Intermezzo 5: Tjeerd en Daan aan de telefoon, ’s avonds na het avondeten - Hoogtij
By Jackie van Laren
‘Hé.’
‘Hé, Tjeerd. Wil je een biertje pakken? Volgens mij is de Boei al open.’
‘Nee. Kan ik je even spreken.’
‘Zo, jij klinkt ernstig. Ik zag je nog op het strand, vanmiddag, maar je zei niks. En je zus zag ik helemaal niet meer.’
‘Ja, daar wil ik het dus even met je over hebben. Nynk is om een uur of elf, half twaalf vanochtend thuisgekomen, op de fiets, en volgens mijn moeder had ze gehuild; die kan dat altijd meteen zien. Ze heeft niks gezegd, ze is naar haar kamer gegaan en ze is daar de hele dag niet meer uit gekomen, tot aan het avondeten. En toen zei ze nog steeds bijna niks, en ze zag er niet best uit. En ik heb van Axel gehoord dat ze vanmorgen met jou mee is gegaan om iets te eten, en daarna dus dit. Wat is er gebeurd? Wat heb je met mijn zus uitgevreten?’
‘Niks, man, doe normaal, wat denk je nou, dat we in de middeleeuwen leven of zo?’
‘Ik wil gewoon weten wat je hebt gedaan om haar aan het huilen te maken. Ik ben niet gek, ik zag heus wel hoe je naar haar keek. En zij naar jou.’
‘Ach, rot op. Ja, goed, je zus is niet de lelijkste vrouw op aarde, maar haal je verder niks in je hoofd. Ze is heus niet beter dan welke zogenaamde wilde meid dan ook.’
‘Man, lul niet, ze ís helemaal geen wilde meid. Ze heeft alleen een beetje heftig gepuberd, en een beetje gerommeld met jongens, maar ik weet zeker dat er nog nooit iets serieus tussen heeft gezeten. Voor haar in ieder geval niet. Het was bij haar altijd meer stoer doen, zich verzetten, dan wat anders, hoor. En zo veel zal er helemaal niet gebeurd zijn. Ik bedoel, het was wel hier. Er gebeurt hier natuurlijk heus wel eens wat, maar het is hier niet Chersonissos of zoiets, zeker niet als je van hier bent en iedereen je kent. Iedereen weet hier altijd alles van je. En de afgelopen tijd dat ze bij mijn tante in Leeuwarden zat, die is zo streng; ze had net zo goed in een nonnenklooster kunnen zitten.’
‘O. Dus, eh, dus, jij belt dan standaard op hoge poten iedere gast waar ze dan zogenaamd mee, eh, “rommelt”?’
‘Vroeger maakten ze haar niet aan het huilen. Jij nu wel. Bij jou is het wat anders, dat kan ik zelfs zien. En moet ik je nog steeds Sjaak noemen, of kan ik daarmee ophouden, nu Nynk ook weet wie je bent? Want dat is het enige wat zij er zelf over wilde zeggen: dat ze met je heeft gepraat en dat je wat dingen over jezelf hebt verteld. Wie je echt bent. Waarom je hier zit. Maar even tussen jou en mij gezegd en gezwegen: dat is nou niet informatie waar ze van zou moeten gaan janken, of helemaal bleek en ongelukkig van aan de eettafel zitten. Heb je met je poten aan haar gezeten?’
‘Nou... eh, dat gaat je geen donder aan, man. Ik hoef aan jou toch geen verantwoording af te leggen?’
‘Het is mijn zus, ja? Wat heb je met haar gedaan? Zeg op of ik kom naar je toe.’
‘Whoa, rustig. Jezus christus, doe even een beetje chill. Tranquilo. We hebben alleen een beetje gezoend.’
‘En?’
‘En niks. Toen wilde ze weg.’
‘Ik geloof je niet.’
‘Nou... Misschien dat... eh... misschien dat ik een beetje, eh, zeg maar, carried away raakte, en misschien is ze daar een beetje van geschrokken. Ze gaf me ineens een zet en toen rende ze zo de deur uit.’
‘Dus ze wilde niet.’
‘Jawel, ze wilde wel. Ze was... eigenlijk heel, shit, man, ze was dus juist heel lief tegen me, ik, ik weet niet, voordat ik het wist had ik echt al mijn ellende zo bij haar gedumpt, ik dacht nog: zal je zien, dan gaat ze ook weg, net als iedereen altijd, maar ze ging niet, ze was juist lief, en toen ging ze me soort van troosten, en van het een kwam het ander, je weet hoe dat gaat, en toen... Shit. Shit, shit, shit, weet je zeker dat ze moest huilen?’
‘Dat zei mijn moeder.’
‘Godver, dat was echt zo ontzettend niet de bedoeling! Tjeerd, ik, eh, Nynke, ik, shit, ze is, ze heeft iets, ik weet ook niet wat het is, maar geloof me, het laatste wat ik wil is dat ze moet huilen. En al helemaal niet door iets wat ik heb gedaan. Godverdegodver.’
‘Als mijn tante Rimi je zou horen dan werd je meteen in de ban gedaan.’
‘Kan me niet schelen. Wat... wat moet ik doen om het weer, eh, om het weer een beetje goed te maken met haar? Moet ik gewoon langskomen en zeggen dat het me spijt? Of moet ik, eh, bloemen? Chocolaatjes? Ik weet dat verdomme allemaal niet.’
‘Doe normaal. Je bent toch niet met haar getrouwd? Volgens mij moet je haar gewoon met rust laten, zowel voor háár gemoedsrust als voor die van jezelf. Het eiland is groot genoeg, en ze gaat toch morgen of zoiets weer terug naar Leeuwarden. Dan hoeven jullie elkaar nooit meer te zien.’
‘Wil je me bij haar weghouden?’
‘Nou, ja, als dit is wat er met haar gebeurt als ze om jou heen hangt, dan wel ja!’
‘Ja maar, Tjeerd, ik bedoel...’
‘Laat het gewoon, Daan. Meisjes genoeg in de wereld. Zeker voor een gast als jij.’