Intermezzo 6: Wende en Mandy - Hoogtij
By Jackie van Laren
‘Ja, ik vind het wel een leuk idee, hoor, een benefietconcert. Maar dat past toch niet op het terras? Als je echt grote artiesten krijgt, dan kunnen we dat helemaal niet kwijt.’
‘Maar stel je voor wat een geld we ermee kunnen verdienen, en dan staat de Vis ook meteen echt op de kaart als livemuzieklocatie. Misschien wordt het dan wel groter en groter, en dan hebben we over een paar jaar een soort Oerol hier, maar dan voor muziek, hoe gaaf zou dat zijn?’
‘Rustig, Mandy, loop nou niet te hard van stapel. Ik vind het een geweldig idee, maar ik zie de problemen met de eilandraad al opdoemen. En burgemeester De Lange zal ook wel dwars gaan liggen. Die man doet niks, maar hij wil verder ook niks. Geen vernieuwing, geen verandering, niks. Zoals nu met al die vervuiling en ellende, je zou toch verwachten dat hij overal aan de deur staat te rammelen voor hulp, subsidie, weet ik het, maar volgens mij zit hij maar een beetje met zijn vinger in zijn neus. Vinnie wordt er in ieder geval helemaal gek van.’
‘Ja hè? Martin had het er ook al over, maar – o, wacht, volgens mij hoor ik Lieuwe. Ik ga even kijken, zo weer terug. Zal ik anders meteen koffiezetten?’
‘Nee, doe dat maar niet. Ik had toch vorig weekend zo’n raar terugkerend buikgriepje? Als ik alleen al koffie rook moest ik al bijna rennen. Nou, het is wel over, maar om de een of andere reden vind ik koffie nog steeds smerig. Alleen de lucht al. Gek hè? Wat zit je nou naar me te kijken?’
‘Nee, niks. Even naar Lieuwe. Momentje...’
‘Haast je niet... Zo, jij bent snel terug!’
‘Hij sliep alweer. Waar waren we?’
‘Benefietconcert. Festival. Oerol. Burgemeester De Lange.’
‘O ja. Kunnen we die man niet gewoon ongeschikt voor het ambt laten verklaren of zoiets? Er was toch een of andere nieuwe regel waarbij een niet-functionerende burgemeester “voorgedragen kan worden voor ontslag” of zo? Ik heb daar iets over gelezen.’
‘O, dat moeten we zo dadelijk als ze klaar zijn even tegen Vinnie zeggen! Kan hij daar lekker zijn tanden in zetten. Waarom die jongens er trouwens op staan om ’s avonds nog die serre te gaan repareren, ik bedoel, het is al bijna donker buiten en nog staan ze te zagen en te timmeren. Ik zei nog tegen Ax: denk nou aan mijn kleine neefje, maar –’
‘Och welnee, dat geeft niks, dat kind van ons slaapt ook vrolijk door oud en nieuw heen.’
‘Nou, als jij het zegt. Hij zal de genen van mijn broer wel hebben, die kon als kind ook zo’n marmot zijn. Maar even zonder dollen: als we zoiets organiseren als zo’n concert, dan moeten we wel zorgen dat de volledige eilandraad erachter staat, voordat we ook maar iets doen. Er is al zo’n gepruttel over de livemuziek die we nu hebben, hoewel we niet eens echt veel lawaai maken of zo. En hoe wil je aan al die grote acts komen die je voor je ziet?’
‘Nou, ik dacht zo dat onze, eh, “Sjaak” daar misschien bij kon helpen. Hij kent volgens mij wel de nodige mensen.’
‘We kunnen het natuurlijk altijd vragen. Mandy, wat zit je me toch de hele tijd raar aan te kijken. Heb ik iets op mijn neus?’
‘Nee, nee... het is ook maar een idee, hoor, maar... Wacht even, ik heb er volgens mij hier nog wel een paar die nog goed zijn, van voor Lieuwe...’
