Hoofdstuk 10 - Schijnverloofd met een lord
By Mariah Stone
Twaalf dagen tot de bruiloft...
* * *
De volgende dag zat Jane op een van de twee banken in de kamer, haar rug zo stijf als een plank en haar gezicht, ondanks de aangename warmte, zo gespannen als een houten masker. De zonnige zitkamer van Sumhall Place rook naar thee, bloemen – die in vazen op de dressoirs en op de grote, met kunstig houtsnijwerk bewerkte, ronde tafel stonden – en naar een of andere citrusvrucht.
Haar wangen gloeiden alsof ze in het directe zonlicht zat. Ze had de afgelopen vijf jaar geen thee gedronken onder aristocraten en hoewel ze wist hoe ze zich in beschaafd gezelschap moest gedragen, voelde het net zo verkeerd als zich in te strakke kleren wurmen.
De voormalige hertogin van Grandhampton en lady Calliope zaten naast elkaar op de bank tegenover Jane. Lady Calliope, dat voelde Jane meteen, was iemand met wie ze goed zou kunnen opschieten, met haar intelligente, scherpe blauwe ogen en haar vriendelijke aard. Op een stoel met prachtige, gesneden armleuningen zat de huidige hertogin van Grandhampton, Penelope, de vrouw van Richards oudere broer Preston, die naast haar stond en met zijn heup tegen de rugleuning van de stoel leunde. De hertogin was een knappe vrouw met grote, blauwgrijze ogen en haar in de kleur van oud goud.
Richard zat op een stoel naast Jane – zo knap en zo trots. Zijn blauwe ogen waren net zo aandachtig op haar gericht als ze in Hyde Park waren geweest.
Ze herinnerde zich hoe hij met zijn knokkels over haar wang had gestreken, wat een tintelend gevoel in haar teweegbracht. Op dat moment had de lucht geknetterd van onuitgesproken verlangen, en als ze hem niet had tegengehouden, hadden hun lippen elkaar geraakt en was hun eerste kus bezegeld. De manier waarop hij haar had aangekeken... Het was haar gaan duizelen en haar knieën voelden aan alsof ze met water gevuld waren. Hij had haar doen vergeten wie ze was en wat ze wilde.
Net als nu. Hij keek haar aan alsof hij echt haar verloofde kon zijn en alsof hij haar echt wilde kussen.
Hij was een levensgenieter. Een losbol. Hij verleidde. Hij charmeerde. Daar moest ze zichzelf vaak aan herinneren. Gisteren had ze hem zo veel meer over zichzelf verteld dan ze wilde. En hij leek te luisteren en te begrijpen, leek haar niet te veroordelen. Ze had zich gehoord, begrepen en geaccepteerd gevoeld.
En toen had hij Hercules gevonden en hem bij haar teruggebracht.
Daarom had ze bijna toegegeven. Maar het ergste was, als iemand hen gisteren had gezien, zou ze geruïneerd zijn geweest en had hij haar, ondanks hun afspraak, moeten trouwen. Hoe goed het ook voelde om door hem aangeraakt te worden, het was te gevaarlijk om met hem alleen te zijn. Ze speelde met vuur. En nu ze naast hem zat, voelde zijn aanwezigheid aan als een kachel op een koude winterdag. Ze had het zo warm dat haar huid bedekt was met een dun laagje zweet en aan haar onderkleding plakte.
Ze droeg haar beste jurk, die desondanks maar half zo mooi en modieus was als de jurken van de andere dames in de kamer. Maar zij was niet de vreemdste verschijning in de kamer vol zijden kussens, banken en prachtig theeservies. Die twijfelachtige eer kwam toe aan de chaperonne waar Thorne op had aangedrongen.
Reuben wilde haar niet uit het oog verliezen en stond met grote ogen in de hoek van de kamer. Hij hield een theekopje vast dat in zijn grote handen zo klein leek dat het was alsof hij het elk moment kon verbrijzelen. Zijn normaal gesproken ruige haar was ingevet en in een middenscheiding gekamd. Zijn ruige baard had echter niet dezelfde behandeling gekregen en stak alle kanten op. Hij droeg werkkleding zoals je die overal in Whitechapel zag: een bruine jas met lappen en naden, en een broek die er slobberig uitzag en duidelijk voor een andere man was genaaid. Hij had voor de gelegenheid zijn gezicht gewassen, maar er zaten kruimels in zijn snor en baard terwijl hij langzaam maar luidruchtig op een koekje kauwde. Tegen de achtergrond van de luxueuze inrichting van de salon leek hij net zo misplaatst als een paard.
'Heeft u de afgelopen vijf jaar in Whitechapel doorgebracht?' vroeg de hertog.
