Loading...
Skip to content
Readers Treasury

Hoofdstuk 32 - Schijnverloofd met een lord

By Mariah Stone

Buiten, in de koele nachtlucht, donderden Thornes woorden door Richards hoofd, terwijl een duistere wanhoop hem doorstak. Zijn hart brak en bloedde.

Terwijl hij de grote trap afdaalde, volgde de menigte hem en vormde een wijde kring.

Ook Jane. Zijn hele familie.

De koninklijke wachten lagen bewusteloos op de trap en op het grindpad. Richard merkte dat ze ademden en dat een aantal van hen zachtjes kreunde.

‘Meneer Blackmore, beseft u dat u hiervoor aangeklaagd kunt worden?' gromde de prins, die bovenaan de trap stond en naar zijn neergeslagen wachten keek.

‘Daar ben ik me van bewust,' zei Thorne, die midden op het grindpad stond. Met een koude, harde uitdrukking draaide hij zich om naar de prins. ‘Klaag me aan als u dat wilt, Uwe Genade. Niets zal me ervan weerhouden mijn zus mee naar huis te nemen.’

De prins staarde hem in hulpeloze woede aan.

‘Maar,’ vervolgde Thorne met een onverzettelijke blik, ‘als ik word aangeklaagd en niet in staat ben mijn zaak te runnen, dan zouden veel van mijn klanten de unieke diensten van mijn etablissement missen.’

Het gezicht van de prins ontspande zich toen hij de hint begreep, waarna hij nauwelijks merkbaar knikte.

Grind knerpte onder de voeten van honderden dames en heren die in de balzaal aanwezig waren geweest en zich nu buiten verzameld hadden in de donkere nacht, die verlicht werd door toortsen, vuurkorven en gaslampen.

De wind streek over Richards verhitte gezicht en bracht de geur van rozen en de vage lucht van paardenmest met zich mee, ongetwijfeld afkomstig van alle koetsen die langs de straten en achter Carlton House geparkeerd stonden.

Hij had geweten dat dit alles te mooi was om waar te zijn.

‘Het is geen nee,' had ze gezegd toen hij die dierbare en prachtige vrouw, die hem met geluk en licht vervulde, in zijn armen had gehouden. Hij had gevoeld hoe de barsten in zijn hart zich weer sloten. Hij had zijn hart sterker voelen worden en vol hoop voelen kloppen.

Een leven lang geluk met zijn Jane was binnen handbereik geweest.

En nu glipte het hem weer door de vingers.

Terwijl de mensen hem aanstaarden en met nieuwsgierige, veroordelende blikken praatten, kwam Thorne Blackmore stap voor stap dichterbij. Zijn ogen stonden donker en woedend. Het grind knerpte onder zijn laarzen als botten. Zijn mannen volgden hem op een paar passen afstand, loyaal en voorzichtig. Hij herkende Reuben en Atticus en andere mannen die hij met hen en in het 'Elysium' had gezien.

Jane's prachtige jurk wapperde in de wind toen ze haar broer achterna rende. Ze pakte Thorne bij zijn arm. 'Thorne, alsjeblieft, stop hiermee!'

Janie was zo mooi. Ze was nog steeds van hem. Op dat moment was ze nog steeds van hem. Richard verroerde geen spier en probeerde het moment eeuwig te laten duren.

De prins-regent was blijkbaar bekomen van de schok over zijn bewusteloze bewakers en stond nu te midden van de menigte goedgeklede gasten Richard aan te staren met grote, vragende ogen en een genietende glimlach. De man hield ongetwijfeld van een sappig schandaal en keek graag toe hoe twee levens vlak voor zijn ogen werden verwoest.

Dit zou morgen vast en zeker in alle societybladen staan.

Thorne kwam vlak bij Richard staan; zijn parfum rook scherp en kruidig. Hij boog zich een beetje voorover en sprak zachtjes vlak bij zijn oor, zodat niemand anders het hoorde. 'Mijnheer, u hebt mijn zus onteerd. Ik weet wat u afgelopen nacht in haar slaapvertrek hebt gedaan.'

Richard slikte. 'Hoe bent u erachter gekomen?'

'Het maakt niet uit hoe, lord Richard. Het enige dat telt, is,’ perste Thorne tussen op elkaar geklemde tanden, zijn woorden bijna een woest gegrom, ‘dat u de slang bent die ik door mijn eigen toedoen mijn huis heb binnengelaten. U hebt mijn zus haar eer ontnomen. Mijn enige zus. De enige familie die ik nog heb.'

