Loading...
Skip to content
Readers Treasury

Hoofdstuk 28 - Schijnverloofd met een lord

By Mariah Stone

'Je moet gaan,' zei Jane, terwijl ze haar vingers met die van Richard verstrengelde. 'Ook al wil ik niet dat de volgende minuut, het volgende uur aanbreekt.'

Vergeleken met de hare was zijn hand zo groot. De hand die zojuist haar meest intieme plekken had aangeraakt en haar onuitsprekelijk genot had bezorgd...

In de nasleep van de meest intense ervaring van haar leven, lag Jane dicht tegen Richard aangedrukt. Ze had haar hoofd op zijn sterke borst gevlijd en luisterde naar het luide, gestage kloppen van zijn hart. En toen haar eigen hart in hetzelfde ritme als het zijne begon te slaan, wist ze bij elke slag dat ze verliefd op hem aan het worden was.

Op de man die haar zojuist geruïneerd had. Op de man met wie ze haar verloving moest verbreken...

Nee, nee, nee. Ze wilde niet denken. Alles wat ze wilde, was zijn harde, hete lichaam om haar heen voelen, zijn geur inademen. Nog nooit in haar leven had ze zoiets gevoeld. Dit wonder, waartoe haar lichaam onder zijn leiding in staat was. Dat gevoel van warmte en acceptatie dat ze voelde als ze bij hem was. Hoewel ze nee tegen hem had gezegd, was hij er nog steeds. En in tegenstelling tot andere leden van de ton gaf hij haar het gevoel dat ze in zijn wereld thuishoorde.

'Nog een paar minuten,' stond ze toe en sloeg haar arm steviger om zijn torso. 'Dan moet je echt gaan.'

Plotseling sloeg hij zijn armen strakker om haar heen en trok haar omhoog, zodat ze schrijlings op hem kwam te zitten. Ze staarde naar zijn aantrekkelijke gezicht, de ondeugd danste in zijn blauwe ogen en zijn mond krulde in een schelmse glimlach.

'Ik wil ook niet dat de volgende minuut aanbreekt, liefste,' zei hij.

Hij nam haar gezicht tussen zijn handen en kuste haar, zijn mond was hard en veeleisend, zijn heerlijke tong plagerig en heet. Ze genoot van het gevoel van zijn lange, harde, mannelijke lichaam onder het hare.

'Dit hoeft niet te eindigen,' zei hij, terwijl hij iets achteroverleunde. 'Ik weet dat we hebben afgesproken om te stoppen nadat we de informatie over Spencer hadden. Maar ik heb je zojuist geruïneerd en ik ben niet van plan je in de steek te laten. Laat mij dit rechtzetten. Laat me met je trouwen. Het enige wat je hoeft te doen, is gewoon geen nee te zeggen.'

Ze hapte naar adem. Haar hart bonkte hevig, terwijl de verleidelijke, wonderbaarlijke gedachte eraan haar spieren deed verslappen en haar geest alerter maakte. Ze wenste dat het mogelijk was. Ze hield van hem en wilde zich geen leven zonder hem voorstellen.

'Verbreek de verloving niet. Ik zal je niet onteerd achterlaten, Jane.' Hij streek met zijn handpalm over haar gezicht. 'Je bent van mij. Je zult altijd van mij zijn. Jij bent van mij om lief te hebben en te eren, van mij om mee te trouwen.'

Zijn woorden waren als honing op een wond, verzachtend en heerlijk en absoluut verwoestend. En toch was het onmogelijk.

'Richard…' zei ze met bevende stem, ‘dat verandert niets aan de feiten. Ik wil niet de vrouw van een lord zijn. Ik wil niet dat lady Whitemouth en de anderen die net als zij zijn, kijken alsof ze iets bedorvens ruiken wanneer ik een kamer binnenkom.'

'Dat zullen ze niet wagen. Ik daag hen stuk voor stuk uit. En wat kunnen de gravin en de ton ons schelen? Het enige wat telt, zijn jij en ik. Waarom is hun mening zo belangrijk voor je? Je bent de dochter van een heer en je zult de vrouw zijn van een heer.'

