Hoofdstuk 5 - Schijnverloofd met een lord
By Mariah Stone
Met de koude mahoniehouten deur van Sumhall onder zijn klamme vingers, bereidde Richard zich voor op de bekentenis die zijn familie ongetwijfeld zou schokken. Teanby, de butler van de familie, toonde zich zoals altijd bedaard, zijn gezicht een masker van professionaliteit, maar de lichte hoofdknik verraadde zijn bezorgdheid om Richard.
Hoe kon Richard zijn familie ervan overtuigen dat zijn plotselinge verloving met miss Grant echt was, als ze nog nooit van haar hadden gehoord? Ze wisten wat er met lady Charity was gebeurd. Ook zijn gewoonten van de afgelopen vijf jaar waren hen maar al te bekend.
'Is alles in orde, milord?' informeerde Teanby ten slotte.
Richard dwong zichzelf tot een glimlach en rechtte zijn schouders om de oude butler niet verder ongerust te maken. Teanby diende de familie al zo lang als Richard zich kon herinneren en was meer dan alleen een bediende.
'Natuurlijk, Teanby. Zijn ze allemaal binnen?'
'Dat zijn ze.'
Richard knikte, zijn hart bonkte tegen zijn borstkas. 'Goed.' Het was helemaal niet goed, maar het had geen zin om het onvermijdelijke uit te stellen. Hij duwde de deur open en stapte naar binnen.
Calliope, Preston en Grootmoeder, die op twee elegante geelbeige sofa's zaten, keken naar hem op. Tussen hen in stond een kunstig bewerkt theetafeltje met een wit porseleinen theeservies, beschilderd met rode anjers en gouden patronen van verstrengelde ranken. Zijn moeder had dit servies uit Spanje meegenomen toen ze als jonge vrouw naar Engeland verhuisde, en de familie had het sindsdien altijd gebruikt. En sinds haar dood, zes jaar geleden, hielp het hen om de herinnering aan mama levend te houden.
Eigenlijk was zijn moeder in elk detail van de woonkamer aanwezig, omdat zij het tot in de puntjes had ontworpen. Ze zat in de zachte, pastelgele lambrisering en de vergulde lijsten, omdat ze in het koude Engeland naar de zon had gesmacht. Grote en kleine schilderijen van zonovergoten landschappen vol sinaasappelboomgaarden, bloemenweiden, fruitboomgaarden en mediterrane zeegezichten brachten warmte en de zomer rechtstreeks de kamer in.
De hertogin-weduwe van Grandhampton, een sierlijk ouder geworden dame met zilvergrijs haar en opvallend blauwe ogen, gekleed in de fijnste mode van de vorige eeuw, zette haar theekopje op het schoteltje. 'Richard, mijn jongen. Wat fijn om je te zien.' Ze monsterde hem aandachtig. 'Zo te zien heb je gisteravond het een en ander beleefd?'
Hij was onrustig en liep snel naar de grote marmeren schouw met zijn glimmende, zwarte kolenrooster. Zijn voetstappen werden gedempt vanaf het moment dat aankwam bij hij het tapijt met de rode bloem- en rankmotieven, dat het grootste deel van de vloer bedekte.
'Ik ben ook blij je te zien, Grootmoeder,' antwoordde hij, terwijl hij een hand op de filigraanversieringen van de schouw legde. Het marmer voelde koel en rustgevend aan op zijn handpalm. 'Beleefd... Zo kun je het wel noemen.'
Inderdaad. Hij had zich moeten omkleden voordat hij na een nacht vol losbandigheid voor hen verscheen. Hoe moest hij ze ervan overtuigen dat hij uit liefde met iemand trouwde, als hij eruitzag alsof hij de nacht in een bordeel had doorgebracht?
'We hadden het er net over wat we met Spencer moeten doen,' zei Calliope.
Calliope, zijn jongere zus, gaf hem een stralende glimlach, zoals ze altijd deed. Hij kende haar beter dan wie dan ook in de familie. Misschien kwam het ook doordat ze zo veel op elkaar leken – beiden hadden het kastanjebruine haar van hun vader en grote blauwe ogen – terwijl Spencer en Preston op hun moeder leken: zwart haar en donkere ogen.
