Epiloog - Hoogtij
By Jackie van Laren
Ik wil op het bovendek zitten, zodat ik het eiland zo lang mogelijk kan zien terwijl we wegvaren. Daan zit naast me en houdt mijn hand vast, maar toch voel ik de tranen branden.
‘Weet je het zeker, als je het zo moeilijk vindt?’
Ik knik. ‘Ik vind het ontzettend moeilijk, en ik zal het ook ongelooflijk hard gaan missen hier, maar gelukkig hebben we ook nog zoiets als vakanties, en dan kunnen we gewoon altijd teruggaan, nietwaar?’
‘Klopt. En je hoeft gelukkig niet in je eentje in een of ander mottig appartementje in de Bijlmer te gaan zitten, of zoiets; dat is toch ook wel wat waard?’
‘Tuurlijk! Het is zo ontzettend lief van je dat ik bij jou mag! Weet je echt wel zeker dat het niet te snel is, dat we meteen samenwonen en alles?’
‘Nynk, denk je dat ik het zou uithouden als ik in het huisje van mijn pa zat en ik wist dat jij ergens anders in de stad in zo’n rothokje zou liggen slapen? Dan zat ik toch ieder moment dat ik kon bij jou. Dus dan kunnen we ons maar beter meteen het gedoe besparen, lijkt mij.’
‘Ja, je hebt wel gelijk. En ik vind het ook echt heel fijn dat ik jou dan heb om tegenaan te praten als ik allemaal enge dingen moet doen op school; ik zie er wel een beetje tegenop, hoor, hoewel ik me er natuurlijk ook op verheug.’
‘Je gaat het geweldig doen, let maar op.’
‘Hoe kan je dat nou zo zeker weten?’
‘Lieve schat. Ik heb net vier weken in je kamer in je ouderlijk huis gewoond met jou, en naast je in de patatzaak van je broer gestaan. Nooit van mijn leven gedacht dat ik nog in een patatzaak zou werken. Maar ik zie jou alles aanpakken met zo veel energie, je werkt hard, je bent slim, en je hebt goeie zin om er wat van te maken. En je bent mooi, en creatief, en je kan goed zingen; het kan alleen maar goed gaan. Bij het concert ging het toch ook goed?’
‘O, ik dacht dat ik gek werd toen je me vroeg om op het podium te komen! Ik vond het zo verschrikkelijk griezelig, ik dacht meteen: waar ben ik in godsnaam aan begonnen, dat wordt toch nooit iets, ik als actrice? Je had trouwens nog geluk dat ik helemaal vooraan stond; stel nou dat ik ergens in de duinen had gezeten? Er zaten helemaal tot voorbij de huisjes van de Vis nog mensen in de duinen, alleen om te luisteren. Stel nou dat ik daar had gezeten, dan had ik toch nooit snel genoeg naar je toe kunnen komen?’
‘Ik wist dat je in de buurt was. Ik wist dat je kwam kijken. Net zoals ik wist dat je het zou durven, en dat je het geweldig zou doen.’
‘O, Daan,’ zeg ik, en ik kruip een beetje tegen hem aan. ‘Hoe kan je toch zo’n mateloos vertrouwen in me hebben?’
‘Ik hoef alleen maar naar je te kijken, lieverd. Jij en ik, samen, tegen de rest van de wereld. We zijn nog maar net begonnen; ze gaan nog wat meemaken!’
Hij slaat zijn arm om me heen en ik kom nog dichter tegen hem aan zitten. Heerlijk vind ik dat. Het voelt bijna alsof we één mens zijn. En ik weet één ding heel zeker: wat er ook gebeurt, deze zomer is de beste van mijn leven tot nu toe en ik ga dit, dit gevoel wat ik nu heb, nooit vergeten. Mijn hele leven lang niet.
Deze digitale uitgave is gebaseerd op de eerste druk.
* * *
ISBN 978-94-023-1411-3
NUR 301
* * *
Omslagontwerp: Johannes Wiebel, Punchdesign, München
Omslagbeeld: © Shutterstock
e-book: CeevanWee, Amsterdam
* * *
© 2020 Jackie van Laren en Meulenhoff Boekerij bv, Amsterdam
Deze uitgave kwam tot stand door bemiddeling van Marianne Schönbach Literary Agency bv
* * *
Niets uit deze uitgave mag openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, internet of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.