Intermezzo 9: Tjeerd en Rietje van de VVV - Hoogtij
By Jackie van Laren
‘Hoi, Rie, alles goed?’
‘Dag jongen. Als jij je zus zoekt, dan kan je hier lang zoeken, hoor. Ze is niet komen werken. In plaats daarvan kwam het kleinkind van Boersma, Greetje? Tjerk belde me vanochtend. Ik ben al lang blij dat ik nog hulp had; je zusje is ook geweldig geweest de afgelopen dagen. Jullie jonge mensen weten ook allemaal hoe dat moet met mobielen, en met internet, hè? Ik ben al te oud, ik snap er niks meer van.’
‘Rietje, doe niet zo gek, zo oud ben je nog niet. Ik weet dat mijn zus hier niet was vandaag; ik hoopte eigenlijk, ik kwam hier eigenlijk, nou, om Greetje even te spreken.’
‘Aha, ik begrijp hem, ik zie al hoe de vork aan de steel zit.’
‘Ja, ho eens even, ik bedoel er niks mee; nou hoef je nog niet meteen zo alwetend tegen je neus te tikken! Ik wilde alleen maar weten of het vandaag een beetje goed was gegaan, en zo, en, eh, nou ja, gewoon, even vragen. Het is zo rot voor haar dat ze van het ene moment op het andere haar baantje bij de boot kwijt is, en eh...’
‘En nou hebben jullie dit voor haar geregeld? Ik dacht al, waar komt het ineens vandaan. Cam Henriques kwam ook nog langs in zo’n raar plastic elektrisch autootje, je weet wel, die dingen die ze bij Grote Vis hebben staan. Wat denk je, hij geeft me zo een envelop. Zegt hij: stop maar in de kleine kas, kan je de hulp van betalen. Kijk ik erin, zit er drieduizend euro in. Nou, daar kan ik het hele pand zo’n beetje van laten schilderen; dan kunnen er hier wel drie jongelui achter de balie staan om al die mensen van de wal de goede kant op te sturen. Ga ik lekker op het bankje zitten met een kop koffie, haha!’
‘Nee, Rie, dat doe jij helemaal niet, want jij vindt het veel te gezellig om hier te werken en met iedereen te beppen. En alle nieuwtjes van iedereen te horen.’
‘Je hebt gelijk, jongen. Maar ik vind het ook gezellig om aanloop van jongelui te hebben, hoor; die Greetje is ook al zo’n lieve meid. Ze praat zo gezellig over haar familie in Groningen, haar ouders, over haar opa en oma, en over hoe graag ze hier is. Ze heeft nog een broertje van een jaar of zestien, die wil niet deugen. Maakt ze zich vreselijk zorgen over. Ik zei nog: stuur hem maar langs, geven we hem een weekje aan Tjerk mee, dan piept hij wel anders.’
‘Arme Tjerk, hij is toch geen bootcamp voor ontsporende tienerjongens?’
‘Welnee, ik maak ook maar een grapje. Maar goed, Greetje is dus al zeker een uur of twee weer weg. Kon makkelijk; de grootste drukte was natuurlijk gisteren, en vanochtend; na twaalven kwamen er nauwelijks meer mensen, en morgen zal het ook wel meevallen. Als ze niet nog een keer wil komen werken, dan red ik het misschien wel gewoon in mijn eentje, als jouw zusje bij de opgang van de Vis wil blijven staan. Volgens mij bloeit er wat op tussen haar en die jongen die op het terras muziek maakt. Die lange, met dat geverfde haar? Die kwam gisteren met haar wandelen, met een smoesje, hoor, hij zei dat hij en jij vrienden waren en dat jullie mot hadden, dat hij advies kwam vragen hoe hij het weer goed moest maken. Haha, hij dacht zeker dat Rietje van gisteren was; ik zag heus wel hoe hij naar haar keek. Maar goed, als je Greetje wilt hebben, dan moet je dus even naar Boersma lopen, want nadat die meiden van jou hier binnen waren geweest, was ze duidelijk een beetje van slag. Ik weet niet wat ze tegen haar hebben gezegd, maar niet lang daarna vroeg ze of ze naar huis mocht. Zei dat ze zich niet zo lekker voelde. Ze zag er niet ziek uit, hoor, eerder een beetje treurig. Of misschien is het haar tijd van de maand, je weet het niet, hè?’
‘Zijn Akke en Swaan hier geweest?’
‘Ja, om een uur of half twaalf, denk ik. Ik dacht eerst nog: moeten jullie niet achter de toonbank bij Beppes Keuken, voor als de bus hier straks stopt, maar toen dacht ik dat jij waarschijnlijk wel in de zaak zou staan, anders hadden ze de boel vast niet onbewaakt achtergelaten, en toen –’
‘Ik was nog bij de Vis. Aan het helpen met de windmolen. Ik zou om een uur of een komen, heb ik ook gedaan; Swaan zou beginnen, dan zou ik komen, kon zij lunchen, en dan zou ze in de loop van de middag aftaaien, en om drie uur zou Akke dan beginnen. Als het druk wordt blijf ik wel, en anders kan zij het afmaken vanavond. Maar goed, toen ik aankwam bij Beppes Keuken waren ze er allebei al, dat vond ik al zo gek.’
‘Ze kwamen samen binnen, hier. Ik was achter, ik heb niet gehoord wat ze precies tegen Greet zeiden, maar tegen mij waren ze in ieder geval heel vriendelijk. Je weet het toch nooit hè, met die meisjes van de wal, die geen directe familieband met het eiland hebben. Hoewel Swaantjes oom natuurlijk wel iets belangrijks is bij de EVD. Maar heel beleefd, hoor, heel netjes waren ze. Ze gingen eigenlijk meteen weer weg toen ik van achteren kwam. Greet zei niet zo veel, maar ze zag dus wel een beetje witjes om haar neus. Beduusd. Vond ik dan, hoor. Voor wat het waard is.’
‘Shit.’
‘Wat is er, jongen?’
‘Ik... moet terug naar mijn zaak, ik bel wel even naar Greetje. Of zo.’
‘Loop anders gewoon even langs bij de Boersma’s. Dat vinden ze toch niet erg, jongelui over de vloer?’
‘Die mensen zien me aankomen, ik stond daar afgelopen maandag ook al, en toen was ze naar huis. Wat, Rie, sta niet zo te lachen.’
‘Och jongen, wat heerlijk om nog zo jong te zijn. Geniet er maar lekker van, voordat je het weet ben je zo oud als ik.’
‘Soms snap ik gewoon niet wat je bedoelt, Rietje, maar... ik geloof wel altijd dat je het goed bedoelt.’
‘Altijd. Echt altijd. Jij bent een goeie, Tjeerd Olivier; Greetje Boersma mag haar handen met je dichtknijpen. Nee, nou niet verlegen gaan staan blozen, ik meen het. Je bent een echte eilander, we hoeven ons niet voor je te schamen. En voor je zus ook niet. En iedere meid die jouw aandacht weet vast te houden mag er maar wát blij mee zijn.’