Ze keek op en zag dat zijn koele, donkere ogen op haar waren gericht. Zijn doordringende blik bezorgde haar een rilling over haar rug. 'Ja, Uwe Genade.' Ze zette haar theekopje met een zacht gerinkel op het schoteltje, haar vingers beefden. 'Met mijn broer. Hij is de enige familie die ik nog heb.'
'Weet u iets over de omstandigheden van Spen...?'
‘Preston,' zei zijn vrouw, de hertogin, 'alsjeblieft, kwel die arme miss Grant niet. We zijn hier om haar te leren kennen, niet om haar te verhoren.'
'Preston, echt, dat is onnodig,' zei Richard. 'Miss Grant heeft niets met de verdwijning van Spencer te maken.'
Een warme golf van dankbaarheid stroomde door Jane heen, maar ze kon haar eigen boontjes doppen, ook al vond ze het ongemakkelijk. 'Ik ben op de hoogte van de omstandigheden en het spijt me zeer te horen wat er met uw broer is gebeurd,' zei ze. 'Ik bid voor zijn veiligheid en zijn spoedige terugkeer.'
'Ik heb uw broer bezocht,' zei Preston. 'Wist u dat?'
Richards gezicht werd bleek. 'Je hebt wat gedaan? Wanneer?'
'Gisteren. We worden toch binnenkort familie, niet? En hij zei dat hij niet wist wat er met Spencer is gebeurd. Hij liegt. Ik heb bewijs dat Lord Neville naar hem is doorverwezen om van Spencer af te komen.'
Jane's handen werden koud. Deze ontmoeting verliep heel slecht. 'Het spijt me zeer dat te horen,' zei ze en ze stond op.
'Preston, zulk gedrag is onacceptabel,' zei Richard en hij stond ook op. 'Miss Grant geeft les aan arme kinderen op een school die ze zelf heeft opgericht. Zeg op, wat valt er aan te merken op het karakter van zo'n jongedame?'
Dat Richard haar zo verdedigde, verraste haar. Preston keek haar lang aan, toen werd zijn blik zachter. 'Niets. Dat is zeer bewonderenswaardig, miss Grant. Mijn verontschuldigingen. Het is mijn taak om voor mijn familie te zorgen. Ik hoop dat u dat begrijpt.'
'Natuurlijk, Uwe Genade,' zei ze.
'Gaat u alstublieft zitten, miss Grant,' zei de hertogin-weduwe. 'Wilt u nog wat thee?'
Jane wisselde een blik met Richard. Haar hart bonsde in haar borst. Heel even had ze gehoopt dat dit voorbij was, dat ze kon vertrekken en dat ze haar niet verder zouden kwellen met hun vragen en onderzoekende blikken.
Een luid geslurp klonk uit de hoek, en iedereen keek naar Reuben, die zijn kopje leegdronk.
'Mag ik nog wat meer, Edelachtbare?' vroeg hij.
'Natuurlijk,' zei de hertogin-weduwe. Ze keek naar de lakei die stijf tegen de muur stond, maar Reuben was al naar de theetafel gelopen en had daarbij vuile voetafdrukken op het tapijt achtergelaten. 'O, alstublieft,' zei de hertogin-weduwe met een warme glimlach terwijl ze de thee inschonk. 'Melk?'
Hij knikte en ze schonk de melk in. Hij nam nog drie koekjes van het bord en stopte er één in zijn mond, die hij luid krakend opat.
'Ik zal onze kokkin, Mevrouw Landon, vragen een doosje voor u in te pakken,' zei Calliope met een lieve glimlach.
'Dank u, milady,' zei Reuben.
Terwijl de weduwe Jane nog een kopje inschonk, richtte Calliope zich tot Richard. 'Ik ben benieuwd naar de omstandigheden waaronder jullie elkaar hebben leren kennen. Hoe is jullie liefde ontstaan?'
Richard ging weer op zijn stoel zitten. 'We hebben elkaar ontmoet op de soiree van lady Fitzroy.' Hij keek Jane met een warme blik aan. 'Tot mijn spijt viel Miss Grant me aanvankelijk niet op.'
Jane voelde haar wangen gloeien. Ze kon zich het tafereel dat ze hadden bedacht goed voorstellen. Een elegante, mondaine gelegenheid. Hij, knap en charmant, zonder een moment alleen te zijn. Zij, verlegen en onhandig, op een stoel in de hoek, eenzaam en onzichtbaar.
'Maar toen stelde iemand ons aan elkaar voor, en ik was op slag door haar gegrepen. Wie zou dat niet zijn? Ze bezit meer humor en meer hart dan de meeste dames van de ton. Geen spoor van schijnheiligheid. Geen greintje egoïsme of aandachttrekkerij.'
