Hoofdstuk 5: Harriet - De geheimen van Parijs
By Fiona Valpy
ER IS NOG EEN TERRORISTISCHE aanslag geweest. De stad is verlamd van schrik en krantenkoppen over de hele wereld schreeuwen hun smart uit. Parijs schudde al op haar grondvesten van de laffe aanval op het kantoor van Charlie Hebdo in januari, en nu hebben gewapende mannen bijna honderd concertgangers in de Bataclan omgebracht, waarbij een groep overlevenden urenlang werd gegijzeld voordat de Franse politie hen kon bevrijden. Berichten over genomen levens, over levens die onomkeerbaar en ingrijpend zijn gewijzigd, over misselijkmakende wreedheden, stromen binnen. Het is zwaar om ze te lezen, maar onmogelijk dat niet te doen.
Pa belt me. ‘Weet je heel zeker dat je daar veilig bent? Waarom kom je niet naar huis?’ vraagt hij.
Ik probeer hem ervan te overtuigen dat ik hier net zo veilig ben als waar dan ook, hoewel ik elke keer dat ik de straat op ga ziek van angst ben. Als hun verhalen naar buiten komen, gaat mijn hart uit naar de slachtoffers. De meesten zijn jong, ongeveer dezelfde leeftijd als Simone en ik. Maar we proberen ons op ons werk te richten; de zware eisen die het aan ons stelt dwingen ons om door te gaan.
Het is onder kantoortijden bedrijvig, met constant geroezemoes van gesprekken en het discrete getjilp van telefoons. Simone en ik zitten om beurten achter de balie om op te nemen en ik voel het gewicht van de verantwoordelijkheid dat ik de eerste ben die contact maakt met de clientèle van Agence Guillemet. Het kan dan een relatief klein bedrijf zijn, maar het staat hoog aangeschreven en heeft een aantal rijzende sterren in de ontwerpwereld, een luxe accessoire- en een nieuw ecologisch cosmeticamerk, in de portfolio. De grotere modehuizen hebben natuurlijk hun eigen pr-teams, maar Florence heeft een niche voor zichzelf gecreëerd in de uitdagende wereld van de Parijse couture. Ze heeft een scherp oog voor nieuw talent en vindt creatieve manieren om nieuwkomers in de modewereld te introduceren. Ze heeft door de jaren heen het respect van haar concurrenten verdiend en een indrukwekkend netwerk van contacten opgebouwd. Het begint dus al bijna gewoon te worden dat ik sta te kletsen met een voormalig topmodel dat haar eigen lijn zwemkleding aan het ontwikkelen is, of met de moderedacteur van een glossy, of een hippe jonge schoenontwerper en zijn muze, gekleed in een superstrakke jumpsuit met daaronder duizelingwekkend hoge plateauzolen die zijn versierd met gouden ananasjes.
Florence biedt me tevens gelegenheid met de accountmanagers te werken en ik ben buitensporig trots op het eerste persbericht dat deels met mijn hulp wordt opgesteld. Het gaat om de lancering van de nieuwe collectie van de schoenontwerper, die over twee weken zal zijn, en de accountmanager laat me de lijst van ontvangende partijen zien en vraagt me hun het bericht te sturen. Terwijl ik dat aan het doen ben krijg ik een idee.
‘Is hij in het VK ook bekend?’ vraag ik.
‘Nog niet. Het is moeilijk om daar een plekje op de markt te veroveren, dus richten we ons voor nu op Parijs.’
‘Wat zouden jullie ervan vinden als ik het persbericht in het Engels vertaal en naar een aantal van de trendy winkels in Londen stuur?’
De accountmanager haalt zijn schouders op. ‘Ga je gang. We hebben niets te verliezen, en wie weet is het een goede manier om onze voelsprieten over het Kanaal uit te steken.’
Dus stel ik een inleidende mail op en voeg het vertaalde persbericht als bijlage toe. Na wat rondspitten en een aantal telefoontjes heb ik een paar Londense contacten op mijn lijstje staan en druk ik met toestemming van Florence en de accountmanager op VERZENDEN.
