ik ben, dat ik elk detail wil onthouden.
Terwijl ik de eerste paar bladzijden teruglees moet ik toegeven dat ik enige teleurstelling voel dat het Mireille was die besloot bij het verzet te gaan en niet Claire, die eerlijk gezegd een beetje overkomt als een watje vergeleken bij Mireille. Maar ze was nog heel jong, help ik mezelf herinneren, en was geen getuige geweest van de gruwelen die Mireille had gezien.
De achtergrondgeluiden van het verkeer een paar straten verderop op de Boulevard Saint-Germain worden doorkliefd door het urgente gejank van politiesirenes. Mijn hart slaat op hol van het plotselinge kabaal. Terwijl ik luister hoe het geluid vervolgens weer vervaagt werpt het licht van de stad een vaag oranje gloed door mijn zolderraam en pak ik een spijl van het hoofdeinde achter me vast. Het metaal voelt koel in de klamme stadsnacht. Het matras op mijn bed is nieuw en comfortabel, maar zou dit bed al die jaren geleden al in het appartement hebben gestaan? Heeft Claire hier geslapen? Of Esther, met haar baby Blanche?
Ik rol op mijn zij en probeer te slapen. De foto op de ladekast glinstert een beetje in zijn lijst in het halfduister. Ik kan net de drie figuren onderscheiden, hoewel het te donker is om hun gezichten te zien.
Ik denk terug aan de woorden die Simone eerder heeft gesproken, dat ik alleen vragen moet stellen als ik heel zeker weet dat ik de antwoorden wil horen. Ik vraag me af wat erger is: zoals Mireille de gruwelen van de oorlog uit de eerste hand te kennen, of ervoor te kiezen er zo weinig mogelijk bij betrokken te raken, zoals Claire dat deed?
Simone moet zich bewust zijn geweest van mijn teleurstelling dat mijn grootmoeder passief was en zich niet tegen de bezetting wilde verzetten. Misschien was dat wel waarom ze me het verhaal niet wilde vertellen. Maar hoe kun je in deze tijd weten hoe het moet zijn om in een land te wonen dat wordt bezet door een vreemde mogendheid? Hoe het voelt om in ontbering en angst te moeten leven, in de greep van een buitenlandse macht, onder constante dreiging van lukrake wreedheden? Hoe kun je weten hoe je daarop zou reageren?
Uiteindelijk val ik in slaap. Ik droom over rijen meisjes in witte jassen die met gebogen hoofd over hun werk zitten terwijl ze een eindeloze rivier van bloedrode zijde aan elkaar naaien.