Jane had het gevoel te zweven toen ze in zijn intense blauwe ogen keek terwijl hij dat zei. Meende hij het? Vast niet. Hij was slechts een levensgenieter, herinnerde ze zichzelf. Een losbol. Wat hij zei en deed was volkomen normaal voor hem.
Toch voelde ze een warme tinteling door haar lichaam gaan. Het was zo zoet, zo verleidelijk om zich voor te stellen dat een man als hij een vrouw als zij zou kunnen bewonderen. En ook al was het allemaal een leugen, de klank ervan beviel haar en ze wilde meer. Ze stelde zich voor hoe ze elkaar ontmoetten op de verzonnen soiree en hoe hij haar intelligentie en haar hart zag, in plaats van slechts haar grijze jurken en haar bril op te merken.
De weduwe glimlachte en knikte naar Jane. 'Dat kan ik me goed voorstellen, Richard. Wat een goede observatie.'
'Waar hadden jullie het over, Miss Grant?' vroeg lady Calliope, en iedereen keek haar aan.
'Honden,' antwoordde Jane, die plotseling verlegen werd toen alle ogen in de kamer op haar gericht waren. 'We houden allebei van honden.'
Een zacht lachje ontsnapte aan Calliopes lippen. 'Hoe kwamen jullie daar nu op?'
'Miss Grant heeft een charmante Engelse foxhound genaamd Hercules,' zei de weduwe. 'Ik heb hem ontmoet, en het is een behoorlijk levendig dier.'
'En wat vindt u van Richard, miss Grant?' vroeg de hertog. 'Zeg me niet dat het zijn verstand is waardoor u evenzeer gefascineerd was.'
Tot haar eigen verbazing voelde Jane de behoefte om Richard te beschermen. 'Eigenlijk was het precies dat, Uwe Genade,' zei ze, en keek Preston stoutmoedig in de ogen. 'Het is heel aangenaam om met uw broer te praten. We kunnen urenlang over van alles praten, nietwaar, lord Richard?' Ze zocht de blik van haar verloofde en glimlachte naar hem. 'Honden. Katten. Literatuur. De society. Familie. Hij heeft met de grootste lof over ieder van u gesproken. Hoe gevaarlijk het is om met u te schaken, lady Calliope. Dat u, Uwe Genade, in eerste instantie misschien een scherp oordeel en een scherpe tong heeft, maar dat u de meest loyale en beschermende broer bent. Hoe wijs u bent, Uwe Genade,' zei ze, terwijl ze naar de weduwe keek. 'En wat een begaafde kunstenares u bent,' zei ze tegen de hertogin van Grandhampton. 'Ik kon niet wachten om u allen te ontmoeten.'
'Waar hebben jullie na de soiree eigenlijk afgesproken?' wilde lady Calliope weten.
'In Hyde Park,' antwoordde Jane. 'In het bijzijn van mijn broer of mijn dienstmeisje of Reuben…'
Reuben slikte hoorbaar en knikte, zoals ze hem op de weg hiernaartoe in het rijtuig had opgedragen.
Calliope kneep haar ogen samen en liet haar blik tussen de twee heen en weer gaan. 'Wat vinden jullie twee eigenlijk nog meer leuk om te doen?'
Jane's gedachten raasden door haar hoofd terwijl ze probeerde nog een leugen te verzinnen, hoewel het steeds minder als acteerwerk voelde en steeds meer als een droom van de relatie die ze graag had willen hebben.
'We zijn allebei vrij goede kaartspelers,' zei Jane met een glimlach.
'Inderdaad, dat zijn we,' zei Richard. 'En terwijl we spelen, discussiëren we vaak over verschillende onderwerpen, waarbij literatuur een van onze favoriete onderwerpen is.'
Jane straalde naar hem. 'Net als in een van de romans van Jane Austen, Verstand en Gevoel.'
‘Ah,' stemde Richard glimlachend in, ‘Austen is inderdaad mijn favoriete schrijfster.'
Jane was opgetogen dat ze dit met elkaar gemeen hadden. Hoe nerveus ze ook was, ze had niet verwacht deze gedeelde liefde voor literatuur te ontdekken, maar nu kon ze niet anders dan warm worden van het onderwerp. ‘Echt waar?' wilde ze weten. 'Zij is ook mijn favoriete schrijfster. Austen bezit een bepaald vermogen om de huichelarij en het bedrog van de ton te ontleden met haar humor en satire. Maar ze vangt ook de essentie van menselijke relaties op een manier die maar weinigen gegeven is.'
Een vonk van nieuwsgierigheid lichtte op in Richards ogen. 'Welk van Austens personages vindt u het meest fascinerend?' vroeg hij.
