Intermezzo 7: Axel en Wende - Hoogtij
By Jackie van Laren
‘Gaat het wel, Wen?’
‘Hoezo?’
‘Hm. Zwaar dienblad, geef maar hier.’
‘Nou? Ik ben toch niet meteen van suikergoed, alleen, omdat... Shit. Het is veel te druk, we kunnen hier niet verder praten.’
‘Ik denk ook niet dat je van suikergoed bent, ik wil alleen niet...’
‘Moeten we het nou aan iedereen vertellen?’
‘Hm.’
‘Ja, daar schiet ik wat mee op, zo’n antwoord.’
‘Ja, ik weet het toch ook niet meteen? Ik denk dat we eerst zelf...’
‘Wat moeten we zelf? Er is ook geen gesprek te voeren in zo’n gekkenhuis. Hier, neem jij deze bestelling dan, als je zo nodig vindt dat ik niet moet sjouwen.’
‘Hm.’
‘...’
‘...’
‘Dus, Ax, waar waren we nou, met ons zogenaamde gesprek?’
‘Bij wat we nou zelf moeten, hiermee. Wat we willen.’
‘Weet jij wat je wilt, dan?’
‘Ja nou, eh...’
‘Precies. Dat denk ik dus ook.’
‘Hm, ik wilde zeggen: ik moet er nog even aan wennen. Maar dat betekent niet dat... Shit. Druk, ik breng dit even weg.’
‘Hier, twee koffie voor tafel zeven, kan jij die even meenemen, als je toch die kant op loopt?’
‘...’
‘...’
‘Het zal wel ingewikkeld... geef me even een schone theedoek, Wen.’
‘Hier. Ja, ingewikkeld wordt het zeker. En, eh, is het niet veel te vroeg?’
‘Wat?’
‘Nou, tussen jou en mij, bedoel ik?’
‘Bij je broer ging het nog veel sneller. Gaat toch ook goed?’
‘Ja, maar dat was een ongelukje.’
‘Dit toch ook?’
‘Nou ja, je kunt het moeilijk een ongelukje noemen, gezien het feit dat, eh, nou ja. Hoe vaak, zeg maar.’
‘...’
‘Ja, dan kan je wel heel stoer gaan staan grinniken, alsof je een hele pief bent, maar het is toch zo?’
‘Hm. Ik wil ook gewoon altijd met je, zelfs als we ons helemaal kapot hebben gewerkt, dan wil ik nog wel, en jij ook, geef het nou maar toe.’
‘Axel Dominique Bergen Henegouwen, dit gesprek kunnen we toch niet hebben in een volle zaak?’
‘Wen, niemand kan ons horen, nu. Zelfs niet als je mijn hele naam zegt. Ik wil het houden.’
‘Wa– Echt? En daar kom je nu ineens mee, nadat je vanochtend zo, zo... reageerde?’
‘Hm.’
‘Ik dacht meteen: o, ik zie het al, het wordt niks. Nou, dat wordt waarschijnlijk een tripje Groningen. Want ik zie het doc Ellen niet doen, als ik eerlijk ben, en dat zou ik denk ik zelf ook niet verdragen. Dat je elkaar dan de hele tijd nog tegenkomt, en dat je van elkaar weet dat... nou ja, dat dus.’
‘Ik moest alleen... even wennen aan het idee. Het was zo plotseling. En dat heb ik nu gedaan. Ik ben gewend. Ik zeg houden.’
‘Jee, echt? Echt. Jezus. Ik, ik wil dat ook, geloof ik, al was het al omdat ik een stukje van jou in me heb zitten. Dat kan ik toch helemaal geen kwaad doen?’
‘Wen, niet huilen, lieverd, het komt goed.’
‘Snf. Het zakt zo wel. Ik ben gewoon zo opgelucht.’