Richard deed zijn mond open om te zeggen dat ze hem even dierbaar was als Thorne, maar die greep Richard bij zijn revers. Thornes donkere blik schitterde in het donker in de weerschijn van de tuinfakkels.

Er ging een collectief gesis door de menigte om hen heen.

'Houd uw mond, schurk,' spuugde Thorne. 'Ik heb u de meest waardevolle persoon in mijn donkere, ellendige leven toevertrouwd. Ik wist dat u een rokkenjager bent, maar ik dacht dat het lot van uw broer u zozeer aan het hart ging dat u zich tegenover mijn zus als een heer zou gedragen. Het was mijn schuld, meer dan die van u, en meer dan die van Jane.'

'Blackmore…'

'Ze is het puurste en mooiste wezen dat ooit op deze aarde heeft rondgelopen, en ik had de eer haar te beschermen en voor haar te zorgen. En ik heb gefaald.' Thornes gezicht vertrok van de pijn. Hij schudde Richard zo hard door elkaar dat zijn tanden klapperden. 'U hebt haar genomen en haar met uw afschuwelijke, vuile vingers geschonden.'

'Maar ik wil met haar trouwen…'

Puur gif sijpelde door Thornes blik. 'Denkt u dat ik haar aan een man als u zou toevertrouwen? U verdient het niet om dezelfde lucht in te ademen. U zou haar niet eens mogen aankijken.'

Richards blik gleed naar Jane, die een paar passen van hen vandaan stond en niets gehoord kon hebben. Goed zo. Maar haar gezicht was een bezorgd masker, haar grote ogen achter haar bril schoten heen en weer tussen Thorne en hem. Het laatste wat hij wilde, was haar verontrusten.

'Thorne!' riep ze, en het grind knerpte onder haar voeten toen ze op hen af snelde. 'Thorne, laat hem los!'

'U zult betalen voor wat u hebt gedaan,' gromde Thorne zacht in Richards gezicht.

Een koude, ijzige zweetdruppel liep langs Richards rug.

Jane was nog maar drie stappen verwijderd. Ze had haar arm naar haar broer uitgestrekt, haar ogen wijd van ontzetting. 'Thorne!'

'Verwacht u morgenochtend mijn man met de tijd en de plaats,' besloot Thorne heel, heel zacht.

'Thorne!' riep Jane, die nu vlak naast hen stond.

Op het moment dat ze haar hand op zijn schouder legde, liet Thorne Richard los en wankelde hij achteruit.

Een duel.

Richard voelde een brok in zijn keel. Toen Thorne zijn revers losliet en een stap achteruitdeed, waren de donkere ogen van zijn tegenstander op hem gericht als de lopen van twee pistolen.

Hij kon niet toestaan dat Jane ervan hoorde. Hij voelde de rechtvaardigheid van Thornes woorden tot diep in zijn botten. Hij had haar nooit mogen aanraken, had moeten wachten, had haar op een andere manier moeten overtuigen om ja tegen hem te zeggen. Hij verdiende elke druppel van Thornes woede en meer.

Richard knikte kort. 'Zo zal het zijn, sir.'

'Wat?' wilde Jane weten en keek van de een naar de ander. 'Wat zal zo zijn? Wat heb je tegen hem gezegd, Thorne?'

Maar Thornes ogen bleven op Richard gevestigd.

Morgen zou Richard ofwel dood zijn, of, als de autoriteiten hen te pakken kregen, in de gevangenis worden gegooid. In tegenstelling tot Preston had Richard geen titel en moest hij dus rekening houden met de zwaarste consequenties.

Thorne knikte hem gracieus en met een koude woede in zijn donkere ogen toe en wendde zich tot Jane. 'Kom, zus. Je had uiteindelijk gelijk. Je hoort hier niet thuis.'

Maar dat deed ze wel, wilde Richard zeggen. Thorne had het volkomen mis. Ze hoorde bij hem. Ze hoorde overal thuis waar ze maar wilde.

Terwijl Richard toekeek hoe de twee zich omdraaiden, van hem wegliepen en op Thornes gevolg af liepen, bloedde zijn hart. Hij moest haar tegenhouden, moest Thorne tegenhouden... Maar Thorne had zichzelf heel duidelijk gemaakt.

Richard had het bij haar verpest. Hij had geen recht op haar.

