Hoofdstuk 9: Harriet - De geheimen van Parijs
By Fiona Valpy
IK KIJK OP VAN DE NIEUWSBRIEF die ik aan het vertalen ben als Simone de ontvangstruimte weer in komt lopen nadat ze koffie heeft geserveerd in een van de vergaderkamers.
‘Er heeft net iemand voor je gebeld,’ zeg ik met een hoofdbeweging naar haar telefoon, die op een hoek van de balie ligt.
Ze pakt hem op en luistert een bericht af. Haar gezichtsuitdrukking is onleesbaar. ‘Dat was Thierry,’ zegt ze intonatieloos. ‘Hij vraagt of ik hem je nummer mag geven. Hij werkt zaterdag bij een concert waarvan hij denkt dat jij het ook wel leuk zou vinden.’
Ik haal mijn schouders op en knik. ‘Prima. Klinkt goed.’ Terwijl ze een bericht aan hem intypt zegt ze zonder op te kijken: ‘Hij vindt je leuk.’
‘Ik hem ook,’ zeg ik terwijl ik door een dik Larousse-woordenboek blader dat ik altijd gebruik als ik een woord niet weet. ‘Het lijkt me een fijne man.’
‘Ja, dat is hij,’ stemt ze met me in.
‘Simone,’ begin ik. En dan houd ik mijn mond; ik weet niet hoe ik mijn vraag aan haar moet verwoorden.
Ze kijkt me strak aan.
‘Luister,’ zeg ik. ‘Ik weet niet of er iets speelt tussen jou en Thierry, maar als dat het geval is, wil ik niets doen wat pijnlijk is voor jou.’
Ze haalt haar schouders op. ‘Nee hoor. Er is niets tussen ons. Hij is gewoon een vriend.’
Ze richt zich op haar beeldscherm, schijnbaar om haar mail te checken, maar er hangt in de stilte tussen ons iets in de lucht. Ik dring niet aan.
Dan kijkt ze uiteindelijk aarzelend naar me op. ‘Ik ken hem al jaren,’ zegt ze. ‘Misschien wel te lang. We zijn al bevriend sinds ik in Parijs woon. Ik heb een tijd gehoopt dat we meer dan vrienden zouden worden. Maar hij zegt dat ik als een zus voor hem ben. Dus dat gaat nooit gebeuren. Ik denk dat ik dat door hem met jou te zien – hoe hij begint te stralen als hij je ziet – aan mezelf heb moeten toegeven.’
‘Het spijt me,’ zeg ik oprecht.
Ze haalt haar schouders op. ‘Waarom zou jij je er schuldig over moeten voelen? Jij kunt er ook niets aan doen dat hij je zo leuk vindt.’
Dan ontdooit ze een beetje en begint te glimlachen. ‘En hij vindt je overigens écht heel erg leuk. Dat heb ik die avond in dat café gezien. Er broeit iets tussen jullie.’
Ik schud lachend mijn hoofd en probeer, net als zij, de toon licht te houden. Ik ben niet goed in relaties. Tijdens mijn studie vond ik het allemaal nogal overweldigend en heb ik geconcludeerd dat ik het beter doe in mijn eentje. Ik heb altijd het gevoel gehad dat er te veel te verliezen is als ik mezelf verliefd laat worden. En ik wist dat ik het niet aan zou kunnen nog meer te verliezen dan ik al heb verloren.
Maar ik moet wel toegeven dat ik het leuk vond om die avond met Thierry te praten. Het voelde bevrijdend om de nieuwe sensatie te ervaren mezelf te kunnen zijn in het Frans. En naar een concert gaan is een leuke manier om je avond door te brengen, zeker als Thierry ondertussen aan het werk is. Dan ligt er verder geen lading op. Als mijn eigen telefoon even later begint te zoemen antwoord ik, aangemoedigd door Simones glimlach en haar goedkeurende knikje, Oui, avec plaisir op zijn voorstel dat hij een kaartje voor me achterlaat voor komende zaterdag en dat we na het concert wat gaan eten. Dan leg ik gedecideerd mijn telefoon weg en ga verder met mijn werk.
