Intermezzo 13: Tjerk tegen de verzamelde leden van de eilandraad, in de Vis na sluitingstijd - Hoogtij
By Jackie van Laren
‘Mannen. Er zijn dertigduizend kaartjes verkocht. Na aftrek van alle onkosten hebben we genoeg over om het hele strand handmatig te laten zeven, zo’n beetje, dus zoals het er nu uitziet kunnen we in het komende jaar de natuur van ons mooie eiland redden, en laten herstellen. En dat is niet dankzij burgemeester De Lange, dat is dankzij Vincent hier, en onze jonge ondernemers van Grote Vis, die met hun eindeloze inventiviteit iets uit de grond hebben gestampt wat wij ook niet hadden kunnen bedenken. Maar het belangrijkste is, dat De Lange het dus niet heeft bedacht. En wat moeten wij in godsnaam met een burgemeester die in zo’n crisissituatie niet handelend optreedt?’
‘Niks.’
‘Precies, Vincent. Je slaat de spijker op zijn kop. Wij moeten niks met zo’n man. En nu zijn we er al dagenlang over aan het praten, binnen Ons Sociaal Belang, maar ook daarbuiten, want Siets is het ook met ons eens, nietwaar, Siets?’
‘Zeker.’
‘En nu zitten we dus hier. Met de voltallige eilandraad. Dit is het moment van de waarheid. Als we van De Lange af willen, dan kunnen we om zijn ontslag vragen bij de commissaris van de Koning. Als we het goed kunnen beargumenteren, en dat kunnen we, want met deze milieuramp staan we goed op de kaart, dan hebben we grote kans dat we het voor elkaar krijgen. Het enige probleem is dat we, als gemeente, wel het wachtgeld zullen moeten betalen. Maar aan de andere kant, zo lang is hij nou ook weer niet burgemeester geweest, dus misschien valt het mee.’
‘Beter zonder dan met, ondanks het geld, dat is wat ik zeg.’
‘Ik ben het met je eens, hoor, Menno. Nou, zullen we dan maar? We kunnen dit alleen maar doen als we het unaniem eens zijn. Dus. Handen omhoog die het niet willen.’
‘...’
‘Ik zie geen handen. Dat lijkt me dus duidelijk.’
‘Ik schrijf wel een opzetje, en het volgende rondje is van mij.’
‘Uitstekend, Vincent.’