‘Wat? Waar heb je het ov– Huh? Predictor? Doe normaal. Denk je dat ik...?’
‘Het zou zomaar kunnen. Die buikgriep van jou, die zo terugkwam, en dan vooral ’s morgens, en dat je koffie ineens zo vies vindt... Heb je nog meer dingen in je smaak die heel anders zijn dan normaal?’
‘Nou, nu je het zegt: ik heb vanmiddag in de keuken van de Vis vijf knakworsten opgegeten. Zo achter elkaar, ik had ze niet eens warm gemaakt. Het leek wel of ik niet kon stoppen, het was zo ontzettend lekker ineens...’
‘Zijn jullie ook echt bezig voor een kleintje, of is het net als bij ons...?’
‘Net als bij jullie, denk ik. Per ongeluk. Áls het zo is. Jeetje. Ik moet wel aan de gedachte wennen. Bij jullie heeft het allemaal geweldig goed uitgepakt natuurlijk, ik bedoel, kijk jullie nou lekker zitten hier met z’n drietjes, en mijn broer is volgens mij in zijn hele leven nog nooit zo gelukkig geweest. Maar voor Ax en mij, met de Vis... Het zou wel een hoop gedoe geven, denk ik zo. Jeetje. We zijn zo hard aan het werk de hele tijd, en dan...’
‘Ja, maar stel je nou voor. Een lief klein Axeltje. Daar smelt je hart toch van? Je bent vast een hele lieve moeder, Wen, je bent in ieder geval een geweldige vriendin en collega.’
‘O, nou... dank je wel! Met zo’n gezellige meid als jij is dat ook niet zo moeilijk, ik hou alleen al van je omdat je mijn broer zo gelukkig maakt. En dan ben je zelf ook nog zo’n leuk mens. Maar... wat als het nou een klein Wendetje zou worden?’
‘Dan gaat jouw echtgenoot helemaal van de sokken, let maar op. Dan smelt hij waar je bij staat, zo groot als hij is. Ook als het een jongen wordt, hoor, ik bedoel, Mart is ook helemaal een weekhartige mossel als hij met Lieuwe op schoot zit. Maar vaders en dochters, die hebben toch vaak een bijzondere band.’
‘Nou, laat ik nou eerst maar eens op zo’n stokje piesen, morgen, want wie weet was het gewoon toch buikgriep.’
‘Wie weet, ja... O, kijk, volgens mij zijn ze klaar. Daar komen Mart, Vin en Ax over het terras.’
‘O, shit, snel die dingen in mijn jaszak. Vinnie rijdt met ons mee; hij heeft zijn fiets aan Daan uitgeleend. O nee, ik moet Sjaak zeggen. Vinnie had hem vanmorgen verteld waar hij Nynke kon vinden, en hij was meteen niet meer te houden natuurlijk. Moest naar beneden, zich voor het een of ander verontschuldigen wat hij blijkbaar verkeerd had gedaan. Ik vond al dat die jongen er zo bezorgd uitzag, de afgelopen dagen; hij zal wel in al zijn onhandigheid iets lelijks tegen Nynke hebben gezegd of zo, en daar dan vervolgens spijt van hebben gekregen. Nou ja, hoe dan ook: dank je wel, in ieder geval. Voor de tests. We gaan het zien, morgen. Ik hou nu mijn hart al vast.’
‘Succes, Wen!’
‘Mja, ik weet niet of de ene optie nou het succes vertegenwoordigt, of de andere.’
‘Ja, dat weet ik natuurlijk ook niet. Ik hoop alleen maar dat het iets is waar jullie gelukkig van worden, wat het dan ook is.’
‘Mandy, ik kan me niet voorstellen dat iemand ooit in zijn of haar leven gelukkig is geworden van buikgriep.’
‘Alleen als het iemand was die heel graag geen kinderen wilde, vermoed ik...’
‘Pff, idioot. Stil nou, daar heb je ze...’