Simone is onder de indruk. ‘Je eerste persbericht! Dat gaan we vanavond vieren. Ik neem je mee naar een leuk café dat ik ken. Er speelt een band en een aantal van mijn vrienden komt ook.’ Ik ben er al van op de hoogte dat ze dol is op muziek. Het is nooit stil in het appartement, en ze loopt vaak rond met muziek op haar oortjes.
Die avond gaan we op pad, we steken de Seine over en lopen naar de Marais met zijn smalle straatjes en verborgen pleintjes. Er is nog meer politie dan gebruikelijk op de been en zwaarbewapende agenten patrouilleren over de grote kruispunten. Het is een geruststellend aanzicht, ook al bonkt mijn hart van het angstige gevoel dat er vlak onder het vernislaagje van stadslichten en uitlaatgassen overal gevaar op de loer ligt. Simone loopt met me langs het Picassomuseum en dan duiken we een café in. Een akoestisch duo speelt achter in de drukke ruimte op een klein podium boven de kletsende en lachende stemmen om hen heen uit.
Simones vrienden gebaren ons naar de tafeltjes die ze aan elkaar hebben geschoven en regelen stoelen voor ons. We zitten dicht op elkaar en onze drankjes worden toegevoegd aan de chaos van flessen en glazen. De muzikanten zijn goed. Ontzettend goed, zelfs. Ik begin te ontspannen en geniet van het gezelschap. Simones vrienden zijn allemaal creatievelingen: de eigenaar van een galerie, een ontwerper, een actrice, een geluidstechnicus en twee muzikanten. Ik denk dat Simones liefde voor muziek haar vriendschappen gestalte heeft gegeven. Het verbaast me hoe vanzelfsprekend ik me onderdeel van deze groep jonge Parisiens voel. Op school en de universiteit heb ik nooit echt goede vrienden gehad en het dringt tot me door dat ik nooit echt ergens bij heb gehoord. Misschien is dat een gevolg van het feit dat ik me nooit thuis heb gevoeld bij mijn vader en stiefmoeder. Misschien heeft het mijn zelfvertrouwen dat ik recht heb op een plekje in de wereld ondermijnd. Ik heb het grootste deel van mijn leven in een soort niemandsland gewoond waarin eenzaamheid een gemakkelijker keuze was dan mijn best doen ergens bij te horen. Ik heb altijd het gevoel gehad dat er een afstand was tussen mij en mijn leeftijdgenoten, van wie er geen naar de bruiloft van zijn eigen vader met een nieuwe vrouw was geweest en kort daarna naar de uitvaart van zijn eigen moeder. Ik heb in dit gezelschap van vreemdelingen niet het gevoel dat ik moet uitleggen dat ik het enige was wat mijn moeder overhad en dat ik niet genoeg was om te maken dat ze op deze wereld wilde blijven.
De geluidstechnicus, die zichzelf voorstelt als Thierry, heeft voor iedereen nog een drankje bij zich en gebaart Simone op te schuiven zodat hij tussen ons in kan komen zitten.
Hij vraagt me wat ik van mijn werk vind, en van Parijs, en ik informeer naar zijn werk, waarvoor hij naar concerten op locaties in de hele stad gaat. Ik zit ontspannen met hem te kletsen, spreek ondertussen met veel meer zelfvertrouwen Frans, en ik geniet van zijn gezelschap.
