Hoofdstuk 14 - Schijnverloofd met een lord
By Mariah Stone
Haar broer was angstaanjagend. Voor het eerst in haar leven werd het Jane koud om het hart. Ze had weleens gezien hoe Thorne woedend was op zijn mannen. Dan werd zijn gezicht uitdrukkingsloos en strak – nog strakker dan gewoonlijk – en het enige teken van woede waren zijn neusvleugels, die zich altijd lichtjes verwijdden.
Ze had hem gezien met snijwonden, bont en blauw geslagen en zelfs met schotwonden. En ze had hem gezien als hij bang was, ook al liet hij het niet merken.
Maar ze had hem nog nooit zo kwaad meegemaakt als nu. Zijn wijd opengesperde ogen fonkelden van woede en zijn mond was tot een smalle streep samengeperst. De rode blos op zijn wangen was een even duidelijk teken van zijn woede als de gebalde vuisten langs zijn zij.
Hij zag er ronduit moordzuchtig uit.
Jane had een vrij goed idee waarom hij er zo uitzag. Als ze zo naar Richard keek, met zijn met bloed bevlekte hemd en de ontblote borst die eronder tevoorschijn kwam, en dan ook nog zijn warrige haar... En zij, met haar verkreukelde jurk, haarspelden die uit haar knot staken, en verwarde lokken die in haar gezicht hingen.
Geen wonder dat de dood op haar broers gezicht te lezen stond.
'Meneer Blackmore,' zei Richard. 'Goedemorgen.'
Hij was de perfecte aristocraat, koel en beheerst, zonder ook maar het geringste teken van angst te tonen, terwijl Jane’s huid als een gek tintelde. Alsjeblieft, alsjeblieft, God in de hemel, laat Thorne hem niet vermoorden.
'Wat heeft u gedaan?' brulde Thorne tegen hem.
'Hij heeft niets gedaan,' zei Jane zonder na te denken.
Ze merkte de verwarde blik op die Richard haar toewierp. Ze zou Thorne kunnen vertellen dat Richard iets had gevonden in zijn werkkamer. En niet alleen dat, maar ook dat hij de nacht in haar kamer had doorgebracht. Dat ze hem had gekust en zichzelf in feite had gecompromitteerd.
Maar als ze haar broer ook maar iets daarvan zou vertellen, wist ze precies wat er daarna zou gebeuren. Ze kon voor haar geestesoog precies zien hoe Thorne het pistool, dat hij altijd achter in zijn broek verborgen hield, zou pakken en Richard door het hoofd zou schieten. Hoe Richards lichaam levenloos op de grond zou vallen.
Een kille afschuw kroop over Jane's rug.
Nee, dat kon ze niet laten gebeuren.
'Meneer Blackmore,' zei Richard. 'Ik stel voor dat we rustig praten in uw werkkamer. Er is geen enkele reden om uw stem te verheffen.'
Thorne hield zijn uitgestoken wijsvinger voor Richards gezicht. 'Geen enkele reden? Ik zal u wel eens laten zien wat niet nodig is. Jane, ga naar je kamer!' gromde hij, zonder haar aan te kijken.
Jane wist zeker dat haar aanwezigheid het enige was wat Thorne ervan weerhield om Richard aan flarden te scheuren. 'Thorne, ik ben geen klein meisje dat je naar haar kamer stuurt.'
'Jawel, dat ben je wel. Anders had je nooit een man in je bed toegelaten.' Thorne draaide zich naar Richard om en brulde: 'Of hebt u zich aan haar opgedrongen?'
'Er is niets gebeurd,' zei Jane. 'En hij is mijn verloofde!'
'Klopt, dat is hij!' Thorne keek hem vinnig aan. 'En dat kunt u maar beter niet vergeten, lord Richard.'
'Geloof me, meneer Blackmore, dat doe ik niet. Uw zuster is een dame die men niet licht vergeet.'
Richards vurige blik was op haar gericht en toen ze zijn ogen ontmoette, overspoelde een hete golf van besef haar. Ze herinnerde zich de aanraking van zijn lippen op de hare, hoe hij haar de vorige avond had vastgehouden. Het gevoel van zijn keiharde borst onder haar vingers toen ze zijn wond had verzorgd. De hitte die door haar hele lichaam stroomde toen ze elkaar hadden gekust. De tinteling tussen haar benen. En dan het gevoel van veiligheid toen hij haar de hele nacht had vastgehouden. En hoe goed het had gevoeld om op die manier door hem omringd te zijn. Dat ze hem zelfs had verteld waarom ze de school had willen bouwen.
Vanuit haar ooghoeken merkte ze op hoe Thorne met open mond en verontwaardigd gefronste wenkbrauwen tussen hen beiden heen en weer keek. Haar broer had in zijn hele leven nog nooit iemand met open mond aangestaard!
'Wat is er tussen jullie aan de hand?' eiste hij te weten.
'We zijn verloofd,' zei Richard en verbrak daarmee de betovering. 'Ik meen me te herinneren dat u erbij was toen dat gebeurde.'
'Drijf de spot niet met me, schurk!'
Richard stond rechtop met rechte rug tegenover Thorne. 'Meneer Blackmore,' zei Richard, zijn stem was onverstoorbaar ondanks de spanning in de lucht. 'Ik begrijp uw bezorgdheid, want ik heb zelf een jonger zusje. In een vergelijkbare situatie had ik de man gedood, dat verzeker ik u. Maar Jane is volkomen veilig. We zijn al verloofd. De datum staat vast. De vergunning is verkregen. En de aankondiging zal morgen in de kranten verschijnen. Het enige wat Jane heeft gedaan, is mijn wond hechten nadat ik was aangevallen. Daarna heeft ze me in de gaten gehouden om te voorkomen dat ik koorts zou krijgen. Er is niet meer gebeurd dan dat.'
Hij opende de zijkant van zijn hemd en toonde Thorne het verband op zijn borst. Bruin bloed was door het verband gesijpeld. Eigenlijk zou ze het nu wel willen verschonen.
Thorne nam hem van top tot teen op en keek toen naar Jane. 'Wat dacht je in hemelsnaam, zus? Die man heeft zonder twijfel een dokter. Waarom liet je hem daar niet naartoe gaan?'
'Hij zou doodgebloed zijn,' antwoordde Jane.
'Maar je bent gecompromitteerd, of hij nu iets gedaan heeft of niet.'
'Wat maakt dat nou uit, Thorne?' vroeg ze. 'Wie zou erachter komen?'
Een miljoen gedachten schoten door haar hoofd terwijl ze probeerde te begrijpen wat er gebeurde. Haar blik schoot nerveus rond voordat hij weer op haar broer landde. Ze moest erachter komen wat hij wist en voorkomen dat Richard alles wat hij ontdekte tegen Thorne zou gebruiken.
Thorne schudde langzaam zijn hoofd en slaakte een lange zucht. Daarna richtte hij zijn dodelijke blik weer op Richard en zette een stap naar hem toe om hem tegen de muur te drukken. Ze waren beiden even groot, gespierd en goedgebouwd. Thorne ontblootte zijn tanden toen hij Richard in zijn gezicht siste: 'U hebt haar onteerd en daarmee uw eigen doodvonnis getekend. Als u haar niet trouwt, bent u dood.'