Gefluister ging door de menigte toen Jane, Thorne en zijn mannen over het brede grindpad liepen en het grote, smeedijzeren hek naderden, waarachter verschillende koetsen op hen wachtten.

Calliope trok aan zijn arm. 'Richard! Wat sta je daar nou te doen? Ga voor haar vechten. Ze heeft me verteld dat ze van je houdt.'

De schok raakte hem als een klap in zijn gezicht. Hij knipperde met zijn ogen. 'Heeft ze dat gedaan?'

Hij keek toe hoe Jane's zilvergrijze, zijden gestalte zich steeds verder van hem verwijderde.

Ze hield van hem... Was dat niet precies wat hij wilde horen? Precies wat hij had gewild dat ze tegen hem had gezegd?

En hoe verder haar elegante rug zich van hem verwijderde, hoe meer zijn hart verstijfde van angst. Hij was zo dicht bij het geluk geweest. Maar nu gebeurde precies datgene waarvoor hij had gevreesd.

Het is geen nee.

En toch was het ook geen ja.

Plotseling bevond hij zich weer in de tuin van vijf jaar geleden. In dezelfde zomerse duisternis, omringd door de geur van rozen, zag hij lady Charity in de armen van een andere man.

Zijn borst voelde zo beklemd, alsof hij tussen twee koetsen was geplet.

Hij keek om zich heen. In het schijnsel van de lantaarns en vuurkorven staarde iedereen hem aan. Ze fluisterden, praatten achter hun waaiers.

Jane bereikte de grote, smeedijzeren poort en net toen ze de hoek om wilde slaan en in de donkere straat daarachter wilde verdwijnen, draaide ze zich naar hem om en hun blikken kruisten elkaar.

Calliope schudde hem aan zijn schouder. 'Richard! Ga naar haar toe! Houd haar tegen! Vecht voor haar!'

Hij rende naar haar toe en zijn schoenen maakten een knarsend geluid op het grind. 'Stop!' riep hij. 'Blijf staan, Jane!'

Thorne en de drie mannen, die als heren gekleed waren, draaiden zich met moorddadige blikken naar Richard om.

Jane ademde zwaar, haar gehandschoende hand klemde zich om haar keel. Richard bleef voor hen staan en terwijl Thorne beschermend voor zijn zus ging staan om hem de weg te versperren, week Richards blik niet van Jane's ogen.

'Ik houd van je, Jane,' zei Richard. Haar ogen werden groot en knipperden, en haar mond viel open terwijl ze zachtjes naar adem hapte. 'Alsjeblieft, ga niet weg. Onze bruiloft is over vier dagen. Kom dan. Trouw met me. Ik houd van je, en ik zal de rest van mijn leven besteden om van jou de gelukkigste vrouw op aarde te maken. Het was nog geen nee, weet je nog? Maak er een ja van, Jane. Alsjeblieft, maak er een ja van.'

Er viel zo'n absolute stilte over de tuin dat hij zelfs het zachte gesnuif van een paard en het knisperen van het tuinviuur achter zich kon horen. Hij telde zijn hartslagen, tussen elke slag leek een eeuwigheid te verstrijken.

Haar blik werd zachter en de ogen achter haar bril glinsterden vochtig. Hij meende een vleugje van een 'ja' in haar ogen te zien. Een kleine glimp van hun gezamenlijke toekomst.

En toen dwaalde haar blik af naar Thorne en die toekomst vervaagde. Ze zette de bril af die hij voor haar had laten maken en reikte hem aan hem aan.

'Het antwoord is nee, lord Richard,' zei ze beslist.

Verbluft nam Richard de bril uit haar hand.

Ze draaide zich om en liep naar de koets. Een van de identieke tweelingbroers hielp haar instappen, en ze verdween in de duisternis.

De ijzeren klauwen van het verlies boorden zich dieper en dieper in Richards hart. Hij kon niet bewegen, kon geen vinger verroeren, zijn benen waren zo zwaar als granieten platen.

Dit was definitief. Het was de bevestiging dat hij niet zichzelf kon zijn. Dat hij geen man was die de liefde van een vrouw waard kon zijn. Een man die geen masker hoefde te dragen, of hoefde te doen alsof hij iemand anders was dan zichzelf.

Een man die dapper genoeg was om keer op keer gekwetst te worden, als dat de prijs was om zichzelf te zijn.