Jane aarzelde niet. 'Elizabeth Bennet uit Trots en Vooroordeel,' zei ze. 'Ze is sterk, onafhankelijk en heeft een goed beoordelingsvermogen. Ze weigert zich te laten beïnvloeden door maatschappelijke beperkingen en neemt geen genoegen met minder dan een huwelijk dat gebaseerd is op wederzijds respect en liefde.'
'Dat klinkt buitengewoon charmant, miss Grant! En jij dan, Richard?' vroeg lady Calliope. 'Wie is jouw favoriete personage?'
'Meneer Darcy, natuurlijk,' zei Richard met een knipoog. 'Een man die aanvankelijk verkeerd begrepen wordt vanwege zijn gereserveerde houding, maar uiteindelijk een toegewijde en attente heer blijkt te zijn.'
Voor het eerst sinds haar aankomst voelde Jane zich een beetje ontspannen. Misschien, heel misschien, zou hun plannetje werken. Er was zoveel dat Jane niet over Richard wist, en hoe meer ze te weten kwam, hoe leuker ze hem vond.
'Richard, waarom heb je ons niet eerder over haar verteld?' vroeg lady Calliope. 'Ik wou dat je dat had gedaan.'
'Omdat ik wist dat jullie allemaal precies zo zouden zijn. Nieuwsgierig en, vergeef me, verstikkend. Als Spencer hier was, zou hij jullie allemaal zeggen dat jullie miss Grant een kans moeten geven.'
Het werd stil in de kamer en lady Calliope, Richard, de weduwe en Preston keken allemaal naar een enkele stoel die aan de tafel bij het raam stond. Jane kende Spencer niet, maar ze stelde zich iemand voor die eruitzag als een kruising tussen Preston, Richard en Calliope, die daar zat en haar monsterde met een iets mildere blik dan die van Preston.
'Dat zou hij inderdaad doen,' bevestigde Preston, voordat hij eraan toevoegde: 'Maar misschien had Spencers vertrouwenwekkende aard iets te maken met zijn verdwijning. Als hoofd van de familie zal ik er nu voor zorgen dat we allemaal veilig zijn. En aangezien u al eens bent gevallen voor een dame met kwade bedoelingen, moet ik op u letten, Richard.'
'Laat dat alsjeblieft rusten, Preston,' zei Richard. 'Dit is niet de juiste plaats voor zo'n gesprek.'
'Richard heeft gelijk,’ zei de weduwe, 'maar Preston ook. U zou het moeten weten, miss Grant.'
Richard zuchtte diep. 'Ik zie geen reden waarom ze het zou moeten weten.'
'Als je zoveel van haar houdt als je beweert, dan moet ze het juist weten,’ zei Calliope
Het licht in Richards ogen werd donkerder terwijl hij zwaar slikte en zijn adamsappel op en neer ging. Hij knikte. 'Ik neem aan dat miss Grant op de hoogte moet zijn van mijn verleden...'
Jane hield haar adem in. Er hing een gespannen, bijna knisperende stilte in de lucht toen de hele kamer stil werd. Zelfs het gekauw van Reuben verstomde.
'Ik was verloofd met lady Charity Davies, de dochter van de markies van Wycliffe. Dat was vijf jaar geleden.' Elk woord leek met moeite over zijn lippen te komen. 'De verbintenis was zeer voordelig voor onze beide families. Lady Charity werd door iedereen als aangenaam beschouwd. Maar bovenal dacht ik dat we allebei gelukkig waren. Ik was het in ieder geval. Ik was behoorlijk...' hij stootte een bittere lach uit, '... verliefd op haar. Ze was mijn eerste en enige liefde. Maar op een avond, tijdens een bal, trof ik haar in een donkere tuin aan met een andere man. Ze stonden te zoenen. En dat,’ hij zette zijn kopje terug op de tafel, 'was het einde.'
Jane's hart brak voor Richard. Helaas zou ook hun verloving niet lang duren. Nog maar een paar dagen geleden had Jane Richard als een hinderlijke schurk beschouwd, maar ze had haar mening herzien. Hoe aangenaam lady Charity ook was geweest, Jane kon niet begrijpen hoe een vrouw geïnteresseerd kon zijn in een andere man, als ze de liefde en genegenheid van deze charmante, intelligente, knappe man bezat.
Verzonken in deze gedachten, kwam ze tot de conclusie dat ze de verloving in het belang van hen beiden zo snel mogelijk moesten beëindigen. Als ze deze test met zijn familie hadden doorstaan, moesten ze snel handelen en Atticus vinden. Morgenavond, besloot ze. Ze zou een manier vinden om weg te sluipen en met Richard naar Atticus te gaan zoeken.
De gedachte aan een weerzien met hem liet een golf van warmte door haar lichaam stromen. Dat was niet goed. Het was zijn roekeloze charme die zijn werk deed. Ze moest koste wat het kost haar koele houding tegenover hem bewaren.