Jane rolde van zijn lichaam af, ging op haar rug liggen en staarde naar het plafond. De dunne scheurtjes die erin zaten, waren als de barsten in haar hart. Met haar blik volgde ze een specifieke, die naar haar mening de vorm van het noorden van Schotland had. Ze had er vaak van gedroomd om naar de ruige Hooglanden te vluchten en een eenvoudig leven te leiden, en nu stelde ze zich een ogenblik voor dat Richard zich bij haar zou kunnen voegen. Wat wenste ze toch dat ze niet waren wie ze waren. Dat ze gewoon gelukkig konden zijn, los van de society. Maar in zijn leven was het onmogelijk om buiten de society te leven. En ze kon haar broer niet in de steek laten.

'Ik zal nooit afstand nemen van Thorne,' zei ze.

En Thorne zou altijd een schaduw over haar reputatie werpen, hij zou altijd een smet op haar stamboom zijn.

'Dat zal ik nooit van je vragen,' beloofde Richard.

'Daar vergis je je in. Misschien nu niet, maar in de toekomst wel. Vanwege de ton. En onze kinderen – die zouden Thorne als oom hebben. Dat zou hun toekomstperspectieven ook vertroebelen.'

Hij ging op zijn zij liggen, leunde met zijn hoofd op zijn gebogen arm en keek haar aan. 'Jane, hou op. Dat zal niet gebeuren.'

Ze maakte haar blik los van de barst en keek Richard in de ogen. Zijn andere hand lag midden op haar romp, tussen haar borsten. De uitdrukking op zijn gezicht was zo serieus dat ze wist dat hij overtuigd was van zijn eigen woorden. Ze zag de hoop en de angst in de diepten van zijn ogen.

'Dat denk je nu,' zei ze en legde haar hand op de zijne. Ze kon het zachte haar op de rug van zijn grote hand voelen. 'Maar op een dag, als je dochter geen respectabele echtgenoot kan vinden vanwege de reputatie van mijn broer, wat dan?'

Hij snoof minachtend en schudde langzaam zijn hoofd. 'Elke man die niet ziet wat een geweldig persoon mijn dochter is en die alleen aan haar connecties denkt, is haar sowieso niet waardig. En ik schiet iedereen neer die misbruik van haar probeert te maken.'

Ze giechelde. 'Zoals jij misbruik van mij hebt gemaakt.'

Alle humor verdween van zijn gezicht. 'Ja. Laten we hopen dat Thorne er niet achter komt. Als hij me daarvoor zou willen neerschieten, zou ik dat begrijpen.'

Jane schudde haar hoofd. 'Hij komt er niet achter.'

'Hoewel ik van plan ben het juiste te doen en jou tot mijn vrouw te maken. Onthoud alstublieft, miss Grant, dat jij degene bent die mij afwijst. Ook al kan ik duidelijk zien dat je mijn aanraking fijn vindt en graag in mijn armen ligt…'

En dat ze van hem hield…

Maar ze kon het niet uitspreken.

'Bovendien is er nog de kwestie van mijn school.'

Hij fronste. 'Wat is er met je school? Ik dacht dat we dat al besproken hadden. Ik heb meer dan eens gezegd dat ik je zou steunen.'

'Ben je niet bang dat het te veel van mijn tijd in beslag zou nemen? Dat ik niet de echtgenote zou zijn die je wenst, een goede moeder voor je kinderen?'

Hij keek haar met zo veel bewondering aan dat haar hart dreigde te barsten. 'Jane, ik zou je nooit iets verbieden. Ik zou je nooit zo kunnen verstikken. Als jij de school wilt bouwen, zal ik de eerste zijn die je de bakstenen en de mortel aangeeft. De tijd die je ver van mij doorbrengt, zal er alleen maar voor zorgen dat ik nog meer naar je verlang. En onze kinderen zouden opgroeien met de wetenschap dat hun moeder goedhartig, zorgzaam en vrijgevig is. Een persoon van ware integriteit en kracht.'

Haar hart explodeerde bijna van liefde voor hem. Het werd steeds moeilijker om nee tegen hem te zeggen. Ze kuste hem diep, zuchtte en rolde toen onder zijn hand vandaan naar de andere kant van het bed.

'Kun je me alsjeblieft één ding beloven?' vroeg hij, toen ze opstond.

Haar hoofd tolde een beetje, haar lichaam was ontspannen, warm en loom.

'Wat moet ik je beloven?' vroeg ze, terwijl ze haar hemdje opraapte en het aantrok.

'Maak het nog niet uit, lieveling,' zei hij. 'Morgenavond is het bal. Laten we naar het bal gaan alsof alles nog bij het oude is. Laat me je laten zien dat je echt bij de ton kunt hoort, als je dat wilt.'