In eerste instantie is het gesprek dat aan tafel wordt gevoerd licht en levendig, wordt er veel gelachen, maar dan neemt het een andere wending – dat kan ook niet anders – en komt op de Bataclan. De stemming slaat helemaal om en ik zie het trauma op het gezicht van Simone en haar vrienden terwijl de nog rauwe pijn die de terroristische aanslag in de stad heeft veroorzaakt ons weer opslokt. We zitten niet ver van de Bataclan vandaan en Thierry vertelt me dat hij de geluidsploeg kende die er die avond werkte. Het komt ineens allemaal vreselijk dichtbij. Ik luister naar zijn woorden en zie de lijnen van pijn diep in zijn gezicht snijden, waardoor zijn toegankelijke gezichtsuitdrukking een masker van verdriet wordt. Zijn vrienden hebben het overleefd en hebben de band en een aantal mensen uit het publiek in veiligheid gebracht, maar de wreedheid van de aanslag en de gedachte aan de vele jonge levens die verloren zijn gegaan, of die voor altijd anders zullen zijn door vreselijke verwondingen, zowel mentaal als fysiek, hebben de manier veranderd waarop mensen naar hun stad kijken. Het is net of er overal vlak onder de oppervlakte angst en wantrouwen op de loer liggen.
‘Maak je je tijdens je werk wel eens zorgen dat jou zoiets ook gaat overkomen?’ vraag ik hem.
Thierry haalt zijn schouders op. ‘Uiteraard. Maar wat kun je ertegen doen? We mogen niet toestaan dat de terreur het wint. Het wordt alleen maar belangrijker de neiging te weerstaan om toe te geven aan de angst.’
Ik zit met mijn drankje in mijn handen over zijn woorden na te denken. Ik hoor er een echo in van Mireilles woorden over in verzet komen en dat het aan de gewone man is om te bepalen hoe het leven wordt geleefd.
‘Zelfs op vrijdag naar een café gaan om muziek te luisteren heeft ineens een andere betekenis.’ Hij glimlacht, en dan maakt het verdriet in zijn ogen plaats voor een flikkering van opstandigheid. ‘We zijn hier niet alleen maar om plezier te hebben. We zijn hier om te zorgen dat de vrijheid om ons leven te leiden ons niet kan worden afgenomen. We zijn hier voor al die mensen die die avond om het leven zijn gekomen.’
Thierry is benieuwd naar de impact van de aanslagen aan de andere kant van het Kanaal, en hoe wij in Groot-Brittannië omgaan met terreur.
‘Mijn vader maakte zich al zorgen toen ik naar Parijs vertrok,’ geef ik toe. ‘Niet dat het in Londen zo veilig is.’ Na Charlie Hebdo had mijn vader tot het allerlaatste moment zijn best gedaan me over te halen niet naar Parijs te gaan. Ik had zijn bemoeienis destijds ervaren als weer een voorbeeld van de afstand tussen ons in: begreep hij nou echt niet hoe belangrijk deze kans voor me was? Begreep hij niet hoe sterk mijn verlangen was weg te gaan? Maar nu dringt het tot me door hoe bezorgd hij moet zijn geweest. Vanuit dit perspectief kan ik inzien dat het feit dat hij niet wilde dat ik in Engeland bleef mogelijk meer met liefde te maken had dan dat het van een gebrek aan begrip getuigde. Ik mis hem ineens. Ik neem me voor hem morgen nogmaals te proberen te bellen, hoewel hij wel te druk zal zijn om mijn telefoontje aan te nemen, zoals altijd, omdat hij is winkelen met mijn stiefmoeder of de meisjes naar hun dansles en logeerpartijtjes in het weekend brengt.
Thierry en ik zitten nog tot laat te praten, tot lang nadat de muzikanten klaar zijn met spelen en bij ons aan tafel zijn komen zitten, en aan het eind van de avond voel ik een band met Simone en haar vrienden die ik nog niet eerder heb ervaren. Ik merk dat ik mijn achterdocht langzaam begin los te laten, dat mijn gebruikelijke terughoudendheid begint te ontdooien terwijl ik – voorzichtig – begin toe te staan dat mijn gedachten en gevoelens zich manifesteren.
Het is net of ik het in een nieuwe taal en in een stad waar ik per definitie een buitenstaander ben gemakkelijker vind om mezelf te zijn. Misschien kan ik hier in Parijs beginnen de persoon te worden die ik wil zijn en kan ik er genieten van de vrijheid die een nieuw begin met zich meeneemt.
Dan dringt er iets anders tot me door: dat is exact wat Claire al die jaren geleden ook heeft gevoeld.