'Nee, dat is niet waar,' zei Preston met een frons. 'Je probeert van onderwerp te veranderen. We hadden het over je huwelijkskansen. Het wordt tijd dat je een man zoekt.'
Preston was bijna twee maanden geleden met miss Penelope Beckett getrouwd uit wraak op haar vader, die Blackmore had ingehuurd om Spencer te schade te berokkenen. Ondanks Prestons voornemen om niets dan haat te voelen voor de dochter van zijn vijand, was hij verliefd op haar geworden en nu onherroepelijk gelukkig.
'Brengt Teanby nog een kopje voor jou?' vroeg Preston.
Richard gaf hem een korte, waarderende glimlach en ging tegenover Calliope op de sofa zitten. 'Inderdaad.'
Door de spanning in zijn maag ging hij sneller ademen. Nog maar de avond ervoor was de hele familie bijeengekomen in Newdale Place, het nieuwe huis van Preston en Penelope, en had Preston hen het nieuws verteld dat hun hele wereld op zijn kop had gezet. Het nieuws dat ze Spencer niet hadden begraven.
Samen hadden ze besloten er alles aan te doen om hem te vinden. Het eerste wat ze wilden doen, was naar Blackmore gaan om hem om informatie te vragen, en Richard had zich als vrijwilliger aangeboden.
En nu moest hij hen op de een of andere manier het nieuws brengen dat hij verloofd was met Blackmores zus… en hen er allemaal van overtuigen dat het uit liefde was en niets te maken had met zijn missie.
Ze zouden meteen door hem heen kijken, daar was hij zeker van.
Maar hij maakte zich het meeste zorgen om Calliope, die hem met toegeknepen ogen aankeek. 'Wat is er met jou aan de hand, broer?' vroeg ze. 'Er is iets gebeurd. Waarom lijk je zo verontrust?'
'Ik ben niet verontrust,' antwoordde Richard.
'Jawel, dat ben je wel. En dan heb ik het nog niet eens over je gekreukte kleren of je haar waar Theo duidelijk niet aan heeft gezeten. Ik zie je wel vaker in deze uitdossing.'
Theo was zijn bediende. Zoals hij al vermoedde, had Calliope hem meteen door.
'Ik bedoel je gezicht. Je ziet eruit alsof je net door de bliksem bent getroffen… En komen die modderige vlekken op je kleding van de poten van een hond?'
Richard keek naar zijn kleding. De opgedroogde zwarte modder die Hercules had achtergelaten, was een onmiskenbaar bewijs.
'Gewoon een ongelukje,' zei Richard, terwijl zijn maag omdraaide bij de gedachte zijn verloving te moeten mededelen. 'Ik kleed me zo om. Wat hoorde ik daar net, zoek je een echtgenoot?'
De afleiding werkte. Calliopes blauwe ogen staarden hem onafgebroken aan. Maar toen hij niet terugdeinsde en ook niet wegkeek, snoof ze geïrriteerd en leunde achterover op de sofa.
'Je vergist je, broer,' zei ze. 'Ik ben niet op zoek naar een echtgenoot. Hij is dat.'
Haar uitdagende blik was nu op Preston gericht, die een enkele donkere wenkbrauw optrok en haar blik rustig beantwoordde. 'En ik laat je niet met rust tot ik er een voor je gevonden heb.'
'Maar waarom wil je dat?' vroeg Calliope. 'Zou ik niet mijn eigen mening mogen hebben over hoe ik de rest van mijn leven doorbreng?'
'Je hebt iemand nodig die voor je zorgt en je beschermt,' antwoordde Preston. 'En die je verbiedt om je met die detective-onzin bezig te houden waar je het steeds over hebt.'
'Maar ik heb niemand nodig om me te beschermen.' Calliope fladderde met haar wimpers. 'Ik heb jullie allebei.'
Zijn hart smolt, net als dat van zijn broer, dat wist hij.
