Intermezzo 3: Axel en Wende - Hoogtij
By Jackie van Laren
‘Wen? Ben je al wakker?’
‘Mff, eh, nee, volgens mij niet.’
‘Ik heb helemaal niet zo rot geslapen als ik had verwacht, eigenlijk. Ik heb al een heleboel mensen geappt, om op het strand te komen helpen met opruimen, en Martin is ook al bezig. Veel langer kunnen we toch echt niet blijven liggen, denk ik. Trouwens: volgens mij hebben we nog nooit hier met z’n tweeën geslapen. Moeten we misschien vaker doen.’
‘Wuh, wat ben je spraakzaam, zo op de vroege morgen. Meestal zeg je alleen maar hm. Kan je dat nu niet gewoon ook doen?’
‘Humeurig?’
‘Ja, sorry hoor. Ik vind het nou niet het toppunt van romantiek om hier dan maar voor de zekerheid in de zitzakken te gaan liggen slapen omdat er een storm om de zaak raast.’
‘Ik vond het wel beter dan de vorige keer dat ik hier heb liggen slapen.’
‘Wanneer was dat dan?’
‘Hm.’
‘O... o, wacht, toen je zo dronken was omdat je me niet durfde te zoenen! Helemaal aan het begin! Jeetje, ik was het bijna vergeten.’
‘O, wat ben ik toch stom, had ik mijn grote muil maar gehouden. Nou ga je me er zeker de hele tijd weer mee pesten.’
‘Mf, ik denk het niet.’
‘Wat is er, Wen, wat zie je wit.’
‘Ik voel me ook wit. Of, eigenlijk, groen. Belazerd. Ineens komt het zo op. Ik dacht dat het over was, na gisteren, ik dacht dat het een vierentwintiguurs-virusje was of zo. Weet je wel, twee keer over je nek en weg. En toen gisteren in de stress van alles, toen merkte ik eigenlijk niks meer. Maar nu voel ik me alweer net zo beroe– ... o, jezus, ik moet even naar de wc...’
‘Wen?’
‘...’
‘Gaat het een beetje? Ik kan je niet zo goed horen als je in de wc’s zit.’
‘...’
‘Wil je een kop koffie, als je, eh, klaar bent?’
‘Nee, in godsnaam!’
‘Thee, dan?’
‘Ja, dat is misschien wel lekker.’
‘Volgens mij staat je broer voor de deur, met nog een paar mensen.’
‘Stuur ze weg, ik kan niet, ik moet –’
‘O, het is Tjeerd, en zijn zusje. Ik kan ze toch niet buiten laten staan? Ze hebben gisteren zo goed geholpen, ze komen vast even kijken hoe het hier is.’
‘Het is hier niet best, Ax, echt. Niet best.’
‘Aha, daar ben je weer, gelukkig. Blij dat je het kwijt bent, je ziet er meteen een stuk beter uit.’
‘Ik voel me afgrijselijk. Ik had eigenlijk niks in mijn maag en het bleef toch maar opkomen. Maar misschien ben ik er nu dan vanaf. Ik hoop het maar.’
‘Arme ziel, ik hoop het ook voor je. Hier, een bakje thee. Ga even zitten.’
‘Dank je.’
‘Hm.’