Intermezzo 10: Cam en Martin - Hoogtij
By Jackie van Laren
‘Zo, ridder Martin, ben je tevreden dat de wieken weer op je molen zitten? Don Quichot is er niets bij.’
‘Lach jij maar, met je ridder dittemedat. Ik ben blij dat de boel er weer op zit, ja, maar ik moet nog maar zien of ik alles weer net zo soepel aan de praat krijg als voordat die rotor eraf waaide. Ik ben toch bang dat hij meer verbogen is dan we dachten.’
‘Ik weet zeker dat jij hem wel weer goed functionerend krijgt. Geen probleem. Net zo goed als dat ik weet dat jij de surfkeet weer op poten kan zetten. Letterlijk.’
‘Ha. Wat een vertrouwen. Nou, ik mag hopen dat ons dat morgen lukt, want het gaat wel een beetje begrotelijk worden als we die kraan nog veel langer moeten huren.’
‘Welnee.’
‘Welnee? Weet je wat dat kost, zo’n ding huren?’
‘Weet je wat mijn aandelenportefeuille heeft gedaan? Geld gemaakt. Geld voor mij, geld voor jou, geld voor de Vis. Maak je er niet te druk over als dat kraantje nog even moet blijven. Misschien moeten we het gewoon maar kopen, wie weet hoe handig het nog kan zijn voor het eiland als we zo’n ding hier permanent hebben staan.’
‘Jij bent niet wijs.’
‘Het valt volgens mij wel mee. Ik weet met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dat ik geen idioot ben. Maar ik hou voor het idee een kleine marge open, want je weet tenslotte maar nooit. Over idiotie gesproken, trouwens: heb je gezien hoe Axel er sinds vanmorgen bij loopt? Met zo’n soort onduidelijke grijns overdwars over zijn gezicht geplakt; ik zou bijna denken dat hij en Wende er in de loop van de morgen tussenuit geglipt zijn voor enige illegale fysieke activiteiten die het daglicht, alsmede nadere precisering, echt niet kunnen verdragen. Hoewel, illegaal; ze zijn natuurlijk goudeerlijke echtelieden, die het netjes alleen met elkaar doen. Linksom of rechtsom is er weinig in te brengen tegen enige afternoon delight. Of morning delight, of welk moment van de dag of nacht-delight dan ook.’
‘Man, waar heb je het over. Soms als jij begint te leuteren is het allemaal zo onnavolgbaar dat ik maar gewoon aflog totdat je weer tevoorschijn komt uit je eigen woordenbalkenbrij, en we weer als normale mensen met elkaar verder kunnen praten.’
‘Stel je toch niet zo aan. Je doet net of je een soort ongelikte beer bent, een ongeletterde parvenu, terwijl ik weet dat dat niet verder bezijden de waarheid zou kunnen zijn. Luister nou even. Ik heb het over Axel. Er is iets met hem, en waarschijnlijk is het iets goeds.’
‘Heb jij een idee wat dan?’
‘Een vaag idee, ja. Een heel vaag idee, maar laat me het zo stellen, gewoon even voor de academische, puur retorische vraagstelling: hoe zou jij het vinden om binnen afzienbare termijn oom te worden?’
‘Wat, denk je dat Wende...?’
‘Die buikgriep van haar. Die zo hardnekkig was. Ik vertrouwde het meteen al niet. Het is een vloek en een zegen om zo detail-oriented te zijn als ik ben; ik begon al meteen punten met elkaar te verbinden. En dan nu Axels onverwachte blijheid; ik zou maar uitgaan van een naderende mededeling.’
‘Goh.’
‘Is dat alles wat je te zeggen hebt?’
‘Nou ja, ik vind het natuurlijk heel leuk voor mijn zus; het is echt geweldig om een kind te krijgen. Ik had niet gedacht dat het zo fantastisch zou zijn. Ja, je denkt dat het voor een vrouw bijzonder is, en zij moet natuurlijk ook al het werk doen, maar ik vind het toch ook... Als je dan met zo’n klein mannetje op schoot zit, en dat vertrouwen... Het is niet te beschrijven. Trots, denk ik, en een soort... bescherming? Kom niet aan mij en de mijnen, zo’n soort gevoel. Had ik sowieso wel bij Mandy, natuurlijk, maar nu is het tien keer zo groot.’
‘Het zou vreemd zijn als je dat niet voelde.’
‘Ik had er gewoon niet op gerekend dat het zo sterk zou zijn. Is het... niks voor jou en Mayke?’
‘Misschien wel. Ooit. Wie zal het zeggen? Ik heb zelf niet echt een heel inspirerend voorbeeld overgehouden aan mijn eigen kindertijd.’
‘Maar nu ga je toch wel goed met je pa?’
‘Jawel. Maar nu ben ik reeds volwassen. Wat er eerder gebeurde, wat ik nodig had als kind, een gemis; dat verdwijnt daar niet van.’
‘Nee, snap ik. Natuurlijk niet. Maar denk je niet dat als je zelf een kleintje zou hebben, dat dat gat een beetje opgevuld zou worden?’
‘Martin, neem één advies van me aan. Het komt uit de financiële hoek, maar het is toepasbaar op het hele leven. Nooit het ene gat proberen te vullen door een ander gat te creëren. Daar wordt niemand gelukkig van.’
‘Nou moet jij ook wat van mij aannemen, ouwe wijsneus. Als jij niet ziet dat Mayke en jij zo gelukkig zijn dat je ruimte zat hebt in je begroting om dat gat te vullen zonder dat er een nieuw gat ontstaat, dan ben je een financiële wizard van likmevestje. En daar kan je het mee doen, mattie van me.’