Zijn slimme, kleine zusje, dacht Richard. Mensen zagen haar als een muurbloempje dat zich verstopte achter boeken, schaaktafels en – heel duidelijk – achter de ruggen van enthousiaste debutantes. In werkelijkheid was ze zo veel meer. Net als hij was ze erin geslaagd de schijn te wekken dat ze iemand was die ze niet was.
Zijn grootmoeder grinnikte en klopte op haar hand. 'Goed gepareerd, liefje.'
Zelfs Preston, die er de voorkeur aan gaf koel en onbewogen over te komen, schudde met een zachte glimlach zijn hoofd. Hij zuchtte en nam naast haar plaats op de sofa. Calliope verborg een tevreden glimlach achter een theekopje terwijl ze een slokje nam.
Richard gebruikte het moment van stilte om moed te verzamelen en te zeggen wat hij te zeggen had.
Voor Spencer, herinnerde hij zichzelf.
Hij likte zijn lippen, schraapte zijn keel en zei: 'Ik ben verloofd.'
* * *
De thee spoot uit Calliopes mond recht in Prestons gezicht. Haar broer knipperde met zijn ogen om de melkachtige drank eruit te krijgen; de thee droop van zijn kin en haren op zijn hemd en broek. Toen draaide hij zich als een natte, maar gevaarlijke panter naar Richard toe. Zijn grootmoeder verstijfde met een koekje tussen haar lippen, haar ogen zo groot als vergrootglazen.
'Oh, het spijt me, Preston,' mompelde Calliope, terwijl ze haar kopje weer op het schoteltje zette en een wit, keurig opgevouwen servet van de theetafel pakte.
'Laat maar!' snauwde Preston. Hij sprong op, griste het servet uit haar hand en veegde zijn gezicht af. 'Wat in ’s hemelsnaam zei je daar, broer?'
'Hij zei dat hij verloofd is!' riep Grootmoeder uit.
'Met wie?' vroeg Calliope.
‘Sinds wanneer?' eiste Preston te weten. 'Waarom heb je het ons niet eerder verteld?'
'Met miss Jane Grant,' zei Richard. 'We hebben ons vandaag verloofd. Ik kom net bij haar broer vandaan.'
'Wie is miss Jane Grant?' vroeg Calliope. 'Ik kan me niet herinneren dat ik aan haar ben voorgesteld…'
'Ik heb nog nooit van haar gehoord,' zei Preston.
Grootmoeder kneep haar ogen tot smalle spleetjes. 'Miss Jane Grant… Is zij familie van wijlen lord Grant? Hij was een baron.'
'Ja,' antwoordde Richard, en zijn handpalmen begonnen opnieuw te zweten onder de oplettende, priemende blikken van zijn familie. Zijn grootmoeder kende bijna iedereen in de ton. Het zou hem dus niet moeten verbazen dat ze van miss Grant of haar vader had gehoord. 'Ze is zijn dochter. Niets ontgaat u, grootmoeder.'
'Inderdaad niets...' Met een peinzende blik frummelde ze aan de diamanten ring aan haar vinger. 'Lord Grant had een onwettige zoon, zijn eerstgeborene. Iedereen wist dat, want hij liet de jongen in zijn huishouden opgroeien. Hij werd opgevoed als een echte heer. Maar om voor de hand liggende redenen kon de jongen de titel nooit erven. En toen verdween de jongen uit de society nadat hij was afgestudeerd in Oxford. Maar in plaats van advocaat of klerk te worden, wat de meeste mannen in zijn situatie zouden kiezen, verviel hij in een wereld die ongeschikt was voor een heer. Hij werd iemand die men als... slecht gezelschap beschouwde. Dus toen lord Grant stierf, was miss Grant niet langer welkom. Maar ik ben de naam van de broer vergeten...'
Richard voelde zijn hartslag in zijn handpalmen bonzen. 'Het is Thorne Blackmore.'
Het werd doodstil in de kamer. Op de gang klonken voetstappen die steeds luider werden, totdat de deur openging en Teanby binnenkwam met een kopje van het theeservies van zijn moeder op een klein dienblad. Hij verstijfde even toen zijn blik op Preston bleef rusten, waarna hij verder liep alsof er niets aan de hand was. Hij zette het kopje op de theetafel.