Zwaar ademend stond hij daar, terwijl Thornes mannen hun paarden bestegen of in de talrijke koetsen klommen en haar voorgoed meenamen. Hij probeerde de moed op te brengen om te bewegen en draaide zich om naar Carlton House, terwijl hij verdoofd toekeek hoe de menigte zich langzaam verspreidde.

Anders dan bij lady Charity, toen zijn hart gebroken en verbrijzeld was, voelde het dit keer ijskoud en dood aan.

* * *

De koets schommelde en rammelde terwijl ze terugreden naar Whitechapel. Thornes gezicht leek somber in de schemering van het luxueuze interieur, dat alleen werd verlicht door de zwiepende lantaarn boven hun hoofden.

Jane's hart was gebroken. Maar dat was het waard, zolang Thorne Richard maar niets aandeed. Twee gebroken harten waren beter dan een doodskist.

Thorne keek opzichtig uit het raam en Jane wist dat zijn stoïcijnse gezicht slechts een masker was. Achter zijn donkere ogen woedde ijskoude woede en in zijn ziel een hevige strijd.

Nu moest ze haar eigen strijd met hem aangaan.

'Thorne,' zei ze en leunde naar voren. 'Broer.'

Hij keek haar aan.

'Wees maar boos op mij,' zei ze. 'Het was net zo goed mijn schuld als de zijne.'

'Nee, zus,' zei hij. 'Je hebt het mis. De schuld ligt bij mij.'

Daar brak haar hart opnieuw van. Zíj was degene die hem had verraden en achter zijn rug om had gehandeld, die ervoor had gezorgd dat Richard de waardevolle informatie kreeg, en ze had haar broer er niets over verteld.

'Het spijt me allemaal zo,' zei ze. 'Het spijt me zo onuitsprekelijk, broer. Ik had dit spel nooit zo ver mogen laten komen. Ik had hem nooit moeten helpen. Het is niet jouw schuld. Het is de mijne.'

Hij knikte en de uitdrukking in zijn ogen werd zachter. 'Een beetje. Maar ik kan niet boos op je zijn, liefje. Jij bent degene die onder mijn beslissing heeft geleden. Als ik je niet tegen je wil in deze verbintenis had gedwongen, waren je eer en deugd nog intact geweest.'

En dan was ze niet verliefd geworden op Richard en had ze niet het grootste geluk ter wereld ervaren.

'Nee, je kunt niet de verantwoordelijkheid voor mijn fouten op je nemen,' zei ze. 'Daarom smeek ik je om Richard geen pijn te doen.'

Hij werd doodstil; alle warmte verdween uit zijn gezicht op het moment dat ze Richards naam uitsprak. 'Nee. Jane, je bent een vrouw. Mannen van mijn slag houden zich aan niets anders vast dan aan hun geliefden en hun eer. Hij heeft beide geschonden. Ik kan hem niet ongestraft laten wegkomen.'

'Alsjeblieft, Thorne. Ik weet dat je iets van plan bent. Maar ik ben hier, veilig bij jou. Ik beloof je dat ik zoiets nooit meer zal doen. Ik trouw met elke man die je wilt en zonder een woord van protest. Ik smeek het je. Doe niet wat je van plan bent.' Er scheurde iets in haar borst toen Thorne haar koeltjes aankeek. 'Alsjeblieft,' voegde ze eraan toe.

'Jane…'

'Omwille van onze gezamenlijke jeugd,' smeekte ze met een stem die niet veel meer dan een fluistering was. 'Voor de band die we hebben. Alsjeblieft, Thorne.' Haar zicht werd wazig en haar keel werd dichtgeknepen, waardoor haar volgende woorden er nog maar schor uitkwamen. 'Laat hem leven.'

Hij zuchtte diep. Toen knikte hij en keek weer uit het raam. 'Je hoeft je geen zorgen te maken.'

'Dus je stemt toe? Geef je me je woord?'

Hij gromde iets onverstaanbaars, zonder haar aan te kijken.

Opluchting stroomde door haar heen en ze leunde achterover. Bij Thorne was dat zo goed als een ja.

Ze vouwde haar handen ineen en keek naar de donkere straten die voorbijtrokken. Nee zeggen tegen Richard en het geluk van een heel leven met hem opgeven, was het waard, dacht ze. Richard zou leven.

De grote vraag was echter of de rest van haar leven zonder hem daadwerkelijk een leven genoemd kon worden.

Loading reader...