Ze verstijfde en kon nauwelijks ademhalen. Aan zijn zijde lopen, in de baljurk waarin ze eruitzag als een koningin… In zijn armen liggen terwijl ze dansten alsof alleen zij bestonden… Dat klonk echt heel goed. Waarschijnlijk werd ze gek, maar ze overwoog het.

Wat zou één dag extra uitmaken?

'Oké dan,' stemde ze grijnzend in. 'Ik maak het nog niet uit. Laten we naar het bal gaan.'

* * *

Ruby Woods drukte een hand tegen haar mond toen ze zich terugtrok van Jane's deur. De kaars in haar andere hand flakkerde toen ze scherp uitademde.

Ruby beet op haar lip en dacht diep na. Haar lieve Janie, Miss Grant, was geruïneerd.

Meneer Blackmore moest dit te weten komen. En wel onmiddellijk.

Zachtjes liep Ruby bij de deur vandaan. Zelfs in het donker wist ze welke vloerplanken kraakten en welke veilig waren. Op haar tenen sloop ze terug de gang in en de trap af. Ze ging naar de werkkamer van Meneer Blackmore, maar hij was er niet. Hij moest in de club zijn.

Toen ze via de achterdeur naar buiten ging en achter de maroelaboom met de gigantische slang, die haar altijd de stuipen op het lijf joeg, tevoorschijn kwam, keek ze rond in het ‘Elysium,' waar het druk en luidruchtig was. De vrouwen – over wie ze niet oordeelde, aangezien haar eigen moeder een van die hoeren was geweest en ze haar vader nooit had gekend – praatten met de mannen, lachten en glimlachten verleidelijk. Het orkest speelde iets vrolijks boven op de galerij.

Er waren verschillende mannelijke koppels die elkaar kusten en anderen die met een liefdevolle uitdrukking naar elkaar toegekeerd in gesprek waren. Ook daar had ze geen problemen mee. Ze vermoedde al langer dat ze in een andere wereld een vrouw voor zichzelf zou hebben gezocht.

Maar Meneer Blackmore was nergens te bekennen toen ze zich een weg baande tussen de warme, dronken lichamen. Hij was niet onder de gasten en ook niet achter in de club. Ze ging zelfs even naar buiten, de donkere straat in met de vaag verlichte ramen.

Atticus stond bij de ingang zachtjes te praten met twee van zijn mannen, van wie Reuben er een was.

'Atticus,' zei ze, terwijl ze naar hem toe liep. De mannen stopten met praten en alle drie knikten ze haar respectvol toe. Ze wisten dat ze als een kloek over Janie had gewaakt, sinds meneer Blackmore haar had thuisgebracht. Het meisje was destijds zo verdrietig en verloren geweest als een kuikentje dat zijn moeder was kwijtgeraakt. 'Weet je waar meneer Blackmore is?'

'Hij is voor zaken op pad, Ruby,' antwoordde Atticus. 'Is alles in orde?'

Ruby zuchtte en keek de donkere straat in. 'Dat zullen we moeten afwachten. Wanneer komt hij terug?'

'Ik heb geen flauw idee, Rubes.'

Ze knikte. 'Als je hem ziet, zeg hem dan dat hij me in mijn kamer moet opzoeken. Hoe laat het ook is. Ik slaap niet voordat ik hem gesproken heb. Begrepen?'

'Waarom?' Reuben fronste zijn wenkbrauwen. 'Gaat het over Janie?'

Ruby staarde in Reubens donkere ogen, die verborgen waren onder de borstelige wenkbrauwen van de potige man. Ze kon het hen niet vertellen. Het was haar zaak niet. Misschien zouden ze de goede lord wel vermoorden voordat meneer Blackmore kon beslissen wat hij wilde doen.

'Nee, Reuben,' zei ze. 'Het gaat niet over Janie. Maar het is iets wat hij onmiddellijk moet weten.'

'Goed, Rubes,' zei Atticus. 'We zullen het hem zeggen.'

Ze knikte en liep om het gebouw heen naar de personeelsvertrekken. Ze zou koffie gaan zetten. Ze mocht niet slapen voordat meneer Blackmore had gehoord dat haar geliefde meesteres geruïneerd was. Hij moest haar dwingen om met de schaamteloze lord te trouwen, zelfs al wilde Janie dat niet.

Het was alleen maar voor haar eigen bestwil.

Loading reader...