‘Kan ik verder nog iets voor u betekenen?' vroeg hij.
'Nee,' antwoordden ze alle vier tegelijk.
Teanby knikte en liet zijn blik over de familie glijden.
Toen de deur achter hem was dichtgevallen, keerde Preston zich weer tot Richard. 'Wat dacht je in ’s hemelsnaam? Je hebt je verloofd met de zus van een crimineel? Waarom heb je dat gedaan?'
Richard sprong op. Hij kon de vreselijke spanning in zijn borst niet onderdrukken. 'Ik houd van haar,' zei hij. 'We zijn verliefd.'
Hij moest de schijn ophouden om Spencer te vinden. Hij zou er alles voor doen.
'Verliefd?' spotte Calliope weinig damesachtig. 'Je hebt het tot nu toe nog nooit over haar gehad. Hoe kun je dan verliefd op haar zijn?'
Richard keek naar het lege theekopje dat voor hem bestemd was. Om zijn familie te overtuigen moest hij de enige persoon ter sprake brengen bij wiens naam alleen al hij van de pijn op zijn knieën wilde vallen. Zelfs als dat het laatste was wat hij wilde doen.
Richard liep naar het dressoir waarop enkele glazen en een kristallen karaf met brandy stonden. 'Ik heb tegen niemand van jullie iets gezegd vanwege lady Charity.'
Het noemen van zijn voormalige verloofde bracht de drie tot zwijgen en ze keken elkaar onzeker aan.
'O,' zei Calliope uiteindelijk.
Richard schonk zichzelf een glas brandy in, waarvan de scherpe geur zijn neusgaten binnendrong. 'Precies. O.'
'Lieve jongen, je weet toch dat we niet willen dat je weer gekwetst wordt,' zei zijn grootmoeder.
'Jij was toch degene,’ zei Preston, die naar het dressoir liep, en Richard schonk een glas voor hem in, 'die vijf jaar geleden zwoer je nooit meer te verloven.'
'Precies!' stemde Calliope met hem in. 'Dan kun je het ons niet kwalijk nemen dat we verrast zijn. Haar verraad heeft je kapotgemaakt.'
Elk woord was waar. Er alleen al over praten liet zijn hart bloeden van de pijn. Richard dronk de brandy en genoot van de rijke smaak die een lichte branderigheid in zijn mond veroorzaakte. Lady Charity een andere man zien kussen was de gebeurtenis geweest die de levensgenieter die hij was geworden had doen ontstaan. Hij dronk en sliep met Jan en alleman om de pijn van het verraad en de afwijzing door de enige vrouw van wie hij ooit had gehouden te vergeten.
'Waar heb je haar eigenlijk ontmoet?' wilde zijn grootmoeder weten. 'Ze is tenslotte in geen enkel fatsoenlijk huis in Londen welkom.'
Richards kaken spanden zich aan en hij zette zijn glas neer. 'Ik hoef jullie niet alles te vertellen,' zei hij, terwijl hij naar de deur liep. 'Ik wilde jullie alleen het nieuws vertellen, maar ik ben jullie geen uitleg verschuldigd.'
'Waar ga je heen?' vroeg Preston. 'Hoe zit het met Blackmore? Wat heeft hij over Spencer gezegd?'
'Hij zal me later meer vertellen,' antwoordde Richard. 'Ik moet nu gaan. Ik moet me omkleden, want ik heb vandaag nog een andere afspraak.'
'Denk maar niet dat ik je ook maar een seconde geloof!' riep Calliope en ze volgde Richard naar de deur, die hij opende.
'Breng haar hier, mijn jongen!' riep Grootmoeder. 'We moeten je bruid tenslotte leren kennen.'
Richard knikte en het bloed in zijn aderen bevroor. 'Dat zal ik doen.'
Toen hij de trap naar zijn slaapvertrek opliep, wist hij niet of hij opgelucht of bezorgd moest zijn. Het enige zekere was dat het nog veel werk en toneelspel zou vergen - zowel van hemzelf als van miss Grant - om zijn familie en de hele ton ervan te overtuigen dat de zaak echt was.