Een van mijn taken als stagiaire is het sorteren van de post die elke ochtend wordt bezorgd. Vandaag vallen mijn handen stil als ik een officieel uitziende envelop met een Britse postcode aantref, die aan mij is geadresseerd. Ik krijg nooit post, dus ik weet dat het de aktes moeten zijn die ik bij het archief heb aangevraagd en dat ze me meer over Claires leven gaan vertellen. En over haar dood. Ik leg de verzegelde envelop ter zijde, onder mijn telefoon, zodat ik me nu op mijn werk kan focussen. Ik maak hem vanavond open, wanneer ik rustig kan lezen wat erin staat, in de privacy van mijn kamer in het appartement boven.
Ik sorteer snel de rest van de post en breng hem rond. Een van de accountmanagers is in gesprek met Florence wanneer ik op haar deur klop. Ze gebaart me binnen te komen en beide vrouwen glimlachen naar me. ‘Ik heb goed nieuws, Harriet,’ zegt Florence. ‘Dat persbericht dat je hebt verstuurd? We hebben een reactie uit Londen gekregen. De inkoper van Harvey Nichols is geïnteresseerd. Het ziet ernaar uit dat we een geslaagde coup hebben gepleegd.’
De accountmanager vraagt me te helpen met het formuleren van een antwoord en ik ben de rest van de dag druk met een vertaling Frans-Engels over technische zaken rond het ontwerpen en construeren van schoenen.
Als het kantoor uiteindelijk dichtgaat ren ik met de witte envelop in mijn hand naar mijn zolderkamer. Zowel mijn grootvader als -moeder van moederszijde is overleden voordat ik werd geboren. Mijn handen beven een beetje, aangezien dit naast de foto van Claire met Mireille en Vivienne de eerste tastbare verbintenis met die generatie van mijn familie is.
Ik heb geen idee of ik blij ga zijn met wat ik aantref als ik de envelop openmaak. Ik heb de indruk dat Claires relatie met Ernst nogal een schande moet zijn geweest. Betekent het zelfs dat ik misschien van nazi’s afstam? Is die nalatenschap van schaamte en schande onderdeel van mijn genetische blauwdruk? Mijn handen trillen van ongeduld – en een heel klein beetje angst – als ik de envelop openscheur.
De eerste akte die ik lees is in een vloeiend rondschrift gedateerd op 1 september 1946 en betreft het huwelijk tussen Claire Meynardier, geboren te Port Meilhon, Bretagne, op 18 mei 1920, met Laurence Ernest Redman, geboren te Hertfordshire, Engeland, op 24 juni 1916. De naam Ernest zet me aan het denken. Kan het diezelfde Ernst zijn? Zijn ze na de oorlog naar Engeland verhuisd om een nieuw leven te beginnen? Maar het feit dat hij in Engeland is geboren maakt dat hoogst onwaarschijnlijk. Dus misschien kan ik ervan uitgaan dat ik toch geen nakomeling van een nazisoldaat ben. Die gedachte maakt dat er een zwaar gewicht van mijn schouders glijdt, een last minder die ik met me mee hoef te dragen.
Ik leg het vel papier ter zijde en pak het volgende, de overlijdensakte van Claire Redman. Hij is gedateerd op 9 november 1989 en de doodsoorzaak staat genoteerd als hartfalen. Dus Claire was negenenzestig toen ze stierf en heeft haar dochter, Felicity, toen die negenentwintig was alleen achtergelaten. Had ze maar langer geleefd. Misschien dat ze de loop die het leven van mijn moeder heeft genomen dan had kunnen bijsturen.
Misschien was ze dan een minder groot mysterie geweest. Als ze er langer zou zijn geweest, zou ze mij misschien hebben kunnen helpen een gevoel van identiteit te vinden.
Had ik mijn grootmoeder Claire maar gekend.